Een collectieve ervaring die de ogen opent

EssayDe crisis is een straf, maar biedt ook hoop. Het oude maakt plaats voor iets nieuws, maar hoe die nieuwe wereld eruit gaat zien, is onduidelijk. De geschiedenis wijst uit dat voorspellers er vaak naast zaten. Maar er is altijd ruimte voor nieuwe kansen.

We vrezen de crisis, maar stiekem houden we er ook een beetje van. De crisis appelleert aan een diepgeworteld zondebesef. Al die luxe badkamers, die strakke keukens met inbouwapparatuur, de vakanties naar Azië en Amerika, eigenlijk hadden we ze helemaal niet verdiend. De crisis is een straf voor onze economische onmatigheid, voor de bevrediging van onze hebzucht met goedkoop krediet.


De crisis biedt ook hoop. Het verval van het oude biedt ruimte voor het nieuwe. Maar hoe zal die nieuwe wereld eruitzien? Voor links zijn de dagen van het vervloekte neoliberalisme geteld, groenen dromen van een pastorale idylle waarin we onze eigen groenten telen en meubeltjes timmeren van afvalhout. Maar de VVD wil de crisis juist gebruiken om eens flink de bezem door de verzorgingsstaat te halen en D66 ziet het ideaal van Europese eenwording naderbij komen.


In al deze varianten moeten we eerst boete doen: ons materialisme afwerpen, ons benepen nationalisme vaarwel zeggen, harder werken en de comfort zone van de verzorgingsstaat verlaten. Crisistijd is stokpaardjestijd. Als een ramptoerist verlustigt menigeen zich aan de ellende die het eigen gelijk lijkt te bevestigen.


Niemand weet hoe de wereld er na de crisis zal uitzien. Maar twee schijnbaar tegenstrijdige ontwikkelingen springen in het oog. Ten eerste de versterking van anonieme krachten, zoals 'de financiële markten' en 'Europa', die zo veel onbehagen wekken, omdat ze burgers het gevoel geven dat ze geen greep meer op de wereld hebben. Ten tweede een toenemend verlangen van burgers om het heft weer zelf in handen te nemen. Termen als 'burgerschap' en 'doe-het-zelfcultuur' zoemen rond in alle media en debatcentra. Mensen willen geen consument meer zijn, maar burger. Ze zoeken het eigen initiatief, buiten de markt en de staat. Ze regelen zelf kinderopvang, zetten een voedselbank op, stichten een 'broodfonds' voor zzp'ers, als buffer voor moeilijke tijden. Tot op zekere hoogte kunnen beide ontwikkelingen naast elkaar bestaan. De financiële markten beletten niemand om actie te voeren voor een leefbare buurt of gezamenlijk zonnepanelen aan te schaffen.


Motor van veranderingen

Een crisis is een motor achter maatschappelijke veranderingen. De diepe armoede van de jaren dertig legde de basis voor de naoorlogse verzorgingsstaat. De stagnatie van de verzorgingsstaat in de jaren zeventig voerde weer naar de yuppencultuur en het neoliberalisme van de jaren tachtig, individualistisch en schaamteloos materialistisch. Demonstreren maakte plaats voor hard werken, sinaasappelkistjes en soepjurken voor stalen buismeubels en designkleding. Hebzucht zou de samenleving vooruit helpen.


Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet echter meteen hoe moeilijk het is de gevolgen van een crisis te beoordelen als je er middenin zit. Achteraf valt de lijn van de jaren dertig naar de verzorgingsstaat gemakkelijk te construeren. Maar destijds leek het een heel andere kant op te gaan, zeker in Nederland. Premier Colijn koos voor een keihard bezuinigingsbeleid. Nederland moest de tering naar de nering zetten, de overheid diende zich zo min mogelijk met de economie te bemoeien.


Ook het neoliberalisme kwam pas laat in beeld als antwoord op de crisis van de jaren zeventig en tachtig. Aanvankelijk leek de samenleving zich juist te bewegen in de richting van soberheid en duurzaamheid. Op 1 december 1973, tijdens de oliecrisis, maakte premier Den Uyl diepe indruk met een televisietoespraak. 'Wij moeten met elkaar beseffen dat wij niet kunnen voortgaan met het verbruik van beperkte voorraden brandstoffen en grondstoffen, zoals wij in de laatste kwart eeuw hebben gedaan', zei Den Uyl. 'Zo bezien keert de wereld van voor de oliecrisis niet terug. Wij zullen ons blijvend moeten instellen op een levensgedrag met een zuiniger gebruik van grondstoffen en energie. Daardoor zal ons bestaan veranderen. Bepaalde uitzichten vallen daardoor weg. Maar ons bestaan hoeft er niet ongelukkiger op te worden.'


De premier was sterk beïnvloed door het rapport Grenzen aan de groei van de Club van Rome uit 1972. De mens was bezig in rap tempo de aarde op te stoken, profeteerden de deskundigen. Er was zelfs een kans van 1 op 40 dat de wereld in 2000 helemaal niet meer zou bestaan. De helft van de mondiale oplage van het rapport werd in Nederland verkocht. Nederlanders verstonden de boodschap: een preek over hel en verdoemenis in een modern, wetenschappelijk jasje.


Grenzeloze groei

Het zou heel anders lopen. De westerse wereld koos niet voor grenzen aan de groei, maar voor grenzeloze groei. Het leek een perfect antwoord op de crisis van de jaren zeventig. Niet de staat, maar de markt nam de gewone man onder zijn hoede.


De kredietcrisis van 2008 maakte een einde aan het vrolijke volkskapitalisme, waarin ook de loodgieter een flinke sprong voorwaarts kon maken door goedkoop krediet, speculeren op de beurs en het verzilveren van de overwaarde van zijn huis. Het ligt dan ook voor de hand om te denken dat de slinger weer naar de andere kant zal doorslaan: van markt naar staat, van hebzucht en ongebreidelde commercie naar het relativeren van geld en status.


De socioloog Richard Sennett sprak in 2009 van een 'waterscheiding in het kapitalisme'. Bankiers en beurshandelaren zouden voorlopig een toontje lager zingen, dacht hij, nu hun incompetentie en gebrek aan moraal zo genadeloos aan het licht waren gekomen. Daardoor zou ook hun ideologie in diskrediet raken, het geloof in de markt als oplossing voor alle problemen, in sociale ongelijkheid als stimulans voor hard werken en economische groei, in kortetermijnwinst ten koste van de continuïteit over een lange periode. De crash van Wall Street bood ruimte voor een socialer en duurzamer model, dacht Sennett.


Tot nu toe is niets minder waar gebleken. Europa siddert voor de financiële markten als nooit te voren. Landen hebben zich diep in de schulden gestoken om banken te redden en de economie overeind te houden. Daardoor zijn ze afhankelijk geworden van kapitaalverstrekkers. Ze moeten bezuinigen, de arbeidsmarkt flexibiliseren, de verzorgingsstaat afslanken, anders verliezen ze het vertrouwen van 'de financiële markten'.


Helaas valt daar weinig tegen te doen, schrijft politicoloog Colin Crouch in The Strange Non-Death of Neoliberalism. Wie zich tegen het kapitaal keert, zal van dat kapitaal worden afgesloten, als een wanbetaler die geen stroom meer krijgt.


De opmars van het populisme is daarom niet zo verbazingwekkend. De crisis werd veroorzaakt door de markt. In Europa kwam daar de ondeugdelijke vormgeving van de euro bovenop, bedacht door een onverantwoordelijke elite. Als oplossing voor de crisis wordt echter 'meer markt' en 'meer Europa' voorgesteld. Daardoor wordt het gevoel van machteloosheid en vervreemding bij burgers alleen maar versterkt, ook omdat de pro-Europeanen geen bevredigend antwoord op het democratisch tekort van Europa hebben. Crouch spreekt zelfs van een 'postdemocratie', waarin financiële markten en grote bedrijven het laatste woord hebben.


Tegenkrachten

Stevenen we dan af op een wereld waarin betrekkelijk ongrijpbare, maar autoritaire superstructuren als 'de financiële markten' en 'Europa' meer dan ooit ons leven bepalen, terwijl burgers slechts een machteloze populistische woede rest?


Dat is ook weer te somber. Er is ruimte voor tegenkrachten. De crisis lijkt ook te leiden tot een herontdekking van het maatschappelijk middenveld tussen markt en staat. In de 'doe-het-zelfcultuur' nemen burgers het heft zelf weer in handen, niet alleen omdat de overheid moet bezuinigen, maar ook omdat ze er geen meer zin in hebben een passieve klant van bureaucratische instanties te zijn.


De crisis biedt bovendien gelegenheid tot herbezinning. Een van de onaangenaamste kanten van het neoliberalisme is het geloof in de markt als een model voor de hele samenleving. Ook scholen, ziekenhuizen en andere publieke instellingen moesten gerund worden als bedrijven, waar managers de dienst uitmaken en professionals worden afgerekend op targets en andere meetbare 'prestatie-indicatoren'. Daardoor kwamen veel instellingen in een maalstroom van privatisering, marktwerking en schaalvergroting terecht. Het echec van het neoliberalisme biedt de kans om de kwalijke gevolgen van deze ontwikkeling ongedaan te maken.


Maar zullen de doe-het-zelfcultuur en het verlangen naar burgerschap een vuist kunnen maken tegen de enorme krachten van de financiële markten, de globalisering en Europa? Blijft het geen gepriegel in de marge? In elk geval is het een grote vooruitgang als de burgers meer greep krijgen op hun directe leefomgeving, als ze kunnen meepraten over de inrichting van hun buurt of niet meer gekoeioneerd worden door managers en botte afrekensystemen op hun werk.


Daarnaast kunnen burgers de grote wereld wel degelijk beïnvloeden, denkt Colin Crouch, hoe moeilijk en langzaam dat soms ook gaat. Als voorbeeld noemt hij de strijd tegen het roken, ongezond eten of de milieuvervuiling. 'Maatregelen van regeringen kunnen vaak teruggevoerd worden naar kleine groepen van slecht gefinancierde, maar hartstochtelijk betrokken professionals en mensen van goede wil', schrijft hij. 'Bedrijven die opscheppen over hun geloofsbrieven op het gebied van milieu of eerlijke handel, ontwikkelden deze ideeën niet op hun marketingafdelingen. Zij reageerden op de serieuze druk van klanten, die op hun beurt reageerden op campagnes van kleine groepjes bezorgde activisten.'


Een crisis is een collectieve ervaring die de ogen opent. Het falen van oude ideeën wordt aangetoond, nieuwe ideeën zijn opeens haalbaar. Ook deze crisis biedt uitzicht op verbetering, zelfs als de macht van financiële markten en het grote bedrijfsleven intact blijft. De verandering ligt dichterbij, in de directe leefwereld. Klanten kunnen weer burgers worden.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden