Een collectief te veel

De 8ste editie van de biënnale Manifesta 8 vindt plaats in Murcia, Spanje. Het is een diep verdeelde kunstmanifestatie, door te veel curatorencollectieven ingericht. Toch is er genoeg goede kunst gezien.

'Manifesta 8. Nu nog collectiever!' Het had de reclameleus kunnen zijn van deze enige reizende biënnale ter wereld, die elke twee jaar ergens in Europa neerstrijkt. Al vanaf de eerste editie in Rotterdam, midden jaren negentig, zoekt de organisatie de samenwerking. Niet alleen op de plek van vertoning, waar allerlei lokale partners worden gezocht bij de realisatie ervan, maar ook bij de samenstelling van de tentoonstelling, die niet door één maar steeds door meerdere curatoren in onderling overleg is verzorgd.


In de jongste editie in Murcia, een Zuid-Spaanse kustregio nabij Alicante, gaat er nog een schepje bovenop. Er zijn niet een, niet twee, maar liefst drie collectieven van curatoren aan de slag gegaan. In totaal acht man en één vrouw.


Een beetje vreemd is die keuze wel, gezien de laatste edities van deze biënnale waarin de samenwerking tussen de curatoren stroef, zo niet dramatisch slecht is verlopen. Je zou denken dat de moederorganisatie, die gevestigd is in Amsterdam onderhand wel genezen zou zijn van haar collectivistische trekjes. Maar directeur Hedwig Fijen en haar raad van advies blijven volharden in hun ideaal van gedeeld auteurschap.


Het coöperatieve kleeft aan Manifesta. Het is haar unique selling point binnen het alsmaar uitdijende landschap van biënnales. Ook richting subsidiegevers, die al vijftien jaar een zwak hebben voor deze netwerkende 'kwartiermaker' van de Europese beeldende kunst die zich elke twee jaar meldt in een nog relatief cultureel onontgonnen regio in Europa. De catalogus meldt dat de Europese Commissie in Brussel Manifesta zelfs heeft benoemd tot 'ambassadeur van de beeldende kunst'. Waarmee de biënnale niet alleen het product van de actuele Europese cultuurpolitiek is (de EU stopt er veel geld in), maar ook de verkondiger ervan. In de manier waarop Manifesta de achterlanden van Europa cultureel koloniseert, ziet de Europese Commissie kennelijk haar eigen ideaal van een niet alleen economisch, maar ook cultureel verenigd Europa gerealiseerd.


Bij deze achtste editie in Murcia speelt nog een ander element mee in de keuze collectieven de leiding te geven over de samenstelling ervan. Het tij in de kunst van dit moment wil dat teamwork en netwerken nogal in zijn en autarkie hopeloos uit. Overal in de culturele wereld zijn hippe, zich suf netwerkende collectieven aan de slag, waarvan de leden beweren met elkaar tot grootsere daden te komen dan alleen. Niet alleen curatoren opereren steeds vaker groepsgewijs, maar ook kunstenaars en ontwerpers. Dat in de jongste politiek ook een ander geluid hoorbaar is, dat een meer autarkische tijd lijkt aan te kondigen, van voorvechters van ferme standpunten in plaats van zouteloze compromissen, wordt in de kunstwereld enkel gezien als extra stimulans nog harder op de samenwerkingstrom te slaan.


Meerdere collectieven bij elkaar maken nog geen unie, ook niet in Zuid-Spanje. Samenwerken mag dan supercool zijn, liever niet met iedereen en zeker niet tegen elke prijs, ook al bestaat die in het geval van de voor Manifesta geselecteerde curatoren uit een gul honorarium van een naar gemeenschappelijkheid snakkende biënnale-organisatie.


Het gevolg in Murcia is een tentoonstelling die weliswaar de meest collectivistische biënnale aller tijden is, maar die in haar verschijning eerder neigt naar haar tegendeel. Manifesta 8 is een diep verdeelde kunstmanifestatie, die zich maar moeilijk ontsluit aan haar publiek. En dat betreft dan niet eens het ongemak van een over veertien locaties en twee steden (de stad Murcia en het een uur rijden daar vandaan gelegen havenplaatsje Cartagena) verspreide tentoonstelling, maar over de vele verschillende tentoonstellingsopvattingen die door de drie curatorcollectieven over de bezoeker worden uitgestort. Al bij de derde locatie wist ik niet meer met welk curatorenconcept ik nu weer van doen had en of ik van die curatorenclub al eerder iets had gezien dat ik ermee in verband moest brengen.


In Spanje heeft elk curatorencollectief zijn eigen plan getrokken, zonder zich veel aan te trekken van elkaar en het door de organisatie opgelegde motto: de dialoog van Murcia en Europa met Noord-Afrika. Twee van de collectieven, het Oost-Europese netwerk tranzit.org en het uit Alexandrië afkomstige kunstcollectief ACAF, nemen zelfs krachtig afstand van zo ongeveer elke diepere bedoeling van deze biënnale, de cultuurpolitieke agenda ervan en het achterliggende economische belang.


ACAF, dat zich het meest nadrukkelijk in het voormalige postkantoor van Murcia manifesteert, met een twintigtal kunstenaars, houdt een onnavolgbaar theoretisch betoog waarin ze hun tentoonstelling voorstellen als een anti-theoretische losmaakervaring, die ervoor moet zorgen dat kunst wordt vrijgesteld van al te dwingende tentoonstellingskaders, zoals daar zijn de dialoog met Noord-Afrika.


Op hun beurt overstemt het tweede collectief, tranzit.org, de vraag van de organisatie door er liefst ruim veertig andere vragen voor in de plaats te stellen. Hun opsomming noemen ze lichtelijk arrogant een beginselverklaring, een 'Constitution of Temporary Display', waarin alle mogelijke kritische kwesties die er bij een biënnale in termen van macht en afhankelijkheid te stellen zijn ter beoordeling aan alle betrokkenen worden voorgelegd.


Alle door tranzit.org uitgenodigde dertig kunstenaars, van wie de meeste te zien zijn in twee opgeknapte kazernes in het centrum van Murcia, hebben zich gecommitteerd aan dit alternatieve tentoonstellingsconcept dat per saldo, net als dat van ACAF, vooral een moeizaam geformuleerde poging lijkt te zijn om af te raken van de te snelle inkapseling van de kunst ten behoeve van allerlei lokale cultuurpolitieke en cultuur-economische agenda's. Kunst, zo stellen ze niet ten onrechte, leent zich daar niet goed voor.


Alleen het derde collectief, het duo Chamber of Public Secrets (CPS), dat als centrale locatie een voormalige gevangenis in Cartagena heeft gekozen, houdt zich keurig aan de opdracht, met een nogal obligaat sociaal getint programma van documentaires, kritische media-analyses, en een uitgebreid participatieproject met lokale gevangenen.


CPS doet alles wat ACAF en tranzit.org in hun tentoonstellingen zeggen te verfoeien, door de kunst wel degelijk ondergeschikt te maken aan van bovenaf opgelegde kritische kaders en missionaire statements. Het collectief toont zich daarin, althans in de ogen van de andere teams, hopeloos ouderwets, want opzichtig lid van de linkse kerk dat vanuit zelfverklaarde morele superioriteit met geheven vingertje iedereen, de lokale geldschieter voorop, te confronteren met de verderfelijkheid van de politieke en economische systemen waarbinnen ze actief zijn.


Is deze met dank aan de eigenzinnige curatorenteams alle kanten op schietende tentoonstelling een mislukking? In communicatief opzicht zeker. Ik begrijp niets van curatorencollectieven die niet in staat zijn samen te werken in een dergelijk omvangrijk en langdurig project. Zoals ik ook niet goed snap hoe een organisatie telkens weer curatoren weet uit te kiezen die niet tot samenwerking in staat zijn, in dit geval met andere collectieven.


Manifesta 8 mag een record aantal op de lokale situatie inspelende projecten herbergen met evenzeer een record aantal participerende Spanjaarden, de tentoonstellingen richten zich vrijwel direct naar binnen, op de eigen internationale kring van artistiek ingewijden en hun gebruikelijke morele ongemak met de productie van dit soort grote kunstmanifestaties die, hoe hard de curatoren dat ook zouden willen ontkrachten, uiteindelijk vooral een lokaal cultuurpolitiek en toeristisch doel hebben.


Typerend in dat opzicht is de theatrale enscenering, naar model van het Britse parlement, die ACAF realiseerde in de entree van hun tentoonstelling in het postkantoor en waar alle deelnemers van hun tentoonstelling op allerlei beeldschermen met elkaar in debat gaan, in plaats van met ons, het publiek.


Buitengesloten kon de toeschouwer zich ook voelen door de grote hoeveelheid hoogdrempelige, kennisintensieve werken, gesymboliseerd door de opname van meerdere archieven, onder andere van het Museum of Contemporary Hispanic Art in New York (1985-1990). Zouden de curatoren werkelijk verwachten dat de toeschouwer zich daarin gaat verdiepen, in een tentoonstelling die al meer dan twee dagen neemt om vluchtig te bekijken?


Ondanks dit communicatieve falen van curatoren die het contact met hun publiek kennelijk verloren zijn, en liever met elkaar (ik bedoel de eigen kring) in debat treden, is er in Murcia gelukkig genoeg goede kunst te zien die, als ik verschillende werken in de tentoonstelling goed begrijp, beter ook gewoon op eigen merites beoordeeld worden, los van elk mogelijk tentoonstellingsconcept. Het is de tentoonstelling gewaardeerd op de manier die de Amerikaanse kunstenaar Wanda Raimundi-Ortiz aangeeft in een grappige video, vertoond in een afdeling van ACAF's tentoonstelling in een museum in de haven van Cartagena. In Amerikaanse straattaal legt ze aan haar 'hood' uit wat een biënnale is: 'It's basically just a bunch of artists who are supposed to be fucking hot.'


Vooral de grotere presentaties van tranzit.org en ACAF in de stad Murcia tellen meerdere goede werken, waarvan opvallend veel zich uiterst kritisch uitlaten over de kunstwereld en zijn biënnalecircus. Een publiekshit tijdens de opening bleek de video The New El Dorado van het Engelse collectief Common Culture, die wordt vertoond in de centrale presentatie van ACAF in het oude postkantoor. Drie potsierlijk verklede figuren in een pseudo-disco setting bediscussiëren met veel grappen en grollen, in passend uitgehold kunsttheoretisch jargon, het idee van een biënnale als economisch vehikel van de politiek.


Tekenend voor de gepresenteerde scepsis is ook het werk van Adela Jusic uit Bosnië, die in een dialoog met zichzelf alle codes van het hedendaagse kunstenaarschap op de hak neemt door de do's en don'ts van de jonge kunstenaar op een rij te zetten, met de in deze omgeving belangwekkende aansproring: 'Trek je niets aan van wat een curator over je werk zegt.'


De verbeelding moet weer aan de macht, zo blijkt de diepste wens van deze biënnale, in ieder geval onder de deelnemende kunstenaars. Min of meer in lijn met de afgelopen Documenta 12 die ook al afstand nam van te veel opgelegde bedoelingen bij het bekijken van kunst, spreekt ACAF over de 'unknown knowns' van de kunst en pleit ervoor te accepteren dat kunst vol raadsels zit. In plaats van te blijven hangen in de platte politieke realiteit van zoveel tentoonstellingen uit de afgelopen jaren, wordt er in Murica volop gezocht naar wonderlijke symbolische ordes, zoals in de fraaie door futuristische mythologie geïnspireerde videowerken van The Otolith Group en Neïl Beloufa, de spotzieke tekeningen van Pablo Bronstein die 1000 jaar islamitische cultuur in Spanje vieren, en de indrukwekkende subtiel maatschappijkritische dans met voluptueuze dames van de Marokkaanse choreograaf Bouchra Ouiguen.


Het topstuk tijdens de openingsdagen was de pre-première van het nieuwe dansstuk van de Franse choreograaf Boris Charmatz, op een grasveld, naast de oude stadsmuur van Cartagena. Terwijl de duisternis inviel, boden 22 dansers een zinderende, complexe voorstelling, waarin iedere danser eenzelfde sequentie van bewegingen uitvoerde, keer op keer, ondertussen mee bewegend op onnavolgbaar veranderende patronen binnen de groep.


De voorstelling was te zien als een subtiel ongemakkelijke representatie van het leven van alledag. Maar ze gaf evengoed zicht op de eeuwig complexe verhouding van het individu en het collectief, van gelijkheid en verschil, dat zich gemakkelijk naar meerdere situaties laat vertalen. Georg Schöllhammer van tranzit.org, dat voor de uitnodiging van Charmatz verantwoordelijk was, kwam na afloop enthousiast op me af en zei dat de dans de perfecte representatie was van de tentoonstelling die ze in Murcia hadden willen maken. Maar je kunt er met evenveel gemak de structuur van deze hele Manifesta 8 in herkennen, zelfs van de hele Europese Unie, waar deze biënnale zo graag de ambassadeur van is.


Door Charmatz begrijp ik ineens waarom Manifesta en de Europese Unie zo van elkaar houden. Beide baseren hun bestaan op een verhouding die zijn dansvoorstelling zo treffend in beeld bracht: samen en toch apart, apart en toch samen. Het is de biënnale als lat-relatie. Zoals de hele Europese Unie er een is van living-apart-together.


Video-installatie van Laurent Grasso, over verdedigingswerken langs de Spaanse kust bij Cartagena.


Installatie van Martin Vondrej.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden