Een claxon die lekker lang nagalmt

In De grasbijter wordt een eenvoudige boer verliefd op een oud-klasgenootje van de middelbare school. De zwijgzame man kan zijn gevoelens moeilijk uiten en in zijn onhandigheid heeft hij geen idee hoe hij, een jongen van het platteland, deze wereldse vrouw mét conservatoriumdiploma voor zich kan winnen - wat hem...

Met dit verhaal uit 2001 debuteerde de inmiddels 32-jarige Jan van Mersbergen. In het boek laat hij vooral de handelingen van zijn hoofdpersoon zien en maakt hij geen gewag van diens gedachten of ideeën. Zonder sentimentaliteit roept hij een beklemmende en prikkelende sfeer op die je nog lang bijblijft.

De macht over het stuur is Van Mersbergens tweede - en opnieuw subtiele - roman. Ook in dit boek gebruikt hij een zakelijke en heldere schrijftechniek om zijn verhaal te vertellen, dat, afgezien van wederom een stille hoofdpersoon, in niets lijkt op De grasbijter.

Ronnie, een jongeman van een jaar of 20, is gek van auto's. Hij houdt van Monza's, Scirocco's en motorgeluid dat brullend weerkaatst wordt tussen de huizen, en van een goede claxon die lang nagalmt. Ronnie woont in een klein dorp en zijn enige vrienden zijn de andere jongens die van auto's houden. Robert, of kortweg Rocco, die een benzinepomp runt en Ed, die op een boerderij werkt. En er was Leon, met de mooiste auto van allemaal. Een 'vinnige oranje Monza' met de zwaarste motor die hij had kunnen vinden.

Met diezelfde auto heeft Leon op een noodlottige avond een ongeluk; in een racewedstrijdje met Ronnie verliest hij de macht over het stuur en raakt hij van de weg. Een vreselijk ongeluk, waar zowel Leon als zijn auto verkreukeld uit tevoorschijn komen; de jongen raakt in coma, de auto is total loss. Eeuwig zonde, zegt de lokale barman over de Monza, 'als hij door de straten reed stonden de glazen te trillen op de bar'.

Ed, Robert en Ronnie zijn verbijsterd. Leon was hun ongekroonde leider en zonder hem zijn ze volledig lamgeslagen. Zelfs de kermis in het dorp, de bandjes die er spelen, kunnen hen niet echt meer boeien. Als hun vriend na een paar dagen sterft, krijgt hun verdriet een wrange bijsmaak door de verwijten van Leons ouders. Zij vinden dat de vrienden Leon niet dronken achter het stuur hadden moeten laten zitten. De jongens zijn moe van onuitgesproken emotie en hangen wat rond op hun vaste parkeerplaats, pratend over motors en de beste kleur voor een auto - 'wie rijdt er nou in een gele?'.

Jan van Mersbergen is in De macht over het stuur niet de grote regisseur, niet de god die naar zijn wil personages kan laten lachen of huilen of zelfs kan laten sterven. Nee, hij gedraagt zich als een toevallige beschouwer en laat zijn personages onbeschermd en schijnbaar ongestuurd achter in hun eigen wereld. Zijn klinische schrijfstijl, eenvoudigweg noteren zonder enig commentaar, geeft het boek een pijnlijke traagheid. Alles wat de jongens doen - en dat is vaak niet meer dan bier drinken en autorijden -, presenteert Van Mersbergen in slowmotion, op de zombie-achtige manier waarop de vrienden ook hun uren slijten. Het verhaal dat de paar dagen na het ongeluk en de dagen na Leons dood beschrijft, beweegt zich stapvoets en met grote voorzichtigheid. Alsof te veel lawaai, te veel gebeurtenissen en emoties, Ronnie wakker zouden kunnen schudden en de onderhuidse woede in hem zouden kunnen losmaken.

Dit laatste gebeurt uiteindelijk toch, als, op een van de laatste pagina's, Ronnies zusje wordt misbruikt door een kermisjongen. 'Hij voelde een geweldige steek in zijn lijf, zijn rug werd tegen de leuning van de stoel gedrukt, in een flits schoot het door zijn hals, naar zijn hoofd, en daar kwam alles bij elkaar.' Maar als dit gebeurt - eindelijk emotie! -, is het boek uit. Welke daden Ronnie aan zijn woede zal verbinden, dat wordt aan de lezer gelaten.

Zoals er veel aan de lezer wordt overgelaten in De macht over het stuur. Nergens wordt duidelijk hoe de hoofdpersonen werkelijk denken over de beschuldigingen van Leons ouders en of ze zelf misschien schuldgevoelens kennen. Veel blijft onbesproken. Het is aan de lezer om de leemtes in de roman op te vullen, maar Van Mersbergen geeft hiervoor wel erg weinig aanwijzingen.

Ronnies karakter blijft eenzijdig en beperkt. Zeker, hij is getroffen door de dood van zijn vriend, maar wat hem, buiten auto's, werkelijk bezighoudt, is onduidelijk. In De grasbijter kon de lezer heerlijk mijmeren over hoe de boer zijn liefde voor Cecile zou uiten of hoezeer deze vrouw hem bezighield, over Ronnie houd je vooral een onbestemd gevoel. Misschien doordat Van Mersbergen hier, in zijn tweede boek, nog méér dan in zijn debuut de gevoelens van zijn hoofdpersoon op de achtergrond houdt en nog minder vertelt over wat er zich in diens hoofd afspeelt. Misschien ook is het het onderwerp. Liefde houdt alle opties open en geeft ruimte voor eigen interpretatie, de dood is onvermijdelijk en definitief. Daar kun je niet makkelijk een eigen draai aan geven. Leons dood is tragisch en geen lezer die daar nog wat van kan maken.

Niettemin is het opnieuw interessant wat Van Mersbergen met zijn zwijgzame personages doet en intrigeert de bijzondere manier waarop hij, voetje voor voetje, zijn verhaal vertelt. Ook in De macht over het stuur vind je prachtige en door hun gebrek aan duiding bijna surrealistische passages. Zoals op de dag van de begrafenis, wanneer de jongens meelopen in de begrafenisstoet en Van Mersbergen de beklemmende stilte met enkele woorden voelbaar maakt. 'Bij de supermarkt bleven de mensen binnen staan. (. . .) Een jongetje stond in het bereik van het oog van de schuifdeur en het kille open- en dichtgaan van de deur was het enige geluid in het dorp.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden