Een choreografie van stationsgedrag

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: Activisme is een dure lifestyle en ook je telefoon checken op Utrecht Centraal kan kunst zijn.

Sharon Houkema, Why Tidy my Exhibition Space When the Whole World is in a Mess? Beeld David Brandt

Schiedam, 9 oktober

Aan mij heeft het milieu niet veel. Ik keten mij niet aan Shell-pompen, dwarsboom geen walvisvaarders, en lig niet op gifspoorlijnen. Ja, de glasbak, dat is een goede bekende. En verder sus ik mijn geweten met kunst.

Ik werd erop gewezen in Schiedam, waar ik in De Ketelfactory (een sympathieke kunstruimte gefinancierd door jeneverproducent Nolet) de solo van Sharon Houkema bezocht. Een kunstenares die mettertijd steeds geëngageerder werk is gaan maken zoals dat heet, wat in de kunst vaak neerkomt op het aankaarten van een vreselijk probleem ver van des kunstenaars bed. Nou, niet bij Houkema. Het engagement zélf, dat werd hier bij de hoorns gevat. Engagement als lifestyle.

Er was een compleet éénkamerappartementje opgetrokken waar de bewoner even een halfje brood was halen blijkbaar: het rommelige bed leek beslapen, het keukentje net gebruikt. Licht gegeneerd begon ik dan maar het interieur te bestuderen, zoals men doet in zo'n geval.

Het kwartje viel snel: hier woonde een milieu-fetisjist die niet van opruimen hield. Die sliep met een ijsbeerknuffel onder een Greenpeace dekbed, zich afdroogde met een dolfijnenhanddoek, zich insmeerde met bio-organic spul en zijn groene theezakjes liet slingeren. Op het nachtkastje lag een stapel groene lectuur, van boekjes over wind- en zonne-energie tot de 'World Changing' gids voor de 21ste eeuw en ookNaomi Klein was in huis. Red de eekhoorn, red de ijsbeer, red het roodborstje zag ik op een enorme verzameling stickers op de kastdeur. De platenkast was gevuld met milieu-reddende muziek, onder meer gecompileerd door het Wereldnatuurfonds. Hoe graag had ik de plaat Rettet Natur opgezet, met liedjes van Joan Baez en Herman van Veen, bien étonnés de se trouver ensemble voor de goede zaak. De bewoner hield ook van bordspellen: Keep it Cool, Hilf der Natur en het ongetwijfeld zenuwslopende No Time to Waste. Het ging maar door met de merchandise van de wereldverbeteraarsindustrie: gewetensussers met een ecokeurmerk.

Op de zolder van de Ketelfactory kreeg deze installatie extra reliëf door een geluidswerk, waarin een stem als een lokkende sirene het einde van de wereld zoals wij die kennen verkondigde. Hier werd duidelijk: geen Greenpeace-theedoekenset had ons ooit van onszelf gered, en dat ging ook niet gebeuren.

Is There Life After Lifestyle? Sharon Houkema. Ketelfactory Schiedam, t/m 8/1.

Utrecht, 12 oktober

Een performance die zes maanden lang, vijf dagen per week, zes uur per dag te bekijken is op het drukste ov-kruispunt van Nederland - nee, werkelijk geen énkel excuus had ik om dit te missen. In het nieuwe stationsgebied van Utrecht Centraal (voor de Starbucks aan centrumzijde preciseer ik maar even, zodat u óók geen excuus heeft om hem te missen) zag ik How Can we Know the Dancer from the Dance van Sander Breure&Witte van Hulzen, in het kader van Public Works: een kunstproject waarin kunstenaars 'zich voor lange tijd aan het station verbinden'. Als ik dat soort dingen lees, denk ik: wat leven we toch in een gaaf land. Met gratis kunst op stations. Enfin.

Van Breure & Van Hulzen ben ik fan, om hun geestige werk dat over menselijk gedrag gaat. Vooruit, óók wel een beetje omdat ze neven zijn. En, nou ja, óók om hun looks - en nu trof ik het: zij waren, een beetje verdekt opgesteld, bezig met een filmopname van de performance. Over hun schouder keek ik mee.

Sander Breure en Witte van Hulzen, How Can we Know the Dancer from the Dance Beeld Tom Janssen

Vier dansers, gekleed in doorsneekleding, voerden een choreografie van stationsgedrag uit: telefoon checken, in tas rommelen, wiebelen, op bord staren, slenteren, veters strikken, in boekje kijken (dit leek me een anachronisme), de lijnen op de tegels volgen. Wachten. En dat alles perfect synchroon. Het viel op en het viel niet op.

Het was wonderschoon. Het stationsgebeuren leek ineens in theaterlicht te baden. Andere passanten werden óók deelnemers. Ze liepen dwars door het kwartet dansers heen, of stonden in een groep te kletsen op armlengte afstand, zonder iets te merken. Anderen waren in verwarring. 'Wat ís dit?', hoorde ik het meest. 'Wanneer begint de muziek?', hoorde ik ook.

Zelf liep ik ook maar eens achter de kunstenaars heen en weer. Ik scrolde opzichtig op mijn mobiel, struikelde over hun snoeren, knielde om een zakdoekje op te rapen dat ik expres had laten vallen en snoot daar luidruchtig mijn neus in. Ze hadden het niet door.

How Can we Know the Dancerfrom the Dance, Sander Breure en Witte van Hulzen, Utrecht CS, t/m 28/10.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden