Een Chinees eiland waar het leven goed is

Het democratische Taiwan heeft zijn zaken een stuk beter op orde dan het postcommunistische China. Dat geldt niet alleen voor het verkeer, maar ook voor de overheidsdiensten....

Het democratische China ligt er mooi bij, bezien vanaf het duizelingwekkende uitzichtpunt op de Taipei 101-toren. Een lichte avondnevel begint de groene heuvels in de verte aan het zicht te onttrekken; rondom de toren – sinds de oplevering in 2003 het hoogste gebouw ter wereld – strekt zich de hoofdstad uit, met brede straten en verhoogde snelwegen.

Voor een stad van vier miljoen inwoners – met bijna net zoveel scooters en auto's – is de lucht van Taipei opvallend schoon. Zeker vergeleken met steden als Shanghai en Peking. Daar braken veel vrachtwagens en bussen nog ouderwetse dieselwolken uit, die zich vermengen met het stof van talloze bouwwerken in uitvoering.

Over van alles lijkt in Taipei beter te zijn nagedacht. De metroperrons zijn breder, de wagons ruimer, de manieren opvallend anders. Op de tegels van het perron zijn vakken geschilderd. En het onvoorstelbare – althans voor wie het gedrang en ellebogenwerk op het Chinese vasteland gewend is – gebeurt: in Taipei blijven passagiers netjes in die wachtvakken staan tot de trein is leeggestroomd. Sterker nog: men houdt op de roltrappen rechts, zodat haastige types efficiënt kunnen passeren. En op straat steken fietsers en voetgangers niet blindelings over, taxichauffeurs zijn een stuk minder asociaal, zelfs de politieauto's houden zich aan de regels. Kom daar in post-communistisch China maar eens om.

Wie een paar dagen in Taiwan verblijft, begrijpt al snel waarom dit land niet staat te springen om gehoor te geven aan de oproepen tot hereniging die de laatste tijd weer luide uit Peking klinken. De 23 miljoen Taiwanezen hebben hun zaakjes een stuk beter geregeld dan die slordige 1,3 miljard andere Chinezen die tweehonderd kilometer verderop op het vasteland wonen. En dan gaat het niet alleen over het verkeer en de omgangsvormen. De opsomming kan moeiteloos worden uitgebreid naar de huisvesting, de zorg, de uitkeringen, de overheidsdiensten en de media: het is allemaal beter, zorgvuldiger, veelzijdiger. De 'afvallige provincie', zoals Peking het eiland voor zijn zuidoostkust sinds de afscheiding in 1949 aanduidt, ligt qua sociale en politieke ontwikkeling straatlengtes voor op 'het moederland'.

China en Taiwan onderhouden al 56 jaar een wonderlijke relatie. Officieel verkeren ze nog steeds op voet van oorlog, maar economisch zijn ze zo innig verstrengeld geraakt dat een oorlog voor beide partijen rampzalig zou zijn. Taiwanese bedrijven behoren tot de grootste investeerders in China. Aan het thuisfront veroorzaakt dat getob , omdat steeds meer banen naar het vasteland verhuizen.

Zoals dat gaat in haat-liefdesrelaties, mogen beide partijen elkaar graag treiteren. Zo speelt Taipei graag met het woord 'onafhankelijkheid'. Peking reageerde onlangs met een anti-afscheidingswet. De barse boodschap: waag het niet ons de rug toe te keren, want dan krijgt je slaag. De Communistische Partij legde opeens de rode loper uit voor haar oude vijanden van de Kwomintang, die nu in Taiwan in de oppositie zitten. Doel: Taiwans liberale president, de 'separatist' Chen Shui-bian, in een hoek drijven en de bevolking rijp maken voor het idee van één China .

Gaat het lukken? Wie het op het uitzichtpunt van de Taipei 101-wolkenkrabber aan jonge Taiwanezen vraagt, krijgt niet die indruk. 'Ik was vorig jaar op bezoek in Shanghai. Wat een stad! Ik wil er graag gaan werken. Maar ik hoef geen Chinees staatsburger te worden. In Taiwan is het beter', zegt de student Andy Lai.

Volgens recent opinieonderzoek willen de meeste Taiwanezen dat Peking hen met rust laat. Slechts 14 procent voelt wat voor hereniging. Een eveneens kleine minderheid voelt voor het andere uiterste: onafhankelijkheid. De status-quo handhaven en de kat uit de boom kijken, dat vindt de meerderheid het verstandigst. 'Laat Peking eerst maar eens hervormen', zegt een bedrijfsjurist in Taipei, die geregeld in China werkt. 'Pas als het systeem daar minder ruw wordt, kun je denken aan vruchtbare samenwerking'.

Dat is even slikken voor de opiniebespelers in Peking, die dachten dat ze aan de winnende hand waren. Chens partij verloor immers vorig jaar bij de parlementsverkiezingen, en China's ouverture naar de Kwomintang leek hem te verrassen. Maar vorige maand verloor de Kwomintang onverwacht de senaatsverkiezing.

De machthebbers in Peking lijken over het hoofd te zien dat Taiwan anders in elkaar zit dan de rest van China. Ze mikken erop Taiwan met een mix van maatregelen – enerzijds dreigen met oorlog, anderzijds paaien met handelsvoordelen en snellere verbindingen – te kunnen inpalmen. Maar de Taiwanezen laten zich niet zo eenvoudig lijmen. Ze kennen inmiddels ruim vijftien jaar (sinds de Kwomintang zijn rechtse dictatuur in Taiwan ophief) een democratische rechtsstaat. Dat heeft een mentaliteit gekweekt waarop de beleidsmakers in Peking maar moeilijk vat kunnen krijgen.

Een mooie illustratie van de mentale kloof is de achtergrond van de leiders van beide China's. Chen maakte alvorens hij president werd in Taiwan naam als politiek activist tegen het Kwomintang-regime. Hij verdedigde als advocaat actievoerders als Annette Lu, zijn huidige vice-president, toen die in 1979 werden opgepakt door de veiligheidspolitie.

Zijn tegenstrever in Peking is een typisch communistische bobo: Hu Jintao stoomde na een studie als ingenieur (waterkracht) gestaag op in de gelederen van de Chinese Communistische Partij. Zijn opstapjes naar het hoogste ambt waren de tegenpolen van het democratisch actiewezen: eerst werd hij partijsecretaris in Tibet, en van 1993 tot 2002 leidde hij de allerhoogste instantie die over de partijdoctrine gaat, de Partijschool van het Centraal Comité.

Op één vlak is Peking wel succesvol: het heeft Taiwan in de internationale politiek weten te isoleren. Slechts een handvol landen – vooral hulpbehoevende dwergstaatjes als Belize en Nauru – willen de regering in Taipei erkennen, uit angst voor de economische macht van Peking. De meeste Chinezen weten weinig van Ta i w a n . Op school en in de media krijgen ze nog steeds ingepompt dat hereniging een heilige plicht is. Over de andere kant van de medaille, dat Taiwan in vele opzichten eigenlijk een lichtend voorbeeld is voor China, wordt gezwegen.

Maar onlangs stond Peking een verrassing toe. Een vooraanstaande staatskrant – de Beijing Youth Daily – mocht aan de vermoeiende retoriek ontsnappen. Onder de kop 'De onbekende kant van Taiwan' werd een genuanceerd beeld geschetst van de samenleving aan gene zijde van de Straat van Taiwan. 'De Taiwanezen zijn eraan gewend te leven in een democratisch systeem. Dat betekent dat democratie voor hun dagelijks leven net zo gewoon is als thee, rijst, olie en zout', betoogde Lung Ying-tai in de krant van de Communistische Jeugdliga.

De auteur is niet zomaar iemand. Lung, opgegroeid in Taiwan en nu werkzaam aan de Universiteit van Hong Kong, geldt als een vooraanstaand intellectueel in de Chinese wereld. Dat ze ruimte krijgt in een belangrijke staatskrant betekent dat ze steun geniet van verlichte geesten in de partijhiërarchie.

Het betekent nog niet dat ze daarmee ook president Hu Jintao aan haar zijde weet. Maar er mag kennelijk gediscussieerd worden.

Lung schetst situaties uit het leven in Taiwan waar de modale Chinees alleen maar van kan dromen. 'Voor een Taiwanees burger zijn regeringsgebouwen toegankelijk. Er staan geen bewakers bij de deur die zijn papieren willen controleren. Als hij voor een document komt, trekt hij een nummertje en gaat hij in de rij staan. Niemand probeert voor te dringen. Aan het loket maken de ambtenaren hem het leven niet zuur. Als de dienstverlening van de overheid hem niet bevalt, kan hij om de vier jaar een ander bestuur kiezen.

'Een Taiwanese burger kan eenvoudig naar het buitenland voor studie of vakantie. Als hij een boek wil uitgeven, is er geen censuur. Als hij informatie wil, kan hij die overal vinden. Hij kan de uitgaven van elke afdeling van de overheid nagaan, als hij dat wil. Bij misbruik worden overheidsdienaren gestraft. Het is voor hem gewoon dat bestuurders kritiek krijgen als ze fouten maken, of zelfs ontslagen worden.

'Hij is eraan gewend dat kranten kritisch commentaar leveren op de regering, vragen stellen aan de leiders en onwettige activiteiten blootleggen, dat politici belachelijk worden gemaakt, worden veracht. Hij is niet bang voor de politie, want de wet beschermt zijn rechten. Hij kan zijn stem laten horen zonder angst voor vergelding. Hij is gewend aan een samenleving waar de rijkdom gelijk verdeeld is, zonder bedelaars en met weinig grote dure auto's .'

Er zijn natuurlijk ook tal van voorbeelden te noemen waaruit blijkt dat Taiwan niet volmaakt is, erkent Lung. Maar waar het om gaat is dat voor de meeste Taiwanezen het verschil tussen hun land en het andere China niet zoiets abstracts is als onafhankelijkheid of hereniging, kapitalisme of socialisme, maar een duidelijke keuze voor een manier van leven die bepaald anders is dan in het door Peking bestierde China.

Het zal president Chen als muziek in de oren klinken, zo'n pleidooi voor een democratisch China. Hu is mogelijk wat minder verrukt. De oud-actievoerder wreef het de ex-chef van de Partijschool vorige week daarom nog maar eens in: 'Vrijheid, democratie en mensenrechten zijn universele waarden. China kan een bedreiging voor de vrede in de wereld worden als het zich ontwikkelt als een irrationeel en ondemocratisch land. Daarom hoopt Taiwan dat China democratische hervormingen doorvoert'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden