Een carrière in zes rollen

De Man van La Mancha 1968

Arnold Gelderman regisseerde de musical De Man van La Mancha, met John Kraaijkamp als Sancho Panza, de steun en toeverlaat van Don Quichot. 'Ik bewaar nog altijd het kaartje dat hij me na De Man van La Mancha stuurde. 'Dank voor alles wat je met en voor me gedaan hebt. Je Kraaij.' Aanvankelijk speelde Lex Goudsmit de rol van Sancho Panza. Maar Lex kreeg de kans van zijn leven: in Londen de hoofdrol spelen in Anatevka. Wie moest hem vervangen? Ik stelde Johnny voor, want die kon zo mooi hoog zingen. Maar Johnny is niet klein en dik als Sancho Panza, zei Guus Hermus, die Don Quichot speelde. Uiteindelijk heb ik iedereen toch kunnen overtuigen. Het was een doorslaand succes. Johnny was niet alleen een geweldig komiek en acteur, hij was ook een prachtige zanger. Hij kon de liedjes een octaaf hoger zingen dan Lex.


Ik had al eerder met John samengewerkt. In Oorlog is zo'n aardig spel bijvoorbeeld, met onder meer Ton van Duinhoven, Pleuni Touw en Adèle Bloemendaal. Johnny zat vol kattenkwaad. Dan zaten we in de bus, op weg naar een optreden, en stapte de chauffeur uit bij een café om naar het toilet te gaan. De motor liet hij draaien. De arme man was nog niet weg of Johnny stapte achter het stuur en reed weg. Het beeld van de chauffeur die honderden meters onze bus achterna rende; het leek wel een Italiaanse film.


Jonathan Witteman


---------------


Johnny und Rijk, jaren zeventig

Televisieregisseur Bob Rooyens haalde Kraaijkamp en De Gooyer begin jaren zeventig over om een Duitse Johnny en Rijk-show te maken. 'Het probleem was: die twee waren op dat moment niet on speaking terms. Het was een heel proces om ze bij elkaar te krijgen. Duitsland was voor hen aantrekkelijk, omdat het een veel groter publiek bood en de financiële mogelijkheden veel groter waren dan in Nederland. Ik organiseerde een bijeenkomst in het Park Hotel in Amsterdam. Johnny en Rijk hadden wel belangstelling, de bedragen die ermee gemoeid waren vonden ze ook wel interessant. Ze hadden ook wel enige jaloerse blikken naar het succes van Rudi Carrell. Dat moeten wij ook kunnen, dachten ze. Het ging nog bijna mis, omdat Kraaijkamp zei: voor dat salaris ga ik niet naar Duitsland. Kraaijkamp heeft toen op een briljante manier over zijn salaris onderhandeld. Ik denk dat hij het bedrag heeft weten te verdubbelen, terwijl het aanvankelijke bod van de Duitse televisie al veel hoger lag dan wat hij in Nederland verdiende.


We zijn toen naar Duitsland gegaan. We woonden in een flatje in Hamburg. Ik regelde een spraakcoach voor John, want wat hij sprak leek op Duits, het klonk als Duits, maar geen enkele Duitser verstond het. Hij kon alle talen imiteren; Zweeds, Spaans, Duits. John en Rijk konden in Duitsland over straat zonder herkend te worden. Dat was voor Kraaij een rare gewaarwording. Hij was stevig katholiek in die tijd. 's Avonds ging hij naar het lof, terwijl Rijk en ik naar feesten gingen. Daarin lag voor een deel ook de frictie tussen Rijk en Johnny. Rijk, de gereformeerde jongen, hing rond in een artistiek milieu. John was de gezelligheidsmens, de familieman. 's Morgens gingen we naar de studio om te repeteren. Met John was het zo: hij kon twee uur repeteren of opnemen, maar daarna was het vol. Maar ik vond dat te weinig, dus gingen we 's avonds ook nog repeteren in hun flat. Dat was een feest. Ze speelden steeds een andere rol. Ik was hun enige publiek.


De reacties in Duitsland waren heel goed. We kregen meteen het verzoek voor een tweede Duitse serie, nu ook voor de Oostenrijkse, Zwitserse, Belgische en Nederlandse televisie. Iedereen was gelukkig, totdat Rijk in een baldadige bui een interview met De Telegraaf gaf waarin hij zei dat hij Duitsland niets vond, dat hij het alleen maar voor het geld deed en dat hij zijn fiets nu eindelijk wel eens terugwilde. Dat stond natuurlijk meteen in Bild. Ze hadden for-tui-nen kunnen verdienen, maar dat was het eind. Een vervolg kwam er niet. Kraaijkamp kwaad natuurlijk. Toen was het tussen hen ook weer een paar jaar over.


Jonathan Witteman


---------------


Arturo Ui, Publiekstheater 1983

Hans Croiset was artistiek leider van het Publiekstheater, het gezelschap waaraan Kraaijkamp in de jaren tachtig verbonden was: 'Ik herinner me Kraaijkamp vooral in Arturo Ui van Bertolt Brecht, onder leiding van van Fritz Marquart, de Duitse regisseur met wie hij het goed kon vinden omdat ze allebei uit een niet-toneel-milieu kwamen. Die eigenwijze, wat stuurse manier van theatermaken, dat sprak hem zeer aan. Hij speelde in dat stuk onder meer de rol van een acteur die Hitler moest leren hoe hij toneel moest spelen. Grandioos. Ik moest op een gegeven moment in Arturo Ui ook een rol opnemen en weet nog dat ik erg onder de indruk van hem was. Maar ook in verwarring, want terwijl wij ons concentreerden en gewoon braaf onze rol speelden, was hij er gewoon; met elke zin die hij sprak, leerde hij ons wat komediespelen is. Na afloop van een van de voorstellingen, vond ik in mijn kleedkamer een briefje van Freek de Jonge. Je moet niet proberen leuker te zijn dan John Kraaijkamp, want dat gaat je niet lukken- of iets van die strekking. Kennelijk had hij mijn verwarring gezien. Alles wat je speelde, ketste af op dat vollemaansgezicht van John, waarin de uitdrukkingen steeds veranderden. Ja, op het podium was hij een ongeleid projectiel, maar dat nam je hem als tegenspeler niet kwalijk, want hij was wel prachtig ongeleid.'


Hein Janssen


---------------


De Aanslag 1986

Acteur Derek de Lint speelde met John Kraaijkamp in De Aanslag, de verfilming van de gelijknamige roman van Harry Mulisch. Kraaijkamp speelde de verzetsman Cor Takes. De film won in 1987 een Oscar. 'Wat me heel erg opviel aan de scènes die we samen deden, was zijn geweldige timing. Daaraan kon je zien dat hij een komiek was, en dus afhankelijk was van zijn timing. Ik herinner me de filmpremière in Tuschinski. Koningin Beatrix zou komen. We stonden klaar in de hal. Een heel gedoe natuurlijk, zo'n ontmoeting. De koningin begon de rij langs te lopen. Plots stapte Kraaijkamp naar voren en zei: 'God, wat zal u een trek hebben in een kopje koffie'. Het ijs was gebroken. Iedereen begon te lachen: de acteurs, de producenten, regisseur Fons Rademakers, maar ook de mensen in de entourage van de koningin. Dat had hij heel goed aangevoeld. De koningin bleek inderdaad bijzonder trek in koffie te hebben.'


Jonathan Witteman


---------------


Het Wijde Land/Schijn bedriegt, Publiekstheater 1987

John Kraaijkamp is als toneelspeler vanzelfsprekend vooral geroemd vanwege zijn hoofdrollen in voorstellingen als King Lear en Jacques de fatalist en zijn meester. Maar ook in kleinere rollen wist hij de aandacht te trekken. Zoals in Het Wijde Land van Arthur Schnitzler, waarin hij de rol van receptionist in een Oostenrijks hotel speelde, waarin veel handelingen zich afspeelden en personages in en uit liepen. Achter zijn desk was hij heer en meester over die scènes - naar hartelust kon hij improviseren, rare gezichten trekken, talmen en treiterig langzaam met een pen spelen. Zijn tegenspelers konden alleen maar toekijken en wachten totdat Kraaij genegen was de voorstelling te laten vervolgen. De receptionist had voor even de macht, en het publiek genoot. Ook mooi: de komediespeler Kraaijkamp en de tragediespeler Ton Lutz samen in Schijn bedriegt van Thomas Bernhard. Twee acteurs, twee tegenpolen, twee stijlen, twee contrapunten - de doener tegenover de denker. Dat moet in het repetitielokaal en achter de coulissen soms crisis zijn geweest, voor het publiek was het onvergetelijk.


Hein Janssen


---------------


Het Zonnetje in Huis, seizoen 5 & 6 1993 t/m 2004

'Het was bijzonder om met John Kraaijkamp samen te werken', zegt regisseur Robin Pera. 'Het is een uniek fenomeen waar ik mee te werken kreeg. Ik was redelijk jong toen ik bij Het Zonnetje in Huis ging regisseren, er zat zo'n veertig jaar tussen, en Kraaijkamp was gewend om meer met leeftijdgenoten te werken. Toch stapte hij gemakkelijk over de generatiekloof heen. Ik heb genoten van onze samenwerking. Hij stond open voor mijn ideeën en dat verraste me in positieve zin. Ik moest het wel écht goed beargumenteren als ik aanpassingen wilde doen, want hij nam niets klakkeloos over. Het enige waar ik me niet mee mocht bemoeien, dat was zijn timing. Maar dat vond ik logisch, zijn timing was zijn kracht.


Ik bewonderde vooral zijn 'muzikaliteit in timing', zoals ik dat noem. Hij kon zinnen op een eigengereide manier brengen, waardoor hij de lachers op zijn hand kreeg. Met ogenschijnlijk flauwe grappen, of zinsnedes met woordgrappen, kon hij een lach bij het publiek opwekken.


Achter de schermen kon hij twee gezichten tonen. Soms was hij helemaal op, hij kampte met suikerziekte, en dan kon hij heel onaangenaam zijn. Maar de andere keer was hij vrolijk en vriendelijk. Op zijn professionele kunnen heb ik nooit enige kritiek gehad.


Ik herinner mij nog een speciale aflevering van de serie, waarin zijn zoon Erik, gespeeld door Kraaijkamp jr. alvast begrafenisteksten voor zijn vader schrijft. Die aflevering was voor John Kraaijkamp heel dierbaar. Dag lieve ouwe, als ik het mij goed herinner. Ik vond die opnames zo bijzonder omdat je weet dat het in de tijd ook echt zal gaan gebeuren. Nu is het dan zover. Die aflevering zal vast veel herhaald worden komende tijd.'


Julia Conemans


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden