Een camera van de spaarzegels

Door Peter BrusseFrans Stoppelman zei Nederland vaarwel na de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-stad. De fotograaf vestigde zich met zijn camera voorgoed in Zuid-Amerika....

Frans Stoppelman, op 23 oktober op 86-jarige leeftijd in Mexico-stad overleden, was een persfotograaf, avonturier en eeuwige optimist die bij de Olympische Spelen van 1968 in Mexico de prijs voor de mooiste kleurenfoto won. Hij is in Mexico gebleven, op zoek naar de rust die hij in Europa maar niet vinden kon.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij als jood naar Zwitserland gevlucht en had er in een werkkamp, Les Verrières, gezeten. Daar maakte hij zijn eerste fotoreportage die nu in het bezit is van het Joods Historisch Museum. ‘Frans was altijd met zijn toestel in de weer. De foto’s hing hij aan de muur en wij konden die kiekjes bestellen’, vertelde een kampgenoot.

Hij was in de Amsterdamse Binnenbantammerstraat geboren. ‘Geen fatsoenlijk mens wilde zich daar vertonen’, zei hij in een interview met Holland Herald. Zijn vader had een bloeiend textielbedrijf. Met de spaarzegels van zeeppoeder kocht hij een Kodak Brownie, maar fotograaf wilde hij niet worden. Hij wilde bij zijn vader in de zaak, maar kreeg na de dood van zijn moeder ruzie met zijn stiefmoeder. Hij liep weg van huis, maakte de school niet af, verrichtte allerlei baantjes en vertrok in 1942 naar Zwitserland. Na een barre tocht kwam hij aan de grens, werd geïnterneerd, maar kreeg de kans om naar de fotoacademie in Lausanne te gaan. Hij bleef na de oorlog als persfotograaf in Zwitserland. Hij wilde niet terug naar Amsterdam.

In 1949 ging hij op goed geluk naar Chili, waar hij jarenlang foto’s maakte van kinderen in zwembaden. Toen Santiago, de hoofdstad, zijn eerste roltrap kreeg, wilde iedereen erop; en door de drukte buitelden groot en klein over elkaar naar beneden. Met zijn gevoel voor bizarre situaties maakte hij er foto’s van die het Amerikaanse Life publiceerde. Het werd zijn internationale doorbraak, hij kreeg grote opdrachten, moest vaak naar Europa en bleef op een reis eind jaren vijftig toch in Amsterdam hangen.

Hij fotografeerde molens, klederdrachten, skûtsjesilen en werd een geziene stamgast van het journalistencafé Scheltema. De Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag vroeg hem docent te worden, maar dat benauwde hem. Hij wilde terug naar Chili, waar hij al zijn spullen, foto’s en archief, had achtergelaten. Maar raakte verzeild in de Cariben, de Dominicaanse Republiek en Jamaica. Hij zwierf er maanden rond, maakte fotoboeken en wist nooit wat de volgende dag zou brengen.

De Olympische Spelen lokte hem naar Mexico (‘Ik was toch in de buurt’). Hij werd, klein en mager, de geliefde fotograaf van judoka Wim Ruska en zijn team van reuzen. Zij haalden grappen met hem uit, stuurde hem de hete woestijn in, maar als een David was hij Goliath steeds te slim af en maakte prachtige foto’s.

Hij bleef in Mexico, reed rond in grote Amerikaanse wagens en de dames vielen voor hem. Hij trok er steeds op uit, won met zijn clownesk optreden het vertrouwen van indianen en ging gewapend met geweer naar opstandelingen in het oerwoud. Hij werkte nooit met een telelens, zocht contact met de mensen.

De laatste jaren ging het minder, hij had geen geld om vrienden in Europa te bezoeken of in Chili te kijken of zijn archief nog bestond. Hij schreef hilarische brieven, bleef vrolijk en zei: ‘In de textiel had ik meer verdiend, maar dit was mijn roeping.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.