Een buiging terwille van de handel

UITERLIJK lijken Taipei en Peking eigenlijk niets op elkaar. Maar toen ik beide steden dezer dagen na elkaar bezocht, proefde ik in alle twee een verbijsterend vergelijkbare stemming....

Wat deze landen allebei nodig hebben is een dosis realisme - een scherpe tik met de meetlat, om precies te zijn -, een medicijn dat waarschijnlijk alleen de Verenigde Staten op dit moment kunnen toedienen.

In Peking leek het wel of iedere Chinese functionaris die ik sprak het had over Senegal, het Afrikaanse land dat onlangs diplomatieke betrekkingen heeft aangeknoopt met Taiwan en dus zijn banden met China heeft verbroken. 'Senegal, Senegal?', vroeg ik dan ongelovig. 'Hoe kan China, een groot land met 1,2 miljard inwoners, zich nu zorgen maken over Taiwans betrekkingen met Senegal?' In mijn ogen was dat tekenend voor de Chinese obsessie met Taiwan en de sluikse bewegingen richting onafhankelijkheid van de Taiwanese president Lee Teng-hui.

In Taiwan bespeurde ik daarentegen een verontrustende kalmte. In weerwil van de Chinese oorlogsspelletjes maakten de Taiwanezen in het algemeen een ontspannen indruk sinds de Amerikaanse Zevende Vloot voor de kust was geparkeerd. De aanwezigheid van de Amerikaanse vloot leek hier zelfs een uitdagende stemming te hebben verwekt - zoiets van 'Wie is er bang voor de grote boze wolf?' President Lee tartte Peking met de woorden: 'Wij zijn geen slapjanus met zwakke voeten'. Niet echt slim.

Amerika kan deze crisis niet via de weg van goed overleg tot een oplossing brengen. Dit is een burgeroorlog, en alleen de inwoners van China en Taiwan kunnen de zaak tot klaarheid brengen. Wat de Verenigde Staten wel kunnen doen, en ook moeten doen, is de stem van de realiteit vertolken, de grenzen van het toelaatbare vaststellen en beide partijen het pad naar de dialoog wijzen.

De Amerikaanse boodschap aan Taiwan moet aldus luiden: 'Jullie economische situatie is opzienbarend veranderd. Jullie politieke situatie is opzienbarend veranderd. Maar jullie geografische situatie is helemaal niet veranderd, en dat zal ook nooit gebeuren. Jullie zijn met 21 miljoen Chinezen en China heeft er 1,2 miljard, en jullie zullen het maar met hun eens moeten zien te worden, want wij zijn niet van plan de Amerikaanse vloot voorgoed voor jullie deur te parkeren. In een atmosfeer van confrontatie met China werkt de tijd niet in jullie voordeel. China kan de spanning zo lang opgevoerd houden dat jullie economisch uitgeput raken.

'Maar in een atmosfeer van verzoening werkt de tijd wel in Taiwans voordeel. Want als China doorgaat in het spoor van de vrije-markteconomie, zal China in de loop der decennia alleen maar meer op Taiwan gaan lijken. Taiwan kan een belangrijke, en profijtelijke, rol spelen bij die transformatie.

'Als jullie verkiezingen volgende week eenmaal voorbij zijn, zal China goed opletten wat jullie te zeggen hebben. Maak dan eens een gebaar om de Chinese angst te sussen dat Taiwan streeft naar een diplomatieke identiteit die neerkomt op volledige onafhankelijkheid, voorgoed. Zeg maar dat president Lee ''geen plannen'' heeft om een bezoek te brengen aan de Verenigde Staten, en dat Taiwan ''geen haast'' heeft met het lidmaatschap van de Verenigde Naties. En bied dan maar aan om de dialoog te hervatten.'

De Amerikaanse boodschap aan China zou als volgt moeten luiden: 'Wij begrijpen best dat jullie reden hebben tot bezorgdheid over de toekomst van Taiwan, maar houd je een beetje in. Je kunt niet de hele buurt overhoop schieten. Als jullie een oorlog beginnen om Taiwan, wordt iedere kans om je te ontwikkelen tot een economische wereldmacht voor een hele generatie de bodem in geslagen.

'Jullie zeggen dat je met Taiwan wilt worden verenigd, maar zoiets kun je niet forceren. De inwoners van Taiwan zullen zich alleen vrijwillig met China verenigen als ze zien dat jullie je eigen bevolking en de mensen in Hongkong behandelen op een manier die hun aanspreekt. Als de verkiezingen in Taiwan straks voorbij zijn, moeten jullie maar zeggen dat China ''geen plannen'' heeft voor nog meer militaire exercities bij Taiwan. En bied dan maar aan de dialoog te hervatten.'

Maar al kunnen buitenstaanders de voorwaarden scheppen, het zijn de hoofdrolspelers die de kern van de zaak moeten regelen. Er is nog altijd ruimte voor de hoop dat hun gemeenschappelijke cultuur het zal winnen van hun politieke verdeeldheid. Zoals de vooraanstaande Taiwanese schrijver Antonio Chiang me zei: 'Al deze mensen zijn Chinezen'. Ze mogen het op veel punten met elkaar oneens zijn, hun gemeenschappelijke cultuur vertoont een sterke onderstroom van pragmatisme - van het zoeken naar mogelijkheden om te buigen, terwille van de stabiliteit en de handel.

Dat is de manier waarop China en Taiwan tot nu toe met elkaar zijn omgegaan. Elkaar erkennen doen ze niet, maar de zakenlieden van Taiwan hebben 24 miljard dollar in China geïnvesteerd. Dat is gepaard gegaan met de nodige subtiele buiginkjes, knipoogjes en knikjes. En dat is precies wat we op dit moment nodig hebben.

'De Chinezen hebben een spreekwoord', zei Antonio Chiang: 'Als de berg niet wil buigen, dan buig je de weg, en als de weg niet wil buigen, dan buig je zelf. Hoe dan ook, we vinden altijd een uitweg.'

Thomas L. Friedman

The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden