Een bruikbaar vluchtadres in België

Nederlandse judoka's kennen in eigen land geen topcompetitie, daarom zoeken ze hun heil in de Belgische interclub competitie. JC Koksijde zette zaterdag in drie van de vijf gewichtsklassen Nederlandse judoka's in en werd kampioen....

DE EERSTE keer dat Françoise Harteveld de sporthal binnenliep, gonsde het van de opwinding op de - voornamelijk door judoka's bevolkte - tribunes. Nu, drie jaar later, is ze al lang geen curiosum meer als in Eisden de tweede wedstrijddag van de Belgische interclub competitie voor vrouwen wordt gehouden.

Steeds meer Nederlandse (top-)judoka's nemen deel aan de Belgische competitie. Edith Bosch, in mei van dit jaar tweede bij de EK, Tamara Meijer, maar ook mannen als Ruben Houkes, Jason Jones en Lars Huizinga kiezen voor de lucratieve competitie dicht over de grens. Bij JC Koksijde, de club van Bosch, Meijer, Harteveld en Huizinga, ontvangen de Nederlandse judoka's 250 euro per competitieronde. Maar de vergoedingen kunnen oplopen tot zo'n 700 euro.

`Alle beetjes zijn meegenomen sinds ik weer op mezelf woon', zegt Edith Bosch, tot voor kort de vriendin van olympisch kampioen Mark Huizinga. De financiële bijdrage, hoewel gering, was niet de enige reden om aan het verzoek van voorzitter Eddy Pauwels te voldoen. De wedstrijden zijn een welkome training in de aanloop naar de Nederlandse kampioenschappen volgende maand.

`Sinds de EK heb ik alleen nog aan de Europa Cup meegedaan, en toen was ik na tien seconden al klaar. En daar heb je dan twaalf uur voor in de bus gezeten. In Nederland zijn er verder nauwelijks mogelijkheden om te oefenen. Het niveau is hier in België misschien niet al te hoog, maar ik kan op deze manier wel wat dingen uitproberen', aldus Bosch.

Achteraf valt dat tegen. De eerste tegenstandster, van Eindhout, zet ze binnen een paar seconden in een beenklem. De tweede laat zichzelf al snel op de rug rollen en tegen Nazareth velt Bosch haar opponente binnen enkele seconden met een beenworp. Alleen in de laatste partij krijgt Bosch een 'rollertje' tegen wanneer ze net iets te lang wacht met de eerste actie. Het blijkt een formaliteit. Ook Opglabbeek wordt op de rug gelegd.

En dan heeft Bosch nog mazzel. De imposante gestalte van Françoise Harteveld alleen is vaak al voldoende voor de tegenstandster om te capituleren. Twee keer wint Harteveld de partij zonder in actie te hoeven komen. Als haar openingspartij in een gelijke stand eindigt, kan de tegenstander haar geluk niet op.

Het grote verschil tussen de top en de subtop is volgens vrouwenbondscoach Marjolein van Unen de reden waarom in Nederland geen competitie wordt gehouden. Te weinig clubs kunnen een volwaardig team op de been brengen. `De NK zijn al niet eens sterk bezet. Bovendien hebben de toppers een druk internationaal programma. Dit jaar is het rustig, maar volgend jaar zitten we alweer in de voorbereiding naar de Spelen en dan zal ik niemand aanmoedigen om in de competitie uit te komen', aldus Van Unen.

Behalve de extra belasting voor de toppers ziet Cor van der Geest, bondscoach bij de mannen, wel degelijk voordelen bij een clubcompetitie in eigen land. `Ik hink op twee gedachten. Het is ontzettend leuk voor die jongens, dat zie je wel als wij aan de Europa Cup deelnemen. En de judoka's krijgen meer aandacht in de media.'

Van der Geest onderkent tegelijkertijd de problemen van periodisering van de topjudoka's en het gebrek aan volwaardige teams bij kleine clubs. Volgens Bosch is dat te verhelpen. `Ik kan zo zes clubs opnoemen (Mahorokan, Jan de Rooij, Kenamju, Rotterdam Olympic, Bijsterbosch, de Mattenkloppers) die wel een team op de been kunnen brengen.'

De opzet van de Vlaamse interclub competitie voor vrouwen, waar in vijf gewichtsklassen (bij internationale toernooien acht) in maar liefst drie afdelingen wordt gestreden, stelt haar in het gelijk. De eerste afdeling bestaat uit twaalf ploegen, de tweede uit twee groepen van tien en de derde uit nog eens negen ploegen. Met 240 clubs is de Vlaamse bond veel kleiner dan Nederland met 850 clubs.

Bosch: `Dus dat moet in Nederland zeker kunnen. Zo'n competitie, al is die maar over twee dagen verdeeld, heeft veel voordelen. Voor de toppers is het een mooi trainingsmoment en voor de aanwas van junioren zou het goed zijn als ze de mogelijkheid krijgen zich met de top te meten. Bovendien zijn er best tegenstanders van wie ik zou kunnen verliezen.'

De mixcompetitie, de enige clubcompetitie die in Nederland wordt georganiseerd, is voornamelijk bedoeld voor de subtop. Bovendien wordt daar maar in enkele gewichtsklassen gestreden. En dus wijken de toppers steeds vaker uit naar de Belgische competitie.

Tot vreugde van trainer Roelant de Croo van Koksijde, met 203 leden een kleine club. `We hebben zelf geen zwaargewichten bij de club, dus die moeten we van buiten halen. En onze judoka's doen op deze manier veel ervaring op. '

De kritiek, vooral van clubs die niet over voldoende middelen beschikken om dure judoka's uit Nederland te halen, is echter groot. Clubgevoel en teamgeest zijn ver te zoeken bij JC Koksijde. `Dat geef ik eerlijk toe', zegt Bosch. `Ik ben een individueel ingestelde sporter.'

Contact met de overige judoka's en met de coach is er nauwelijks. Het prolongeren van de titel is met de grote Nederlandse inbreng bijna een formaliteit. `We zeggen niet zo veel. Ik doe mijn partijtjes, incasseer het geld en ga weer naar huis. De trainer coacht wel wat vanaf de kant, maar ik hoor hem nauwelijks op de mat.'

Dat is bij Bosch ook niet nodig. Het niveauverschil is veel te groot. `Ik wil niet arrogant zijn, maar ik heb wel eens iemand in de houdgreep en die laat ik expres los, omdat de partij anders zo snel is afgelopen', zegt Bosch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden