Opinie

Een Brexit brengt de Britten geen exit

De Britten krijgen pas echt last van de EU als ze komende maand voor een vertrek kiezen.


Boris Johnson op zijn Brexit Battle Bus Tour, 17 mei.Beeld getty

Je kon erop wachten. Boris Johnson, Churchill-biograaf en beoogd Brits premier, heeft namens het 'Brexit-kamp' op de Hitlerknop gedrukt. Dat kun je smakeloos noemen, maar het behoort tot het vaste repertoire van de Britse europhobes om de EU als opvolger van de Duitse veroveringsplannen van Europa te zien. Het is hun idee-fixe.

In die zin hoort Hitler bij Engeland zoals de Kaiser tot de Eerste Wereldoorlog het neefje van Queen Victoria was. De Britten hebben met de hulp van anderen twee wereldoorlogen gewonnen, maar ze hebben na 1945 hun wereldrijk verloren, en dat zullen ze de Duitsers eeuwig kwalijk nemen.

Die folklore is inmiddels een groter probleem voor de Britten dan voor de Duitsers, die niet uit Europa kunnen omdat ze nu eenmaal op het hart van het continent liggen. Als de Duitsers hun eigen weg gaan, blazen ze meteen heel Europa op. Groot-Brittannië is een eiland en heeft een optie tussen wel of niet meedoen met de EU. Die keuze is geen luxe, maar een vloek.

David Cameron dacht de kwestie voor minstens veertig jaar de wereld uit te krijgen door er een referendum over uit te schrijven, maar die kans is klein. In 1975 zeiden de Britten 'yes' tegen de EEG, toen als Common Market aangeduid, en als ze nu 'no' tegen de European Union zeggen kun je er donder op zeggen dat de Europese kwestie als Januskop terugkeert. En sneller dan binnen veertig jaar, want anders dan het 'no-kamp' denkt, brengt een Brexit geen exit. Sterker, de Britten krijgen pas echt last van de EU als ze komende maand voor een vertrek kiezen.

Dat kan op twee manieren. Ofwel een Brexit vormt het begin van de ontrafeling van de EU, wat de eurosceptici in landen als Frankrijk en Nederland hopen. Dat is niet helemaal ondenkbaar, want een Brits vertrek doorbreekt de magie van de Europese eenwording als 'onomkeerbaar' proces en maakt geesten wakker die beter in de fles kunnen blijven.

De crisis waarin Europa dan belandt, zal ook Groot-Brittannië raken, misschien niet zo fataal als in 1914 en 1939, maar de Common Market waar de Britse eurosceptici als negentiende-eeuwse vrijhandelsadepten toegang toe hopen te verkrijgen is er dan niet meer. Hun campagne om de EU te beschadigen is dan zo succesvol, dat het kind met het badwater wordt weggegooid en ook Brittannia verdrinkt.

Dat is wellicht te pessimistisch en onderschat de kracht van het integratieproces. De euro is er ook nog steeds, ondanks een eurocrisis die al zes jaar duurt en het feit dat de Britten niet aan de euro meedoen. Waarschijnlijker is dat de EU haar tanden laat zien en de Britten een prijs gaan betalen als zij zichzelf buitensluiten. Niet alleen krijgen zij opnieuw met Brussel te maken als zij over de toegang tot de Gemeenschappelijke Markt in onderhandeling gaan, maar zij moeten op allerlei andere terreinen ook nog met zevenentwintig andere lidstaten bilaterale verdragen sluiten. Tel uit je winst. De EU is als blok veel aanweziger wanneer je er niet aan deelneemt dan wanneer je dat wel doet.

Eigenlijk zijn de Britten zelf al het bewijs voor die stelling. Aan de euro en Schengen, de zaken die Europa het meest zichtbaar maken, doen zij niet mee. De kracht van de Gemeenschappelijke Markt merk je pas als je erbuiten staat. Premier Cameron heeft gelijk als hij stelt dat de Britten in de beste van twee werelden leven. Maar legt dat maar eens uit binnen een Conservatieve Partij die met Sir Winston Churchill en Lady Margaret Thatcher twee boegbeelden in huis heeft waarvan het grote publiek denkt dat zij de dreigingen van het Europese continent buiten de deur hielden.

Tegen zulke beeldvorming legt elke realiteit het af, ook als we weten dat Churchill voor de Europese eenwording was (met Groot-Brittannië erbuiten) en Thatcher in 1985 voor de European Single Act (om pas later te begrijpen dat die verder ging dan zij voor wenselijk hield). Churchill en Thatcher representeren de Britse ambivalentie tegenover Europa, waarbij de Britten wel hun oorlogen wonnen, maar nooit de Europese vrede waar het werkelijk om gaat.

Waar voor de meeste EU-staten de euro en de Schengenzone allang realiteit zijn, is Europa voor de Britten nog steeds een idee. Een idee-fixe type Hitler, een spookbeeld dat je steeds weer kunt aanroepen als Europa te machtig wordt, of een wereldvreemde utopie waar je de draak mee kunt steken omdat al die praatshows in Brussel nergens toe leiden (maar blijkbaar wel de soevereiniteit van Westminster uithollen).

Tegen zo'n idee, dat tussen de oren zit, kun je niet vechten, zo'n idee moet je uitdrijven. Een Brexit is nergens goed voor, het is een dwaalweg die steeds weer tot nieuwe confrontaties over Europa leidt. Maar een Brexit zou de Britten er wel van kunnen overtuigen dat er ook voor hen geen nationale ontsnappingsroute meer is.

Dirk-Jan van Baar is historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden