'Een brave jongen is Erwin nooit geweest'

Cornald Maas in gesprek met Lida Springveld (72), voormalig naaister, uit Hoevelaken, moeder van fotograaf Erwin Olaf (46)...

'Dat Erwin zichzelf ooit bloot fotografeerde, mét erectie, dat hoefde van mij niet zo. Ik hou niet zo van foto's met blote piemels, die zijn me te heftig. Maar van ander werk geniet ik wél - net als zijn beide broers Jos en Ron, die trots op hem zijn maar niet met hem te koop lopen, en net als zijn vader, die vijf jaar geleden overleed. Niet dat hij alle foto's van Erwin onder ogen kreeg, sommige hield ik een beetje voor hem weg. Mijn man hield vooral van de reclamefoto's die Erwin maakte. Kijk, hier hangt er nog altijd een aan de muur, van Heineken - daar keek hij altijd graag naar.

De laatste tijd zijn Erwins foto's minder schokkend. Vaak denk ik: hoe is het mogelijk dat een kind van mij dit heeft verzonnen, hoe kan het dat hij zulke prachtige dingen maakt? Hij moet zich goed kunnen inleven in andere mensen, anders lukt je zoiets niet.

Ik weet dat Erwin zegt dat hij dat creatieve van mij heeft. Hij beweert zelfs dat ik mooie aquarellen maak. Maar dan overdrijft hij toch. Wel ben ik altijd creatief geweest met naaiwerk. Wat ik zie kan ik zó kopiëren. Bracht Erwin een lap goedkope ribfluweel mee, maakte ik er een bandplooibroek van. Of uit een oude postzak een jack met mouwen van spijkerstof.

Erwins achternaam, Olaf, is eigenlijk zijn tweede voornaam. Die heb ik heel bewust gekozen. 'Edele zoon' betekent het, 'koningszoon', opgezocht in een Zwitsal-boekje waarin namen werden verklaard. Misschien was het een voorteken, die naam, of misschien keek ik toen al door een roze bril naar hem.

Doordat hij niet, zoals ik wel, Springveld heet, realiseren mensen zich vaak niet dat hij mijn zoon is. Kwam er hier iemand van de thuiszorg, zag hij al die foto's van Erwin, vroeg hij wat ik in hemelsnaam met hem had. Stomverbaasd was hij toen ik hem uitlegde hoe het zat. Hij bleek een groot bewonderaar. Laat het stofzuigen maar zitten, heb ik gezegd. En we zijn samen, op de bank, een glas limonade in de hand, naar clips gaan kijken die Erwin heeft gemaakt.

Als kind was Erwin al anders dan de rest. Zijn broers waren de voetballers. Die speelden graag buiten. Hij was veel zachter, hing altijd erg aan mij - als mijn man een harde stem opzette deed hij zijn handjes voor zijn oren. Erwin zat hele dagen te tekenen en spelletjes te bedenken. En met een klein toestelletje maakte hij toen al foto's - van Russische poppetjes, van het wasgoed dat aan de waslijn wapperde. Over een grote fantasie heeft hij altijd beschikt.

Op school was hij niet zo happy, maar dat hield hij verborgen. Kinderen in de klas, boerenjongens vaak, pestten hem omdat ze eerder doorhadden dan ik dat hij afweek - een moeder als ik denkt alleen maar: het is een hartstikke lieve jongen. Toen hij mij, op zijn zeventiende, vertelde dat hij homoseksueel was, hebben we eerst samen een potje zitten janken. Mijn man was op dat moment in de voetbalkantine. Ik ben hem gaan halen en Erwin vertelde het ook hem. Ik zal nooit vergeten hoe mijn man reageerde, het zijn drie woorden die ik hem altijd in dank zal afnemen: 'Nou en, jongen.'

Niet dat het contact tussen vader en zoon altijd even goed verliep. Erwin heeft heus wel strijd gevoerd. Maar met het vorderen van de jaren kwam ook de wijsheid. Mijn man was vanaf 1985 lichamelijk gehandicapt, hij is uiteindelijk aan de gevolgen van suikerziekte en een beroerte overleden. Vooral de laatste jaren brachten ze steeds meer respect voor elkaar op. Zijn overlijden heeft zeker invloed op Erwin gehad. Mijn man had een eigen zaak in kantoorbenodigdheden. Erwin zegt nu wel eens dat hij, in elk geval toch in zakelijk opzicht, zijn klankbord kwijt is.

Drieëntwintig jaar was Erwin samen met Teun, een schat van een jongen. Maar ze hadden zo vaak ruzie dat ik ze wel eens vroeg waarom ze nog bij elkaar bleven. Ik herinner me dat we voor Erwins verjaardag uit eten gingen in de Amsterdamse Jordaan, en dat het weer eens uit de hand liep. Erwin was naar Parijs geweest en volgens Teun had hij daar allemaal mannen ontmoet. Erwin werd boos, ging weg om geld te pinnen, en Teun zei tegen mij: 'Die zoon van jou, die deugt niet.' Dat ging me te ver. 'Jij moet je mond houden', zei ik, 'als er één ontrouw is, ben jij het.' Teun ook boos weg, zat ik daar moederziel alleen in een restaurant, om half één 's nachts.

Erwin heeft nu een nieuw vriendje, geloof ik - hij vertelt me natuurlijk niet alles. Een brave jongen is hij nooit geweest. Ik ben best wel eens bang geweest voor drugs. Gelukkig heeft Erwin ze nooit in die mate gebruikt dat ik er wakker van moest liggen, en is hij geen junkiegedrag gaan vertonen - dat zou ik heel erg hebben gevonden. Wat ik uiteindelijk vooral in hem bewonder: dat hij zijn leven in vrijheid leidt, en altijd zijn eigen gang is gegaan. Of wij het nou mooi vonden of niet wat hij maakte, hij is altijd zichzelf gebleven. Ik hoop dat dat nog lang zo blijft.

Zeker weten doe ik dat niet: in 1996 werd er bij hem long-emfyseem geconstateerd. Erwin zegt steeds dat hij er vrede mee heeft dat hij zijn zestigste misschien niet zal halen. Ik zou daar niet zo rustig mee om kunnen gaan. Binnenkort krijgt hij nieuwe medicijnen. Ik heb er een hard hoofd in of ze zullen aanslaan. Ik gun hem de genezing, maar ik mag al blij zijn als het niet erger wordt. Een groot verdriet is het, al met al. Ach, is je kind over de veertig, maak je je nóg ongerust. Je taak als moeder zit er nooit op.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden