Een brand met een geweldige impact

Morgen is het een jaar geleden dat Chemie-Pack in Moerdijk door brand werd verwoest. Is de veiligheid op het industrieterrein sinds die catastrofe wezenlijk verbeterd? Dorpsbewoners hebben hun twijfels.

MOERDIJK - Vanuit zijn woonkamer kon oud-brandweerman Ad Vermeulen, precies tussen de huizen van zijn overburen door, de vuurballen zien opstijgen. Kort daarvoor had een medewerker van Chemie-Pack een gasbrander ontstoken om met open vuur een bevroren pomp te ontdooien van een leidingensysteem waardoorheen brandgevaarlijke stoffen vloeiden. Geheel in strijd met de meest basale veiligheidsvoorschriften, maar volgens het Openbaar Ministerie conform de mores bij het inmiddels failliet bedrijf.


'De verlening en handhaving van vergunningen, de communicatie, de veiligheid, de brandbestrijding, de nasleep, alles rond die brand was onprofessioneel', zegt Vermeulen.


Brandweerlieden die vol in de rook stonden zonder dat zij persluchtmaskers droegen, die met hun blote handen in het chemisch verontreinigd bluswater roerden en soms besmette brandslangen gewoon weer op de wagen rolden - waar die ter plekke hadden moeten worden vernietigd. Ambulancemedewerkers die zo dicht bij de brand stonden dat ze de druk van de explosies voelden. Omstanders en politieagenten die met hun neus boven de vergiftigde afwateringssloten hingen. Het totaal ontbreken van een ontsmettingsprocedure: met chemicaliën verontreinigde kleren en schoenen die gewoon mee naar huis werden genomen en door ambulancemedewerkers zelfs werden gedragen tijdens hun aansluitende dienst. Brandweerlieden, hun regiocommandant incluis, die de dag na de brand voor de poort van het uitgebrande Chemie-Pack in de motregen koffie dronken en broodjes aten, terwijl aan hun voeten en in de omringende sloten een gigantische massa met chemicaliën verontreinigd bluswater lag uit te dampen. 'Neerslaande stoffen konden zo op de consumpties terechtkomen', noteerde de Arbeidsinspectie in haar vernietigende onderzoeksrapport. Sommige brandweerlieden namen niet eens de moeite hun handen te wassen alvorens ze gingen schaften. Als er al langetermijneffecten zijn voor hun gezondheid, zullen die zich mogelijk pas over jaren openbaren.


Ad Vermeulen zag het allemaal gebeuren. 'Ik heb een brandweerofficier aangesproken. Ik zei: waar zijn jullie mee bezig? Ik werd weggevloekt.'


Als lid van de dorpsraad is Vermeulen in het voorbije jaar regelmatig bijgepraat door de burgemeester van Moerdijk over de bestuurlijke maatregelen die een herhaling van de gemaakte fouten moeten helpen voorkomen. Hij is er niet gerust op. 'Het gaat allemaal te traag. Uiteindelijk is het toch altijd weer een kwestie van geld.' Hij kent mensen die zijn weggetrokken uit het dorp, omdat ze zich er niet langer veilig voelen. Ook hij heeft een reusachtig Te Koop-bord aan zijn gevel, evenals zijn buurman, maar zijn verkoopplannen hebben volgens hem niks te maken met Chemie-Pack.


Hij zegt: 'Overheid, doe je werk nou eens een keer, zodat wij hier in relatieve veiligheid kunnen leven. Wij zijn hier in de dorpskern altijd heel tolerant geweest ten opzichte van het industrieterrein - redelijk veel Moerdijkers verdienen er hun brood - maar we zijn dit keer toch wel een beetje geschrokken.'


Panoramisch beeld

Alles wat ook maar enigszins gevaar met zich meebrengt, komt in Moerdijk samen. Het industriedorp is een knooppunt in het transport van gevaarlijke stoffen over de snelwegen A16 en A17, het spoor, over het water via de Volkeraksluizen en ondergronds via buisverbindingen met de havens van Antwerpen en Rotterdam. Het industrieterrein telt vierhonderd bedrijven, waarvan er zeventien vallen onder het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO), de gevaarlijkste categorie bedrijven die Nederland kent.


Vanaf de westelijk gelegen Haringvlietbrug oogt industrieterrein Moerdijk, gedrapeerd langs de boorden van het Hollands Diep, het indrukwekkendst. Met dat panoramisch beeld voor ogen is het nauwelijks voorstelbaar dat dit industrie- en havengebied, met zijn grote concentratie van gevaarlijke stoffen, geen brandweerkazerne heeft. Pas onlangs is er in een gehuurde ruimte een tijdelijke brandweerpost ingericht, in afwachting van een meer permanente oplossing.


'Het is inderdaad opvallend dat de brandweerzorg op het industrieterrein bij de start van 2011 nog altijd niet goed geregeld was. Dat had niet gemogen', zegt Jan Mans, burgemeester van Enschede ten tijde van de vuurwerkramp. Luttele weken na de brand en het daaropvolgende gedwongen vertrek van de Moerdijkse burgemeester Wim Denie werd Mans voor de duur van acht maanden in Moerdijk aangesteld als waarnemend burgemeester.


Meteen al bij zijn entree zag Mans dat 'een heleboel dingen' op een andere manier moesten worden georganiseerd. Hij sprak uitgebreid met de verstoten burgemeester Wim Denie. 'Het trieste is dat je als burgemeester bij zo'n ramp ineens al die camera's op je gericht krijgt, en als je de dingen dan niet helemaal brengt op de manier zoals het volgens de heersende opinie zou moeten, ontstaat al gauw het beeld dat alles wat je doet en in het verleden gedaan hebt, verkeerd is. Maar goed, dat hoort wel bij het vak van burgemeester.'


Na zijn aftocht uit Moerdijk verhuisde Denie naar Limburg. Hij wenst geen commentaar te geven.


Te versnipperd

In haar rapport De tijd is rijp uit 2008 concludeert de de commissie-Mans - vernoemd naar voorzitter Jan Mans - dat de handhaving van en het toezicht op veiligheid in Nederland te versnipperd is. Honderden instanties zijn er verantwoordelijk voor. 'Je moet de deskundigheid meer concentreren', zegt Mans ook vandaag nog.


En je mag nooit concessies doen aan de veiligheid. Het economisch belang van gemeenten, provincies en regio's - die baat hebben bij een gezond lokaal bedrijfsleven - kan botsen met een strikte handhaving van de vergunningsvoorschriften. 'Vooral in kleinere gemeenschappen zijn de relaties sterk ontwikkeld', zegt Nico van Mourik, algemeen directeur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. 'Ambtenaren, politieke bestuurders en medewerkers van bedrijven ontmoeten elkaar ook op de tennisclub. Je kunt als overheid heel veel begrijpen, maar je hoeft niet altijd begrip te tonen.'


Zo constateerde de commissie die begin 2011 - wederom onder voorzitterschap van Jan Mans - onderzoek deed naar de handhaving van de vergunningen bij fosforfabriek Thermphos in Vlissingen-Oost dat de provincie Zeeland te veel 'meedacht' met die fabriek. Klachten over de uitstoot door Thermphos van stinkende stoffen, zware metalen en dioxines bleven daardoor te lang steken op ambtelijk niveau, waarbij de commissie-Mans ook nog eens vaststelde dat de provincie onvoldoende kennis had van toxische stoffen.


In Moerdijk zag Mans dezelfde patronen terug, weliswaar in iets minder sterke mate. 'Een bedrijf wordt bezocht, er worden fouten geconstateerd en vervolgens bestaat de neiging te luisteren naar het bedrijf als dat zegt dat het dertig dagen nodig heeft om de geconstateerde gebreken te herstellen. Het antwoord van de overheid moet dan zijn: nee, u moet het meteen regelen.'


De brand bij Chemie-Pack, die de gemeenschap 71 miljoen euro heeft gekost (waarvan 60 miljoen vanwege milieuschade), heeft volgens Nico van Mourik op bestuurlijk niveau 'een geweldige impact' gehad. 'We kregen in augustus een keurig onderzoeksrapport van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid over de brand bij Chemie-Pack, maar de vraag bleef: wie handhaaft nu de veiligheid, wie heeft de regie? Je moet een tafel organiseren waar alle verantwoordelijke partijen elkaar fysiek ontmoeten. Dat doen we nu.'


De trend is dat de overheid bezuinigt en terugtreedt en meer eigen verantwoordelijkheid verlangt van burgers en bedrijfsleven. Dat levert een 'spanningsveld' op, constateert Van Mourik. 'Elke keer blijkt dat je niet te gemakkelijk een beroep kunt doen op de eigen verantwoordelijkheid. Als je onaangekondigde controlebezoeken doet bij bedrijven met een hoog risicoprofiel, tref je er andere dingen aan dan wanneer je er aangekondigd langs gaat. Het bewijst des te meer dat je er als overheid boven op moet blijven zitten.'


Chemische op- en overslagbedrijven, zoals Chemie-Pack, leiden als gevolg van de recessie nu een marginaal bestaan, zegt Van Mourik. 'Als de omzet terugloopt, is de veiligheidszorg niet altijd hun eerste prioriteit. Bij de vrijwillige brandweer is de kennis van chemische stoffen ontoereikend. Ik kan mij de zorgen van de bewoners van Moerdijk heel goed voorstellen. Ik heb wakker, echt wakker gelegen van wat er vorig jaar op het industrieterrein van Moerdijk is gebeurd. Als daar morgen iets vergelijkbaars gebeurt en de brandweerzorg en het toezicht zijn niet structureel verbeterd, is er sprake van verwijtbaar gedrag. En dat begint dan niet bij mijn organisatie, maar bij mij persoonlijk.'


Maximale aandacht

Of het nou de chemiebrand bij Chemie-Pack is, de vuurwerkramp in Enschede, of de fatale cafébrand in Volendam, na elk groot incident verschijnen er meerdere onderzoeksrapporten - over enkele weken volgt over Chemie-Pack nog het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid - en na elk groot incident is er maximale aandacht van de politiek. Verantwoordelijke bestuurders nemen zich berouwvol voor in het vervolg alerter te zijn. Pakweg een decennium later blijken de pijnlijke lessen en goede voornemens vaak toch weer verdampt als zich een nieuw groot incident voordoet.


Belangrijke fouten bij de brandbestrijding in Moerdijk werden elf jaar eerder al gemaakt in Drachten, toen brandweerlieden eveneens zonder persluchtmaskers in de rook stonden van het brandende afvalverwerkingsbedrijf ATF. Jaren na de brand kampte een aantal van hen als gevolg daarvan nog met gezondheidsklachten.


De alertheid van de overheid maakt golfbewegingen, constateert ook Jan Mans. 'Na een incident zie je een heftige piek, en dan ebt het langzaam weer weg. Dat is de menselijke factor die je moeilijk kunt hanteren.'


Ruïne

Het terrein van Chemie-Pack oogt intussen nog altijd alsof het vorige week is verwoest: door de hitte verbogen metalen dakspanten, half overeind staande muren. Waar nu een ruïne staat, zal straks industrie terugkomen, verzekert de huidige burgemeester Jac Klijs. Na de boven- en ondergrondse sanering wel te verstaan. Die operatie zal volgens hem nog wel een paar jaar in beslag nemen.


Het aantal BRZO-bedrijven op industrieterrein Moerdijk gaat de komende jaren sowieso met een kwart toenemen, is de planning. In de oksel van de A16 en A17 komt een nieuw 'logistiek park'. 'Er spelen hier allerlei landelijke belangen', zegt Conny van der Horst, namens de VVD burgerlid in de raadscommissies van Moerdijk. 'Je hebt er als gemeente niks over te zeggen, je wordt gewoon overruled.'


Moerdijker Edwin Nuijten, die op een bewonersbijeenkomst in de dagen na de brand bij Chemie-Pack opviel door zijn inhoudelijke vragen, is ook bezorgd over de uitbreidingsplannen. 'Ik zie niet veel verbetering sinds de brand bij Chemie-Pack. Klijs zei bij de start van de opruimactie op het terrein van Chemie-Pack dat het op een industrieterrein best een beetje mag stinken. Dat vond ik geen positief signaal van de nieuwe burgemeester.'


'Niet alles wat je op een industrieterrein ruikt, hoeft schadelijk te zijn', reageert Klijs. 'Ik heb de zekerheid dat we nu preventief en repressief meer doen dan vóór de brand bij Chemie-Pack, 'maar u hoort mij niet uitsluiten dat zo'n zelfde brand zich nog een keer voordoet in onze gemeente.' In zijn korte tijd als burgemeester van Moerdijk heeft hij al een paar incidenten meegemaakt. 'Een explosie bij ATM had slechter kunnen aflopen. Bij Basell was ook iets van een beginnende brand. Wij drukken de bedrijven op het hart dat ze in alle gevallen meteen 112 moeten bellen. Niet eerst zelf gaan prutsen, want dan raak je kostbare tijd kwijt.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden