Een boer kent geen sentiment Johan Simons maakt toneel dat in het grondwater staat

De voorstellingen van Toneelgroep Hollandia zijn zelden in een schouwburg te zien. Het gezelschap van regisseur Johan Simons speelt bij voorkeur in garages, tuinderskassen of verlaten fabrieken....

IN DE LEGE fabriekshal in West-Knollendam heeft het vocht groene sporen getrokken op de witte muur. De werkroosters hangen nog in de gang, de stalen kledingkastjes staan in het gelid. De fabriek staat op de nominatie te worden gesloopt. Het is er steenkoud, een reusachtige plastic slang blaast af en toe warme lucht de hal in, terwijl vier acteurs op een paardedeken rekoefeningen doen. 'Sorry', zegt de man in een overall die met een lasapparaat binnenkomt. Er moet nog wat staal worden verwijderd van de speelvloer.

Toneelgroep Hollandia repeteert hier aan West-Knollendam, twee 'boerenstukken', eenakters van Duitse makelij die volgende week in deze uithoek in première gaan. Regie Johan Simons. Waar zijn gezelschap ook neerstrijkt, in een autosloperij, een vliegtuighangar of deze voormalige arachide-oliefabriek, er wordt altijd ingrijpend verbouwd. In de aangrenzende hal stampen decorbouwers een keuken annex restaurant uit de grond waar het publiek in de pauze kan eten. Voor een toepasselijk uitzicht over het Hollandse polderlandschap worden zelfs ramen in de blinde muur gezet. 'Zo'n omgeving heeft meer dan een theater ooit kan hebben', zegt Simons. 'Je zit er als publiek middenin. En ik bepaal graag zelf wat we in de bar schenken, wat er bij de kassa ligt en hoe het publiek binnenkomt.'

Het bevalt hem dat hij niet afhankelijk is van theaterdirecteuren en hooguit moet onderhandelen met beheerders van een garage, een opslagloods of een fabriek. 'Eerst kijken ze de kat uit de boom en als ze zien dat wij er keihard voor werken, krijgen ze respect. Dat vind ik gezond.'

Hij houdt van boerenstukken, van de Duitse toneelschrijvers Franz Xavier Kroetz en Herbert Achternbusch. Diens Gust, gespeeld in een enorme tuinderskas in Hoofddorp was in 1987 een openbaring. Wie destijds Rik van Uffelen zag met zijn rode neus en roodgeschminkte oren wist niet of hij naar een clown zat te kijken of naar een levensechte boer. Een man van bijna honderd die de hele eeuw aan zich voorbij laat trekken, terwijl zijn vrouw ligt te sterven. 'Hij deed aan het slot bij die vrouw haar gebit in. Vlak voordat ze stierf, anders worden die kaken te stijf. Amsterdammers vonden dat een artistieke vondst. Maar de tuinder van die kas vond dat juist goed, omdat het zo levensecht was.'

Daar gaat het hem om, dat raakvlak tussen het banale en het groteske, tussen kunst en platvloersheid. Al grenzen de personages soms aan het karikaturale, ze worden nooit belachelijk gemaakt. 'Mijn moeder kwam naar Gust kijken en na afloop liep ze naar Rik van Uffelen en stopte hem onopvallend een tientje in zijn hand. 'Hier, 't was mooi.'''

Johan Simons groeide op in Heerjansdam, een dorp van vlasboeren onder de rook van Rotterdam. Zijn vader ging nauwelijks naar school. 'Hij las thuis de krant, maar ik heb er altijd aan getwijfeld of hij wel echt kon lezen. Als hij klaar was kalkte hij de hele rand vol met zijn handtekening.' Het was een gezin met een geheim: de goklustige vader verspeelde op Duindigt zijn bedrijf en zijn geld. 'Mijn moeder heeft het fatsoen boven water gehouden, want failliet gaan in zo'n boerendorp. . . je gaat liever dood. Elke zaterdag ging mijn oudste broer de schuldeisers langs met een stel enveloppen in zijn jasje.' Zelf wilde hij dominee worden of liever nog zendeling. Het jongste broertje werd gedwongen naar zijn preken te luisteren. 'Dan sleepte ik een kistje aan, ging daarop staan en preekte hel en verdoemenis, met het raam op een kier zodat ze op straat ook mee konden luisteren. Ik speelde gruwelijk de baas over kleinere kinderen, zo erg dat mijn moeder me aansprak met Hitler.'

In de grienden bouwde hij hutten, soppend door de drassige grond. Net als de actrice in zijn enscenering van Büchners komedie Leonce en Lena, vorig jaar. In lieslaarzen zeulde ze door het modderige grondwater dat in de vers gegraven geul tussen toneel en publiek naar boven was gekomen.

Na het zien van de film Peter Pan was hij op zijn veertiende gewonnen voor het theater. Met hangen en wurgen doorliep hij de Rotterdamse Dansacademie, danste een seizoen in de musical Hair, maar koos uiteindelijk voor het toneel. Na de toneelschool in Maastricht en twee jaar bij de Haagse Comedie kwam hij terecht bij het pas opgerichte Wespetheater, dat langs Noordhollandse dorpen trok. 'Daar heb ik het allemaal geleerd. En eigenlijk is er weinig veranderd.' Nog altijd mijdt hij de gevestigde theaters en zoekt oude fabriekspanden op in de hoop ook mensen die nooit een voet in een schouwburg zetten, voor toneel te interesseren. 'Het zal nooit lukken, maar dat verlangen raak ik niet meer kwijt.'

In plaats van telkens andere lokaties te zoeken wil het gezelschap in de toekomst zijn eigen theaters gaan bouwen waar een produktie maandenlang zou kunnen staan. Er zijn plannen om samen te werken met het Architectuurinstituut. 'We hadden voor deze stukken in Spaarnwoude een loods ontworpen met glazen wanden, zodat het publiek tijdens de voorstelling in de verte Amsterdam, Beverwijk en IJmuiden kon zien liggen. Een simpel plan, met Romney-loodsen, van die golfplaten halfronde keten, op een bestaande fundering. Voor Perzen wilden we een enorme lemen koepel, een grote iglo van klei, midden in het landschap. Maar het was allebei te duur.'

Hollandia produceert veel, zo'n negen voorstellingen per jaar. Muziektheater, toneel en kleinere projecten waarbij jonge regisseurs een kans krijgen. Een aantal regies doet Simons samen met Paul Koek, zijn collega artistiek leider. De slagwerker leerde hem aanvankelijk de muzikaliteit van de taal. Maar dat is nu voor Simons een beetje naar de achtergrond verdwenen: 'Taal is wat anders dan muziek. Ik hou me niet meer bezig met: laten we dit eens staccato doen en dat largo. Die muzikaliteit komt vanzelf. Vroeger had ik hulp nodig bij de taal. Ik kwam uit de dans, de beweging beheerste ik wel. Taal was mijn struikelblok, ik kende bij wijze van spreken niet meer dan vijf vreemde woorden. En nog altijd bijt ik me vast in de tekst. We zitten tegenwoordig lang aan tafel te lezen tot de stemmen gaan klinken en dan gebeurt het vaak dat de rol de acteur overvalt. Zodat hij of zij ineens opstaat en begint te spelen zonder het te beseffen. Vroeger zette ik na twee weken al dingen vast op de vloer uit pure onzekerheid.'

Hij raakte verknocht aan Achternbusch, het Beierse enfant terrible, met zijn licht absurde monologen, van wie hij nu De laars en zijn sok regisseert. Voorafgegaan door een primeur, Yankeeweiland van Kerstin Specht, een jonge Beierse schrijfster die sinds 1990 in Duitsland veel wordt gespeeld en daar als nieuwkomer al de nodige prijzen in de wacht heeft gesleept. 'Specht en Achternbusch zijn schrijvers die hun afkomst niet verloochenen. Ze komen van het platteland, groeiden op tussen de boeren en voeren ons binnen in een wereld die we haast niet meer kennen.

'Boeren hebben een bepaald soort hardheid die me aanspreekt. Sentiment kennen ze niet. Als het werkelijk nodig is, staan ze klaar voor elkaar, maar de slagen van het leven moet je incasseren. Daar moet je niet over zeuren. Die cultuur dreigt te verdwijnen, de personages in die stukken zijn vaak dorpelingen die in aanraking komen met de grote wereld waar ze hun geluk denken te vinden. 'Früher war hier Ambach, jetzt herrscht hier die Welt', zegt Achternbusch ergens over Ambach, het dorp waar hij woont. Zolang de boeren nog niet zijn uitgestorven, vind ik het de moeite waard het erover te hebben.'

Behalve boerenstukken zijn ook de grote klassiekers onderdeel van het Hollandia-repertoire. Zoals onlangs Aeschylus' Perzen. 'Een monumentale tragedie over oorlog, maar ook een onmogelijk stuk. Ik probeer zoiets hanteerbaar te maken door dat abstracte gegeven als het ware naar de aarde te trekken. We bedachten dat het zich best in een dorp af zou kunnen spelen. Vandaar was het een kleine stap om voor het koor drie tuinders te vragen die zelf de Tweede Wereldoorlog hadden beleefd. Net als in de realiteit was het toneel bij ons bevolkt door oude mannen, vrouwen en kinderen. Dat zijn degenen die achterblijven in een oorlog.'

De actrice Elsie de Brauw zorgde in die voorstelling voor een onvergetelijk beeld. Als koningin-moeder van het Perzische volk hoorde ze van de nederlaag van haar zoon. Zijn leger verslagen, de oorlog verloren. Ze barstte niet uit in geweeklaag, maar zweeg. En liep pardoes het water in. Haar majestueuze jurk bleek van papier en veranderde in een paar slijmerige sporen op haar witte ondergoed, alle decorum was in één klap verdwenen. Het publiek, warm met dekens toegedekt, rilde tegelijkertijd om de druipende actrice in die ijzige kou. Is dat niet erg hardvochtig?

'Natuurlijk vond ze het geen pretje. Maar we stonden naar die put te kijken, terwijl we iets zochten dat de totale ontluistering van die vrouw zou laten zien. Elsie zei notabene zelf dat het het beste zou zijn als ze er gewoon in zou springen. Als je zoiets bedenkt, moet je consequent zijn. De eerste twee keer was het water ijskoud. Later hebben we het met dompelaars verwarmd.'

Het is geen luxebestaan voor de Hollandia-acteurs, telkens verhuizen naar koude, onherbergzame plekken, zonder kleedkamer of warme douche. Op de thuisbasis in Zaandam is het nauwelijks beter. Ze barsten er uit, daarom zijn ze driftig op zoek naar een andere ruimte annex theater. Toch een theater? 'Nee', verbetert Simons meteen, 'een boerderij met een erf waar we ook in de grond kunnen graven.'

Een beetje nors zit hij tijdens de repetitie aan de kant. Speelt hij nog altijd de baas? 'Misschien wel', zegt hij lachend. 'Al heb ik beter geleerd hoe ik mijn zin moet krijgen. Door het goede moment te kiezen waarop ik iets zeg. En door te zwijgen, heel veel te zwijgen.' Toch valt op hoeveel vrijheid Simons zijn spelers laat. Geen strikte mise-en-scène, hoogstens aanwijzingen voor stukken tekst die extra aandacht moeten krijgen. 'We streven meer naar een bepaalde houding waarmee de acteur op het toneel staat. Daarbinnen bestaat een grote vrijheid. Neem Jeroen Willems als de bode in Perzen. Zijn verhaal is te vergelijken met dat van een oorlogscorrespondent. Terwijl hij die tekst zegt, vraagt hij zich telkens af: in hoeverre laat ik me raken door wat ik heb meegemaakt. Dat is zijn gevecht als acteur. In zijn spel zat woede, verdriet, spijt, geraaktheid, ontzetting en het wisselde per avond waar hij het accent op legde.

'Acteren is niet het afdraaien van allerlei afspraken. Stel dat een speler voelt dat het een avond niet zo lekker gaat. Dat hij of zij te nerveus is, niet goed samenspeelt of de juiste concentratie mist, dan is het beter even de rust te nemen om die concentratie te hervinden of er iets anders mee te doen. Dat gaat dwars door alle afspraken heen. Aan afspraken heb je uiteindelijk niks, dan zie je alleen wat de regisseur heeft gewild, maar niet het leven van de acteur. Een speler moet mij laten zien welke processen zich afspelen in zijn hoofd, hij moet zich niet verschuilen achter techniek, maar juist het schild weghalen en zoeken naar onverwachte dingen. En al hebben wij acteurs met een sublieme techniek, Elsie de Brauw, Jeroen Willems, die gebruiken ze om iets anders duidelijk te maken.

'Ik houd het meest van acteurs die steeds weer proberen de onzekerheid op te zoeken. Vaak zijn ze minder snel tevreden dan ik.' Ook nu klagen de acteurs over de slechte verstaanbaarheid in deze enorme ruimte. 'Dat komt wel, ik versta mijn moeder ook vaak niet', zegt Simons. In een armoedige jas met een sjaal om haar hoofd vecht Jacqueline Blom zich door haar monoloog. Een vrouw die nergens thuishoort, een zwerfster, onderweg met een gestolen kind dat ze zich toeëigende op zoek naar wat warmte. Blom ziet er bijna afstotelijk uit met haar opgevulde lijf en met aarde besmeurde gezicht. Voor ijdelheid krijgen de spelers geen kans.

PETER PAUL Müller en Betty Schuurman als het oude, tijdloze echtpaar uit Achternbusch' eenakter zijn al net zo toegetakeld. Zij speelt de man in een wijd oranje slobberpak met een mal hoedje op. Hij de vrouw in een gruwelijke Tiroler jurk. Bedoelt Simons dit ook als hij het heeft over zijn acteurs die door de vorm heenspelen? 'Ja, ik wil juist dat het publiek aanvankelijk denkt: dit kan niet.'

En het werkt: na een half uur zie ook ik die mallotige aankleding niet meer, maar deerniswekkende èn lachwekkende mensen, op weg naar hun einde. 'Het gaat over een echtpaar dat al honderdtwintig jaar samen is. De man uit het stuk heet Herbert, net als Achternbusch zelf en volgens mij fantaseert hij hoe hij zelf oud zal worden. Hij zal ook pratend de dood ingaan, je moet bij hem de stekker uit het stopcontact trekken, dan pas zwijgt hij. Achternbusch loopt over van de ideeën, wat hem invalt schrijft hij op in een soort koorts waarbij het ene beeld over het andere valt. De tekst lijkt onsamenhangend, maar zodra je gaat spelen, wordt de samenhang duidelijk. Het zijn associaties, gedachtensprongen die je pas snapt als je ze hoort.'

Simons heeft Achternbusch een paar keer ontmoet. 'Het is een rare kluitenduiker, die precies doet wat hij wil. Toen we Kuschwarda City deden, hadden we een film nodig waar alleen hij ons aan kon helpen. Ik belde hem en hij zei: ''O, die holländische Gruppe die meine Stücke macht. Hör mal, Kuschwarda City ist überhaupt das schlimmste Stück, das Ich je geschrieben habe. Das ist unmöglich, das kann man nicht spielen. Das ist verboten.'' Ik dacht, o God, zes weken gerepeteerd, mijn hele project naar de kloten. Wat moet ik doen? Ik antwoordde in mijn steenkolenduits: ''Aber du machst doch selbst auch was du wolle?'' Aan de andere kant klonk veel gelach en ten slotte: ''Ach ja, du hast recht. Schon gut, mach das Stück.'' Twee dagen later hadden we de film.

'Specht laat een vrouw zien die eigenlijk nooit heeft gesproken. Het is een toegankelijke monoloog, net even weg van het realisme. De schrijfster reikt die vrouw de woorden aan om eindelijk iets over haar leven te vertellen. Achternbusch is veel absurder, hij zit in tussen Karl Valentin en Beckett. Soms snap je niet waar hij het over heeft, maar ineens word je gegrepen door schitterende zinnen. ''De planken voor je kop kunnen ook de wereld betekenen'', of ''het huwelijk speelt zich af in bed, de liefde tussen de brandnetels'', dat is toch prachtig? Hij laat randfiguren aan het woord, maar hij is verre van cynisch, goddank, de tijd is al cynisch genoeg. Je moet ondanks alles blijven vechten voor iets beters. Achternbusch zegt het: 'Je hebt geen kans, maar grijp 'em'

Hollandia speelt De laars en zijn sok van Achternbusch en Yankeeweiland van Specht (met maaltijd in de pauze) in fabriek De Vrede, industrieterrein De Vrede, West-Knollendam. Speeldata: 16 tot en met 19 maart, 22 tot en met 26 maart, 29 tot en met 2 april, 12 tot en met 16 april. Er is een eigen busdienst vanaf Amsterdam CS, vertrek 18.30 uur, zondag 14.30 uur.

Reserveren: Hollandia 075-310231.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.