Een boek is nog geen vliegtuig

Over de ene flank rukken de elektronische media op. Over de andere komen de pocketreeksen aangemarcheerd: flodderuitgaven waaraan ook in de ramsj geen eer te behalen valt....

Lieden die zich druk maken over de zetspiegel van een boek, de letter waarin een tekst is gezet, de keuze van het te bedrukken papier of de wijze waarop de pagina's van een boek bijeen worden gehouden, zullen binnenkort door hun buren worden nagewezen als hielden zij pythons in hun tuinschuurtje. De tijd is niet ver meer dat het lezen en verzamelen van boeken als een hopeloos ouderwetse en wellicht brandgevaarlijke activiteit zal worden bestempeld.

Uitgevers van boeken raken zichtbaar in paniek van dit door de elektronische mafia omarmde toekomstbeeld. Moest het boek het de afgelopen dertig jaar al opnemen tegen de televisie, sinds kort zorgt de opkomst van Internet, cd-Rom, cd-i, en nog een serie andere met ongure afkortingen aangeduide nieuwe media voor lage rugpijn in de uitgeverskantoren. De verrassende uitkomst van alle gepieker? Nòg meer boeken produceren tegen een zo krap mogelijke kostprijs.

De lancering van talrijke pocketreeksen vormt een markant onderdeel van het offensief, en nu al is zonneklaar dat de markt overvoerd wordt door uitgevers die niet achter willen blijven. Een flink deel van de boekjes zal te zijner tijd de papiermolen voeden want zelfs De Slegte zal deze papiermassa's niet kunnen verstouwen. En anders treft dit lot de paperbacks waarin uitgevers hun auteurs aanvankelijk onderbrengen maar die merendeels onverkoopbaar worden als dezelfde auteurs ook in pocketvorm verschijnen. Anders gezegd: uitgevers eten op deze manier hun eigen fonds op.

De koper van een pocket weet (of ie het ziet is weer wat anders) dat alle waar naar zijn geld is. Maar geldt dit ook voor, bijvoorbeeld, de meer dan honderdvijftigduizend kopers van Indische duinen van Adriaan van Dis? Deze uitgave verscheen in een gebonden editie (¿ 54,90) en tevens als paperback (¿ 39,90). (Dezer dagen verscheen nog een extra fraai uitgevoerde editie in een kleine oplage voor ¿ 75,-.) Aangenomen mag worden dat de paperback-editie verreweg favoriet was bij de kopers. Helaas heeft de uitgever zuinigjes willen doen, want het boek is gelijmd zonder te zijn ingenaaid. Het onvermijdelijke gevolg: vroeg of laat valt het boek uit elkaar.

Alle uitgevers van literair werk, met Van Oorschot en Coppens & Frenks als uitzonderingen, maken zich schuldig aan deze handelwijze. Een boekhandelaar die zich ooit bij een agent beklaagde kreeg als antwoord: 'Met die lijm zetten ze vliegtuigen in elkaar.' Waarop de boekenman riposteerde: 'Sinds wanneer moeten boeken kunnen vliegen?'

Het bontst maakt het Arena, de uitgeverij wiens advertenties steevast vergezeld gaan van de prominent gezette tekst 'Alle Arena boeken zijn gebonden boeken' Dat is dus simpelweg gelogen: de boeken zijn uitsluitend gelumbackt en de band bestaat uit een pseudo linnenpersing van papier.

Dondert niet, moet de uitgever gedacht hebben, binnen afzienbare tijd weet immers niemand meer hoe een echt (in linnen) gebonden boek eruit ziet en die Van Oorschot, tja, dat is nou eenmaal zo'n zonderling die wel eens geld toelegt op een boek dat hij uitgeeft. Toegegeven, Arena drukt haar 'gebonden' boeken op zuur- en chloorvrij papier en besteedt meer zorg aan de zetwijze van het binnenwerk dan De Bezige Bij, die een seller als Belladonna van Hugo Claus eveneens alleen lijmde maar ook nog monstrueus typografeerde.

Beklagenswaardig haast is de jury van De Best Verzorgde Boeken die zich jaarlijks door torens van boeken moet worstelen, waarbij een routineuze dan wel modieuze vormgever of de boekhouder het laatste woord had. Toch is het de jury ook dit jaar weer gelukt om een keuze te maken en, even gebruikelijk, is ook nu weer het nodige tumult ontstaan over haar eindoordeel.

Is het niet al te gemakzuchtig om de met forse subsidie tot stand gekomen kunstcatalogi opnieuw veelvuldig in de hoogte te steken? Mag het niet opvallend heten dat uitgeverij 010 ruim vertegenwoordigd is op de lijst van bekroonde boeken, terwijl 010-uitgever Hans Oldewarris zitting heeft in de jury? Behoren bibliofiele uitgaven nu wel of niet mee te dingen naar een bekroning? Waarom ontbreken boeken waarvan 'iedereen' beweert dat ze beslist hadden moeten figureren op de eindlijst? En waarom blijft de jury hardnekkig en tegen alle kritiek in haar eigen catalogus-van-het vorig-jaar prijzen?

Bij de opening van de tentoonstelling van De Best Verzorgde Boeken in het Stedelijk Museum in Amsterdam werd door uitgeverij De Buitenkant de tekst verspreid van een lezing die voormalig jury-voorzitter Lucas Bunge uitsprak ten overstaan van de leden van het exclusieve typografisch genootschap Nonpareil. Bunge blijkt achteraf 'niet onverdeeld enthousiast' te zijn over zijn medejuryleden in de jaren 1992, '93 en '94, en hekelt de ongestructureerde discussies over mooi en lelijk.

De toenemende invloed van de ontwerper kan hem evenmin bekoren: 'Hoe je het ook wendt of keert, of je het leuk vindt of niet (en ik vind het niet leuk) de rol van de ontwerper - knecht van aandeelhouder, mediaspecialist en kunstpaus, zoals ik hem spottend noemde - is tegenwoordig nu eenmaal bij de produktie van het boek van het grootste belang. Daarvoor zijn drie oorzaken aan te voeren: de technische mogelijkheden zijn zo oneindig groot (door de computer letterlijk oneindig); er is soms te veel geld beschikbaar (zeker voor de massale hoeveelheid gesubsidieerde, non-commerciële uitgaven van musea, overheids- en semi-overheidsinstellingen); en, ten derde, wij hebben ons ontworsteld aan de klemmende voorschriften van de Van Krimpens, de Tschicholds en de Morisons.

'Alles mag en alles kan: in die ongelukkige toestand verkeert de uitgever (trouwens, niet hij alleen) en wanhopig zoeken we naar een vaste gids die ons naar een aanvaardbaar eindresultaat leidt. Daarvoor nemen wij een ontwerper in de arm. Helaas zijn die ongelukkigen meestal uitgerust met een overmaat aan grafische en, nog erger, zelfs aan kunstzinnige kennis, en een ondermaat aan kennis van de Nederlandse taal'.

Bunge, zelf tot voor kort uitgever van wetenschappelijke boeken, bepleit een actief opsporingsbeleid van boeken die een kans maken maar niet worden ingezonden; een puntensysteem op basis waarvan alle onderdelen gewaardeerd worden; minder gebazel (''fantastisch'') en meer houtsnijdende argumenten bij de beoordeling van de samenhang tussen vorm en inhoud; een scheiding van commerciële en niet-commerciële uitgaven en het elimineren uit de competitie van kunstenaarsboeken en bibliofiele uitgaven. Tenslotte zag hij graag 'een echte lezer' in de jury opgenomen: 'Dat voorkomt de bekroning van modieuze spelletjes met zinledige vormen.'

Het kan toeval zijn, maar bij de selectie van de (veertig) Best Verzorgde Boeken 1994 hebben modieuze spelletjes geen of weinig kans gekregen en dat heeft toch vooral te maken met het feit dat ontwerpers van het door Bunge omschreven slag voortijdig in de strobalen belanden. Het volgens de klassieke typografische regels vormgegeven boek - soms gedegen, soms een beetje saai, maar veel vaker uitermate elegant en sierlijk - domineert de lijst. Opnieuw komen we de boeken tegen van ontwerpers die geen jury, met welk puntensysteem dan ook, kan negeren: Harry N. Sierman met Bibliotheca Rosenthaliana; Piet Gerards met i10 sporen van de avant-garde; Irma Boom met Landgoed Linschoten, een geschiedboek (een juweel, aldus de jury), of Bram de Does met Orlando Furioso, ontworpen voor de bibliofiele Stichting De Roos.

Zelfs wie nog nooit een stripboek van Kuifje opensloeg, zal stilvallen bij het zien van Essay RG - Het fenomeen Hergé, vormgegeven èn geschreven door ontwerper Huib van Opstal. Op weg naar een Nieuwe Wereld, een educatief boek over Mondriaan, levert het bewijs dat de Apple Macintosh van het duo Wild Plakken ook met minder zweepslagen toe kan. De getalenteerde Véro Cricks leverde met Twaalf maal om lekker van te worden een charmant en handig bedacht kookboekje af.

In de bekroonde boeken over typografie bereikt de symbiose van vorm en inhoud in het beste geval haar hoogtepunt. Zowel het in een kloeke rode band gevatte Letterfontein van auteurs/typografen Geert Setola en Joep Pohlen als in Letterboekje, een overzicht van een & twintig PostScript fonts van Martijn Smeets en Martin Majoor, wijzen de makers helder de weg in het steeds dichter wordende letterbos. Letterfontein viel onlangs tevens een toonaangevende Duitse prijs ten deel.

Tot in de details verzorgd is Zilvertype corps 15 dat de briefwisseling bevat die J.F. van Royen en S.H. de Roos voerden over het onderhavige lettertype. Het verfijnde ontwerp is van de hand van André Cremer en het is ongetwijfeld mede door deze uitgave dat hij ook de catalogus van De Best Verzorgde Boeken 1994 mocht ontwerpen. Hij gaf het boek een staand formaat en maakte het mooi dwars op.

De Best Verzorgde Boeken 1994. Tentoonstelling in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Tot en met 12 november. De gelijknamige catalogus is een uitgave van de CPNB; ¿ 34,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.