EEN BOEK DAT GEDRAAID MOET WORDEN OM HET TE KUNNEN LEZEN

De directie van het Haagse museum Meermanno-Westreenianum zou wellicht vrezen voor het antieke behang, maar ter bestrijding van de alom zo betreurde 'ontlezing' zou bezoek van schoolklassen aan de tentoonstelling 'Kunstenaarsboeken: tussen traditie en experiment' geen kwaad idee zijn....

Het is voor het eerst dat het museum een overzicht biedt van de kunstenaarsboeken die het in de afgelopen twintig jaar heeft verworven. De getoonde selectie beperkt zich overigens tot kunstenaars met een grafische achtergrond, afkomstig uit Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Dit houdt in dat tekst en beeld inderdaad nog de voornaamste bestanddelen van het kunstwerk vormen, maar de hier bedachte combinaties en constructies zal men in de doorsnee boekhandel (helaas) niet aantreffen; de oplage is beperkt of bestaat uit slechts één exemplaar.

Soms blijkt het concept een vondst, maar behoudt het boek nog z'n traditionele vorm. Zoals bij Tell Me What Sort of Wall Paper, een van de talrijke projecten van Ulises Carrión, bij leven de spirituele eigenaar van de Amsterdamse boekwinkel Other Books and So. De pagina's bestaan uit stukken behangpapier, afkomstig uit de kamers van de op de pagina's vermelde personen. Een stap verder gaat Eelco Deuling, die de teksten spiraalvormig plaatst; het boek moet gedraaid worden om het te kunnen lezen. Paulien Rings hanteert tekst noch illustraties, maar het insnijden van de pagina's levert, afhankelijk van de hoek waaronder het boek wordt opengeslagen, steeds andere beelden op.

Verreweg het spectaculairst om te zien - en niet alleen voor kinderen - zijn de monumentale kunstenaarsboeken. Zo maakte Julie Chenn van Octopus een 'boek' dat in feite een luxe kijkdoos is; we werpen een blik in een onderzeese grot en elke golf voert nieuwe tekst aan. Ronald King snijdt in een meterslange leporello een ingenieus papieren alfabet uit. Met The Snowdragon reikt Mary Jo Pauly naar de toppen van deze kunst; op circa twintig pagina's van spierwit karton beleven we ontstaan en verdwijnen van een draak, die op zijn hoogtepunt een uiterst complex geknipte figuur met een sprookjesachtig effect oplevert.

Origineel is de wijze waarop de Groningse uitgeverij Philip Elchers, bekend om haar buitengewoon verzorgde publikaties, enkele jaren geleden het kunstenaarsboek in oplage op de markt bracht: 25 miniatuur boekjes, met werk van even zoveel kunstenaars, per stuk verpakt in een fraai kunststoffen doosje.

'Kunstenaarsboeken: tussen traditie en experiment' duurt tot en met 4 juni. Uitgever en kenner Johan Deumens stelde een passend ontworpen vouwblad samen (Fl. 7,50).

Hub. Hubben

HELDERHEID EN ORDENING

KENMERKEN 'UITINGEN

VAN DEN MODERNEN GEEST'

De anarchist en historicus Arthur Lehning, inmiddels bijna een eeuw onder de mensen, richtte in 1927 een tijdschrift op en gaf het een naam die al aanduidt dat het niet was bestemd voor de huisvrouw met een verloren uurtje: Internationale Revue i10. De intentieverklaring, afgedrukt in het eerste nummer, bevestigt dat: 'De Internationale Revue i10 wil een orgaan zijn van alle uitingen van den modernen geest, een dokumentatie van de nieuwe stroomingen in kunst en wetenschap, philosophie en sociologie.' Een los nummer kostte aanvankelijk Fl. 1,50 - een heel bedrag voor die tijd. De oplage bedroeg overigens nooit meer dan vierhonderd exemplaren en met 22 nummers hield het blad na twee jaar op te bestaan.

Aan dit tijdschrift is in het hoofdkantoor van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds in Heerlen nog tot en met 29 april een expositie gewijd met de titel 'i10 sporen van de avant-garde', die vooral zo aantrekkelijk is omdat het tijdschrift en aanverwant drukwerk worden gekaderd met werken van de kunstenaars, architecten, letterkundigen en vormgevers die aan het blad bijdroegen of daarin ter sprake kwamen.

Hoofdredacteur Lehning, die in de eerste helft van de jaren twintig in Berlijn, Wenen en Parijs verbleef, maakte van i10 een kosmopolitisch tijdschrift waaraan de artistieke voorhoede uit het Europa van die dagen meewerkte. De lijst is te lang om hier volledig weer te geven: Piet Mondriaan, Menno ter Braak, de fervente antimilitarist Bart de Ligt, Jan Romein, de componist Willem Pijper en de architecten C. van Eesteren, J.J.P. Oud, Mart Stam en Gerrit Rietveld. Uit het buitenland kwamen bijdragen van beroemdheden als Walter Benjamin, Ernst Bloch, El Lissitzky, Ilja Ehrenburg, Vasili Kandinsky, László MoholyNagy, die eveneens de lay-out voor het blad ontwierp, en Kurt Schwitters.

Met vertegenwoordigers van De Stijl, Bauhaus en Dada bestreek i10 een breed spectrum van stromingen die een vervlechting van cultuur en politiek voorstonden. De nieuwe en verfrissende opvattingen over architectuur, beeldende kunst, fotografie en typografie zouden de maatschappij ten positieve beïnvloeden. Daarbij vermeed het blad - en dat maakte het zo bijzonder - een collectieve en dogmatische ideologie te omarmen. Dat voorkwam niet dat juist de kunstmedewerkers zich niet altijd konden vinden in de politieke bijdragen aan het blad.

Helderheid, ordening en het Bauhaus-adagium 'form follows function' kenmerken de tentoongestelde voorwerpen, waaronder meubels van Rietveld, de fameuze Bauhaustafellamp, een elementair schaakspel, aangevuld met een fascinerend draadplastiek van Naum Gabo en tientallen schilderijen, composities, ontwerpen en fotogrammen van voornoemde i10-medewerkers.

Mondriaan kreeg een aparte ruimte toebedeeld, waarin zijn spraakmakende Parijse atelier centraal staat. Pièce de résistance is de maquette die Frans Postma van Mondriaan's onderkomen bouwde; zelfs de postzegelgrote afbeeldingen van blote danseressen boven zijn bed ontbreken niet. Mondriaan, destijds tegen een bezoekster van het verder van alle gangbare woonvormen afwijkende atelier: 'Ja, zie je, dat doe ik om een beetje objectief te blijven.'

Of Mondriaan de beoogde integratie van zijn artistieke opvattingen in de maatschappij bij voorkeur zag gerealiseerd in de vormgeving van aanstekers, servetten en koffiekannen - er is een curieuze verzameling van deze rommel in Heerlen te aanschouwen - is een vraag die redacteur Moholy-Nagy bij het verschijnen van het laatste nummer van i10 op voorhand beantwoordde: 'Es war eine saubere Sache.'

De expositie gaat gepaard met een lijvig boek (Fl. 29,50), dat dezelfde titel als de expositie draagt en subliem werd vormgegeven door de meesterhand van Piet Gerards. De voornaamste indruk die boek en tentoonstelling achterlaten, is er een van enorme vitaliteit: de vitaliteit van kunstenaars en denkers die inhaakten op de geest van de tijd en elkaar inspireerden met ideeën die vandaag nog manifest zijn.

Hub. Hubben

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden