Een BMW of een waterput

We wonen allemaal op dezelfde planeet. Maar voelen we ons ook verbonden met de bewoners aan de andere kant van de wereld?...

Stel je voor, je bent op weg om een lezing te geven. Plotseling zie je een klein meisje in een vijver vallen. Ze dreigt te verdrinken. Als je haar probeert te redden, worden je pak en schoenen vies en kom je te laat voor de lezing. Toch zou het belachelijk zijn als zulke overwegingen zwaarder zouden wegen dan het redden van een kinderleven. 'Als ik doorloop heb ik mij, hoe schoon, droog en punctueel ik ook ben, ernstig misdragen', schrijft de Australische ethicus en filosoof Peter Singer in het motto van zijn boek Een wereld, dat binnenkort in Nederlandse vertaling verschijnt.

Ieder weldenkend mens zal deze stelling onderschrijven. Singer schreef deze woorden echter in 1972, toen Bengalen werd getroffen door een watersnood waarbij honderdduizenden mensen verdronken. En Singer trok destijds een radicale conclusie: 'Uitgaande van deze situatie betoog ik dat wij met betrekking tot de Bengalese vluchtelingen allemaal in dezelfde situatie verkeren als de persoon die met geringe schade het leven van een kind kan redden.'

Filosoof en ethicus Peter Singer probeert zijn lezers ervan te doordringen dat zij burgers van één wereld zijn. Als iedereen 2 tot 3 procent van zijn inkomen zou afstaan, dan zou het lot van de armen in de wereld aanzienlijk verlicht kunnen worden. Toch doen de meeste mensen dat niet, mede omdat zij arme Aziaten of Afrikanen niet werkelijk als medeburgers beschouwen. Daardoor tolereren zij wantoestanden die zij in eigen land niet acceptabel zouden vinden.

Door het tijdschrift The New Yorker werd Singer 'misschien wel de meest controversiële levende filosoof' genoemd, en in elk geval een van de meest invloedrijke. De Australiër Singer is gedreven, streng en moralistisch. Als een mondiale opperdominee spreekt hij zijn gehoor toe. Daarbij wekte hij de hartstochtelijke woede van zijn tegenstanders op. Singer werd bekend als voorvechter van dierenrechten. Op filosofische gronden relativeerde hij het onderscheid tussen 'menselijke en niet-menselijke dieren'. Natuurlijk zijn er verschillen tussen mensen en varkens, zoals er ook verschillen tussen mannen en vrouwen zijn. Maar die rechtvaardigen nog niet de tirannie van de mens over de niet-menselijke dieren. Net als wij zijn dieren levende wezens die recht hebben op een fatsoenlijk bestaan, aldus Singer, die zelf veganist werd.

Wie het ethisch onderscheid tussen mens en dier op losse schroeven zet, relativeert ook de heiligheid en de unieke status van het menselijk leven. Volgens Singer is het doden van gehandicapte baby's geoorloofd. 'Als de dood van een gehandicapt kind zal leiden tot de geboorte van een ander kind met betere vooruitzichten op een gelukkig leven, dan zal de totale hoeveelheid geluk toenemen als het gehandicapte kind wordt gedood', schreef Singer in een zeer omstreden passage in zijn boek Practical Ethics. Volgens tegenstanders hanteert hij daarmee de ethiek van de dierenarts, die het voorkomen van lijden belangrijker vindt dan het bewaren van het leven.

Toen Singer in 1999 werd benoemd tot hoogleraar bio-ethiek aan de Amerikaanse universiteit van Princeton brak dan ook een storm van protest los, aangevuurd door actiegroepen van gehandicapten met fraaie namen als Not Dead Yet. Miljardair en presidentskandidaat Steve Forbes trok zijn donatie aan de universiteit in. Maar de storm is gaan liggen, zegt Singer, aan de telefoon uit Princeton. 'Ik krijg nog wel eens een boze brief of e-mail. Maar tegenwoordig gaat de publieke aandacht wel uit naar andere zaken.'

'Eén Wereld' zal geen actiegroepen op de been brengen. Daarvoor ligt de materie - globalisering en armoede - niet gevoelig genoeg. Toch is het boek in wezen even radicaal als zijn eerdere werk. 'Er loopt een zelfde lijn van denken doorheen', zegt Singer. 'In werk over dieren stel ik de traditionele scheidslijn tussen dieren en mensen ter discussie. Ik zeg niet dat je dieren precies zo moet behandelen als mensen, maar wel dat er te veel morele waarde wordt toegekend aan die scheidslijn. Het zou minder verschil moeten maken aan welke kant van de lijn je je bevindt.

'In 'Eén Wereld' doe ik net zoiets. Traditioneel wordt een scheidslijn getrokken tussen burgers van verschillende natiestaten. Een Amerikaan voelt zich veel meer verantwoordelijk voor zijn mede-Amerikanen dan voor burgers van andere staten. Dat is natuurlijk wel verklaarbaar, maar ik probeer aan te tonen dat we allemaal burgers van één wereld zijn.'

Eén Wereld is een helder en rechtlijnig boek. Maar staat het nog wel in relatie met de werkelijkheid? Stelt Singer mondiaal burgerschap niet veel te veel voor als een ideaal dat langs intellectuele weg bereikt kan worden, als de mensen maar tot het juiste inzicht komen? Verwaarloost hij niet de talloze psychologische en politieke belemmeringen voor het ontstaan van een werkelijke internationale gemeenschap?

Singer: 'Natuurlijk, ik besef heel goed hoeveel barrières er zijn. Ik heb ik ook niet de illusie dat beslissingen worden genomen op louter ethische gronden. Maar ethiek speelt een rol, ook al is die misschien klein. En het is mijn taak als filosoof om complexe kwesties terug te brengen tot heldere, ethische uitgangspunten.'

Net als in zijn werk over dieren stelt Singer conventies, tradities en de gangbare morele intuïtie op losse schroeven. Het doelwit van zijn deconstructie is deze keer de natiestaat. De morele betekenis van de natiestaat is aan herziening toe, vindt hij. 'Onze problemen zijn nu te vervlochten om opgelost te worden in een stelsel van nationale staten waarin burgers primair en bijna exclusief loyaal zijn aan hun eigen nationale staat', stelt hij. Als Amerikanen overschakelen op de benzineslurpende sports utility vehicles, kunnen zij bijdragen aan veranderingen in het klimaat van Mozambique of Bangladesh. Zulke veranderingen kunnen er weer toe leiden dat de oogst mislukt, de zeespiegel stijgt of besmettelijke ziekten zich sneller verspreiden.

Rijke, westerse burgers hebben dus een verantwoordelijkheid voor de rest van de wereld. Maar het werkt ook omgekeerd. Een mondiale ethiek kan verdedigd worden op basis van welbegrepen eigenbelang, aldus Singer. In de global village wordt de armoede van de ander al snel het eigen probleem: illegale immigratie, vervuiling, besmettelijke ziekten, onveiligheid, fanatisme en terrorisme.

Veel anti-globalisten treuren om de relatieve teloorgang van de natiestaat. Zij voelen zich machteloos omdat nationale democratieën in hun ogen ondermijnd worden door de ongrijpbare krachten van het internationale bedrijfsleven en organisaties als IMF, Wereldbank en Wereldhandelsorganisatie. Hoewel de linkse Singer veel affiniteit heeft met de 'andersglobalisten', vindt hij globalisering, al met al, een positieve ontwikkeling. 'Het is vooral een goede zaak dat mensen over de hele wereld steeds meer met elkaar verbonden raken', zegt hij. Te vaak zijn anti-globalisten ook de verdedigers van enge nationale belangen.

Singer is het bijvoorbeeld niet eens met de kritiek op de NAFTA, het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag. Als er in het rijke Amerika banen verdwijnen ten gunste van het arme Mexico, valt dat alleen maar toe te juichen, vindt hij. De totale hoeveelheid geluk op de wereld neemt er alleen maar door toe.

Singer erkent dat zijn ideaal van een mondiale gemeenschap niet overal gedeeld wordt. Sommige delen van de wereld zijn ten prooi gevallen aan stammenstrijd en religieuze oorlogvoering. 'Toch is het geen specifiek westers idee. In de vijfde eeuw voor Christus zei de Chinese filosoof Mo Ti al: Beschouw de landen van andere mensen als je eigen land. Natuurlijk is er een zekere ontwikkeling voor nodig en moet je aangesloten zijn op het mondiale communicatienetwerk. Als je hele leven lang in één geïsoleerd dorpje woont, zul je er waarschijnlijk niet naar verlangen om deel uit te maken van de wereldgemeenschap', zegt Singer.

Ethiek kan beschouwd worden als het geheel van regels waarmee we ons gedrag tegenover onze sociale groep verantwoorden. 'Als de groep voor wie we ons moeten verantwoorden de stam is, of de natie, dan is onze moraalwaarschijnlijk tribaal of nationalistisch. Maar nu de communicatierevolutie een mondiaal gehoor heeft geschapen, kunnen we de behoefte voelen ons gedrag tegenover de hele wereld te verantwoorden. Die verandering schept de materiële basis voor een nieuwe ethiek, die de belangen dient van al diegenen die op deze planeet leven', stelt Singer.

Daarom is hij niet pessimistisch. In een tijdperk waarin 'de cameraploegen aanwezig zijn voordat de rigor mortis inzet', groeit de betrokkenheid bij andere werelddelen. Zeker in historisch perspectief neemt de ethische gevoeligheid voor de problemen van burgers in andere landen toe. In zijn colleges gebruikt Singer vaak een tekst van de Engelse 19de-eeuwse moraal filosoof Henry Sidgwick: 'We zijn het er allemaal over eens dat ieder van ons verplicht is vriendelijk te zijn voor ouders en echtgenoot en kinderen en voor andere familieleden in mindere graad; en voor buren en landgenoten, meer dan voor anderen; en misschien mogen we zeggen: meer voor mensen van ons eigen ras dan voor zwarte en gele mensen.' Tegenwoordig veren studenten verontwaardigd op, als ze deze tekst horen. Maar pas na de Tweede Wereldoorlog werd de gedachte dat je geen onderscheid naar ras mag maken gemeengoed.

Ondertussen verliest de gedachte terrein dat natiestaten in alle opzichten soeverein moeten zijn. Staten dragen bevoegdheden over aan internationale instanties als de Europese Unie, de Verenigde Naties of het Internationaal Strafhof. De veranderingen gaan langzaam, met vallen en opstaan, maar zijn in historisch perspectief opmerkelijk, vindt Singer.

Hij herinnert aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In de zomer van 1914 werd de Oostenrijkse troonopvolger Frans-Ferdinand in Sarajevo vermoord door een Servische nationalist. In een ultimatum eiste Oostenrijk-Hongarije dat Servië de schuldigen zou berechten en Oostenrijkse inspecteurs zou toelaten, die erop toe moesten zien dat het recht zijn loop zijn hebben. Ondanks duidelijke bewijzen van Servische betrokkenheid bij de aanslag, werd het Oostenrijks-Hongaarse ultimatum scherp afgekeurd door Rusland, Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. De Britse minister van Buitenlandse Zaken sprak van 'het meest schrikbarende document van de ene onafhankelijke staat gericht aan de andere dat ik ooit gezien heb.'

Tegenwoordig is er internationale steun voor ingrijpen in Afghanistan of Kosovo, of voor wapeninspecties in Irak. Soevereiniteit is geen heilig begrip meer. De meeste mensen vinden dat de soevereiniteit geschonden mag worden als een staat agressief optreedt of genocide op zijn eigen burgers pleegt. Als we ons 'één gemeenschap' voelen, dan maken we ons ook druk over de schending van mensenrechten in verre landen.

Daarom is Singer ook voorstander van een internationale interventiemacht, die kan ingrijpen als ergens op grote schaal de mensenrechten worden geschonden. Overigens noemt hij zichzelf een 'consequentialist'. Er bestaat nooit een absolute morele plicht tot ingrijpen, zegt hij. Ook de consequenties moeten in ogenschouw genomen worden. Het heeft weinig zin om China uit Tibet te verjagen, ook al zou dat wellicht gerechtvaardigd zijn. De kosten, aan mensenlevens en internationale politieke schade, zouden nooit opwegen tegen de baten.

De aanval op Irak vindt hij verkeerd. 'Het zou anders geweest zijn als de Veiligheidsraad de oorlog zou hebben gesteund, al blijft oorlog natuurlijk iets verschrikkelijks. Maar dan zou het wellicht acceptabel zijn geweest. Maar het is verkeerd dat een land op eigen houtje besluit om deze kwestie met een oorlog te beslechten.'

De Verenigde Staten, niet toevallig het machtigste land ter wereld, laat zich weinig gelegen liggen aan de gedachte van een mondiale gemeenschap met een mondiale ethiek. President Bush weigerde het protocol van Kyoto te ratificeren met de woorden: 'We zullen niets doen wat onze economie schaadt, first things first, de mensen die in de Verenigde Staten wonen gaan vóór alles.'

Bovendien blijken Amerikaanse burgers zeer onwetend in internationale zaken. Uit enquêtes blijkt steevast dat een meerderheid van de Amerikanen van mening is dat de VS veel te veel buitenlandse hulp geven. De omvang van die hulp wordt echter schromelijk overschat. De gemiddelde Amerikaan gelooft dat 15 procent van het federale budget naar het buitenland verdwijnt. In werkelijkheid is dat echter minder dan één procent. De VS geven minder ontwikkelingshulp dan welk rijk land ook.

Singer: 'Ik heb daar ook geen oplossing voor. Ik zie het ook niet beter worden. Het aantal mensen dat een krant leest, wordt alleen maar minder. En televisie is ontzettend oppervlakkig. Het zou natuurlijk wel helpen als de leiders zich zouden uitspreken. Vóór 11 september heeft president Bush de natie toegesproken over experimenten met stamcel-embryo's, wat naar mijn mening een niet al te belangrijke ethische kwestie is. Hij zou beter over armoede in de Derde wereld kunnen praten. Maar goed, dat hoeven we van deze regering natuurlijk niet te verwachten.'

In zijn boek toon Singer zich een strenge moralist. Hij vertelt de parabel van Bob, een zestiger die van zijn pensioengeld een antieke Bugatti heeft gekocht, die hij echter nog niet heeft kunnen verzekeren. Op een dag blijft hij steken op de rails. Tegelijkertijd ziet hij een trein op een kind afdenderen. Hij kan de wissel omgooien, maar dan wordt zijn Bugatti aan flarden gereden. Bob doet niets.

Iedereen zal Bob veroordelen, maar de meeste mensen zijn geen haar beter. Met 250 dollar per jaar kunnen we een kind in de Derde Wereld redden. En als we dat hebben gedaan, kunnen we er nog een redden. En nog een. We zijn er rijk genoeg voor, maar we doen het niet. Als iedereen 2 tot 3 procent van zijn inkomen zou afstaan, dan zouden we de ergste problemen op het gebied van drinkwatervoorziening en gezondheidszorg kunnen oplossen. Zelf geef ik ongeveer 20 procent van mijn inkomen weg. Maar er is geen criterium of limiet. Dat moet iedereen zelf weten.'

Is hij niet al te streng? Mag je van mensen verwachten dat ze een leven van soberheid en zelfontkenning leiden? 'Het leven zal wat eenvoudiger zijn, minder luxe, minder gericht op consumptie', zegt Singer. 'Maar ik zou dat niet per se zelfontkenning willen noemen. Het is ook heel bevredigend om te helpen. Wat wil je later zeggen, als je terug kijkt op je leven. Ik heb elke twee jaar een nieuwe BMW gekocht of ik heb eraan bijgedragen dat Afrikanen niet meer vier uur per dag hoeven te lopen omdat er een waterput in hun dorpje is aangelegd?'

Peter Singer geeft op 17 april een lezing over globalisering en ethiek, georganiseerd door de Volkskrant, Felix Meritis en uitgeverij Lemniscaat. Aanvang: 20.00 uur. Locatie: Felix Meritis, Keizersgracht 324, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden