Een bloedeloos kreng aan een vleeshaak Johan Doesburg bewerkt roman 'Mystiek lichaam' van Kellendonk voor het toneel

Van hoer en slet tot poëzie. Toen hij 'Mystiek lichaam' in 1987 las, zag hij de familie Gijselhart meteen op de planken staan....

'HEB JE kinderen?', vraagt Johan Doesburg terwijl hij in zijn keuken melk klopt voor de koffie. Het antwoord doet er nauwelijks toe. Hij wil maar zeggen dat hij barende is. Dat vrijdag onder zijn regie Mystiek Lichaam van het Nationale Toneel in première gaat, naar Frans Kellendonks gelijknamige roman. Dat het kind, een paar dagen tevoren, duwt en trekt in de moederbuik. Dat hij in gewone doen al speedy is, maar nu helemaal. Zelfs zijn verháál over wat de toeschouwer te zien zal krijgen, komt er bevallingsgewijs uit. Uitgesmeerd over een dag.

Als het donker is en de repetitie van Mystiek Lichaam geweest, zal hij zeggen dat voor de toneeltekst maar eenderde van het boek is gebruikt. Dàt was wat hij er in las. 'Je hebt een film, Jesus Christ Superstar', oppert hij droog. Hoe heette ook al weer wat John Cleese van de Bijbel bakte? Life of Brian. 'Wedden om een tientje dat Jezus elke keer weer gekruisigd wordt?' Van De Avonden staat er na de verfilming nu ook een toneelbewerking aan te komen, al wil hij niet zeggen van wie.

Werd trouwens van Reve's klassieker destijds niet gezegd: afblijven, moeilijk aanschouwelijk te maken? Dezelfde huiver klinkt door in opmerkingen die Doesburg krijgt te horen: 'Hoe krijg je de filosofie erin?' Zijn antwoord: 'Dat is juist de uitdaging.' Hij vindt het zelfs wonderlijk dat andere regisseurs niet eerder op het idee zijn gekomen. Toen hij Mystiek Lichaam in 1987 las, zag hij de familie Gijselhart plus aanhang meteen op de planken staan. 'De personages zijn in zichzelf theatraal gebakken, het zijn kleurrijke figuren. Ik zag ze praten. Ze zijn oprecht en grotesk, klein en groter dan groot, stereotypen en alle andere kleurschakeringen er tussenin.' Waarom is Turks Fruit verfilmd? Denk eens aan de vader van Olga die op de Radetzky-mars 'tieten kont, tieten kont' dreunt. 'Dat zijn bellen die gaan rinkelen bij een cineast.'

Dezelfde contrasten waaruit de personages in Mystiek Lichaam zijn opgetrokken, trof Doesburg aan in Kellendonks stijl. 'Die is ook groter dan groot en dan weer zacht en poëtisch. Het is van hoer en slet tot poëzie. De gelijkmatigheid van Couperus kan goed verfilmd worden, dat gebeurt dus ook altijd, maar die spreekt mij minder aan dan de stijl van Kellendonk.' Toen hij in 1994 bij het Nationale Toneel in de artistieke leiding kwam, plaatste hij Mystiek Lichaam, die vage droom tot dan toe, op het programma.

Met Ariane Schluter, die tevens dochter Magda speelt, bewerkte hij het boek tot toneeltekst. Ze besloten zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke zinnen te blijven. Doesburg: 'Wij schrijven niet beter dan Kellendonk. Hij is de literator.' Het schrappen, dat viel hem moeilijk. De criteria volgens welke het verhaal uiteindelijk werd ingeklonken: het streven, het ideaal van elk personage moest duidelijk overeind blijven. Los van de theatrale aspecten die Doesburg ontwaarde in de roman, was voor hem de reden om Kellendonks gedachtengoed in vlees en bloed om te zetten: 'Het boek slaat de spijker op de kop, er komen onderwerpen in naar voren die bij mij en velen om mij heen aan de hand zijn.'

Hij zegt: 'De thema's van Leendert, zijn mijn thema's.' Hij herinnert aan het gebed dat de homoseksuele Leendert richt tot zijn zwangere zuster: 'Je kunt tien, twintig jaar in een gloed van geilheid leven, al je bloed vlak onder je huid, en dan ineens merken dat je van binnen bestorven bent, een bloedeloos kreng aan een vleeshaak.' En: 'Niemand minder dan Plato beweert dat het krijgen van kinderen de laagste vorm van creativiteit is. Allemaal baarmoedernijd, inderdaad, daar ben ik nu ook achter.'

Doesburg heeft al een familie, de grote theaterfamilie. Dat 'verband van vrije mensen', om met A.W. Gijselhart te spreken, 'kan een zieke verplegen, een huis bouwen, een weg aanleggen als het moet'. Maar toch, peinst hij: 'Ik, J.Th. Doesburg, hetero, identificeer me met Leendert. Aan de ene kant zegt hij dat de man de slaaf is van zijn baas en zijn gezin, dat wil hij niet, aan de andere kant: die gloed van geilheid, is dat alles? Straks ben ik vijftig, leef ik dan in een compleet universum? Wil ik een kind?' Doesburg is pas veertig, maar Mystiek Lichaam heeft tot nadenken gestemd. 'Het gaat over liefde, saamhorigheid, ingewikkelde thema's.'

Het is nog middag als hij hierover spreekt, plaats van handeling is zijn huis in Den Haag. Hij zit aan de tafel waar hij de koffie heeft geserveerd, hij staat op, loopt een gevangenisrondje. Het lange zwarte haar wordt betast, de brand gejaagd in een Gladstone. 'Wat ik wil laten zien is een handjevol mensen dat beschadigd is, zoals iedereen beschadigd is.' Plotseling: 'Hoeveel relaties heb jij gehad? Waarom was het niet in één keer goed? Waarom vinden we het wiel steeds weer uit?'

Dan staat hij voor het raam: 'Ik heb een leemte ontdekt waar God als hij bestaat in zou kunnen passen.' Spreekt hij tegen de familie van Joris Voorhoeve die aan de overkant woont? Tegen de hoer van in de zeventig die een paar panden verderop haar nering drijft? Hij maakt zich los van het uitzicht. Citaat van Kellendonk, merkt hij op.

Via een vraag licht hij toe: waar doen de figuren die de roman bevolken het allemaal voor? Anders gezegd: 'Wat drijft ons? Een mooi huis? Rijk worden? Acht kinderen gelukkig maken?' Toen hij twintig was las hij in de Haagse Post een artikel over de 'Nieuwe Vrijgestelden'. Daarna kwam het Ik-Tijdperk. 'We hebben er twintig jaar lang een zooitje van gemaakt. Nu staat alles op de helling - religie, sociale zekerheid, links, rechts, ideologieën, exit. Er is een maatschappelijke en geestelijke leemte.'

'Referentieloos', dat woord kwam in hem op toen hij zich verdiepte in Mystiek Lichaam. Kellendonk zag het tien jaar geleden al aankomen, meent Doesburg. 'Er is meer dan ooit behoefte aan een geestelijk ijkpunt. Kellendonk was een kunstenaar, hij nam er een voorschotje op.' De leemte zou kunnen worden opgevuld met God - als die bestaat. Maar is dat de oplossing? Ja en nee, zegt Doesburg. Mystiek Lichaam is gedoopt in bijbelse metaforiek. Maar die is eerder bedoeld als vraag - kunnen de aloude waarden nieuwe betekenis krijgen? - dan als antwoord. Liefde, is het pleidooi. 'Die kun je ervaren door op te gaan in een gemeenschap.'

In Mystiek Lichaam is het het familieverband, waarin het uiteengewaaide Gijselhart-gezin opnieuw probeert te schuilen. Magda heeft 25 jaar in de schoolbanken doorgebracht en een carrière als arts achter de rug wanneer ze zwanger terugkeert naar het ouderlijk huis. Leendert komt na artistiekerige, financiële en seksuele uitspattingen terug uit New York met aanzienlijk gematigder denkbeelden over Superwoman. Doesburg: 'Hij is zoals hij is, toch twijfelt hij aan zijn geaardheid. Hij heeft een unheimisch gevoel. Hij benijdt Magda omdat ze een kind krijgt en zo onderdeel van de geschiedenis wordt. Prachtig toch?'

En de vreselijke vader Gijselhart? Die leeft voor twee dingen: zijn hoop oud ijzer en verzameling onroerend goed, die hem vooral in zijn hoofd geld opleveren, en zijn dochter. Zodra zij bij hem terug is, hem een kleinkind schenkt, verkoopt hij de bult schroot, breekt hij de loods eromheen af. Hij wordt verlost uit de 'lange nacht van cijfermatige zorgen', immers: 'Vlees geeft de hoogste rente.'

Maar van liefde, warmte komt in deze familie niks. Doesburg: 'Ze streven naar geluk, maar Kellendonk laat ze sneuvelen. Ze zijn beschadigd, daar ketst intimiteit op af.' Het derde deel van de roman, 'De geschiedenis', kreeg een motto van Carry van Bruggen mee: 'Distinctiedrift is levensdrift. Eenheidsdrift is doodsdrift.' Kellendonk leverde met Mystiek Lichaam volgens Doesburg geen kant en klare moraal af. 'Er is behoefte om op te gaan in de groep, maar dat houdt in dat je specifieke kwaliteiten kwijt kunt raken, dat je jezelf niet meer bent. Temidden daarvan probeerde Kellendonk een plekje te veroveren.'

De schrijver stelt zich vragen waar velen tegenwoordig mee rondlopen, zoals Doesburg al zei, maar let wel: 'Het zijn universele vragen, want ze worden al tweeduizend jaar gesteld.' Immers, een eeuwenoude vorm van gemeenschapszin waar het boek mee speelt is: het huwelijk tussen man en vrouw, als teken des verbonds tussen hemel en aarde, het mystieke lichaam, onderdeel worden van de goddelijke geschiedenis.

Dan is er de opmerking van Plato, dat kinderen krijgen de laagste vorm van creativiteit is. 'Dat zegt ook iets over Kellendonks opvattingen over creativiteit. Want Kellendonk is dood en wij zitten over hem te praten alsof hij leeft.' Oorzaak: zijn boek. Dus toch voortleven in de kunst, terwijl Leendert er vraagtekens bij plaatst? Ook Kellendonk kwam niet uit zijn dilemma's, hij had geen katharsis in gedachten, meent Doesburg. En die heeft hijzelf evenmin. 'Het stuk raakt wat aan. Er wordt alleen gestreefd.'

Onderdeel van de contactgestoordheid van de personages in het boek zijn hun niet kinderachtige vooroordelen. De vader haat de zoon en verjaagt 'de verwijfde knul met dat geverfde haar', die behept is met 'neigingen waar in bijbelse tijden hele steden voor werden weggevaagd', naar een kamertje in de nok van de loods, terzijde van zijn huis, terzijde van 'de geschiedenis'. Over Pechman, de verwekker van Magda's kind die door Gijselhart ook wel 'de Jood' wordt genoemd, roept hij dingen als: 'Er zijn maar twee ledematen die de jood graag beweegt en die zijn allebei botloos. Het ene is zijn tong en de andere ken je ook.' Gijselhart zou zelf een stereotiepe voddenjood kunnen zijn, Pechman geeft af op 'sappeljoden': 'In mijn familie zul je geen marskramers vinden.'

Vanwege dit soort opmerkingen, maar ook die van De Geschiedenis die in het boek aan het woord komt - 'De Geschiedenis had haar buik vol van joden' - brak na verschijning van Mystiek Lichaam in 1986 een rel uit. Was het boek antisemitisch of niet? Aad Nuis, destijds in de rol van recensent, zette de toon. 'Onmiskenbaar antisemitisme', vond hij. Geen sprake van, vindt Doesburg. 'Waarom heeft Gijselhart een hekel aan joden? Omdat een jood zijn dochter inpikt, zijn orde bedreigt. Er worden ook onaangename uitspraken gedaan over Hongaren, Italianen. En joden. Punt. Alles wat vreemd is, wordt als een bedreiging ervaren. Waarom zegt Gijselhart tegen zijn dochter hoer en slet en reageert ze er niet op? Die mensen zijn gedeformeerd.'

BRENG ZIJN nieuwste produktie op geen enkele manier in verband met zijn regie in 1987 van Het vuil, de stad en de dood van Fassbinder die na een besloten 'première' onder druk van joodse organisaties nimmer een tweede voorstelling haalde, of Mein Kampf van Georg Tabori dat hij opvoerde, of Heksenjacht die het Korzo-theater in Den Haag van het programma afvoerde vanwege het woord 'jodenlawaai' waarmee Doesburg het stuk had geïntroduceerd. En dan de vraag: wat is je engagement, wat wil je zeggen?

Doesburgs antwoord van pakweg een half uur luidt samengevat dat er geen inhoudelijke verband tussen die stukken is, dat het stigmatiserend werkt er nu weer over te beginnen, dat hij zoveel meer heeft gedaan. 'Ik raak geïrriteerd als Het vuil, de stad en de dood op de proppen komt bij wat dan ook, het onderwerp is een beetje uitgeput.' Hij lardeert zijn betoog met zinnen als: 'Ik zweer je, we hebben het hooguit een uur over antisemitisme gehad', 'Nog geen hond heeft de voorstelling gezien, dus kom eerst maar kijken', 'Waarom vraag je me niet wat ik heb met geld, Vastgoed BV ging ook over geld', 'De metafoor van de jood staat buiten de geschiedenis wordt in mijn voorstelling aangestipt, het is geen onderwerp', 'Er zit een jood in met een beschadigde achtergrond, zoals er ook anderen beschadigd zijn, en dat doet de oordelen en vooroordelen hoog oplopen', en: 'Het is niet zo: hé, er zit een jood in, dus Doesburg pakt dat boek.'

Tot slot: 'Terwijl de verf nog nat is, vraag je me: wat betekent die paarse onderlaag?' Hans Croiset, die de rol van Gijselhart speelt, en een paar dagen voor de première compleet tussen de oude metalen leeft, zoals hij het uitdrukt, zegt over de kwestie van het antisemitisme: toen Johan Doesburg met zijn plannen voor Mystiek Lichaam naar hem toe kwam, heeft Croiset zich er van vergewist of de beschuldiging waar was. Maar de rel was naar zijn mening een 'onverkwikkelijke reactie' op een 'vrij integere' roman. 'Als halve jood kan ik me in het boek vinden. De antisemitische elementen die er in zitten, zijn zo helder dat ze bij mij geen enkele vraag oproepen.'

'Ik vind het ontzettend goed om te laten zien hoe mensen in hun vooroordelen op elkaar botsen. Het is één Hollandse vooroordelen-beerput. Hoe die vader over zijn zoon praat, een vreselijke man, ik zal hem op geen enkele manier proberen sympathie te geven. Een beest van een man, die nodig is in het stuk. Zoals ik in een koosjer stuk ook Goebbels wil spelen om te laten zien hoe slecht die man is, of een andere stupide idioot.'

De naam Fassbinder wil Croiset niet meer uitspreken. Hij helpt Doesburg hopen dat 'dat hoofdstuk' met terugwerkende kracht is afgesloten. 'Straks zegt men dat ik nu als alibi ben gebruikt omdat mijn broer de andere hoofdrolspeler was in dat verhaal. Ze doen maar.' Van 'de heer Nuis' zou hij wensen dat hij in zijn huidige openbare functie van zijn 'dwaalwegen' van destijds terugkeert, zegt hij lachend. 'Niemand heeft beter dan wij kunnen analyseren waar het Kellendonk om te doen is geweest. De vooroordelen zijn zo sterk aangezet dat ze aan de kaak worden gesteld. Wie er iets anders in ziet, heeft een probleem met zijn eigen vooroordelen.'

Niet dat hij de rol van Gijselhart heeft aangenomen om aan te tonen wat het gevaar van vooroordelen is. Zijn interesse werd gewekt door het dramatische in de figuur. 'Een vrek, die niet in staat is tot het geven van liefde, vol van vooroordelen, een beul, een van de slechtste vaders uit de Nederlandse geschiedenis.' Een keer per jaar, twee jaar speelt hij een grote rol. Om zichzelf als regisseur - sinds kort bij een eigen gezelschap, nadat hij uit de artistieke leiding van het Nationale Toneel is gestapt - te verversen. Om de wereld van de andere kant mee te maken.

En daar staat hij 's avonds tijdens de repetitie op het toneel, dat met honderden gesloopte sinaasappelkistjes lijkt te zijn verbouwd tot een onpersoonlijke, kille loods, die zo nu en dan met piano en koelkast een huiselijker accent krijgt. Croiset is omgeturnd tot een Catweezle-achtige, verslonste woesteling. Hij foetert zijn omgeving uit, of slaat op de achtergrond zijn kinderen balsturig gade.

Van Mystiek Lichaam was niet in 'afgekolfde vorm' een well made play te maken. Dan hadden de personages eerder in elkaar moeten steken, zegt Doesburg. 'Je hebt nu na ongeveer een half uur door wie wie is.' Hoe je het ook wilt noemen, voegt hij er aan toe, montage of semi-montage: de eerste twee delen van het boek zijn door elkaar geklutst, van het derde deel is de chronologie gehandhaafd. Anekdotiek wordt afgewisseld met abstractie. 'Kopje koffie drinken, en hup, schakelen.' Dan staat bijvoorbeeld een van de personages een monoloog te houden van vier pagina's. Linke soep, onderkent Doesburg, 'maar als ze goed gebeuren, duren ze niet lang'.

Hij wil op het toneel 'de tegenstellingen laten botsen'. Namelijk: 'Er bij horen, er niet bij horen, homo-hetero, man-vrouw, leven-dood, dat zijn de tegenstellingen in deze voorstelling. Idealen hebben en die verloren zien gaan. En wat dan?' Als na afloop van de repetitie de echo van Kellendonk is verstomd, vraagt hij: 'Heb je een indruk?' Hij kijkt onrustig om zich heen, en dan weet je weer: o ja, dit was binnenkomen tijdens het baren.

Mystiek lichaam van Frans Kellendonk gaat 8 maart in première bij Het Nationale Toneel in Theater aan het Spui te Den Haag onder regie van Johan Doesburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden