Een biografie als Rita Verdonk zelf: kort, luid en duidelijk

Doen wat het volk wil en daarbij door roeien en ruiten gaan. Zo kenmerkt Rita Verdonk zichzelf in haar biografie. Ze toont nog weinig zelfinzicht.

Als een zwarte komeet schoot ze door het politieke zwerk. In 2003 werd ze, vanuit het niets, minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie voor de VVD. Toen Trots op Nederland, haar eigen partij, bij de Kamerverkiezingen van 2010 nul zetels haalde, was het allemaal al weer over. Een jaar nadien maakte de dame die zich opmaakte de eerste vrouwelijke premier van Nederland te worden, bekend dat ze terugtrad.


'Ik dacht bij mezelf dat ik misschien niet meer de juiste mens op de juiste plek was', zegt ze over dat besluit. Het is meteen de meest zelfkritische regel in de geautoriseerde biografie die donderdag werd gepresenteerd: Mijn verhaal, opgetekend door Adrianus Koster. 'Kort, luid en duidelijk', zo typeert ze zichzelf ergens. Het is een karakterisering die ook op het boek als geheel van toepassing is.


'Ministers kwamen van 'een andere planeet' en ik was gewoon Rita Verdonk', laat ze noteren over het begin van haar ministerschap. Waarbij het nog de vraag is wie nou eigenlijk van Mars kwam. Want zo gewoon was die directeur van het projectbureau Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers niet, die door Gerrit Zalm naar het Binnenhof werd getakeld. Dat vond ze zelf, en daar kwamen heel wat omstanders ook achter, niet zelden tot hun eigen schade en schande.


In de paar jaar dat ze minister was, trok ze een schroeispoor. Voetballer Salomon Kalou, imam Ahmed Salem, de Kosovaarse asielzoekster Tadia Pasiae en de Chinese moeder die met haar kleine kindje in een vertrekcentrum zat - ze kunnen ervan getuigen dat Verdonk niet met zich liet spotten. Of, zoals ze het zelf uitlegt: 'Ik snap heus wel dat al die mensen hier willen blijven, want hier is het beter dan in hun land van herkomst. Dat vinden we echter niet goed, hebben we met zijn allen besloten. Dan moet er eentje zijn die de uitzetting daadwerkelijk uitvoert, die duidelijk durft te zeggen: nee jongens, tot hier en niet verder.'


Ziedaar de kern van haar gedachtengoed. Het maakte haar werk niet altijd leuk, herhaalt ze. 'Natuurlijk doet het me wat.' Maar dit was nu eenmaal de opdracht die ze had gekregen: handhaven wat we met z'n allen hebben afgesproken. Eenzelfde rechtlijnigheid legde ze aan de dag in de omgang met politieke tegenstrevers als Mark Rutte ('een aardige jongen'), Gerrit Zalm en Femke Halsema. Ayaan Hirsi Ali vormde een aparte categorie. Verdonk legt nog eens uit hoe het volgens haar gelopen is: dat ze dacht dat Ayaan een vriendin was. Maar dat ook bij vriendschap geldt: voor wie liegt over zijn naam en vluchtroute is in Nederland geen plaats.


Die onbuigzaamheid zou tot diep in eigen kring verbijstering oproepen. Voor Verdonk het bewijs dat onder wat zij de Haagse kaasstolp noemt het eigenbelang vaak voor het oplossen van de problemen in de samenleving gaat.


Mede daarom besloot ze met Mark Rutte de strijd om het partijleiderschap aan te gaan. Niet omdat ze zo graag wilde, maar omdat er tegenover de kandidaat van het bestuur ook een 'kandidaat van de mensen uit het land' moest staan.


Verdonk was, met Pim Fortuyn en Geert Wilders, de politica die de onvrede van de zwijgende kiezer wist aan te boren en zo de Nederlandse politiek hard maakte. Dat toont dit boek nog eens aan. Tegelijk maakt het ook genadeloos zichtbaar waar het haar aan ontbreekt om fakkeldrager op rechts te worden. Twee jaar na haar vertrek uit de politiek is er bij haar nog amper sprake van reflectie, van zelfinzicht of verdieping. Verdonk positioneert zich als iemand die uitvoerde wat het volk wil, en daarbij bereid was door roeien en ruiten te gaan. 'Ik weet van mezelf dat ik geen zinnen van drie regels moet uitspreken', zegt ze ergens. 'Dan ben ik halverwege de weg kwijt.' Een typische doener, met een vasthoudendheid zoals je die op het Binnenhof zelden aantreft.


Dat maakte haar ook tot een willige speelbal in de handen van typetjesmakers als Kay van der Linde, die zich over haar ontfermde toen ze een poging deed partijleider van de VVD te worden. Hij is de man die de powerdressing bedacht bij haar legendarische presentatie tijdens de BouwRai - waarover helaas geen woord in het boek. 'Gewoon Rita Verdonk' moest uitgroeien tot een politica van Amerikaanse allure en werd groter dan zichzelf. Het zijn ontsporingen waar je Verdonk niet over zult horen. Zo min als ze de ondergang van Trots op Nederland analyseert, de partij die ze na haar vertrek uit de VVD begon.


En nu? Ze noemt zichzelf zelfstandig ondernemer, dook een tijdje geleden samen met echtgenoot en broer op in een reclamefilmpje voor een totalbodyscan. Bijna nonchalant vertelt ze hoe haar in ruil voor haar Kamerzetel tot twee keer toe een burgemeesterschap werd aangeboden. Een voorstel waaraan ze misschien nog wel-eens weemoedig terugdenkt.


Verdonk in vier citaten:


Ik realiseerde me dat mijn paraaf uiteindelijk ging over de toekomst van een mens, blijven of terug naar het land van herkomst. Ik heb dat als een hele zware verantwoordelijkheid ervaren.


Ik heb mijn beleid gevoerd uit zorg voor mijn eigen land, voor de mensen. Niet om één of andere barbaar te willen zijn die iedereen buiten houdt.


Er hing tussen Mark (Rutte, red.) en mij altijd een naar sfeertje. Hij had duidelijk geen enkel vertrouwen in mij en ik werd steeds gemarginaliseerd, een kopje kleiner gemaakt.


Ik heb al eerder gezegd: die praatfabriek van de Tweede Kamer, dat waren niet de leukste vier jaar van mijn leven, zeker niet!


Adrianus Koster: Rita Verdonk - mijn verhaal. Uitgeverij Link, euro 15

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden