Een bijna volwaardig ochtendconcert van speciale vogelroepjes

Caspar loopt

Caspar Janssen loopt een jaar lang door Nederland en brengt al doende het landschap in kaart, en daarmee de planten, dieren, mensen en kwesties van het Nederlandse land. Aflevering 167: vinken, mezen, boomkruipers, merels, spechten. En dan zijn er nog de speciále roepjes.

Foto Studio V, met dank aan Reisboekhandel Pied à Terre, Amsterdam

Ja, dat zijn dan de geluiden waarop je hoopt. Het schemert nog als ik vanaf Delden via een voetgangerstunnel de drukke rondweg kruis en prompt op landgoed Twickel sta. Het is niet eens een ideale dag, want het miezert en het ochtendverkeer is op de achtergrond nadrukkelijk hoorbaar. Maar toch: een bijna volwaardig ochtendconcert in het parkachtige bos. Dat is alweer even geleden. Vinken, mezen, boomklevers, boomkruipers, merels, roodborstjes, grote bonte spechten, alles door elkaar. Een blauwe reiger vliegt over, richting kolonie in het bos. De reigers zijn al aan het broeden, hun seizoen begint vroeg.

En dan de roepjes die opvallen, omdat ze voor mij speciaal zijn: piTSJAI. Ik citeer nu de vogelgids, maar het klinkt in ieder geval explosief en 'opgewekt'. De glanskop, weet Peter van den Akker van de Twentse Vogelwerkgroep, met wie ik hier ben, direct. Even speuren en dan zien we het meesje, voor mij niet te onderscheiden van de matkop.

Het zegt iets dat de glanskop hier veel voorkomt als broedvogel. Niet alleen volgt de glanskop vrij nauwkeurig de verspreiding van beuken, vanwege de zaden in de herfst, maar de glanskop doet het ook goed in de oudere bossen. Bossen met het nodige dode hout, waarin hij nestholten maakt.

Dat is ook de reden dat we hier zijn, want landgoed Twickel heeft een reputatie. Oud bos, jong bos, eiken, beuken, berken, dennen, lariksen, douglassparren, natuurbos, productiebos, veel afwisseling, grote oppervlakte. Bossen op keileemgrond, natte ondergronden, beekbegeleidend bos langs de Oelerbeek. Bijzonder bosbeheer, waarbij op veel plekken oude, dode bomen blijven staan, of liggen. Op de draaihals na komen alle spechtensoorten hier voor; de grote bonte natuurlijk, maar ook de middelste bonte, de kleine bonte, de zwarte en de groene specht.

We zijn officieel op zoek naar de middelste bonte specht, maar dat blijkt erg optimistisch op deze druilerige ochtend nog iets te vroeg in het jaar. Drie appelvinken dan, boven in een eik, het kan niet op dit jaar. Dan nog een goudvink op ooghoogte, een vrouwtje met beigegrijze borst en buik. En we zijn nog geen uur onderweg.

De glanskop.
Powered by Wikiloc