Een bewuste leek, zakmaarzegge

Naam: Wim T. Schippers (Bussum 1942)..

ALS de ander wat terugzegt, vat hij dat op zoals een wiel met spaken een daarin gestoken stok. Ratelend komt Wim T. Schippers, kunstenaar, televisiemaker, radiokomiek, presentator, auteur, uitvinder van illustere televisie-types als Barend Servet, ingenieur Evert van der Pik en Sjef van Oekel, de stem van Ernie uit Sesamstraat, performer ook, tot staan.

Wat zeggen wij daar nu? Wat heeft Wim T. met wetenschap? Wat vinden wij daar zelf eigenlijk van? Is dat niet veel interessanter, met dat boeiende krantenberoep van ons?

Altijd alles letterlijk nemen, er eindeloos verbaal omheen dribbelen, grillig als een stuk zeep op een natte badkamervloer. Omdat het gekke is met taal: je zegt wel wat, maar het gevoel blijft dat het toch niet helemaal is wat je bedoelt.

Twijfelen aan elke vaste betekenis. De verwarring zoekt hij. En liever nog: schept hij zelf. Hij is immers kunstenaar en kunstenaars maken iets, scheppen. Wat weer verwarring schept. Bij derden. Hugo Brandt Corstius, mede-genie te Nederland, bijvoorbeeld. 'Al zijn zinnen zijn als met vilt overplakte attributen: je herkent de Nederlandse woorden wel, maar zitten ze er wel echt ónder.'

Wim Schippers zou het niet weten. Daar gaat hij helemaal niet over, wat eronder zit. Hij zorgt dat er überhaupt iets óp zit. En dan nog. Een paar jaar terug, met die overzichtstentoonstelling van zijn beeldend werk, in het Centraal Museum in Utrecht, was hij niet zo blij. Doe maar, zei hij uiteindelijk tegen iedereen, of ik dood ben.

Maar dan stond hij daar tussen al dat werk dat eigenlijk nooit af was gekomen. Half mislukt. Klonten verf en kunststof, machines met gebroken drijfriempjes, defecte circuits, alles waarvan hijzelf nog niet besloten had dat het kunst was. Maar zo gaat het in het kunstwereldje. Wat je ook maakt, ze staan eromheen te draaien alsof het relikwieën zijn.

Tekenen, hij kon tekenen en ging daarom ooit naar de Kunstnijverheidsschool, later de Rietveld Academie, jaargenoot van Jan des Bouvrie, tekenen is gemakkelijker dan pianospelen - dat kan iedereen met ouders die vonden dat dat moest. Als je tekent, leg je het ene papier over wat je ziet en trekt het over. Kan iedereen.

Alleen moet je niet alles tegelijk willen. Anders krijg je modder met ijzerdraad eromheen. Tekenen gaat over tekenen, niet over de werkelijkheid. Die is er al van zichzelf, immers. Dat soort relativering, het idee dat alles kunst kan wezen, binnen of buiten een museum, als je het maar interessant maakt, daarom mag Wim Schippers herinnerd worden, vindt hij.

Maar dat is allemaal gepsychologiseer. Verantwoorden, dat moet je altijd in Nederland. Als toevallige presentator van een quiz. Of wat meneer de kunstenaar nou weer van onze belastingcenten heeft zitten prutsen. Terwijl, reken maar uit, kunst altijd meer oplevert dan het kost. Iedereen die komt kijken, moet ergens slapen, eten, drinken, een plas doen.

Hij is een dromer, maar een realistische. Dus alstublieft aan zijn kop, vragende ogen boven een ironisch gekruld bekkie, geen geleuter over dat er meer is tussen hemel en aarde. Laat maar zien dan.

Hij laat sinds kort in de hal van het ministerie van VWS die kei van twaalf ton zweven, maar niet omdat het iets mystieks heeft, een zwevende kei van twaalf ton, maar juist omdat het niks mystieks heeft. Sommige keien kunnen zweven in een magneetveld. Alleen wist u dat niet.

Boos, fysiek onpasselijk wordt hij van alle gekrakeel over het nut van de wetenschap. Het hoort, luistert u mee, meneer de minister, tot onze cultuur om te willen weten hoe het allemaal zit. Dat ís het nut ervan.

Maar nee, we willen alles indelen in nuttig en niet nuttig. Alsof een videorecorder zo nuttig is. Voor sommige toepassingen wel, voor andere niet. Het hele leven, het hele bestaan is toch niet nuttig. En dus is alles maar een beetje onzin, welbeschouwd?

'Schippers', schreef de NRC ooit, 'mag er graag aan herinneren dat als het met het universum gedaan is, niemand zal weten dat de mensheid bestaan heeft. Je zou zijn hele oeuvre kunnen opvatten als een demonstratie hoe dat verpletterende feit sportief op te vatten.'

Laten onderzoekers dat gewoon zeggen, willen weten is niet iets om je voor te schamen. In de quiz ook. Krijgt hij van die zwakke gesprekjes over dat ze in Wageningen ook reuze milieu zijn. Hou toch op. Gegrepen zijn ze, dat is alles.

Eigenlijk is het in de wetenschap net als met kunst. Dat is ook maar een kwestie van wat aanklooien en kijken of je ergens op stuit. Al is kunst net iets lekkerder, dat wel. Daar maak je dingen die de ander moeten verleiden zich erin te verdiepen.

Een opzettelijk gedeukte taxi, in Parijs. Mensen vergaapten zich, vochten om mee te mogen. Een beetje roeren in de werkelijkheid. Lastig zijn. Dromen, dat doet hij.

En gezellig bezig zijn, natuurlijk. Dat jongenscluppige. Hebben ze bij de wetenschapsquiz ook. Het is eigenlijk een beetje een samenzwering. Vragen verzinnen die niemand mag weten. En antwoorden.

Zes jaar geleden belde Noorderlicht, het VPRO-wetenschapsprogramma. Hij had net knallende ruzie met Roelof Kiers, de VPRO dus. Omdat ze zijn dramaserie We zijn weer thuis afzeken, steeds weer anders programmeerden, tegenover het Journaal, Goede Tijden, nooit uitsluitsel gaven over de nieuwe seizoenen. Noorderlicht wilde iets ludieks, beetje glamour, een beetje Hachéshow eigenlijk. Hij wilde niet, liet zich toch binnenlullen.

Leuk voor een keertje, dacht hij. Zes seizoenen zijn het inmiddels, als springerige presentator. Misschien wordt het tijd voor wat anders. Dat gaat altijd zo bij hem. Na het derde jaar kreeg hij een brief van een groepje studenten uit Delft. U zult, stond er, het in kunstenaarskringen wel verbruid hebben, maar u bent onze held. Kijk. Wat ze precies bedoelden, weet hij niet. Maar het deed hem toch goed.

Al leidt zijn presentatie ook tot rare dingen. Uitnodigingen krijgt hij om congressen te openen van neurologen en zo. Lastig. Dan moet hij dat allemaal weer gaan afbellen.

Nee, wat hij wil, is gewoon wetenschap op televisie. Mooie programma's als Noorderlicht van Rob, Rob van Hattem. En op de zondagmiddag een Groenteman-achtig ding met een paar onderzoekers aan tafel. Over de wetenschappelijke actualiteit. Nieuws uit de krant. Rob de echte vragen. Hij de halve gare. Beetje lekentaal afdwingen, zakmaarzegge.

Omdat een buitenstaander die maar wat aanklungelt, heel aardige gezichtshoeken kan opleveren. Mensen willen veel te vaak uitstralen dat ze ergens best verstand van hebben. Ze willen erbij horen. Bang om te worden uitgelachen. Maar het is toch zeker geen schande om een geïnteresseerde leek te zijn? Iemand die al weet hoe het zit, kijkt tóch niet.

Daarom verbazen hem de korzelige reacties op de quiz wel eens. Stemverheffing: 'De heer Schippers begrijpt er zelf de ballen van.' Vooral kranten, terwijl ze zelf zo'n rare benadering van wetenschap hebben, met hun stukkies uit Science en zo. Als het een week later onwaar blijkt te zijn, hoor je niks. Discussie, daar gaat het toch juist om? En wat maakt het uit of Brandt Corstius de antwoorden al in Vrij Nederland schreef? Erover nadenken, dat is de lol.

Waar waren we? Zo'n zondags programma, dus, om tegemoet te komen aan de natuurlijke nieuwsgierigheid van de mensen. Wie wil er nou niet weten hoe het zit? Waarom twee wekkers even gelijk tikken en dan steeds minder en dan weer steeds meer. Of, hij noemt maar wat, bij welke temperatuur wijzen thermometers in Fahrenheit en Celsius dezelfde waarde aan?

Wetenschappers, nee rotwoord: onderzoekers, daar heeft hij wat mee. Leuke mensen, vaak. Je hoort nog eens wat. Andere koek dan oeverloos gebazel aan de tap. Al moet je ze ook niet meteen zalig verklaren. Het is heel prettig om in de quiz te zien dat ook slimme geleerden de mist in kunnen gaan. Dat geeft de burger moed, toch?

Soms staat hij daar weer in die studio te dazen met al die geleerde mensen en denkt opeens, verdomme: ik had het helemaal anders moeten doen. Ik had echt moeten gaan studeren. Natuurkunde. En dan lekker de hele dag van die basisvragen. Waarom, waarom, waarom.

Jaloers? Het is meer een gevoel dat hij zijn hele leven nog nooit iets helemaal voluit heeft gedaan. Alles een beetje aangeraakt, ja. Beetje beeldende kunst, beetje toneel, beetje televisie, trompet, zingen. Wees eerlijk: de televisie is toch een wereld van namaakberoemdheden en halve zolen. Dan wil je soms vanzelf wel eens iets diepers.

Maar die onvrede, dat is wel steeds achteraf. Als hij ergens in verdiept is, kun je hem bellen dat zijn huis in de fik staat, maar hij zal 'o' zeggen en weer ophangen. Zelfs de grootste onzin moet je met hart en ziel maken. Anders werkt het niet. Hij weet ook wel dat Ernie een pop is. Maar als hij spreekt, leeft hij even.

Wetenschap op de Nederlandse televisie, het is treurig. Je had Rolf Wouters, maar dat was amusement dat toevallig over wetenschap ging. Lol om de lol. Niks voor hem. Hij wil wetenschap, maar in lekentaal. Gezellig met Oom Wim aan tafel in een rietje blazen en bedenken hoe het kan wat er gebeurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden