'Een bescheiden verhoging van het minimumloon leidt tot meer banen.'

TALLOZE wetenschappelijke artikelen gaan voorbij zonder dat er een haan naar kraait. Zo niet het onderzoek van David Card en Alan Krueger naar het effect van de verhoging van de minimumlonen op de werkgelegenheid in hamburger-restaurants....

De vraag die deze gerenommeerde economen uit Princeton zich stelden was in wezen simpel. De Amerikaanse staat New Jersey had aangekondigd om per 1992 de minimumlonen te verhogen van 4,25 dollar naar 5,05 dollar. Wat zou het effect van die maatregel zijn op het aantal banen in hamburger-restaurants, een sector waar veel werknemers het minimumloon betaald krijgen? Hun conclusie was voor veel economen tegen het zere been: de loonsverhoging leidde tot meer, niet tot minder banen.

Deze onderzoeksresultaten hebben vooral in de Verenigde Staten voor veel opwinding gezorgd. Met deze resultaten zijn immers aanzienlijke politieke en commerciële belangen gemoeid. In de Verenigde Staten zijn de gemiddelde lonen de afgelopen 20 jaar reëel niet gestegen. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn mensen er zelfs aanzienlijk in koopkracht op achteruit gegaan. In die omstandigheden is verhoging van het minimumloon populair. Zo populair dat veel Republikeinen, traditioneel tegenstanders van het minimumloon, het zich niet kunnen veroorloven om tegen een verhoging te stemmen.

De economen Neumark en Wachter hebben het onderzoek van Card en Krueger nog eens nagerekend, en zij komen tot andere conclusies. Zij hebben met name kritiek op de kwaliteit van het gebruikte cijfermateriaal. Als je een aantal wel erg onwaarschijnlijke gegevens buiten beschouwing laat, blijft het gebruikelijke resultaat over: minimumlonen verlagen de werkgelegenheid.

De ten dele terechte kritiek op het werk van Card en Krueger, tast hun voornaamste conclusie niet aan: een bescheiden verhoging van het minimumloon leidt - onder bepaalde omstandigheden - tot meer banen.

Er zijn simpelweg te veel onderzoeken die in diezelfde richting wijzen. Vergelijkbare studies in Texas en Californië leidden tot dezelfde conclusie. Engelse economen hebben vastgesteld dat de afschaffing van het minimumloon door Thatcher wel tot aanzienlijke loonsverlaging voor laagstbetaalden heeft geleid, maar niet tot meer werkgelegenheid.

Wat de uitkomst van de controverse over het onderzoek van Card en Krueger ook zal zijn, vanuit een breder perspectief is het lood om oud ijzer. In het verleden is al veel onderzoek naar minimumlonen gedaan. Die onderzoeken bevestigden veelal de voorspelling van de eenvoudige economische theorie: hoe lager het minimumloon, des te meer banen. Dat effect was echter klein: een verlaging van het minimumloon met 10 procent leidde tot een toename van de werkgelegenheid onder jongeren met slechts 1 tot 3 procent. Voor andere groepen had een verlaging van het minimum geen effect. Jongeren vormen op de arbeidsmarkt maar een kleine groep, dus in verhouding tot de totale werkgelegenheid is het effect verwaarloosbaar.

Of het effect van minimumloonsverhoging nu een beetje positief of een beetje negatief is, klein blijft het. Daarover zijn alle (arbeids)-economen het eens.

Blijft de vraag hoe het komt dat in oudere onderzoeken wel het gebruikelijke negatieve verband tussen minimumlonen en werkgelegenheid werd gevonden, en in de nieuwe onderzoeken niet.

De verklaring is simpel. De oudere onderzoeken hadden betrekking op de jaren zeventig. Toen waren de minimumlonen ook in de Verenigde Staten relatief hoog. Sinds Reagan in 1980 president werd, bleef verhoging achterwege. Het straffe inflatietempo deed de rest: tussen 1979 en 1990 is de koopkracht met 35 procent gedaald. Daarmee vergeleken zijn de bevriezingen in Nederland een peuleschil.

Die koopkrachtdaling heeft grote gevolgen gehad voor de praktische betekenis van het minimumloon. In 1979 verdiende 6 procent van de Amerikaanse werkenden het minimumloon. Met name voor vrouwen, en met name in zuidelijke staten (waar de lonen sowieso een stuk lager zijn) was de hele loonverdeling als het ware tegen het minimumloon aangedrukt. Als gevolg van de koopkrachtdaling was die situatie in 1990 totaal veranderd. De categorie minimumloners was ineengeschrompeld tot verwaarloosbare omvang.

Onderzoek van Alida Castilla en Richard Freeman laat het belang van de uitgangssituatie nog eens duidelijk zien. Door een speling van het internationale recht is in Puerto Rico hetzelfde minimumloon van toepassing als in de Verenigde Staten. In Puerto Rico ligt vanwege de lagere produktiviteit het gemiddelde loon echter een stuk lager. Bijgevolg verdient ongeveer één op de twee werkenden het minimum. Bij een dergelijk niveau van het minimumloon blijft ook een relatief kleine verhoging niet zonder gevolgen voor de werkgelegenheid.

De gewijzigde omstandigheden in de Verenigde Staten zij ook terug te vinden in de onderzoeksresultaten. In 1979, toen het minimumloon een grote rol speelde, deed de aloude wet van de vraag zijn werk: hoge lonen, geringe vraag naar arbeid. In 1990, toen het minimumloon slechts van marginale betekenis was, lag dit anders. Toen kwamen andere krachten in het spel.

Want hoe verklaar je die 'perverse' effecten van een verhoging van het minimum in New Jersey? Eén van de mogelijke antwoorden is het zogenaamde monopsonie- of aanbodmodel. In het gebruikelijke wereldbeeld nemen ondernemers extra personeel in dienst tot op het moment dat kosten (het loon) niet langer opwegen tegen opbrengsten (de produktiviteit van die werknemer). Wanneer in die omstandigheden het loon wordt verhoogd, zullen voor minder werknemers de kosten opwegen tegen de baten en zal dus de werkgelegenheid omlaag gaan.

Stel echter dat een ondernemer al vijf mensen in dienst heeft die hun geld ruimschoots opbrengen. Hij betaalt thans een loon van negen gulden. Een extra werknemer zou zijn opbrengsten met twaalf gulden verhogen. Dat lijkt dus alleszins de moeite waard, twaalf is tenslotte meer dan negen. Echter, een zesde werknemer is niet makkelijk te vinden. Alleen als hij het loon verhoogt van negen naar tien gulden zal die zesde man bereid zijn om een baan te aanvaarden.

Echter - hier zit de crux - de ondernemer zal die loonsverhoging niet alleen aan die extra man of vrouw moeten geven, maar ook aan de vijf werknemers die hij al in dienst heeft. In dat geval ziet zijn calculatie er een stuk somberder uit: twaalf gulden opbrengst minus tien gulden loon voor de zesde werknemer minus vijf extra guldens voor de loonsverhoging van de vijf zittende mensen, levert alles bijeen een verlies op. Op zich zou de werkgever dat hogere loon voor de zesde werknemer best willen betalen, maar het zijn de kosten van de loonsverhoging voor de zittende werknemers die hem de das om doen. De zesde werknemer komt er niet.

Stel nu dat de wet op het minimumloon de werkgever dwingt minstens tien gulden te betalen. Die vijf gulden voor de zittende werknemers is de ondernemer dan sowieso kwijt. Wat blijft is twaalf gulden extra opbrengst tegen tien gulden loonkosten. Die extra werknemer komt er in dat geval dus wel. Hier vergroot een hoger minimumloon dus de werkgelegenheid.

Tot slot de onvermijdelijke vraag: zou in Nederland een verlaging van het minimumloon wel leiden tot meer banen of is ook hier het aanbodmodel van toepassing?

Of het aanbodmodel van toepassing is, is niet met zekerheid te zeggen. Er is minstens één goede aanwijzing. De forse verlaging van de minimumjeugdlonen begin jaren tachtig heeft geleid tot een daling van het aanbod van arbeid, maar niet tot meer banen.

Aanbodmodel of niet, de werkgelegenheidseffecten van een verlaging of verhoging van het minimumloon zullen ook in Nederland gering zijn.

Het lijkt tien keer beter om het verschil tussen netto uitkering en netto minimumloon te vergroten om, precies zoals het aanbodmodel wil, meer arbeidsaanbod uit te lokken. Dit artikel lijkt echter boter aan de galg: eens in de paar jaren discussiëren wij over de afschaffing van het minimumloon. Daar helpt geen lieve-moederen aan.

Coen Teulings is econoom, werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.