Een bekoelde liefde

Op 1 mei treden acht Oost-Europese landen toe tot de Europese Unie. Met de herinnering aan het communisme nog vers in het geheugen, hebben zij echter meer vertrouwen in de Verenigde Staten....

American life van Madonna deed het slecht. Althans in het 'oude' Europa. In het nieuwe Europa, van Ljubljana tot Tallinn, klonk de afgelopen zomer overal het titelnummer van haar laatste cd. In de gloednieuwe hypermarkten van Brno en Poznan, in de bruine koffiehuizen van Bratislava, zelfs op de Russische radio in de snackbar van Narva, op 150 kilometer van Sint Petersburg.

Terwijl het oude Europa kleurige peace-vlaggen in het raam hing en Bush uitriep tot evenknie van Osama en Saddam, neurieden Esten en Slowaken het even koele als meeslepende refrein.

Oh, American life I live the American dream You are the best thing I've seen You are not just a dream.

Of iedereen door had waar Madonna over zong; dat ze op haar cd een gevoelig zelfonderzoek voltrekt naar de hyperrealiteit van Amerika – I am living out the american dream and just realised it's not what it seems – is de vraag. Het zijn de laatste zinnen van het refrein die blijven hangen. You are the best thing I've seen – You are not just a dream.

In Nederland weten we maar weinig van het Oost-Europa dat in mei bij de Europese Unie komt. We weten niet dat de skyline van Warschau steeds meer op die van New York gaat lijken en we weten niets van de schrijnende armoede op het Hongaarse platteland. We haspelen de Balkan en de Baltische staten door elkaar en halen onze schouders op bij namen van regeringsleiders als Miller, Spidla of Medgyessy. We kennen geen enkele Oost-Europese popster, geen Oost-Europese gerechten en hebben al helemaal geen idee waarop de Oost-Europeanen hopen en waar ze van dromen.

Ondanks onze, inmiddels tot epidemische omvang gegroeide afkeer van het Amerika van Bush, kijken we onveranderlijk westwaarts. En blijven blind voor alles wat zich afspeelt ten oosten van Venlo en Babberich. We weten zelfs niet dat het nieuwe Europa steeds meer op de Verenigde Staten gaat lijken. De evident belangrijke rol van de kerken, het ingebakken wantrouwen tegen de overheid, het begrip voor het Texaanse denken over de doodstraf, de desinteresse in milieukwesties als de klimaatverandering, het wildwest kapitalisme van dynamisch, veel en goedkoop. Het groeiende Amerikaanse arbeidsethos.

Soms raken we geïnteresseerd. Als de vertrekkende president Havel een enorm rood hart van kloppend neon boven de Praagse burcht laat verrijzen. Of als de Polen plots de hakken in het zand zetten en bij de onderhandelingen over de Europese Grondwet een vermelding van God eisen. Even trekt het Oosten dan de aandacht. Maar als in het Westen Michael Jackson voor de rechter verschijnt, gaat alle belangstelling weer naar Amerika.

In het nieuwe Europa is dat overigens niet anders. Ook de Balten, de Polen, de Tsjechen, Slowaken, Hongaren en Sloveniërs kijken niet naar oosten. Daar liggen landen als Oekraïne en Wit-Rusland waar nog rauwe dictators heersen als Koetsjma en Lukaschenko. Daar leeft nog de barbarij van vóór 1989. Daarom kijken ook de nieuwe Europeanen in westelijke richting. Naar de Europese Unie. Bouwer van autowegen en waterzuiveringsinstallaties, leverancier van hypermarkten als Tesco, Auchan en Geant. Hopelijke bron van economische voorspoed. Potentiële suikeroom.

En verder? Ja, veel meer valt er verder van de EU niet te verwachten. De idee dat West-Europa staat voor een grensoverschrijdende beschaving, dat de Europese Unie bijvoorbeeld solidair zou zijn met de miljoenen armen in de toetredende landen, die hoop is allang vervlogen. Dat was wél nog het idee toen in 1989 de muur openging en de Oost-Europeanen per Trabant en Skoda de vrijheid tegemoetreden. Hoe hard trof hen de afgelopen vijftien jaar de realiteit.'Wat verenigt vijftien miljoen Zuid-Afrikanen, twee miljoen Poolse kinderen, 530.000 Letse bejaarden en duizend schoolkinderen uit het Litouwse district Kazlu Ruda', vroeg het Litouwse Rode Kruis zich onlangs af. 'Het antwoord is honger en armoede'. Het Engelstalige zakenblad Poland Monthly kwam vorig jaar met een schrijnende reportage over de honger op het Poolse platteland. Want in Polen leeft vandaag meer dan een kwart van de bevolking onder de armoedegrens.

Het tijdschrift bericht uit het stadje Swidwin, op amper een uur rijden van de Duitse grens, waar het Rode Kruis dagelijks 3000 voedselpakketten aan schoolkinderen uitdeelt. En uit Brzezno, waar het kinderen portretteert 'gebogen over een kom soep, etend met hartbrekende gretigheid'.

Voordat het Rode Kruis de soep begon te verstrekken, heerste er hongersnood. In plaats van één maaltijd per dag, zo vertellen de kinderen, was er één glas melk per dag. 'We waren erg, erg hongerig.'

De oorzaak van deze honger ligt in het communistische verleden toen de staat voor iedereen zorgde en elk initiatief om het leven zélf ter hand nemen tegengewerkte. Gevolgd door de snelle terugtrekking van de staat na november 1989. Dat er vandaag meer honger heerst dan onder het communisme, wijten de Oost-Europeanen niet ten onrechte aan de Europese Unie.

Polen, het land van miljoenen keuterboertjes, kan bijvoorbeeld onmogelijk concurreren met de zwaar gesubsidieerde melk, vlees, aardappelen en meel uit Nederland, Duitsland en Frankrijk. Want van de ruimhartige steun die de Unie verstrekt aan met name de Franse boeren, wisten de Polen, Hongaren en Litouwers maar een kwart binnen te slepen. Terwijl de Oost-en West-Europese boeren wel op dezelfde markt met elkaar moeten concurreren.

Even hardvochtig blokkeerden de meeste Europese landen de mogelijkheid voor de Oost-Europeanen om in het Westen aan werk te komen. Een blokkade waar nu helaas ook het Nederlandse kabinet op af lijkt te stevenen.

Als Oost-Europa zo nodig herenigd wilde worden met West-Europa, dan mocht het in elk geval niets kosten. Zo maakte de rijke EU sinds 1989 rond de vijftig miljard over aan de toetreders. De helft van het bedrag dat, omgerekend naar de huidige koers, de Amerikanen als Marshallhulp naar West-Europa stuurden. En eendertigste van de zeshonderd miljard die de Duitsers stopten in de wederopbouw van de voormalige DDR.

Zo ervoeren de Oost-Europeanen al snel dat de Europese Unie alles behalve een garantie was tegen honger, werkloosheid en armoede. Ze begrepen dat het verheven adagium van de Unie, 'vrij verkeer voor personen, diensten, goederen en kapitaal' exclusief geldt voor het 'oude' Europa. Het nieuwe zal het vooralsnog moeten doen met éénrichtingsverkeer.En er was nóg iets wat de Oost-Europeanen al snel leerden. Dat ze van de Europese Unie geen enkele bescherming konden verwachten tegen krijgsheren met diepe wortels in het totalitaire verleden. Zo zijn de Oost-Europeanen nog lang niet vergeten dat de voormalige communistenleider Milosevic gedurende de jaren '90 een kwart miljoen van zijn landgenoten de dood injoeg. Evenmin zijn ze vergeten dat de rijke en machtige Europese Unie de slachtpartijen jaar in jaar uit toestond. En dat het de Amerikanen waren die, met welke motieven dan ook, eerst in Bosnië en later in Kosovo aan het moorden een einde probeerden te maken.

Dezelfde Amerikanen die na de val van de Muur in 1989 ook meteen vóór de toetreding van Oost-Europa tot de Europese Unie waren. Een toetreding die de Fransen tot op de dag van vandaag traineren en die voor de Duitsers minder belangrijk was dan een goede verstandhouding met Rusland.

West-Europeanen kunnen zich er maar weinig bij voorstellen. Met lugubere despoten als Lukasjenko en Koetsjma net over de grens en het onbetrouwbare Rusland immer op de achtergrond, leeft het Oosten in een permanent gevoel van onveiligheid. Een gevoel dat sinds '11 september' ook in de Verenigde Staten overheerst.

Deze angst heeft een niet te onderschatten brug van verwantschap tussen het 'nieuwe' Europa en de Nieuwe Wereld geslagen. De oorlog in Joegoslavië peperde het de nieuwe Europeanen in: wanneer het nodig is zal het 'oude' Europa geen vinger uitsteken. In plaats van zich aan te sluiten bij Frankrijk en Duitsland, sturen de acht voormalige communistische landen bij aanvang van de oorlog in Irak een steunbetuiging aan de regering Bush. In plaats van te bouwen op de net zo zwakke als onbetrouwbare militaire capaciteiten van de Europese Unie, kopen de Polen bij de Amerikanen vier dozijn F-16 gevechtsvliegtuigen en steunen zij de Amerikaanse regering met troepen in Irak.

Hoe anders is de situatie in West-Europa. Anti-Bush cartoons en filmpjes vliegen per email het continent over. In de winkel stapelen anti-Bush-boeken van Mike Moore, Mark Hertsgaard, Al Franken en Benjamin Barber zich op. Links noemt Bush een terrorist en Amerika een schurkenstaat, vergelijkbaar met naties als Iran en Noord-Korea. En elders in West-Europa is het al niet anders. Tijdens de Irak-oorlog voerde West-Europa onder leiding van Frankrijk een Jihad lite.

In Oost-Europa reageert men verbijsterd op het intense anti-Amerikanisme in het Westen. 'Voor het nieuwe Europa is het West-Europese anti-Amerikanisme niet alleen een kwestie van een valse toon, het is ook de aankondiging van een gevaarlijke politieke koerswisseling', schreef de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev onlangs in Die Zeit.

Want ook in Oost-Europa komt natuurlijk anti-Amerikanisme voor. Alleen zit dit anti-Amerikanisme daar bij fascistoïde en populistische demagogen als de Hongaarse volksmenner Istvan Czurka of de Poolse boerenleider Andrzej Lepper. Anti-amerikanisme is ook vast onderdeel op het repertoire van buitenlandse dreigers als de Groot-Roemeense Partij van Vadim Tudor, de Servische Radicale Partij van Vojislav Seselj en de ultra-nationalisten van de Russische politicus Vladimir Zjirinovski die afgelopen december zijn zetelaantal in het Russische parlement wist te verdubbelen.

Deze rechtse volksmenners zijn overigens niet alleen anti-amerikaans. Ze zijn ook fel tegen de Europese Unie. Door deze combinatie is de onthutsing over het anti-amerikanisme in West-Europa het grootst bij de gematigd linkse partijen in Oost-Europa. Want zij waren de afgelopen jaren de belangrijkste voorstanders van toetreding tot de Europese Unie. Want wie in Oost-Europa voor het 'Westen' is, is zowel vóór toetreding tot de Europese Unie als voor een goede verstandhouding met de Verenigde Staten.

Wie tegen de Verenigde Staten zijn – de extreme nationalisten, fascisten, orthodoxe christenen en oude communisten – zijn ook tegen de Europese Unie. De Bulgaar Krastev wijst erop dat het concept van het 'vrije en democratische Westen' in Oost-Europa nog volledig intact is. Niet zonder reden staat Amerika in Oost-Europa voor vrijheid, tolerantie en anticommunisme. En, zegt Krastev, anti-amerikanisme betekent in deze landen ook anti-democratie, anti-liberalisme en uiteindelijk antisemitisme.'

De belangrijkste Europese kritiek op de regering Bush is bekend: zij had niet zonder mandaat van de Verenigde Naties Irak binnen mogen vallen. Ze had de internationale afspraken van Kyoto moeten ratificeren en het Internationaal Strafhof in Den Haag moeten erkennen. Veel Oost-Europeanen delen deze kritiek, maar begrijpen desondanks de hartstochtelijke haat niet die het unilateraal opererende Amerika oproept. Al was het maar omdat niemand in het Westen op de idee lijkt te komen het alternatief, de Verenigde Naties, langs de meetlat te leggen.

Waar was de VN toen Milosevic de safe areas in Bosnië leeg liet halen? Wat kon de VN toen Gustav Husak Tsjecho-Slowakije ombouwde tot een grote gevangenis en de Russen eenderde van de bevolking van de Baltische staten naar Siberië en Kazachtstan deporteerde? Waarom hebben al die dwepers met het volkerenrecht en de multipolaire wereld het nooit over de afzijdigheid van de VN tijdens de genocide in Cambodja, Rwanda, of zeer recent, in Congo?

Iedereen kent natuurlijk het antwoord op deze vragen. De Verenigde Naties keken toe omdat de volkenorganisatie net zo machtig is als de machtigste lidstaten toestaan. En als de Amerikanen de VN al niet kort houden, dan zijn het wel de Russen, de Chinezen of de Fransen. Bovendien erkent het Handvest van de VN slechts het recht op zelfverdediging van soevereine staten en geeft dictators i¿n deze soevereine staten vrij spel.

Daarom zetten de Oost-Europeanen hun voornaamste hoop niet op de zwakke Europese Unie, noch op de verlamde Verenigde Naties maar op de Verenigde Staten van president Bush. Want ze weten het. Wanneer het erop aankomt zijn alléén de Amerikanen bereid om met bommen en granaten te strooien. Hoe belangrijk het ook is om de Europese Unie en de Verenigde Naties te steunen, nog belangrijker is het om goede banden met de Verenigde Staten te onderhouden.

Oost-Europeanen willen niet kiezen. Ze neurien liever mee met Madonna.

I'd like to express my extreme pointof-view I'm not a christian and I'm not a jew I'm just living out the American dream.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden