Een beklemmende visie op de condition humaine

De roman Rand van de Noorse schrijver Jan Kjaerstad is een verontrustend boek. Je houdt er een ongemakkelijk gevoel aan over....

'Heb je wel eens een vulva gezien met besneden clitoris?'

Met die vraag begint het boek. Het is tevens de inleiding tot de eerste moord, maar anders dan je zou verwachten is er geen oorzakelijk verband tussen deze vraag (of andere die het slachtoffer, een beroemde antropoloog, stelt) en de moord.

Ook in de andere gevallen ontbreekt elk motief, wat de politie, en vooral de tot de verbeelding sprekende persoonlijkheid van commissaris Zakariassen, voor raadsels plaatst.

Maar merkwaardigerwijs óók de dader. Hij raakt zo geboeid door de moorden, waarover hij in de kranten leest, dat hij besluit - als de kans zich voordoet - bij de politie te gaan werken om die, in zijn hoedanigheid van computerdeskundige, te helpen met het opzetten en analyseren van gegevensbestanden.

Tot zover de grote lijn. Op grond daarvan zou je Rand een thriller kunnen noemen - waar ook het opvoeren van de spanning mee lijkt te rijmen - maar een thriller is het niet. Er is geen ontknoping. Bij de praktische vragen, die voortvloeien uit het politie-onderzoek, voegen zich steeds meer dingen die raken aan diep verscholen existentiële kwesties, vragen omtrent de 'zin van het bestaan' om het zo maar even te noemen. Die maken Rand misschien tot zo'n verontrustend boek.

Simpel gezegd: noch de moordenaar, noch commissaris Zakariassen weet wat hij met het leven aanmoet. Van hieruit ontstaat een beklemmende visie op de hedendaagse condition humaine.

Het boek werd in het katern Kunst & Cultuur van de Volkskrant op 3 juni 1994 uitgebreid door W. Hansen besproken, die toen de Duitse vertaling in Die Andere Bibliothek van Eichborn Verlag had gelezen.

Bij De Geus in Breda besloot men prompt dit 'meesterwerk' in het Nederlands te laten vertalen en dat heeft geleid tot een goed leesbare Nederlandse versie (van Ad van den Kieboom), die naar mijn gevoel recht doet aan de meeslepende stijl van Kjaerstad, maar helaas door wat foutjes en modieuze spellinkjes ('groffe' in plaats van 'grove') wordt ontsierd (¿ 39,90).

Ook Erik Fosnes Hansen is een Noor. Hij werd weliswaar in 1965 in New York geboren, maar hij groeide op in Oslo, waar hij in 1985 debuteerde met de roman De valkentoren. Zijn tweede boek, Salmen ved reisens slutt, werd door Kim Snoeijng en Paula Stevens voor Prometheus vertaald als Koraal aan het einde van de reis en dat gebeurde niet, evenmin als in het geval van Kjaerstad, zomaar: de uitgever meende met dit boek een bestseller voor de Nederlandse markt in handen te hebben.

Het onderwerp leent zich daartoe. Koraal aan het einde van de reis gaat over de ondergang van de Titanic, het inmiddels bijna mythische schip, dat op 10 april 1912 uit Southampton vertrok en vijf dagen later - hoewel het onzinkbaar werd geacht - na een aanvaring met een ijsschots reddeloos ten onder ging.

Over de Titanic is zoveel geschreven dat je als jonge schrijver wel moet weten wat je wilt als je de korte reis van dit schip tot stof voor een roman kiest. Hansen wist dat. Hij richtte zijn aandacht volledig op de leden van het scheepsorkest - dat blééf spelen, terwijl het water de muzikanten tot de lippen steeg - om zo een handvol tragische levens te schilderen.

Koraal aan het einde van de reis gaat dan ook niet zozeer over de Titanic alswel over de lotgevallen van deze muzikanten (die overigens in dit boek geheel aan de verbeelding zijn ontsproten) en daarmee werpt Erik Fosnes Hansen licht op een thema dat hem kennelijk ter harte gaat: de spanning tussen belofte en resultaat, iets wat zich op het gebied van de kunst scherper laat omlijnen dan bijvoorbeeld in de koekenbakkerij.

Erik Fosnes Hansen wil laten zien wat er mis ging in de levens van deze veelal verkommerde scheepsmuzikanten, die in hun jeugd bepaald van talent getuigden. Het maakt zijn boek tot een raamvertelling, waarin het 'raam' (de reis van de Titanic) zo vaag wordt dat de samenhang enigszins uit dit boek dreigt te verdwijnen en de verschillende biografieën nogal willekeurig worden.

De zekerheid van het onafwendbare noodlot is dan te weinig om de boel bij elkaar te houden, hoewel dit een aantal met veel gevoel en verbeeldingskracht geschreven passages onverlet laat (¿ 39,90).

De zeevaart, waarover Jan Brokken in zijn vorige week gesignaleerde roman De blinde passagiers al een personage ironisch liet opperen dat men niet weet waarover men het heeft als men er in het huidige tijdsgewricht de 'romantiek' aan ontzegt, is ook het onderwerp van De argonauten van Ludo Pieters.

Pieters, een Rotterdamse havenbaron met een groot hart voor de literatuur (al jaren ontvangt hij de deelnemers aan Poetry International bij hem thuis in Rhoon en voor Gerard Reve werd hij een ware steun en toeverlaat, zoals blijkt uit Brieven aan Ludo P.), debuteerde vorig jaar, 73 jaar oud, met de verhalenbundel Het tweede Baltische eskader. Die vond ik niet zo sterk, maar De argonauten is een knappe prestatie.

In deze roman vertelt Pieters in een stijl die gaandeweg aan kracht wint, het verhaal van de Argo (van de Caraïbische Scheepvaart Maatschappij) die veertig jaar geleden tijdens een orkaan in de buurt van de Azoren spoorloos verdween. Het was een vrachtboot met passagiersaccommodatie. Twaalf passagiers maakten de reis mee, alsmede, in het ruim, de dieren van een reizend circus.

Wat er zich aan boord heeft afgespeeld weten we doordat iemand het heeft opgeschreven. Zijn (of haar?) relaas is als 'manuscript in een fles' teruggevonden, wat niet zo'n originele vondst is en enigszins ongeloofwaardig, maar wie zich daar niet al te zeer door laat afleiden, belandt al spoedig temidden van de passagiers, die niet alleen steeds meer van zichzelf prijsgeven, maar ook in conflicten verwikkeld raken, die zij bij ontstentenis van enigerlei vorm van leiding (de bemanning laat zich niet zien) zelf moeten zien op te lossen.

Het wordt een enerverende reis, vol spanning, rampspoed, en slinkende voedsel- en drankvoorraden, maar door de manier waarop Pieters de rechtstreeks met de Tweede Wereldoorlog verbonden gevoelens van de opvarenden uit de doeken weet te doen wordt De argonauten ook een verhaal van ambities, frustraties, verwachtingen en (subtiele) wreedheden waarmee deze bijna letterlijk 'gekooiden' elkaar het leven zuur maken. Homo homini lupus est (Meulenhoff, ¿ 39,90).

Deze week verschijnt (ik kreeg het boek al onder embargo van Prometheus toegestuurd) Handgeschreven wereld van Dini Hogenelst en Frits van Oostrom. Het biedt me de gelegenheid iets over dit en andere fraai verluchte boekwerken te zeggen.

In Handgeschreven wereld (¿ 49,90) treft de lezer vaak unieke afbeeldingen aan, zowel zwartwit als in kleur, van miniaturen, handschriften en andere kunstwerken, die het verhaal van Hogenelst en Van Oostrom over 'Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen' illustreren.

Het boek is door zijn plaatjes een lust voor het oog, maar er valt ook wel wat te lezen. De beide Leidse mediëvisten hebben hun uiterste best gedaan om leken op het gebied van de Middeleeuwen een zo volledig mogelijk verhaal te vertellen, dat zelfs specialisten soms zal verrassen. De belangrijkste les die je leert uit Handgeschreven wereld is dat er de laatste jaren zoveel is veranderd in het beeld van de Middeleeuwen.

Veel minder spectaculair maar als lees- en kijkboek toch ook de moeite waard is het Schrijversprentenboek, dat door Aafke Boerma, Erna Staal en Murk Salverda werd gemaakt over 'de meisjesroman' en de illustrator Hans Borrebach (1903-1991). Het heet, naar een van de door Borrebach geïllustreerde meisjesboeken, Babs' bootje krijgt een stuurman (Querido, ¿ 35,-). Als het waar is - wat wel eens gezegd wordt - dat er tegenwoordig vooral nog door dames boven de veertig gelezen wordt, dan moet dit boek, gezien de nostalgische waarde die alleen al de illustraties in dit 'prentenboek' behelzen, gretig aftrek vinden.

Misschien gaat dit ook op voor het schitterende Ali Baba en de veertig tekenaars, een boek waarin veertig bekende illustratoren in prachtige, los ingeplakte tekeningen hun visie op Ali Baba geven, zoals bezongen door Willem Wilmink (De Bijenkorf, ¿ 29,95). Van Wilminks hand verscheen tegelijkertijd de bundel Ernstig genoeg, zijn liedjes en gedichten vanaf 1986 (Bert Bakker, ¿ 55,-).

Rainer Maria Rilke, zijn 'Leben, Werk und Zeit', zoals in 'Texten und Bildern' geportretteerd door Horst Nalewski verscheen in herdruk bij Insel Verlag (DM 48,-). Ik vermeld het omdat ik denk dat de eerste druk (uit 1992) van deze rijkelijk verluchte biografie nergens meer te vinden is, terwijl de belangstelling voor de dichter van de Duineser Elegien en Die Sonnette an Orpheus mede door de vertalingen van de laatste jaren alleen maar is toegenomen. Binnenkort zijn trouwens herdrukken van deze vertalingen te verwachten.

Er wordt veel herdrukt. Ik noem Het hermetisch zwart en Hadrianus' Gedenkschriften, die twee 'grote' boeken van Marguerite Yourcenar (Athenaeum - Polak & Van Gennep, beide ¿ 29,90). Of De Vlissingse verhalen van R. J. Peskens, een jubileumuitgave van Van Oorschot (¿ 25,-). Maar niet bij alle herdrukken kun je volstaan met te melden dat ze er zijn. Het onzegbaar geheim bijvoorbeeld, dat de essays en kritieken van J. C. Bloem omvat, is weliswaar in zekere zin ook een herdruk, omdat alles wat hierin staat eerder gepubliceerd werd, zoals de Verzamelde beschouwingen uit 1950 (waarin de dichter zijn aanvankelijke voorkeur voor het Italiaanse fascisme verklaart). Maar verder moest er zoveel uit de archieven, uit kranten en tijdschriften opgediept worden (en verantwoord geëditeerd) dat je rustig van een geweldig karwei voor de bezorger H. T. M. van Vliet kunt spreken.

'De verzamelde essays en kritieken' werd een monumentale uitgave, die vermoedelijk het fabeltje dat Bloem zo lui was uit de wereld zal helpen. Voor de bewonderaars van Bloem is het een Fundgrube, waarin zij veel over de dichter en zijn vaak zo juiste, helder verwoorde en treffende uitspraken over ingewikkelde literaire kwesties te weten komen (Athenaeum - Polak & Van Gennep, ¿ 75,-).

Bij Veen verschenen twee nieuwe delen van de Volledige Werken van Louis Couperus, Het snoer der ontferming (¿ 34,50) en Proza (¿ 44,50). Het betekent dat de reeks zijn voltooiing, die voor begin volgend jaar gepland is, nadert. En Bert Bakker maakte, na de Verzamelde gedichten (1983) en het Verzameld proza (1990), de heruitgave van Hans Andreus' oeuvre compleet met Het overige werk, waarin men Andreus' toneelstukken en vertalingen vindt, maar ook een paar haast amateuristische, maar daardoor juist geestige interviews van de dichter/journalist met Maurice Nadeau, de latere geschiedschrijver van het surrealisme, en Raymond Queneau (¿ 75,-).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden