Een begeerte zonder enige broeierigheid

De tramlijn die verlangen heet van Tennessee Williams door het Zuidelijk Toneel. Regie: Ivo van Hove. Muziek: Harry de Wit....

Als een exotische paradijsvogel temidden van een stel brutale straatmussen, zo verschijnt Blanche in de film die Elia Kazan in 1951 van Tennessee Williams' toneelstuk A streetcar named desire maakte. De hysterie zindert de hele film door onder haar blanke huid tot ze aan het slot weggevoerd wordt naar een inrichting.

Het toneelstuk ging in 1947 op Broadway in première en Williams' roem was een feit. Blanche Dubois werd een klassiek toneelpersonage. Als telg uit een rijke plantersfamilie zit ze financieel en mentaal aan de grond wanneer ze haar toevlucht zoekt bij Stella, het jongere zusje dat beneden haar stand is getrouwd met de onbehouwen Pool Stanley. Hun turbulente huwelijk en de mistroostige buurt botsen nogal met Blanches verlangen naar schoonheid.

Wie het stuk nu regisseert, kan niet meer uit de voeten met het realisme waar men zich destijds van bediende. Ivo van Hove, die Williams' klassieker nu bij het Zuidelijk Toneel ensceneert, kiest dan ook voor een vorm die daarmee rigoreus breekt. In de vertaling van Eric de Kuyper heet het stuk De tramlijn die verlangen heet, maar de poëzie die de titel suggereert, is in de voorstelling ver te zoeken.

Snerpend en schril klinkt de muziek van Harry de Wit die met twee muzikanten live op het podium staat. Verscholen achter de merkwaardige buizen en stalen constructies die zij bespelen en die tegelijkertijd de high-tech achterwand vormen. Snoeihard en ontregelend is die muziek en anders dan de mengeling van straatgeluiden en het tergende deuntje in Blanches hoofd dat Williams voorschrijft, schuren deze klanken langs de pijngrens van ons gehoor.

De speelvloer is kaal. De veronderstelde kamers zijn aangelichte vierkanten, buiten die lichtvlakken liggen drie herdershonden aan de ketting. Zij zijn de mascottes van Stanley en zijn vrienden die elkaar vinden in de bowling en aan de pokertafel. De meeste rekwisieten bestaan alleen in woorden, het enige pregnante decorstuk is een dampende badkuip waarvan intensief gebruik wordt gemaakt.

Het stijlidioom dat van Hove hanteert is direct en tamelijk eenduidig, het machteloze geweld van de primair reagerende Stanley die zijn huwelijk met Stella kapot ziet gaan door de komst van Blanche, wordt zonder omhaal verbeeld. Aan het slot ligt de toneelvloer bezaaid met vernielde stoelen, bordscherven en zelfs een aan diggelen gesmeten krat bier.

Van Hove houdt van grove middelen. De erotiek uit de tekst vertaalt hij in acteurs die elkaar recht toe recht aan bespringen en bekruipen, Stella die haar hoofd begraaft in Stanley's kruis, kreunende paarbewegingen en koortsig graaiende handen. Tot vervelens toe gaan de spelers uit de kleren, niet alleen Blanche verkleedt zich onophoudelijk, ook Stanley hijst zich telkens opnieuw in een felgekleurd, te krap T-shirt.

Op een dramatisch hoogtepunt schakelt de regie ineens om naar de soap, letterlijk, met een hoofd vol zeepschuim rijst Blanche op uit haar bad en kijkt toe als een clown, bewegingloos, knock-out als ze is. In dat bad brengt Blanche een groot deel van haar tijd door om alle viezigheid van zich af te spoelen. Maar niet alleen zij, alle spelers dompelen zich zo vaak onder, dat het baden uiteindelijk een running gag wordt.

Temidden van al dat gedoe klinken de dialogen, soms ingehouden, maar meestal zo explosief dat je bang bent dat de stembanden van de spelers het zullen begeven. Met tomeloze energie storten de acteurs zich in hun spel. En toch overtuigen ze nauwelijks. De Stella van Katelijne Damen wordt gereduceerd tot een hitsige meid die heen en weer zwenkt tussen Stanley's primitieve driften en Blanche's frivoliteit. Johan van Assche als Stanley is aandoenlijk en lachwekkend in zijn machteloze agressie en onhandige stoerheid, maar sensueel wordt hij niet.

Chris Nietvelt blijft als enige in die hele kakafonie overeind. Met haar stem die ineens omhoog kan schieten, fladderende handen en een schriel lijf dat gespannen als een riet te grote gevoelens in bedwang houdt, is zij een gedroomde Blanche. Maar ze gaat verder. Ze mag dan de waarheid verdraaien en sexueel genot bij vreemden hebben gezocht, ze is zich volkomen bewust van haar toestand en opvallend lucide. Pas als ze aan het slot in het volle licht staat, zien we de waanzin in haar ogen.

In haar verlangen naar schoonheid lijkt ze soms de spreekbuis van de kunstenaar die de waarheid verdraait omdat hij houdt van magie in een wereld die uit louter destructief geweld bestaat. Is dat de boodschap die Van Hove in petto heeft? Hij etaleert die echter zo eenduidig en zo onverdraaglijk kunstmatig dat hij zijn doel mijlenver voorbij schiet.

De noodzaak om juist dit stuk te willen doen heb ik evenmin gevoeld als bij zijn eerdere regies van Rijkemanshuis en Gered, waarop hij lijkt voort te borduren. Het geweld en de begeerte giet hij in een heftige vorm, maar het blijft buitenkant, de hitte en de broeierigheid ontbreken. Daarmee doet hij het stuk weinig recht. Ik ga die oude film nog maar eens bekijken.

Marian Buijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden