Een beetje topambtenaar hopt

Topambtenaren van nu zijn snelle types die van ministerie naar ministerie hoppen. Ze werken geen vijf dagen, want ze willen hun kinderen zien opgroeien....

VROEGER WAS er volop stammenstrijd tussen de ministeries in Den Haag. Topambtenaren zaten jarenlang achter hetzelfde bureau hun afdelingen als haviken te verdedigen. Justitie en Binnenlandse Zaken waren water en vuur, Buitenlandse Zaken had ruzie met iedereen, vooral met Defensie, en Financiën lag overhoop met alle ministeries, Economische Zaken voorop.

Dat was in de tijd dat ambtenaren nog werden gezien als saaie, duffe mannen met een regenjas. Hij, nauwelijks zij, bouwde aan een degelijke machtspositie waaraan nauwelijks viel te tornen. Andere ministeries waren vijanden, gezamenlijke projecten uit den boze, eigen stellingen werden bewaakt.

Die tijd is voorbij. Het moderne management is ook tot de departementen doorgedrongen. De schotten tussen de afdelingen en de ministeries worden langzaam, maar steeds vaker geslecht. Topambtenaren wisselen in hoog tempo van baan, nemen ouderschapsverlof op en kiezen steeds minder voor een vijfdaagse werkweek. Steeds meer vrouwen treden toe tot het elitekorps van het ambtenarendom, onderdeel van de Algemene Bestuursdienst.

Deze dienst, ingesteld in 1995 door het eerste paarse kabinet, staat onder leiding van directeur-generaal Benita Plesch. Als er een vacature is, bemoeit Plesch zich er tegenaan. Zij is hoeder van ambtelijke topcarrières. Zonder haar begin je weinig.

De Algemene Bestuursdienst is een soort arbeidsbureau voor topambtenaren met de bedoeling hen veelvuldig van baan te laten wisselen, het liefst hoppend van het ene naar het andere ministerie. De dienst scout ook toppers uit het bedrijfsleven. Plesch: 'Je maakt pas carrière als je vaak van baan wisselt.'

De bedoeling was twee vliegen in een klap te slaan. De topambtenaar ontwikkelt niet alleen op een breed terrein meer kennis, hij zal ook begrip krijgen voor de positie van andere departementen. Immers, de kans is steeds groter dat hij er zelf ooit heeft gewerkt.

'Het klimaat onder de secretarissen-generaal is veel collegialer dan tien jaar geleden', vindt secretaris-generaal Wim Kuijken van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Kuijken is vijf jaar secretaris-generaal (sg) en vroeger hoofd bureau sg toen Jozias van Aartsen, nu minister van Buitenlandse Zaken, daar de hoogste ambtenaar was. 'Men kijkt gemakkelijker over de grenzen. Het klimaat is ab-so-luut verbeterd. Toen Van Aartsen hier sg was, begin jaren negentig, was er een ander klimaat.'

De schotten zijn niet helemaal weg. Waar afdelingen zijn, zijn muren. 'Schotten worden soms van ambtelijke zijde geplaatst, maar hebben dikwijls ook een politieke functie', doceert Plesch. 'We hebben ministers van verschillende politieke kleuren. Die willen scoren ten opzichte van andere ministers.' Die halen dan een probleem naar hun eigen ministerie, terwijl ze het beter met elkaar kunnen oplossen.

De bestuursdienst is radicaal te werk gegaan. Sinds 1995 is de helft van de topambtenaren verplaatst, de gemiddelde zittingsduur is vier jaar. De helft van de topambtenaren zit nog geen drie jaar op dezelfde plek. Dan verkast hij weer, meestal naar een ander departement. Van plek wisselen op het eigen ministerie wordt niet aangemoedigd.

'Je komt losser in je beleidsveld te staan', zegt Kuijken. 'Ik zit hier iets meer dan vijf jaar. De top van Binnenlandse Zaken is voor de tweede keer aan het wisselen. Je ziet dat er weer op een andere manier tegen de zaken wordt aangekeken.'

'In het verleden was men sceptisch over mobiliteit', zegt Plesch. 'Wellicht was er een beetje vrees. Vijf jaar later is mobiel zijn heel gewoon. Essentieel is dat iedereen weet dat één carrière op één ministerie niet goed is. Dan ben je niet geslaagd.'

Volgens Plesch, zelf alweer vijf jaar werkzaam in dezelfde functie, is het iets van de moderne tijd: men moet samenwerken. Problemen alleen oplossen, kan niet meer. 'Ze kennen elkaar beter, ze weten wat er elders speelt. Ze kennen nog collega's van hun vorige ministerie. Die netwerken lopen soepeler.'

De fine fleur van de rijksambtenaren heeft evenwel een probleem. Tweederde is ouder dan 50 jaar en verlaat over een jaar of tien de overheid. Men maakt zich zorgen over de continuïteit. Ambtenaren in salarisschaal 16 mogen dan sinds kort behoren tot de bestuursdienst (samen met de schalen 17, 18 en 19), maar ook die zijn op leeftijd. Plesch heeft haar oog al laten vallen op schaal 15, maar minister Zalm van Financiën werkt haar tegen.

'We hebben bij Zalm een claim neergelegd van een half miljoen gulden om uit te breiden, maar hij zei nog even te wachten. Ik weet niet waarom, maar zijn vertrouwen in de de Algemene Bestuursdienst is kennelijk niet zo groot. Ik had beter een half miljard gulden kunnen claimen.'

Voor jonge ambtenaren lokt het bedrijfsleven, maar de kans op een snelle carrière in de ambtenarij is door de grote uitstroom binnenkort groter dan ooit. 'We hebben geen wervingsprobleem', zegt plaatsvervangend directeur-generaal management en personeelsbeleid Theo Langejan van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Vooral vrouwen zullen waarschijnlijk van de uittocht profiteren. Het aantal vrouwelijke ambtenaren onder de top is 58 procent en dat aandeel is stijgende. Ministers en secretarissen-generaal benoemen graag vrouwen. Dat is hip. Het percentage vrouwen in de top steeg vorig jaar van 9 naar 12 procent.

'Vrouwen zijn een gewild artikel', zegt Plesch. 'Mannen vinden het tijd worden dat er ook vrouwen in de top werken. Er is een nieuwe, jonge generatie mannen die dat vanzelfsprekend en belangrijk vindt. Eigenlijk kun je zeggen: ouderwets is nu door nieuw vervangen. Ze hebben allemaal meewerkende partners. De topmannen willen het meemaken dat hun kinderen opgroeien. Sommigen nemen een dag per week vrij, sommigen een halve. Dat zie je steeds meer.'

Behalve de vergrijzing houdt ook het loonstrookje de topmanagers bij de overheid bezig. Het keurkorps van de rijksoverheid ontvangt een flink salaris. Een topambtenaar verdient ruim twee ton per jaar. Daar kunnen nog bonussen bovenop komen, oplopend tot 40 procent. De speciale directeur-generaal Peter van Zunderd, ingehuurd om de veiligheid te waarborgen tijdens Euro 2000, heeft een vette bonus ontvangen. Het bedrijfsleven is financieel aantrekkelijker, maar de topambtenaar kiest liever voor invloed dan voor het geld.

'Ik verdien tussen de 2,2 en 2,3 ton per jaar', zegt Kuijken. 'Een topfunctie bij de rijksoverheid oefent een grote aantrekkingskracht uit. Er wordt gejaagd door headhunters, ook op mij. Met salarissen van vier ton, een half miljoen gulden per jaar. Maar ik zit gebakken aan de publieke sector. Ik houd van invloed. Ik zie mezelf niet snel zeepjes verkopen.'

Niettemin moet de politiek begrijpen dat de nieuwe topambtenaar een hoger salaris moet verdienen, vindt Algemene Bestuursdienstleider Plesch. 'Ministers moeten ook meer verdienen. Het is een kwestie van respect voor je politiek. Je krijgt er geen betere politici door - het is geen arbeidsmarktprobleem, en je wilt minister worden of niet - maar het salaris is ook een uitdrukking van respect. Nederlanders hebben respect voor hun politici. Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft dat uitgezocht.'

Uit de Sociale en Culturele verkenningen 1999 van het SCP blijkt dat de tevredenheid van de Nederlander over de overheid toeneemt. In 1994 was 66 procent tevreden, in 1995 76 procent en in 1998 80 procent. Volgens Plesch moet die waardering worden omgezet in klinkende munt.

'Moeten de salarissen van topambtenaren meegroeien met die in het bedrijfsleven of moet er een relatie blijven bestaan met de rest van de ambtenaren? Er zijn nog geen commissies of zo aan de slag, maar mensen spreken erover. Het blijft nog bij uitprobeersels in besprekingen. Het gaat in kleine stappen.'

Hogere salarissen zouden kunnen helpen om de overheid op topniveau aantrekkelijk te houden opdat het nodige talent kan worden aangetrokken om de vergrijzing op te vangen. Hoewel salaris er lang niet altijd toedoet. Vele 'groten' gingen naar het bedrijfsleven, maar kwamen terug. Marjanne Sint ging na haar vertrek als gemeentesecretaris van Amsterdam naar adviesbureau Berenschot, maar werkt nu als secretaris-generaal op het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Directeur-generaal ruimtelijke ordening van dat ministerie, Cees Vriesman, komt van ABN Amro en Roel Bekker, secretaris-generaal op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, werkte bij organisatieadviesbureau Twijnstra en Gudde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden