Een beertje kan al topvondst zijn

In het voormalige doorvoerkamp Westerbork graven archeologen sinds deze week naar sporen van het dagelijks leven. 'De vraag dient zich aan van wie Westerbork eigenlijk is.'

Daar, bij het terras waar kampcommandant Albert Gemmeker in de Tweede Wereldoorlog vrij uitzicht had over de tuin - aangelegd door zijn Joodse gevangenen - en de spoorlijn enkele meters verderop, doet het team archeologen een vondst: drie kogels en een Duitse patroonhuls.


'Die kogels verbazen ons', zegt Ivar Schute, projectleider van het archeologisch onderzoek dat deze week van start ging in voormalig kamp Westerbork. Gemmeker behandelde zijn gevangenen namelijk uiterst correct, voor hij ze op transport stuurde. 'Hij was er de man niet naar om vanuit de bloemperkjes op ze te gaan schieten.'


De archeologen kammen de grond rond de voormalige woning van de kampcommandant nauwgezet uit, evenals de vervallen bosvilla zelf. Het lijkt vreemd om opgravingen te doen naar een geschiedenis die, hoe gruwelijk ook, zo recent is dat overlevenden zelf hun verhaal kunnen vertellen. Maar het is nu of nooit, volgens de directie van Herinneringscentrum Kamp Westerbork.


De houten commandantswoning, het enige kampgebouw dat in de jaren zeventig aan de slopershamer ontsnapte, dreigt alsnog in te storten. Het Rijk stelt 1,6 miljoen euro beschikbaar voor een drastische reddingsoperatie: het huis wordt geconserveerd onder een stolp van plexiglas, veiliggesteld voor de toekomst, maar beperkt toegankelijk voor bezoekers en wetenschappers.


Voorwerpen die het verhaal tastbaar maken van de 102 duizend Nederlandse Joden die vanuit dit kamp de dood tegemoet reisden, daar zoekt Schute naar. Ooggetuigen herinneren zich niet alles, zegt hij. 'Op hun netvlies gebrand is die ene barak waar ze zelf zaten. Wat er in de rest van het kamp gebeurde, kregen ze niet allemaal mee.'


Archeologie van de Tweede Wereldoorlog wint terrein. In Nederland deed Schute mee aan opgravingen bij kamp Amersfoort en op de Grebbeberg. 'Dan sta je in een loopgraaf waar honderden Nederlandse soldaten stierven, en wat vind je daar? Een tandenborstel. Met schoongepoetste tanden wachtten ze de vijand op.'


'Holocaust archaeology', noemt hoogleraar erfgoed van de oorlog Rob van der Laarse van de VU Amsterdam de nieuwe bezigheid. Een subdiscipline die in het buitenland al eerder op gang kwam, al was de reden daar overwegend negatief: aan holocaustontkenners bewijzen dat de nachtmerrie écht heeft plaatsgevonden. 'Hier speelt dat minder. Dat is een relatieve luxe, die een ander soort, minder ideologisch beladen onderzoek oplevert. Het gaat ons niet zozeer om: hoeveel mensen zijn er hier gestorven? Je kunt het bij ons meer vergelijken met archiefonderzoek, naar het kampleven van de slachtoffers en de bewakers.'


In Westerbork richt men zich ook op de voormalige vuilstort van het kamp, diep het bos in. Ook hier dringt de tijd: sinds anderhalf jaar zijn op deze afgelegen plek schatgravers actief. Waar zij illegaal het verleden opgroeven, liggen halfvergane schoenen, een porseleinen kopje met roze roosjes en veel glaswerk, alsof de inventaris van een keuken of hospitaal ooit is gedumpt.


'Dit lijkt me van na de oorlog, toen hier Molukkers werden opgevangen', zegt Guido Abuys, conservator van het Herinneringscentrum. Een bruin plastic haarspeldje klemt hij tussen duim en wijsvinger. Plastic is zo modern dat archeologen er geen classificatiecode voor kennen, weet Schute. 'Voor dit soort onderzoek willen we dat veranderen.'


Onderzoek naar intacte gebouwen is nieuw aan oorlogsarcheologie. In de voormalige woning van de kampcommandant speurt 'bouwbiograaf' Jobbe Wijnen naar gebruikssporen die terugvoeren op de aanwezigheid van Gemmeker. Hij wijst op een Duits kruis dat in een trapleuning is gekrast, en de tekeningen van tuingereedschap in de schuur. 'Die heeft zijn Joodse tuinman waarschijnlijk aangebracht.'


Een archeoloog kijkt toch anders naar zo'n gebouw, zegt Van der Laarse. 'Een archeoloog kijkt niet zozeer naar het object, maar naar de biografie van de bewoners. Zo ontstaat een culturele biografie.' Daaraan is behoefte, zegt Van der Laar, om het verhaal van Westerbork compleet te krijgen. 'We kijken niet alleen naar de slachtoffers, maar ook naar de daders. Wat voor soort leven hadden die?'


Van na-oorlogs drama getuigen de afgeknipte vrouwenpanty's die in de commandantswoning zijn gebruikt als reparatiemateriaal. In 1949 werd het huis betrokken door kolonel Hein van der Speck Obreen. Zijn jongste dochter bleef hier decennialang wonen in volstrekt isolement. Het huis kwam pas vier jaar geleden leeg te staan, nadat de inmiddels bejaarde dame 's nachts over het kampterrein was gaan spoken.


Meubels die mogelijk nog van Gemmeker zijn geweest, gingen verloren bij de ontruiming van de woning. De archeologen moeten het nu doen met stille getuigen, zoals de drie kogels en de patroonhuls uit de tuin. Misschien, filosofeert Schute, is de huls toch niet van Duitse makelij en gaat het om Nederlandse kogels van na de Tweede Wereldoorlog, toen kamp Westerbork korte tijd in gebruik was als militair trainingskamp.


Van der Laarse verwacht dat er nog veel meer boven de grond zal komen. Een grote verantwoordelijkheid, vindt hij. 'Stel, je vindt een poppetje of een beertje. Dan heb je iets dat voor een nabestaande ongekend belangrijk kan zijn. Een laatste spoor.'


Daarbij zal de vraag opspelen van wie Westerbork eigenlijk is, legt hij uit. 'De Indische Nederlanders die hier zaten beschouwen het ook als hun plek. En de Zuid-Molukkers die hier woonden, zijn tegen hun zin weggegaan. Alle groepen hebben er op hun eigen manier iets aan.'


'Het is een opdracht om dit te doen', vindt de hoogleraar. 'Dus als je vraagt: wat hebben we eraan? Dan is er niet één antwoord. Er zijn vele wij'en.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden