Een bakker bakt niet om zijn mening te verkondigen maar om geld te verdienen

Voetnoot

Op dinsdag boog het hoogste Amerikaanse gerechtshof zich over de vraag of een bakker mocht weigeren een huwelijkstaart voor een homostel te bakken. Twee rechten botsen hier: vrijheid van meningsuiting en het consumentenrecht om niet gediscrimineerd te worden.

Michael Persson schreef in de Volkskrant over een andere bakker die weigerde 'een taart te bakken in de vorm van een bijbel met daarop een plaatje van twee doorgekruiste bruidegommen en de woorden 'God haat zonde''. Die bakker kreeg gelijk. Terecht.

Eerder schreef ik dat de weigering om een homostel een huwelijkstaart te verkopen onder vrijheid van meningsuiting valt.

Ik herroep dat. Een bakker bakt niet om zijn mening te verkondigen maar om geld te verdienen, zoals Adam Smith uitlegde. Geld is een emancipatorische kracht bij uitstek. Een bakker mag weigeren bepaalde teksten op zijn taarten te zetten, de taart zelf moet hij aan iedereen die bereid is te betalen verkopen.


Leest u de Voetnoot van Arnon Grunberg graag?

Lees dan dit interview over zijn dagelijkse plekje op de voorpagina. 'Ik vind die Voetnoten eigenlijk heel lieve stukken.'

Meer over