Eén baan met twee gezichten

Een duobaan lijkt voor veel mensen ideaal: wel de verantwoordelijkheid, maar ook op tijd thuis voor de kinderen. Waarom zijn werkgevers er dan toch zo huiverig voor?...

‘Als ik dit van tevoren geweten had, was ik hier niet mee begonnen’, zegt Peter Rooze stellig. In 1999 richtte hij Duojob op, een bedrijf dat zich op vele vlakken bezighoudt met deeltijdwerk. Zo helpt het bedrijf organisaties bij het ‘oplossen van bezettingsvraagstukken’, door gebruik te maken van parttime banen en duobanen. Voor zowel werkgevers als werknemers zijn er speciale cursussen en trainingen. ‘Maar eigenlijk mailen er voornamelijk duobaners, die wat tips willen om beter te kunnen samenwerken, meer niet. Als dat vier keer per week gebeurt, is het vaak.’

Een parttime baan. Dat biedt voor veel vrouwen de ideale balans tussen werk en gezinsleven. Bijna 75 procent van de Nederlandse vrouwen kiest hier dan ook voor, zo blijkt uit een recent onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau. Maar soms kan een functie eigenlijk niet in deeltijd worden uitgeoefend. Dan is er nog altijd de ‘duobaan’, waarin één functie door twee personen wordt vervuld. Denk bijvoorbeeld aan twee leerkrachten die samen één klas hebben, of twee directiesecretaresses die op woensdag de taken aan elkaar overdragen.

Het fenomeen bestaat al geruime tijd, maar tot een echte doorbraak is het nog niet gekomen. Werkgevers wagen zich er liever niet aan, want een duobaan is duurder, denken ze, het werkt blijft liggen én er zou überhaupt niemand te vinden zijn die een baan wil delen. Rooze had deze vooroordelen graag zien verdwijnen, maar heeft er geen vertrouwen in. ‘Als er een groot tekort op de arbeidsmarkt ontstaat, door vergrijzing bijvoorbeeld, moeten werkgevers zich wellicht flexibeler opstellen. Het kan zijn dat er dan meer ruimte is voor duobaners. Maar zolang organisaties hun denkbeelden niet veranderen, verandert er verder niets.’ Het is dat Duojob een klein onderdeel is van zijn Consultancy BV. Anders had Rooze ‘niks te eten’.

‘Dat is niet onze ervaring’, reageert Ingrid van der Vliet. Samen met Anouk Sarlui richtte zij in oktober vorig jaar werving- en selectiebureau 2Melt op. Het bureau zoekt actief naar geschikte vacatures voor een duo-team, dat bij hen staat ingeschreven. Daarnaast koppelen Sarlui en Van der Vliet potentiële duo-collega’s aan elkaar, en krijgen zij begeleiding en training. ‘Op dit moment zijn de aanmeldingen, die wij van werknemers krijgen, haast niet te bolwerken. Op drukke dagen reageren er wel twintig mensen op een vacature. Maar vandaag waren het er bijvoorbeeld vijf.’

Op den duur willen Sarlui en Van der Vliet nog iemand extra aannemen. ‘Zoals het nu gaat, zal dat wel moeten. Dat is wel het grote plaatje dat we in ons hoofd hebben voor ons bedrijf.’

Het lijkt er op dat 2Melt het enige bureau is dat zich specifiek op de duobanenmarkt stort. ‘Ik heb niet het gevoel dat de branche in opkomst is’, zegt Van der Vliet. Zelf had ze het vijf jaar geleden ook niet aangedurfd om zich als ‘eigen baas’ te richten op duobaners. ‘Maar nu stimuleert de overheid de arbeidsparticipatie van vrouwen veel actiever.’ En voorlopig zijn het allemaal vrouwen die een duobanen vervullen.

Volgens Van der Vliet gaat het veel beter dan verwacht met de zaken. Inmiddels heeft haar bureau vier koppels kunnen plaatsen. ‘We hadden verwacht in februari voor het eerst twee mensen te kunnen plaatsen.’ Sarlui en Van der Vliet willen dit jaar in totaal 32 teams plaatsen. ‘En dan zijn we nog conservatief.’

En ambitieus, want werkgevers zijn niet zo happig op duobaners, erkent Sarlui. ‘En daarom moet je ook gewoon bellen en opdrachten verwerven, anders gebeurt er niets’, weet Van der Vliet. ‘Vaak komen er leuke dingen voort uit dat soort gesprekken. Er zijn zelfs bedrijven die na een aantal dagen terugbellen met de mededeling: ik heb er nog eens over nagedacht en ik wil er wel iets mee’, vertelt Van der Vliet opgetogen. Haar collega Sarlui vult aan: ‘De meesten zijn in het begin wat huiverig wanneer je over een duobaan begint. Ze brengen een duobaan direct in verband met hoge kosten. Dat is onnodig. Het enige wat je als werkgever dubbel moet doen is het voeren van functioneringsgesprekken en de salarisstrookjes uitdraaien. Eventueel moet je ook een extra werkplek inrichten, maar dat is alleen zo als de duo-partners een overlapdag hebben.’

Op zo’n overlapdag zijn de collega’s allebei op het werk. Wie even rekent komt dan uit op zes werkdagen in totaal. Wat dat betreft is de werkgever wél duurder uit. ‘Ja, daar zijn we heel eerlijk in. Alleen heeft tot nu toe geen enkele werkgever daar problemen mee gehad’, zegt Van der Vliet. Volgens haar krijgt de werkgever waar voor zijn geld, doordat duobaners veel efficiënter werken. ‘Toen ik in het verleden van vijf naar vier dagen ging, deed ik alsnog dezelfde hoeveelheid werk. Ik durf wel te zeggen dat je met twee duobaners anderhalve fulltimer in huis haalt.’ Ook niet onbelangrijk: zo’n overlapdag kan van essentieel belang zijn voor het slagen van een duobaan. Regelmatig contact, open communicatie en duidelijke afspraken maken het samenwerken makkelijker. De twee oprichters van 2Melt sommen de voordelen voor werkgevers op: ‘Zij hebben minder last van uitval. Als één duobaner ziek is, kan de partner het overnemen. Op die manier ben je als organisatie veel flexibeler. Bovendien zijn duobaners loyaal, ze werken ‘maar’ drie dagen en willen daar zoveel mogelijk uithalen. Het werk loopt altijd door, dus er liggen geen stapels werk te wachten na de vrije dagen. Dat zorgt voor minder stress en dus kunnen ze een zwaardere baan aan.’ Volgens Sarlui zijn de werkgevers na deze uitleg vaak al wat minder angstig.

Toch kan niet iedereen zomaar in een duobaan aan de slag, weet Peter Rooze van Duojob. ‘Het draait allemaal om een goede samenwerking, je draagt samen bij aan het eindresultaat. Daarbij spelen sensitiviteit en communicatieve vaardigheden een belangrijke rol. Als je niet op één golflengte zit, wordt het moeilijk.’

Niet binnen elke bedrijfsorganisatie heerst de juiste sfeer voor een gedeelde baan. Als concurrentie en competitie kenmerkend zijn voor een bedrijf, is een duobaan onmogelijk, denkt Roze. ‘Waarom zou je werk van een collega overnemen als je er niets voor terugkrijgt?’

Tot op heden zijn de meeste duobaners te vinden in het onderwijs en de zakelijke dienstverlening, weten ook Sarlui en Van der Vliet. Een duobaan in een hoge functie is vooralsnog een uitzondering. De functies die in deeltijd worden aangeboden, zijn qua niveau altijd een stapje achteruit, meent Sarlui. ‘Terwijl je als duobaner wél uitdagende functies kunt aannemen, omdat je de taken kunt verdelen. Vrouwen hebben, als ze eenmaal met een duobaan beginnen, ongeveer zeven jaar werkervaring en velen hebben gestudeerd. Het is zonde om die kennis niet te gebruiken.’

Dat duobanen een ‘nieuw, luxe fenomeen’ zou zijn, speciaal om verwende werknemers in de watten te leggen, wordt door Peter Rooze van Duojob gerelativeerd. In 509 voor Christus werd namelijk het consulaat van Rome opgericht, waarvan Lucius Junius Brutus en Lucius Tarquinius Collatinus samen de eerste consuls waren. ‘De eerste duobaan is dus alweer 2500 jaar oud en had vooral een praktische oorsprong. De macht was goed verdeeld, men had allebei kennis van zaken en zodoende konden ze elkaar vervangen. Wat dat betreft is er weinig veranderd.’ *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden