ProfielAndy Griffiths en Terry Denton

Een Australisch duo kinderboekenschrijvers: geliefd, tegendraads, idealistisch en succesvol

Schrijver Andy Griffiths (r) en illustrator Terry Denton. Beeld Maikel Thijssen
Schrijver Andy Griffiths (r) en illustrator Terry Denton.Beeld Maikel Thijssen

Het nieuwe kinderboekenweek-geschenk wordt geschreven door twee Australiërs: Andy Griffiths en Terry Denton. Wie zijn deze succesvolle auteurs die al jaren de lijstjes met bestverkochte kinderboeken domineren?

Pjotr van Lenteren

Twee Australische bestsellerauteurs mogen dit jaar óns kinderboekenweekgeschenk schrijven. Dat valt bij een aantal bekroonde Nederlandse schrijvers niet goed. Het zou een knieval zijn voor de commercie. Zelf zien de makers van de serie die begon met De waanzinnige boomhut van 13 verdiepingen, waarvan er alleen in Nederland en Vlaanderen 1,3 miljoen van werden verkocht, zich vooral als idealisten en anarchisten.

Dat laatste is niet de indruk die ze oproepen op hun persfoto’s. Die lijken eerder op een brave nieuwe albumhoes van Paul Simon en Art Garfunkel: een kleinere met donker haar die meestal zijn mond open doet en een langere, grijze krullenbol die meestal zwijgt. De kleinere donkere heet Andy Griffiths. Hij begon zijn carrière als zanger van twee punkbands, Gothic Farmyards en Ivory Coast. Hij zou zijn ruige getatoeëerde bovenlijf dan ook veel liever op de cover van een punk-album zien.

Aan het Australische ABC vertelt hij hoe trots hij is als The Bad Book (Pan Macmillan, 2004), een van hun eerste boeken, vol pijnlijke grappen en schunnige gedichten, in de boekwinkel ergens hoog achter in een kast blijkt te liggen. Het doet hem denken aan de aankoop van zijn eerste Sex Pistols-plaat, die hij als tiener in een bruine zak van onder de toonbank aangereikt kreeg.

Hekel aan lezen

Kinderboeken schrijven is dan ook helemaal niet waar hij als jongeman op uit is. Griffiths (1961) groeit op in het muzikale en alternatieve Melbourne. Naast optreden met zijn bands werkt hij als leraar Engels. Als hij in de klas merkt wat een hekel veel van zijn leerlingen aan boeken hebben, besluit hij er zelf een te gaan schrijven.

Zijn latere vaste illustrator Terry Denton (1950) is misschien niet zo uitgesproken, maar evenzeer iemand die graag zijn eigen weg gaat. Hij groeit ook op in Melbourne en gaat daar architectuur studeren, maar breekt die opleiding af als hij merkt dat hij van huizen ontwerpen helemaal niet gelukkig wordt.

Denton begint voor zichzelf te tekenen en te schrijven en vestigt zijn naam met Felix & Alexander (Oxford University Press, 1985), een prentenboek over een knuffel die op zoek gaat naar zijn eigenaar. Het is bekroond met de Australian Children’s Book of the Year Award. Zijn tegendraadsheid uit zich vooral in stugge, wat weerbarstige tekeningen en absurde humor. Maar hij krijgt ook veel waardering voor zijn boeken over de oorspronkelijke bewoners van Australië. Daarnaast schildert hij.

Als leraar Griffiths begint te schrijven wordt zijn werk in onderwijskringen al snel gewaardeerd. Zijn debuut Swinging on the Clothesline en opvolger Rubbish Bins in Space (Longman, 1993 en 1995), vol komische verhalen en pittige gedichten, worden door zijn collega's graag gebruikt als oefenteksten. In een inleiding schrijft hij dat saaiheid en routine de grootste gevaren van onderwijs zijn en dat leraren juist dingen moeten verzinnen om kinderen wakker te schudden.

Wedstrijdjes meest taboedoorbrekende grappen

Een medestrijder vindt hij in de elf jaar oudere Denton, dan allang een veelgevraagde kinderboekenillustrator. Samen beginnen ze aan series met titels als Just Disgusting en The Bad Book (Pan Macmillan, 2002 en 2004). Voor ze aan de slag gaan, zo vertellen ze in interviews, houden ze wedstrijdjes over en weer wie de meest taboedoorbrekende grappen kan verzinnen.

Ze worden al snel een geliefd duo in Australië. Het grote succes komt als ze beginnen aan het iets toegankelijker De waanzinnige boomhut met 13 verdiepingen (Lannoo, 2013), hun eerste in het Nederlands vertaalde boek. Elke aflevering wordt de boomhut hoger en de uitbreiding - bijvoorbeeld met een botsautobaan of een arena voor moddergevechten - gekker.

Het succes is zo groot, in Nederland en Vlaanderen alleen al worden 1,3 miljoen boeken verkocht en wereldwijd meer dan 7 miljoen, dat de heren tegenwoordig aan weinig anders nog toekomen. ‘Andy schrijft in een speciale boomhutkamer, waarin onder andere een groot schaalmodel van de boomhut staat’, vertelt hun Nederlandse vertaler, dichter en schrijver Edward van de Vendel.

Uitgever Sofie Van Sande weet van het verleden van Andy als punk-rocker en is de eerste keer best onder de indruk van zijn tatoeages, iets wat je bij Nederlandse en Vlaamse kinderboekenschrijvers zelden ziet. Grinnikend: ‘En dan leer je een innemende man kennen die graag verwijst naar zijn literaire helden, biologisch eet, gezond leeft en vooral kruidenthee drinkt.’

Ook goed om te weten: zijn eerste tatoeage stamt helemaal niet uit zijn rock-tijd: het is een kopie van een tekening van de ook al zo anarchistische Amerikaanse kinderboekenmaker Dr. Seuss.

3 x schunnigste titels van Griffths en Denton

Zombie Bums from Uranus (Pan Macmillan, 2003, met illustrator Nicole Arroyo). Zack Freeman zet zijn strijd tegen de ontsnapte billen voort. Nog niet vertaald.

The Bad Book (Pan Macmillan, 2004). Vieze rijmpjes en bizarre korte verhalen. Er wordt van alles opgeblazen tijdens een kerstviering. Lannoo overweegt Nederlandse vertaling.

What Body Part Is That? (Pan Macmillan, 2013, Lannoo 2015). Anatomie, maar dan volgens Griffiths en Denton. Voor 99,9% gegarandeerd feitenvrij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden