Een atelier vol geur: putlucht, pepermunt, pas gemaaid gras

Knipsels, boeken, foto’s; kunstenaars verzamelen materiaal ter inspiratie voor hun werk. Deel 1: Het archief van Peter de Cupere...

‘Amai, wat ruikt ge sexy!’ Tja, dat komt ervan als je een druppeltje NanoLove parfum in je hals sprenkelt. Dat is niet zomaar parfum, het is ‘nanofume’, opgebouwd uit feromonen die je nauwelijks bewust ruikt, maar waar je wel onmiddellijk op reageert. Lokstof is het, en voordat u roept: ‘Wat is dít nu?’ – het sprenkelen maakte deel uit van gedegen onderzoeksjournalistiek.

NanoLove werd vorig jaar gecreëerd door Peter de Cupere (1970), beeldend kunstenaar uit Mortsel, bij Antwerpen. Het was een kunstproject waarin hij wilde bestuderen hoe mensen door middel van geur tot elkaar worden aangetrokken. ‘Can Nano Create Love?’, zo luidde de slogan.

De Cupere werkt voornamelijk met geur. Wat niet wil zeggen dat hij een ‘geurkunstenaar’ is. ‘Ik ben beeldend kunstenaar’, zegt hij. ‘En mijn medium is geur, zoals dat voor een ander misschien verf is.’

En zoals een ander atelier dus wellicht onder de verfspatten zit, zo is dat van Peter de Cupere ondergedompeld in allerlei geuren. Hij heeft voor de gelegenheid zijn archief op grote tafels uitgestald. Zijn zeepschilderijen, ‘tekeningen’ van verschillende soorten parfum, diverse schimmels – de meeste ervan zijn kunstwerken , maar tegelijkertijd dienen ze als experimenten.

De tijd moet eroverheen gaan, opdat De Cupere precies kan zien hoe de scheikundige processen zich ontwikkelen. Tot die tijd liggen de objecten hier geur uit te wasemen, een wasachtige zeepgeur voornamelijk, vermengd met luchtjes die minder makkelijk thuis zijn te brengen.

In een kabinetje ergens in zijn gigantische atelierruimte bewaart de kunstenaar geuren in flessen. Pas gemaaid gras, gedestilleerd en op alcohol gezet, zo scherp dat het prikt. Dille. Pepermunt. Riolering. Die laatste is zo overweldigend goor, dat De Cupere niet eens de stop uit de fles hoeft te halen. Binnen enkele seconden is de kleine ruimte gevuld met een stank die in je neus gaat zitten en er niet meer uit wil.

Het geurenarchief strekt zich zelfs uit tot in de badkamer, waar zich tientallen parfumflesjes en allerlei soorten doucheschuim bevinden. Zijn archief bestaat echter niet alleen uit geuren. In de computer bewaart hij mapjes met foto’s voor later gebruik, keurig geordend op onderwerp. Bloemen. Snoepjes. Fruit. Wc-potten. Urinevlekken op straat.

En de 22.000 foto’s die hij nam van een installatie met duizend verschillende schimmels (1997-99). Om te kijken welke kleuren die kregen. En om er vervolgens een spectaculair schilderij mee te maken, waarop een kitscherig groen landschap langzaam evolueerde tot een zwartgeblakerd industrieel terrein.

Maar misschien zit het grootste en best geordende archief wel in het hoofd van Peter de Cupere. Hier bewaart hij zijn ‘mentaal archief’, bestaande uit alle geuren die hij ooit rook. Vanaf het moment dat hij ‘als klein kindje angst kreeg’ om blind te worden, ontdekte hij de kracht van geuren. ‘Een geur is eerlijk’, zegt hij. ‘Een geur verraadt.’

Vandaar dat hij geregeld zomaar aan mensen begint te snuffelen. ‘Men vindt het vaak gek’, lacht De Cupere. ‘Maar ik ben inmiddels zo geoefend, dat ik geuren van mensen van lang geleden zo kan oproepen.’

Merel Bem

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden