Een assistent van de literatuur

HET TWEEDE LEVEN van Lazarus zal niet meer zijn geweest dan een opleving. Alle apocriefe verhalen ten spijt - die laten hem zelfs met Maria Magdalena naar Frankrijk komen - zal hij weer snel zijn ingehaald door de dood, die geen terugkeer verdraagt....

KEES KENS

Er wordt in de literatuur veel gestorven. En het wonder van de terugkeer voor maar even blijft meestal uit. Uitgeschreven, afgeschreven. Zelfs het geluk van die snipper naleven: postume vernoeming in voetnoten is voor sommigen niet weggelegd. Een enkele keer is de biograaf van de dode een kleine wonderdoener: hij brengt de schrijver, op wiens steen letters en cijfers door de regen zijn uitgewist, voor even tot leven. Maar ook de literaire dood verdraagt geen terugkeer. Na enige tijd dekt de aarde de schrijver weer toe. Maar biografen blijven illusionisten: 'Als ik voor dit boek een wens heb is het dit: John Lehmann terugplaatsen in het centrum van de literatuur waarvoor hij zijn leven heeft gegeven. Laat er geen misverstand bestaan: John Lehmann stond niet in het hart van de Engelse literaire wereld, hij was er het hart van. Dat hij is verwezen naar de voetnoten in de levensbeschrijving van anderen, moet een van de grote geheimen van onze geschiedenis zijn. Nu is het tijd voor erkenning, nu is het tijd voor onthulling, nu is het tijd voor eerbetoon.'

Als Lehmanns uitwijzing uit de hoofdtekst naar de onderkant van de bladzijde en daarmee naar de onderkant van de samenleving een van de grote mysteries van de Engelse geschiedenis is, moet die geschiedenis weinig voorstellen. De hele alinea is natuurlijk ook veel te pompeus om geloofwaardig te zijn. Hij lijkt eerder door een copywriter dan door een zorgvuldige historicus geschreven. Het is nog erger: de zin maakt de poging tot eerherstel al bij voorbaat onmogelijk, tenzij de auteur over goddelijke wonderkracht beschikt: 'Lehmann kom naar buiten.' Hij heeft die kracht niet.

Wellicht was de mislukking ook hierdoor bij voorbaat bijna verzekerd (en waren de voetnoten onvermijdelijk): John Lehmann, die van 1907 tot 1987 leefde, was meer een literaire figuur dan een schrijver of dichter. Het is nog sterker: hij was de onmisbare figuur van de literaire assistent. Zijn loopbaan in de literaire wereld begon hij als medewerker van de Hogarth Press, de uitgeverij van Virginia en Leonard Woolf. De twee waren niet de geringsten in de Engelse literatuur van zijn tijd. Door zijn werk leerde hij de 'leden' van de Bloomsbury Group kennen. En die vonden in elk geval zichzelf erg groot. Hij verkeerde dus al vroeg - hij was vierentwintig toen hij in de uitgeverij begon - in de hoogste literaire kringen, zonder er anders dan in een dienende functie bij te horen. Hij bleek een geboren uitgever, door zijn zeer groot enthousiasme voor literatuur in het algemeen - zijn geest leek erop te leven - en door zijn vermogen, ook in latere functies heel goed zichtbaar, jong talent aan te trekken en aan te moedigen. Als uitgever is hij het bekendst geworden door de publicatie van New Writing (dat onder vervolgnamen heeft bestaan, de laatste was Penguin New Writing). Die regelmatig verschijnende publicatie was niet alleen bedoeld jonge auteurs kansen te geven, maar ook de maatschappelijke grenzen van de literatuur te verleggen: van het establishment naar de arbeidersklasse. Het kan voor zijn dienende functie kenmerkend zijn, dat hij ook een groot bloemlezer was. Ook zijn belezenheid stelde hij in dienst van.

N ATUURLIJK was hij zelf dichter. En hij is vroeg met het schrijven van verzen - maar ook met het redigeren van bladen - begonnen. Zijn afkomst en opvoeding waren even traditioneel Engels als ideaal. De 'Lehmannen' waren van Duitse afkomst; directe voorvaderen waren kunstschilder en waren via Rome in Engeland terecht gekomen. Zijn vader was een zeer veelzijdig (ook vermogend) man, die behalve veel andere dingen, redacteur was van Punch. Lehmann gaat naar de kostschool Eton en daarna naar Cambridge. Eton had in zijn jaren daar een zeer grote literaire dichtheid. Het is haast onvoorstelbaar dat ongeveer gelijktijdig op dat 'college' zaten: Cyrill Connolly, Harold Acton, Rupert Hart-Davis, Anthony Powell, Robert Byron, Alan Pryce-Jones, Eric Blair (die George Orwell zou worden). Het establishment werd gevestigd! Een aantal zou hij weer in Cambridge terugzien.

Lehmann is heel zijn leven gedichten blijven schrijven. En als dichter wilde hij herinnerd worden. Hij is vergeten en bij de publicatie van de afzonderlijke bundels werd hem veel vergeven. Wat ik ervan ken, heeft de doorzichtigheid van vensterglas. Zijn prestaties in Cambridge waren niet indrukwekkend. Lehmann was geen intellectueel, zoals ook zijn biograaf toegeeft. Een groot essayist is hij dan ook niet geworden. Hij schreef twee romans die weinig succes kenden, alleen de tweede kende de roem van het schandaal. Wat hij uiteraard wel was: een geboren herinneringenschrijver: hij schreef drie delen autobiografie, en die gaan veelal over de ontelbare figuren die hij heeft gekend. Maar drie delen over eigen leven is te weinig krachtig om een grafsteen van zijn plaats te krijgen. Dat ook zijn biografie meer het verhaal over anderen dan over hemzelf zou worden, is onvermijdelijk. Het hele boek van Wright laat zien dat hij in het centrum van de Engelse letteren stond, maar dat centrum niet was. Daarvoor waren zijn creatieve krachten en impulsen veel te zwak. Hij schreef als een lettré en dat verdienstelijk, mooi zelfs, maar niet oorspronkelijk of eigen. Hij was, als natuurlijk velen, een 'afgeleide' schrijver, ook zo een dienaar van de literatuur (de grote schrijver is de baas over de literatuur).

Men kan hem als uitgever en stimulator ook een propagandist noemen. Van de Engelse literatuur en van Engeland. Dat hij in de zeventiger jaren voor korte tijd gasthoogleraar werd aan twee Ameikaanse universiteiten is veelzeggend: hij was de man die iedereen heeft gekend of kent en als getuige over de literatuur van na de Eerste Wereldoorlog kon spreken. Hij vertegenwoordigde de schrijvers ook allemaal, want hij representeerde de Engelse cultuur. Hij zal meer lezingen dan colleges hebben gegeven, want zijn grootste diepgang was zijn charme als causeur.

Dat de biografie voor een deel het verslag is van Lehmanns literaire activiteiten, zal duidelijk zijn. Daarmee krijgt men een kleine historie van de moderne Engelse literatuur, die door de hoofdpersoon en zijn kringen veel van een afgesloten domein heeft, een reservaat waarin men zich behaaglijk voelde. Lehmann mag in de dertiger jaren - hij woonde toen enige tijd in Berlijn en langer in Wenen - communist zijn geweest, terug in Engeland kreeg hij weer de plooien van zijn kringen, in zijn uiterlijk en zijn denken. Mensen als Lehmann die het de hele dag over literatuur hebben, zijn voor mij even verdacht als sommige verwoede tuinliefhebbers: ze hebben zich tussen haag en heg opgesloten, niet vrij van zelfstreling. Ze houden niet van onkruid en dat is de ware literatuur. De biografie zou dun zijn uitgevallen als Lehmann niet een tweede passie had gehad: de viering van zijn lusten als homoseksueel.

Zijn homoseksuele gevoelens ontwaakten al vroeg en ze hebben daarna geen rust meer gekregen. En het lijkt erop dat zijn activiteiten steeds meer toenemen. Als bibliofiel zal hij in elke bibliotheek onmiddellijk naar de mooiste exemplaren hebben gekeken; bij elke lezing of college lijkt hij vrijwel meteen naar de fraaiste scheppingen onder de mannelijke studenten te kijken. Lees- en lusthonger doen niet voor elkaar onder. Zijn partners worden ook steeds jonger (dat in tegenstelling tot zijn lectuur). Wie hem met zijn literaire probeersels benaderde - hij had een grote naam in de literaire wereld - kwam, als hij aantrekkelijk was, vrijwel altijd in Lehmanns tweede werkkamer terecht. En elke keer ontmoet hij dan de grote passie van zijn leven, die na enige tijd toch weer niet de ideale partner was. (Ook als uitgever moest hij vaak op het enthousiasme van de eerste lezing terugkomen.)

Zijn hele opvoeding had hem in de beoefening van de mannelijke vriendschap gevormd. Aan zijn grote passies hield hij altijd de vriendschap over. Hij kende de trouw van de promiscuïteit, behalve aan de jongens-prostitués, die hij, naar het lijkt, voor dagelijks gebruik had. Toen hij met zijn autobiografische roman In the Purely Pagan Sense de omvang en gevarieerdheid van zijn lustleven beschreef (in zijn autobiografische boeken leert men alleen de literator kennen), was het schandaal groot. Sommige verhalen zijn dan ook lichtelijk schokkend, ook door de gewekte indruk dat heel Engeland homoseksueel is: alle soldaten, alle matrozen, alle eenvoudige ambachtsjongens, alle intellectuelen, alle kunstenaars. Uit de biografie komt hetzelfde beeld te voorschijn.

WAT IK HIERBOVEN, met enige tegenzin, heb opgeschreven, is zeer bescheiden vergeleken bij toon en taal van de biograaf. Hij lijkt alle passieverhalen met zeer grote zin, om niet te zeggen: lust te hebben opgeschreven. Zijn taal is niet erg fijnzinnig en hij hanteert de losse toon van de ingewijde. Dit maakt de uitvoerigheid en gedetailleerdheid verdacht: de verhalen over de verhoudingen lijken niet alleen op elkaar - wat ze vrij vervelend maakt - ze voegen door hun uniformiteit ook nauwelijks iets aan het beeld van de hoofdfiguur toe. Hij was een onvermoeibare binnendringer. Dat is in feite alles. De omvang van de homoseksuele geschiedenissen binnen het geheel van de biografie, de uitvoerigheid van de beschrijving van de hoofdpassies, alle suggesties over kant en klaar-verhoudingen, hebben als gevolg dat met de vergroting van Lehmanns libido hij steeds kleiner wordt. Het boek geeft ten slotte de indruk dat de literatuur voor Lehmann een tussendoortje was. Dat zou dan een van de grootste mysteries van de Engelse geschiedenis oplossen. In elk geval: in zijn homoseksualiteit was Lehmann allerminst de assistent die in de literatuur was. Hij was bij alle verhoudingen de hoofdfiguur, de leidsman, de leermeester, de initiatiefnemer ook.

De biograaf komt tot de conclusie - de getuigenissen van de vrienden wijzen daar ook op - dat Lehmann zichzelf niet kon geven, wat het stukgaan van de vele relaties mede kan verklaren. Hij was in zichzelf opgesloten. Die karaktertrek kan ook zijn mislukken als literator verklaren: hij bleef zelf buiten wat hij schreef. Het lijkt erop dat hij over zichzelf al schrijvend niets te weten wilde komen. De drukte van het literaire leven en de rollen die hij daarin speelde, gaven hem de gelegenheid de schijn op te houden zichzelf te zijn. Hij had - literair - een in veel opzichten interessante omgeving, maar hij is zelf niet interessant. Als hij al niet onsympathiek is in zijn hoog- of laagstaand egoïsme. Men kan een leven als dat van Lehmann 'heidens' noemen, zoals de auteur in de ondertitel van zijn biografie doet, ik schat heidendom hoger in.

DE BIOGRAFIE kent het bijna onvermijdelijk einde: het steeds kleiner worden van Lehmanns kringen. De literatuur en het literaire leven veranderden. En met nieuw opvallend werk wist hij zijn ouderdom ook niet de glans van een blijvende jeugd te geven. Hij heeft zijn vader altijd zeer bewonderd, misschien de enige echte vriend uit zijn leven. Ze delen nu ook dit gelijke lot: de vergetelheid, die, naar ik vrees, door deze biografie nog groter zal worden, want Lehmann dreigt nu als een grotere flikker dan schrijver herinnerd te worden. Het is droevig.

Nog droeviger. Niet alleen krijgt een schrijver de verkeerde biograaf (die vaak ook het vermogen tot ordenen mist), die biograaf is ook niet in staat dit leven op te roepen in wat het in wezen was: tragisch, door de vele onvervuldheden, literair, in de liefde, maar misschien vooral in het afbreken van de droom die Lehmanns bijna idyllische jeugd - ook door het contact met zijn vader - voor hem altijd geweest is. De leegte daarna heeft zich nooit meer opgevuld.

Maar dit is het meest tragisch: hij is zich nooit bewust geworden dat zijn opgaan in een heel druk literair leven - in zijn bezigheden als uitgever, in zijn bemoeienissen met jongere auteurs, in zijn propagandatochten - in feite een vlucht was voor zijn eigen niet zo grote aanleg als schrijver en dichter. Hij heeft zich een meester geacht. Hij is een knecht gebleven, eersterangs in zijn tweede rang.

Adrian Wright, John Lehmann, A Pagan Adventure, Duckworth, Londen, prijs * 74,80.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden