Een andere koers in de Perzische Golf

Zo verzoeningsgezind als de Verenigde Staten waren tegenover het verslagen Duitsland en Japan, zo gefrustreerd treedt Washington landen tegemoed die er in slaagden de leider van het Vrije Westen te vernederen....

Het is natuurlijk toeval dat enige Amerikaanse denkers op het gebied van buitenlandse politiek in Foreign Affairs een pleidooi houden voor een ander beleid ten aanzien van Iran, op het moment dat de eerste Amerikaanse ambassadeur voet op Vietnamese bodem zet. Maar vaststaat dat Iran ook zo'n land is dat in Washington geen goed meer kan doen nadat in 1979 de pro-westerse sjah werd vervangen door een islamitisch bewind. Vooral de gijzeling van Amerikaans ambassadepersoneel (1979-1980) heeft Washington niet vergeten.

Meer nog, Iran mag zich verheugen in een speciale status van rogue state die zich buiten de internationale gemeenschap heeft geplaatst. Het bevindt zich daarmee in het illustere gezelschap van Irak, Libië en Noord-Korea. Toch vinden de auteurs van de artikelen in Foreign Affairs - het blad van het Amerikaanse diplomatieke establishment - dat het roer om moet. De voormalige presidentiële veiligheidsadviseurs, Zbigniew Brzezinski en Brent Scowcroft, en een Iraanse oud-minister onder de sjah, verklaren het Amerikaanse boycotbeleid tegen Iran falliet.

Zij menen dat de Amerikaanse poging Iran te isoleren juist heeft geleid tot een isolement van de VS. Europa en Japan doen zaken met Teheran en de VS draaien op voor de kosten - afhankelijk van de rekenmethode geschat op 30 à 60 miljard dollar per jaar - die zijn gemoeid met het handhaven van het machtsevenwicht in de Golf en de zekerstelling van een gestage stroom olie tegen een redelijke prijs.

De lobbyisten pleiten voor een bescheiden beleidsdoelstelling zoals die door president Nixon in het begin van de jaren zeventig voor het eerst werd geformuleerd. Namelijk dat verzekering van de stabiliteit en veiligheid in de Golf voor de VS van levensbelang is. Volgens Brzezinski c.s. vloeit daaruit voort dat Iran nog steeds een strategisch belang voor de VS vertegenwoordigt en dat de politiek van dual containment (van Irak en Iran) die sinds de Golfoorlog geldt, moet worden verlaten.

Behalve op het isolement van de VS en de ongeloofwaardigheid/ondoelmatigheid van de sancties - de VS zijn de vierde handelspartner van Iran - wijzen de auteurs in Foreign Affairs ook op het grote belang van de olie-en gasvoorraden in het gebied van de Kaspische Zee: de grootste buiten de Golf. Voorraden die van vitaal belang zijn voor het Westen, maar ook voor het zich snel industrialiserende Verre Oosten.

Iran is het meest geschikte doorvoerland. Tot nu toe weigeren de VS hun fiat voor het aanleggen van de benodigde pijpleidingen, waardoor de Russische Federatie een monopolie heeft als doorvoerland en de Centraal-Aziatische republieken in hun ontwikkeling worden geremd en afhankelijk blijven van Moskou.

Buiten deze materiële en diplomatieke overwegingen, stellen Graham Fuller en Ian Lesser dat het Amerikaanse beleid in de Golf zich in een doodlopende straat bevindt. Behoudens het voorkomen van grensoverschrijdende agressie kan Washington niet meer doen, omdat de bedreigingen voor de stabiliteit in de regio zich vooral in de landen zelf voordoen.

Moeizamer verhouden de Amerikaanse doelstellingen van politieke en economische hervormingen en mensenrechten zich tot het vitale belang van goedkope olie. Iedere verbetering op de eerst genoemde terreinen heeft immers onmiddelijk gevolgen voor de stabiliteit en de gekoesterde status quo. Anderzijds zal te lang onderdrukte verandering tot oncontroleerbare uitbarstingen leiden.

Joris Cammelbeeck

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden