Een ander geluid

'Dag lieve jongen!'..

Aanbellen bij oma en wachten tot ze opendoet, is al zolang ik mij herinner hetzelfde ritueel.

Eerst knippert in de woonkamer het flitslicht ten teken dat iemand op de bel heeft gedrukt. Door de spiegeling van het raam zie ik hoe oma even kijkt wie voor de deur staat, om dan op te veren en naar de hal te lopen. Een paar tellen later verschijnt ze in het raampje van de voordeur.

Een paar klikken met het slot en dan:

'Dag jongen.' haar armen gespreid. 'Wat heerlijk dat je langskomt.'

Het enige verschil is dat ze vroeger groot was. De laatste vijftien jaar is oma twee hoofden kleiner dan ik ben.

'Ik zit Buitenhof te kijken', zegt ze. 'Over Israël.' Ze loopt voor mij uit naar de huiskamer. Zoals je bij oude mensen wel vaker ziet, lijkt snel lopen bij haar van alle bewegingen nog het makkelijkst te gaan. De tv staat aan. Geluid uit, ondertiteling aan.

De meeste goede programma's op de tv moeten door doven worden gemist omdat ze niet worden ondertiteld. Buitenhof is een uitzondering. Toch blijft de ondertiteling ver achter bij wat je hoort.

Ik pak de afstandsbediening. 'Zet het geluid maar aan hoor jongen', zegt oma. 'Drinken we straks een kopje thee.'

In de studio debatteren Leon de Winter en Harry de Winter. Blijkbaar heeft ook de redactie van Buitenhof besloten dat te doen wat de meeste omroepen doen als het over Israël gaat. Ze nodigen Nederlandse joden uit.

Er zijn er altijd wel een paar die zich ervoor lenen. Soms is het de alles en vooral zichzelf liefhebbende rabbijn Soetendorp. Vaak ook rabbijn Everts, die op mij altijd overkomt als de joodse pendant van Jaap de Hoop Scheffer, zijn toon en mimiek suggereren ten onrechte dat ieder door hem gesproken woord van grootse betekenis is. Maar Evers en Soetendorp hebben vanmorgen vrij.

In plaats van rabbijnen heeft Buitenhof vandaag dus de De Winters bereid gevonden. Schrijver Leon hamert met een verbitterd cynisme op de uitzichtloosheid van de situatie. De Arabische pers, politiek en publieke opinie zijn virulent antisemitisch, Arafat is onbetrouwbaar en Israël zit klem.

Zijn verre neef Harry laat daarentegen niets over van de Israëlische politiek van onderdrukking, racisme en bezetting. Ik weet dat hij gelijk heeft.

Toch word ik achterdochtig van de zelfingenomen toon waarop hij zijn nieuwtjes brengt. 'Wist je bijvoorbeeld dat alleen de afgelopen maanden al vier zwangere Palestijnse vrouwen zijn overleden omdat ze door de bezetting niet bij een ziekenhuis konden komen?'

Ik aarzel. Komt mijn achterdocht voort uit de behoefte de boodschapper van het slechte nieuws te willen straffen, of is er iets anders?

Ik kijk naar oma. De ondertiteling loopt altijd een paar tellen achter op het gesprek. Ik probeer op haar gezicht te lezen wat ze denkt als ze dit alles leest.

Harry de Winter is oprichter van de actie groep 'Een Ander Joods Geluid'. Een groep met nobele bedoelingen, maar de naam doet vermoeden dat ze vooral Nederlandse niet-joden willen overtuigen van hun progressieve bedoelingen. 'Kijk dames en heren, er zijn ook joden die er anders over denken.' Een houding die anticipeert op een veronderstelde generalisatie. Ongetwijfeld zijn er mensen die geloven dat alle joden hetzelfde denken. Het is alleen de vraag of je de misstanden in Israël moet gebruiken om dat misverstand recht te zetten. Als dat al mogelijk zou zijn natuurlijk.

Wat niet wegneemt dat de kritiek op Israël legitiem is en noodzakelijk. Maar waarom die kritiek het predikaat 'ander joods geluid' meekrijgt, blijft voor mij een raadsel. Etniciteit en religie kunnen nooit de uitgangspunten zijn van een burgerrechtenbeweging.

Wat dat betreft voel ik meer sympathie voor Leon de Winter. Zijn ogen mogen dan gesloten blijven voor de destructieve krachten van de Israëlische bezetting op zowel Palestijnen als Israëliërs, hij laat zich tenminste niet leiden door de vraag wat de niet-joodse kijker van hem vindt.

'Verschrikkelijk', zucht mijn oma als de discussie wordt afgebroken.

'Wat vond je ervan?'

'Het is een verschrikkelijke situatie', herhaalt ze.

Ik probeer mijn bedenkingen bij de discussie onder woorden te brengen, maar merk dat oma naar buiten kijkt. Naar de straat. Omdat ze al jaren helemaal doof is, weet ik dat ze mij niet zal verstaan als ze mijn lippen niet leest.

'Zal ik thee zetten?', stel ik voor als ik haar ogen weer gevangen heb.

Tijdens het zetten van de thee vraag ik mij af of ik het afgelopen kwartier zou kunnen beschrijven zonder de oorlog te noemen. Die immers niet één keer ter sprake is gekomen. Of het moest het moment zijn geweest dat oma uit het raam keek. Hetzelfde uitzicht als ze zestig jaar geleden had. Maar ook dat is mijn interpretatie. Misschien de oorlog er dus maar buiten laten. Voor je het weet, is het een platgetrapt cliché.

Als de thee klaar is, heeft oma een schaaltje chocola op tafel gezet.

Ze laat wat foto's van de kleinkinderen in Israël zien. Mijn neefjes en nichtjes.

'Wat is Yaël een mooie meid geworden', constateert oma.

Ik knik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden