EEN AMERIKAANSE ODYSSEE

Ze waren Amerika's grootste interne ontdekkingsreizigers: Meriwether Lewis en William Clark. Twee eeuwen geleden gaf president Jefferson deze mannen opdracht het nog onbekende deel van de Verenigde Staten te ontdekken....

Door Jeroen Wielaert

Het was hard werken in speciale dienst van de president, over machtige rivieren, door dichte wouden, over uitgestrekte vlakten en grillige, hoge bergen. Ruim zesentwintig maanden vergde de onderneming. Een dik uur duurt de wandeling door de tentoonstelling in het Museum of Westward Expension bij de Gateway Arch, de schitterende stalen boog, downtown Saint Louis, aan de oever van de Mississippi.

Helden waren het, Lewis en Clark, onmiskenbaar, en ze zijn het nóg. Ik wandel in die Arch-gewelven langs de expositie met muurvullende foto's van de woeste gebieden waar ze doorheen trokken, lees hun bevindingen op de borden en verbaas me over de cultus die om hen heen is geschapen. Het zijn volslagen onbekenden voor ons, moderne Europeanen. In Amerika worden ze geëerd als klassieke heiligen en daar past de aanstaande viering bij van wat de bicentennial wordt genoemd. Het gebeurt allemaal met die typische patriottistische devotie, met veel jubel voor de Amerikaanse pioniersgeest, lang geleden aangewakkerd door Thomas Jefferson.

Een gezaghebbende observatie hoort erbij, voor het juiste besef. Stephen Ambrose, de in oktober 2002 overleden Amerikaanse oorlogsheldenhistoricus, stelde in een ronkende rede voor een bibliotheek: 'Hun expeditie was onze nationale inspanning, onze odyssee. Hun Journals zijn ons nationale gedicht. Lewis leidde een transcontinentale expeditie die het land verenigde en een proces begon dat het Amerikaanse volk verbond.'

De kaart van Amerika was grotendeels woest en ledig toen Jefferson in 1801 president werd van wat toen nog vijftien verenigde staten waren, in het oosten van het continent. De westgrens van de beginnende wereldnatie was de Mississippi, met de nederzetting Saint Louis als groeiende handelsplaats, op de rand van beginnende beschaving en ongerepte wildernis.

Jefferson had al vaak gebogen gestaan over de eerste primitieve kaarten van het verre westen. De Mississippi (van het indiaanse Michissipi) was in de tweede helft van de 17de eeuw verkend en gebrekkig getekend door de Franse ontdekkers Louis Jolliet, Jacques Marquette en René-Robert Cavalier de la Salle. De Missouri werd tussen 1712 en 1797 regelmatig onderzocht. De annalen vermelden de namen van de Franse militairen en handelaren Etienne Veniard de Bourgmont, Sieur de la Vérenedrye, Jacques d'Eglise en Jean Baptiste Truteau, de Schot James Mackay en Welshman John Evans. Ze kwamen nooit verder dan North Dakota; de juiste weg naar het westen bleef onvindbaar.

Jefferson had grote wetenschappelijke belangstelling voor dat immense mysterie aan de overkant van de Mississippi, het donkerste Noord-Amerika. Bekend was inmiddels dat er veel indianenstammen leefden, met hun eigen talen en culturen, in een ontzaglijk natuurgebied met een rijkdom aan onbekende planten- en diersoorten en fossielen. In dat geheimzinnige land, wist de politieke architect Jefferson, lagen oneindige kansen voor de expansie van de economie en de bevolking. Hij zocht de jonge legerkapitein Meriwether Lewis (1774) aan om zijn secretaris te worden voor de uitvoering van de Grote Missie. Lewis had de gewenste capaciteiten. Hij had als jongen al barre zwerftochten ondernomen in Virginia en kende de indianen.

Rond 1800 was het gebied ten westen van de Mississippi onderdeel van permanente eigendomsconflicten tussen Spanje en Frankrijk. De jonge Verenigde Staten mengden zich hierin als belangstellende voor de aankoop van de havenstad New Orleans. Er gingen gezanten naar Parijs. De uitkomst was de aanschaf van het kolossale gebied dat Louisiana heette: 838 duizend vierkante mijl in het hart van het continent, tot de Rocky Mountains, voor de prijs van vijftien miljoen dollar. De transactie staat te boek als de Louisiana-Purchase. Jefferson had nu definitief voldoende grond om de expeditie door het Congres te laten goedkeuren.

Lewis wilde niet in zijn eentje het gezag voeren. Hij zocht zijn vier jaar oudere vriend en voormalige commandant William Clark aan als partner. Voor de winter richtten ze boven Saint Louis, bij de plaats waar de Missouri en de Mississippi samenkomen, hun eerste kamp in: Camp Wood. Daar werd het Corps of Discovery gevormd: een totaal van ruim veertig betrouwbare, robuuste mannen. Clark nam ook zijn negerslaaf York mee.

Op 14 mei 1804 voeren ze weg uit Camp Wood. Ze meerden eerst aan in Saint Charles, een dorpje aan de rivier, ten westen van Saint Louis. Hier werd het korps een afscheidsbal aangeboden, waarbij drie van de leden zich stevig misdroegen, op wat ze ervoeren als hun laatste avond in de beschaafde wereld. Het kwam tot een krijgsraad waarbij er één werd veroordeeld tot vijftig zweepslagen.

Halverwege de middag, op 21 mei 1804, begon de tocht definitief. Nu eens ging het traag, dan weer snel, in hitte, regen, sneeuw en kou. In de beginnende winter van 1804 stopten ze in de buurt van het huidige Washburn, North Dakota, en bouwden Fort Mandan. Hier voegde zich de Frans-Canadese huidenhandelaar Toussaint Charbonneau bij de groep, met zijn vrouw, een jonge Shoshone-indiaanse, Sacagawea. Zij waren van groot belang als tolken in het contact met de indianen: de vredelievende Mandans en Minnetarees, de vechtlustige Sioux, de kalme Nez Percs en de opstandige Blackfeet. Met de laatsten kwam het later tot het enige zware incident, waarbij twee Zwartvoeten werden gedood.

Het grote schip keerde in april 1805 naar Saint Louis terug met de eerste oogst aan ontdekkingen. In acht kleinere boten trokken 33 mannen verder. Sereen was de rivier en dan weer woest, net als het landschap waar hij doorheen kronkelde. Het was een fenomenale ervaring. Lewis noteerde: 'Wat ik zie, vervult me met grote vreugde. Ik schat dat dit vanaf ons vertrek een van de gelukkigste momenten van mijn leven is.'

Een harde beproeving was het ook, maar ze hielden vol. Ze bereikten de Great Falls, de watervallen in wat nu Montana heet. Drie weken hadden ze nodig om alles over land en bergruggen te dragen. In augustus 1805 bereikten ze de bron van de Missouri. Nu moesten ze te voet en te paard over de Continental Divide en door de Bitterroot Mountains om weer bevaarbaar water te vinden in de Clearwater River (Idaho).

Op 7 november 1805 zagen ze de brede monding van de Columbia. Clark schreef: 'Grote vreugde in het kamp. We hebben de Pacific Ocean in zicht die we al zo lang zo vurig wilden zien, en het gebulder van de golven die op de rotsige kust breken (naar ik aanneem) is goed te horen.'

Ze bouwden het bescheiden Fort Clatsop als winterverblijfplaats, vlakbij het huidige Astoria, Oregon. Op 23 maart 1806 begon de thuisreis. Op 23 september 1806 keerden ze terug in Saint Louis, onder de ogen van stomverbaasd publiek dat dacht dat ze waren vermoord, of smartelijk omgekomen in de wildernis.

De melancholieke Lewis heeft niet lang nagenoten. In 1809 pleegde hij zelfmoord. Clark bracht het er beter af: hij werd eerst gouverneur van het Missouri Territory en hield zich daarna bezig met indianenzaken, tot zijn dood in 1839. Vanwege zijn rode haar werd zijn standplaats Saint Louis door de indianen Red Heads Town genoemd.

De rivieren, de bossen, de bergen liggen erbij als toen, als onvergankelijke monumenten van Amerikaanse landschapspracht. Lewis en Clark hebben hun observaties genoteerd en heel precies in kaart gebracht. Maar hun exacte weg is twee eeuwen later kwijt, of vaak alleen bij benadering aan te wijzen. De simpele kampementen zijn spoorloos, overwoekerd of overstroomd door stuwmeren. Van Fort Clatsop is een replica neergezet. Lewis en Clark-vorsers zijn opgetogen als ze ergens - met behulp van de modernste infra-rood-methoden - weer restanten van kampvuren, kogels en dierenbotten opdelven.

In Illinois, Missouri, Kansas, Nebraska, Iowa, South Dakota, North Dakota, Montana, Idaho, Washington en Oregon, de staten van doorkomst, zijn overal borden neergezet van de National Historic Trail, met de silhouetten van de twee iconen. Er zijn routes voor boot- en kanotochten, motor- en autoritten, over duizenden mijlen, van de ene historische plek naar de andere. Het gaat om de sensatie te kijken naar wat zij zagen, om te ontdekken wat zij ontdekten: de Manitou Bluffs, Blackbird Hill, Spirit Mound, de Gates of the Mountains, Beaverhead Rock.

Overal zijn tentoonstellingsruimten gebouwd, met nagebootste taferelen, films en computeranimaties. De gedetailleerde en avontuurlijke Journals van Lewis en Clark liggen in stapels in boek- en museumwinkels. Vlak voor de aanstaande viering verschijnen steeds meer nieuwe uitgaven, als onderdeel van de onvermijdelijke Lewis/Clark-merchandising.

Op 14 januari 2004 gaat in het Missouri History Museum aan Forest Park in het centrum van Saint Louis een tentoonstelling open met meer dan vijfhonderd voorwerpen van de Grote Pionierstocht. Een geloofsbrief van Jefferson, de verrekijker van Lewis en de omslag van elandenhuid van Clarks dagboeken moeten helpen de tijd van toen op te roepen. Na zeven maanden gaat de expositie zelf op reis, naar Philadelphia, Denver, Portland en Washington. Er worden in totaal drie miljoen bezoekers verwacht.

Saint Charles profileert zichzelf het liefst als de oerplek waar het allemaal begon. Het Lewis & Clark Center staat op Riverside Drive 701. Een klassiek pand, met twee verdiepingen, vlak bij de goed geconserveerde 19de-eeuwse hoofdstraat met van die typische bakstenen en houten gevels en veranda's. Dat geeft het geheel iets museaals. Het is bij het truttige af van netheid en properheid.

De expositie over Lewis en Clark geeft een goed beeld, met kaarten, voorwerpen, maquettes en poppen, inclusief die van York en Sacagawea. Zij is op haar beurt een knuffel-indiaanse geworden voor de fans. Ook over haar is een boek te koop.

Conservator-beheerster Mimi Jackson heeft zich in de klederdracht van twee eeuwen her gehuld. Met oprechte liefde vertelt ze: 'Sinds 1979 kennen we hier het Lewis/Clark-rendez-vous. Heel romantisch. Het is zo opwindend omdat het onze eerste grote ontdekkingsreis in eigen land was. Veel Amerikanen kennen hun eigen land niet. Het is een schok voor ze als ze uit hun grote steden uit het oosten ineens dit enorme gebied in het westen binnengaan. Ongelooflijk gewoon. Altijd een verrassing.'

Het is ook daarom een droom om na te reizen, al zijn er inmiddels veel betere wegen naar het westen ontdekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden