Een adem van rotte eieren

Uit onderzoek van datingsite Parship.nl blijkt dat een slechte adem voor veel singles de grootste afknapper is. Het lijkt zomaar een feitje, maar mondgeur beïnvloedt meer dan die ene date....

Jorien de Lege

Annet van Loon (44) bleef tot een jaar geleden liever thuis met Oud en Nieuw. Verjaardagen vond ze ook niet prettig en op vakantie nam ze liever een huisje waarbij ze niemand anders tegenkwam dan haar eigen gezinsleden. Ook tijdens haar werk hield ze zo veel mogelijk afstand van anderen.

Van Loon heeft last van slechte adem. ‘Het was zo erg dat mijn man me aan de andere kant van de tafel nog kon ruiken.’ Zeker twintig jaar leed ze aan halitose, de officiële naam voor slechte adem. De gevolgen voor haar sociale leven waren desastreus. ‘Het was verschrikkelijk, ik werd er zo onzeker van dat ik anderen ging mijden. Ik hield zelfs afstand van mijn kinderen.’

Tandpasta’s, mondsprays en kauwgom hielpen niet, de oplossing kwam pas toen ze naar het halitosespreekuur van parodontoloog Edwin Winkel ging. Hij ontdekte dat zij een ‘klassiek geval’ was, waarbij bacteriën zich ophopen tot een witte laag achter op de tong. Met een tongschraper en speciaal mondwater was Van Loon na twee dagen van haar mondgeur af. Haar onzekerheid is ze na twintig jaar nog niet kwijt. Ze vindt het nog steeds moeilijk om mensen dichtbij te laten komen.

Het geval van Van Loon staat niet op zichzelf. Een op de tien mensen kampt met halitose. Niet gewoon een knoflookluchtje of een drankkegel, maar een geur die veel weg heeft van rotte eieren of zelfs poep. De mondstinker zelf kan het vaak niet ruiken, omdat het lichaam zo aan zijn eigen geur gewend is dat deze niet meer geregistreerd wordt. We zijn dus afhankelijk van anderen om ons te vertellen dat we een slechte adem hebben.

En dat is problematisch, want durft u tegen een collega, kennis of zelfs een goede vriend te zeggen dat hij niet fris ruikt? Slechte adem is een taboe, vaak durven alleen de partner of de kinderen aan de bel te trekken, weet tandarts en halitosespecialist Edwin Winkel uit ervaring. Hij ruikt al tien jaar dagelijks de adem van patiënten met halitose. Die adem is niet te onderschatten, soms is het zo erg dat Winkel ‘hem ’s nachts nog ruikt.’

Omdat je je voor geur slecht kunt afsluiten en het als kwetsend wordt beschouwd iemand te wijzen op zijn mondlucht, is er voor de omgeving van een mondstinker maar één oplossing: fysieke verwijdering. En dat voelt voor de betrokkene als een afwijzing. Wie eenmaal door heeft dat hij gemeden wordt om zijn mondgeur kan hierdoor zo onzeker worden dat hij zich gaat verstoppen voor de buitenwereld. Er zijn zelfs mensen die een thuiswerkberoep kiezen om contact te ontlopen.

Tegen de tijd dat patiënten het halitosespreekuur gevonden hebben, zit de emotie hoog. ‘Er wordt heel wat afgehuild in mijn praktijk, als ze eenmaal over hun probleem kunnen praten gaan ook echt de sluizen open.’ Winkel is geregeld ‘doodmoe’ aan het einde van zijn spreekuur. Sociale isolatie, intimiteitsproblemen, diepgewortelde onzekerheid en frustratie; soms voelt hij zich meer psycholoog dan tandarts.

In 90 procent van de gevallen ligt de oorzaak van een stinkende adem op de tong, en is de oplossing bijzonder eenvoudig. Een tongschraper van nog geen 6 euro en een speciaal gorgelmiddel verhelpen het probleem in een paar dagen. Dat is voor patiënten die al jaren vruchteloos hun adem proberen te maskeren met mondwaters en mintsnoepjes moeilijk te geloven. Van Loon vroeg nog weken nadat ze was begonnen met de behandeling aan haar man of ze niet toch uit haar mond rook.

‘Ik kon gewoon niet geloven dat het zo simpel was. Waarom heeft niemand me dit verteld? Ik heb twintig jaar geworsteld met een probleem dat in twee dagen over kan zijn.’ Haar probleem is opgelost, het taboe is gebleven. ‘Ik heb mijn collega’s verteld over mijn geurprobleem en de oplossing die ik had gevonden, maar zij zeiden allemaal dat ze niets hadden gemerkt. Dat maak je mij dus echt niet wijs.’

Opmerkelijk is dat 5 procent van de patiënten van Winkel zichzelf als rasechte mondstinkers ziet, terwijl ze in werkelijkheid een keurig fris luchtje uitwasemen. Zoals Mieke (niet haar echte naam), die al heel jong is gaan roken. Niet omdat ze het lekker vond, maar omdat ze dacht dat sigarettenlucht nog altijd beter was dan haar slechte adem. Ze creëerde zo veel afstand dat haar relatie stukliep, haar kinderen nooit een zoen kregen en in haar huis alleen losse stoelen stonden, zodat niemand direct naast haar kon komen zitten. Mieke was 63 en had haar leven vijftig jaar lang volledig aangepast aan de rotte lucht uit haar mond, toen ze naar het halitosespreekuur ging. Edwin Winkel testte haar grondig en kwam tot de conclusie dat de geur die ze al een halve eeuw probeerde te maskeren niet bestond.

Halitofoben zoals Mieke zijn de moeilijkste patiënten voor Winkel. Heel vaak hebben ze niet van een vertrouwenspersoon zoals een partner of hun kind gehoord dat ze uit hun mond ruiken, maar komen ze met vage aanwijzingen als ‘een vriendin heeft het ooit eens gezegd’, of ‘ ik merk dat mensen vermijden om dicht bij me te staan’. Iemand die een raam openzet of even aan zijn neus krabt, is voor mensen met een halitofobie (maar ook voor echte halitosepatiënten) een aanwijzing dat hun adem niet te harden is. Als ze dan te horen krijgen dat ze niet uit hun mond ruiken, is dat op zich goede nieuws erg moeilijk te accepteren. Winkel: ‘Wie bevestigd wordt in zijn vermoeden, heeft toch ook een gevoel van erkenning. Maar zodra je zegt dat er niets aan de hand is, gaan ze denken dat je maar wat zegt, of het probleem onderschat.’

Vaak kost het meerdere consulten om iemand te overtuigen dat er niets aan de hand is. In sommige gevallen is de angst zo hardnekkig dat er een psycholoog aan te pas moet komen. ‘Sommigen horen als ze 13 jaar zijn van een klasgenoot één keer dat ze naar knoflook stinken en worden daar zo onzeker van dat ze een halitofobie ontwikkelen; anderen hebben naast hun fobie voor mondgeur ook nog plein- of smetvrees.’

Het overgrote deel van de mensen met slechte adem weet echter niet eens dat hij stinkt, of hij weet niet dat er iets aan te doen is. Winkel houdt een speciaal spreekuur voor halitosepatiënten in het Universitair Medisch Centrum Groningen en in de kliniek voor parodontologie in Amsterdam. Hij is daarmee één van de weinigen die aandacht besteden aan mondgeur. Er is volgens hem veel te weinig kennis over slechte adem en de gevolgen daarvan. Hij ergert zich wild aan de populariteit van snoepjes als Smint en Tic Tac. ‘Die hele industrie maakt gebruik van de mythe dat een frisse smaak ook een frisse geur betekent. Dat is absolute onzin.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden