Een absolute kanshebber

Twee jaar wachtte hij zijn kansen af. Nu laat Hans Dijkstal zich zien als de enige, echte leider van de VVD....

IEMAND drukte hem de cowboyhoed op het hoofd toen hij, jaren geleden alweer, in de Tweede Kamer een Amerikaanse week met zijn tenorsaxofoon opluisterde. Wakkere fotografen snelden toe. De sluiters klikten en Hans Dijkstal had zijn imago van bon-vivant onder de Nederlandse politici te pakken. Hij kreeg het stempel van de luidruchtige levensgenieter, de gangmaker langs wiens boomlange lijf alles afglijdt, de gemoedelijke non-politicus die met zijn grapjes discussies wegwuift en met zijn sax de deftigste ministers weet op te zwepen tot een ordinaire polonaise op het Catshuis.

Henri Frans Dijkstal (57) haat de foto en het imago dat daarbij hoort. Ooit noemde hij zichzelf 'de kwinkslagenman'. Tegenwoordig koestert hij die andere kant, die van de serieuze en hardwerkende politicus die óók sax speelt, die óók aan softbal doet. 'Identiteit is ideologie', is een one liner van hem. En: 'Vertrouwen win je deels op je persoonlijkheid.' Het duurde twee jaar, maar nu is het moment daar dat Dijkstal uit de kast treedt als de onbetwiste leider van de VVD.

Tegelijk is daarmee de race tussen VVD en PvdA om de grootste partij van het land begonnen. Dijkstal zette de aanval hard in. Eerst lonkte hij onverwachts naar het CDA. Vervolgens schoof hij de PvdA publiekelijk de verantwoordelijkheid voor het falende integratiebeleid in de schoenen. 'De PvdA is bang om allochtonen aan te pakken.' Achter de schermen tornt hij aan het akkoord over de Vreemdelingenwet, de krachtproef van staatssecretaris Cohen, en inzake de aanwas van asielzoekers ontpopt hij zich als hardliner.

Net als zijn voorganger Bolkestein heeft Dijkstal de integratie en immigratie gekozen om zich te profileren. Daarmee houdt de overeenkomst met Bolkestein op. Anders dan zijn voorganger is Dijkstal een joviale teamworker, die relativeert en nuanceert en door vriend en vijand vooral aardig wordt gevonden. Hij redeneert rechtlijnig, op het procesmatige af. Paul Scheffers analyse over 'het multiculturele drama' noemt hij hol en leeg, omdat Scheffer geen oplossingen biedt. Dijkstals redenering is eenvoudig: allochtonen moeten assimileren en de grondwet naleven. De complicaties die zich vervolgens voordoen, moeten daarna worden opgelost.

Soulmate Annemarie Jorritsma, minister van Economische Zaken en vice-premier, noemt hem 'ontegenzeglijk de leider van dit moment. Niet in autoritaire zin, (. . .) maar hij signaleert conflicten tijdig en probeert die niet te laten oplieren. Ik vind hem charismatisch, anders dan Bolkestein, maar die was ook in onze traditie afwijkend. Hij heeft nooit een poging gedaan Bolkestein te imiteren en ik vind dat knap.'

Dijkstal en Jorritsma kwamen in 1982 in de Tweede Kamer. Ze raakten bevriend. Het was het begin van een turbulente periode in de VVD, waarin interne vetes en verkiezingsnederlagen elkaar afwisselden. Toen Jorritsma in 1986 tijdelijk uit de Kamer verdween als slachtoffer van de verkiezingsnederlaag, hield Dijkstal haar op de hoogte van de perikelen. 'We hebben heel wat ellende meegemaakt en veel geleerd. Het is grappig dat hij niet echt is veranderd, hij heeft zich niet aangepast.'

Loek Hermans, nu minister van Onderwijs, was in die dagen vice-fractievoorzitter. Dijkstal deed welzijn en politie en hoorde tot de linkervleugel. 'Politieke spelletjes had hij snel in de gaten', zegt Hermans. 'Zijn politieke gevoeligheid is sterk toegenomen en hij heeft zich veel breder ontwikkeld. Toen ik commissaris van de koningin in Friesland was, heb ik hem meegemaakt als minister van Binnenlandse Zaken. Het was opvallend hoe snel en goed hij de materie beheerste. Ik ben het niet eens met de mensen die hem luchthartig of oppervlakkig vinden. Hij spreekt altijd uit het hoofd, heeft een grote verbale kracht en een sterke lichaamstaal.'

Niemand zal beweren dat Dijkstals periode als minister een succes was. Hij beloofde meer 'blauw op straat', maar bleek niet te weten hoeveel politieagenten er waren. En anders dan zijn ferme taal van nu doet vermoeden, was hij niet bijster doortastend in het integratievraagstuk. Zijn staatssecretaris Kohnstamm, belast met het grotestedenbeleid, hoefde niet op steun van zijn minister te rekenen. Anders dan Van Boxtel nu, had Kohnstamm geen ministerstitel en geen geld. Hij kreeg het ook niet van VVD-minister Zalm en Dijkstal liet hem zwemmen.

Als minister liep Dijkstal evenmin hard om allochtonen aan werk te helpen. Hij koos de zijde van de politiebonden, die Melkertbanen weigerden omdat daarvoor nieuwe en lager gekwalificeerde functies in het leven geroepen moesten worden. De kwestie sleepte maandenlang. De Melkertbanen kwamen er uiteindelijk, maar niet dankzij Dijkstal, als minister de eerstverantwoordelijke voor de gemeenten.

Het was geen onverschilligheid of gebrek aan emotie. Want Dijkstal was samen met Rosenmöller (GroenLinks) ooit maker van de wet die pleit voor bevordering van een evenredige arbeidsdeelname van allochtonen. Immigratie is daarnaast een van de weinige onderwerpen waarover hij zich echt opwindt. Het aantal asielzoekers moet terug. 'Ik wil vanaf heden dat een reeks voorstellen van ons wordt overgenomen. Ik wil gewoon dat dit voor elkaar komt', zei hij in NRC Handelsblad.

Hij leek het als minister te druk te hebben met andere zaken. Hij was vice-premier, 'meesterknecht' van premier Kok en bovenal het 'oliemannetje' van Paars I. Meer bruggenbouwer nog dan bestuurder. Hij was de man die smeulende conflicten tot normale proporties wist terug te brengen. Dreigde premier Kok in zijn rol van knorrige voorzitter te vervallen, dan doorbrak Dijkstal de sfeer. 'Kok had respect voor hem en omgekeerd was dat respect er ook', zegt een ingewijde in het kabinet.

Achteraf zeggen sommigen dat hij zich in die rol bij uitstek kon voorbereiden op zijn huidige positie. Maar waarom Bolkestein hém aanwees als opvolger en niet Jorritsma, De Grave of Korthals, is nooit precies duidelijk geworden. Niemand betwistte de keuze. Alle hoofdrolspelers hadden in de akelige jaren tachtig afgesproken, nooit meer met partijgenoten te ruziën. Wie de fractie leidt, is de leider en daarmee was de kous af.

Een tussenpaus was hij, zei Dijkstal zelf. Terwijl iedereen om hem heen wild speculeerde over wie de echte VVD-leider zou worden, besloot hij eerst de fractie, waarin veel nieuwkomers zitten, op poten te zetten.

Zijn kantoor is een oase van rust. Zijn bureau is maagdelijk schoon. Geen stapels papieren of nog te lezen rapporten. Er staan schemerlampen, net als in een huiskamer, er is een zitje en een antieke tafel en kast. Op de achtergrond klinkt jazzmuziek.

Philip Brood, een van de nieuwkomers in de fractie: 'Hij geeft je veel ruimte, maar het is een vergissing te denken dat hij zich niet verdiept in de dossiers. Hij kent ze heel goed en kan ongenadig door verhalen heenprikken. Hij speelt nooit op de man. Het komt wel voor dat hij je in een bepaalde richting manoeuvreert, omdat hij in coalitieverband al afspraken heeft gemaakt. Als je je dat realiseert, besef je dat jij nog geen jaar in de politiek zit en hij al twintig.'

'Wat kost het? Wat doen we?', zijn de twee vragen die Dijkstal zijn fractie voortdurend stelt. Hij houdt niet van details als ze de hoofdlijn verhullen. Zijn goedlachsheid, zeggen sommigen, is soms ook een pose, een instrument om het even niet te hoeven weten. Hij beschouwt de vraagstukken afstandelijk, vanuit de filosofie dat er, behalve in kwesties van leven en dood, altijd meer keuzes mogelijk zijn. Alleen aan zijn stem is soms te merken dat hij zich opwindt, hij praat dan nog sneller dan hij gewoonlijk al doet. Het individuele leed van mensen is dan aan de orde. 'Dan schakelt hij anders dan wanneer we economische of abstracte discussies hebben', zeggen ze in de fractie.

Bevlogen kan Dijkstal ook raken als het openbaar bestuur in het geding is. Hij ergerde zich aan de manier waarop de Rotterdamse raadscommissie oud-burgemeester Peper te kijk zette. Hij ergerde zich ook aan 'het verhoor' van Kok door de parlementaire enquêtecommissie Bijlmermeer.

Onderzoekers vindt hij al gauw te rellerig, te suggestief, omdat ze in zijn ogen de betrouwbaarheid van de gehele overheid op het spel te zetten. Die is hem heilig.

In die zin heeft hij ook weinig op met de staatkundige vernieuwingsdrift van D66, ooit door hem betiteld als 'de Boerenpartij van de jaren negentig'. Hij moet niets hebben van de discussie over de gekozen burgemeester. Wat hem betreft hadden de Democraten uit Paars II weg kunnen blijven. Toen het kabinet na de 'Nacht van Wiegel' sneuvelde, stelde hij voor alleen met de PvdA verder te gaan. Maar in zijn contact met D66-leider De Graaf speelt die aversie geen rol. 'De wijze van omgaan met elkaar, is van invloed op wat je bereikt. Met verdrietige en boze mensen is het slecht werken', zei hij ooit.

Wat Dijkstal te weinig uitstraalt, lijkt de zwaarwichtige PvdA-fractieleider Melkert te veel te hebben. Misschien dat ze elkaar daarom makkelijk vinden. 'De chemie tussen hen deugt', zeggen anderen. Ze hebben de neiging samen de zaakjes te regelen, op basis van vertrouwen - zeggen ze zelf. In feite geldt dat alleen voor afspraken die vastliggen. 'Wie denkt dat Dijkstal straks gemoedelijk de verkiezingen ingaat, komt van een kouwe kermis thuis', voorspellen ze in zijn fractie.

Rest de hamvraag: gaat de huidige VVD-leider als lijsttrekker de verkiezingen in? Bindt hij de strijd aan met Kok en is hij de gedoodverfde premier als de VVD de grootste partij wordt? Brood: 'Hij zal lijstrekker zijn, o zeker. Ik heb de indruk dat hij daar zelf ook vanuit gaat.' Zijn partijgenoten in het kabinet zijn iets zuiniger. Hermans: 'Hij is onmiskenbaar een uitstekend kandidaat. Een absolute kanshebber. Maar we spreken er pas over als het speelt. Er zijn ook andere figuren.'

Jorritsma: 'De partij neemt daarover een besluit. Hij is nu fractievoorzitter, dus ook politiek leider. Dat hoeft niet te betekenen dat de anderen op de lijst van minder betekenis zijn. We hebben het vorige keer gedaan met een kopteam, ik denk dat het weer zo gebeurt.'

VVD-coryfee Hans Wiegel, een betrekkelijke outsider die er immer van wordt verdacht zélf ambities te koesteren, twijfelt geen seconde: 'Je moet nooit van jezelf zeggen dat je de leider bent. Als je het bent, hoef je het niet te zeggen. Dijkstal is absoluut de aanvoerder. Hij is samenbindend en heeft een positieve uitstraling. Dat vinden de mensen belangrijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.