Een Aborigine van 55 is een wonder

Toen Australië de afgelopen eeuw moderniseerde, werden de Aborigines overal buiten gehouden. Vandaar dat ze nu niet zo goed mee kunnen komen en in misère leven....

Van onze verslaggeefster Marianne Boissevain

Redfern is zo'n wijk waar je als toerist voor gewaarschuwd wordt: ga daar maar liever niet heen. Heroïneverslaafden, alcoholisten, nou, dan weet je het wel: je portemonnee is er niet veilig.

In werkelijkheid is Redfern, grenzend aan het centrum van Sydney met zijn dure winkels en kantoortorens, een kleurrijke wijk van migranten, Aborigines en jonge kunstenaars. Heroïne-en drankproblemen, die zijn er inderdaad. Vrouwen en kinderen worden er vaak mishandeld door partners of vaders die onder de invloed zijn, zonder dat de politie daar ooit weet van krijgt. Maar driekwart van de misdrijven die wel worden geregistreerd zijn geen berovingen of vernielingen – al komen die ook veel voor – maar vechtpartijen tussen jonge mannen.

Het Koreaanse eethuis ligt er ingeklemd tussen een Japanse sushibar en een afhaal-Thai. Aan de overkant is een Libanees restaurant gevestigd naast een kleine Turkse moskee. En op de hoek kun je een prima espresso drinken, bij de koffiebar van een Chinese familie. De enigen die zo te zien geen eethuizen runnen zijn de Aborigines. Wie zou er ook een tafeltje reserveren voor een diner van geroosterde kikkers, duiveneieren, grassen en honing? Hoewel. . . bush tucker begint zich een zekere populariteit te verwerven.

De Aborigines, de oorspronkelijke inwoners van Australië, hebben kennelijk meer moeite aansluiting te vinden bij het grotestadsleven in Sydney dan de nieuwkomers uit Azië of het Midden-Oosten. 'Het is niet dat we per se willen vasthouden aan onze traditionele manier van leven. We zijn allemaal al in aanraking gekomen met de markteconomie', zegt Ray Minniecon, directeur van Crossroads, het anglicaanse centrum voor pastorale zorg in Redfern.

'Wij hebben immers meegeholpen de veehouderij op te bouwen, als slavenarbeiders. Mijn grootvader werd in ketenen naar Queensland gebracht om te gaan werken in de suikerindustrie. En nu hebben we allemaal suikerziekte', voegt hij er lachend aan toe. De Aborigines lijden in Australië aan welvaartsziektes als diabetes én aan derdewereldkwalen als hepatitis en longaandoeningen, die zorgen voor een hoge kindersterfte en een lage levensverwachting. 'Je zit tegenover een wereldwonder', grapt Minniecon verder. 'Ik ben 55, volgens de statistieken had ik al twee jaar dood moeten zijn.' Slechts een kleine minderheid van 1 procent van de bevolking is er nog van de Aborigines over.

Dat Aborigines moeite hebben met de moderne samenleving vindt Minniecon niet verwonderlijk. 'Toen Australië werd opgebouwd, werden wij overal buiten gehouden. Pas in de jaren zestig zijn wij als burgers erkend en hebben we stemrecht gekregen. Voordien mocht je 's avonds na zessen niet meer uit je reservaat. Je kinderen werden bij je weggehaald om ze in internaten ”westers” op te voeden, met veel slaag en strenge regels. Kleine blanken moesten we worden, goedkoop personeel.' Die onmenselijke aanpak heeft zijn doel gemist: 'blanken' zijn de Aborigines nooit geworden.

'Pas als ze vrijkwamen uit het internaat kwamen ze erachter dat ze al die jaren liefhebbende ouders hadden gehad, die hen hadden gemist. Daar zijn ze woedend over. Voor die kinderroof, die tientallen jaren is doorgegaan en die zovelen van ons een trauma of identiteitscrisis heeft bezorgd, wil de regering nog altijd geen excuses aanbieden.'

Eén op de drie Aborigines in Redfern is werkloos. 'Sommigen van ons werken in de jeugdzorg of de gezondheidszorg, maar veel mensen hebben een uitkering. Ze hebben niet de benodigde opleiding. Ze zouden best iets willen leren, als ze de kans maar kregen. Ze willen graag werken. In de jaren zeventig zijn onze leiders met het project ”werk voor je uitkering” gekomen. Ze vonden dat de overheid onze jongeren geen geld moest geven om stil te zitten. Nee, die hoge werkloosheid is het gevolg van racisme: geen enkele winkelier wil een Aborigine achter zijn toonbank – hij is bang dat die de klanten zou wegjagen.'

Het levend houden van de Aboriginal cultuur in de stad noemt Ray Minniecon de grootste uitdaging. 'Eén ding weet ik zeker: onze cultuur zal niet uitsterven. Zelfs hier in Sydney zijn hog heel wat sporen van de oorspronkelijke bewoners. We zijn een van de oudste culturen ter wereld, die moeten we in leven zien te houden in de markteconomie. Maar onze ziel zullen we niet verkopen. Zomin als de Japanners hun culturele identiteit hebben verloren door de markteconomie.'

Maar omdat de Aborigines part nog deel mochten hebben in de opbouw van het moderne Australië, hebben ze de ontwikkelingen niet kunnen bijbenen. 'Vroeger werkte een Aborigine een uur of vier per dag, dan had hij genoeg vis gevangen. Het stadsleven geeft veel stress: je moet op tijd zijn, je moet oppassen dat je geen oor wordt aangenaaid. Als je dat niet aankunt, verlies je misschien je zelfrespect en ga je drinken.'

Ray Minniecon denkt dat het nog een heel probleem wordt om het trauma van 'de gestolen generatie' te verwerken. 'We zullen wegen moeten vinden om het contact te herstellen met hun familie, hun land en hun cultuur.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden