Eddy du Perron als avantgardist

Voor Eddy du Perron was de reis die hij in augustus 1921 met zijn familie van Indië naar Europa maakte - hij was toen 21 - niet iets om over naar huis te schrijven....

'De bootreis was vervelend', kan men lezen in de levensschets van G. H. 's-Gravesande uit 1947, 'vooral in de eerste klas die mijn ouders noodzakelijk voorkwam; zouteloze vrolikheden van planters met verlof, deftige domheden van gepensioneerde ambtenaren, alle burgerlike rivaliteit tussen de dames, waaronder niet één toonbaar, zodat een paar lelike residentsdochters met brillen nog hevig werden gefêteerd. Ik zat zoveel mogelik alleen, slikte mijn zeeziekte weg die voortdurend aanwezig maar vaag bleef, en las God weet waarom een vertaling van Dante.'

Alles in dit citaat wijst erop dat Eddy du Perron, het 'rijkeluiszoontje', zoals 's-Gravesande hem noemde, zich niet bepaald senang voelde in het 'burgerlike' milieu van de Indische Nederlanders waarvan hij deel uitmaakte. Tijdens die lange boottocht moet hij - 'zoveel mogelik alleen' - het idee hebben gekregen definitief afstand te nemen van het soort vaderlandse cultuur, waarvan hij hier de uitwassen meende te zien en waartegen hij later met Menno ter Braak zo gedreven ten strijde zou trekken.

'Vreemdelingen', zei hij in een interview, geciteerd door G. H.'sGravesande, 'verbazen zich over onze materieele welvaart, en als zij bekomen zijn van hun verbazing, ontdekken zij ook minder aangename dingen: b.v. de Hollandsche zelfgenoegzaamheid in cultureele zaken, ontstaan door een nooit geheel verdwenen geestelijk isolement tengevolge van de materieele welvaart; want degene, wien het goed gaat, verliest het besef van betrekkelijkheid en vergelijkbaarheid zijner waarden, en hij verliest ook de behoefte om scherp te definieeren, desnoods met het risico van zijn veiligheid op het spel te zetten. Er bestaat voor deze Hollandsche houding tegenover de cultuur een woord, dat waarschijnlijk onvertaalbaar is: ''halfzachtheid''.'

Vanaf het moment dat Eddy du Perron in Marseille voet op Europese bodem zette, moet hem een leven voor ogen hebben gestaan, dat niet zozeer door 'geld' alswel door 'literatuur' beheerst werd. Van 'halfzachtheid' was bij hem in elk geval geen sprake, gezien het feit dat hij zich eerst in Parijs en later in Antwerpen met jeugdig élan temidden van bohémiens en avantgardisten overgaf aan radicale pogingen de kunst te vernieuwen. Maar hoe 'modern' is hij geweest in die jaren, zeg maar tussen 1922 en 1926, toen na de futuristische, dadaïstische en vorticistische beeldenstormerij grote vernieuwers als James Joyce, Virginia Woolf, Valery Larbaud, Marcel Proust, André Gide en Thomas Mann zich manifesteerden?

Zij komen voor in de studie over Het modernisme in de Europese letterkunde van Douwe Fokkema en Elrud Ibsch, die ook hun licht laten schijnen over Nederlandse auteurs als Carry van Bruggen en Eddy du Perron. Maar de laatste, zegt Manu van der Aa in De Nieuwe Engelbewaarder, komt eigenlijk alleen aan bod als de schrijver van Het land van herkomst. Andere aspecten van zijn 'modernisme' blijven daardoor nogal in de schaduw en Van der Aa, die aan een proefschrift werkt over het verhalend proza van Du Perron, vindt dat daarover meer te zeggen valt.

Refererend aan de studies van G. H. 's-Gravesande, Ada Deprez en Gerrit Borgers brengt hij de avantgardistische periode van Du Perron in De Nieuwe Engelbewaarder uiterst gedetailleerd in kaart. Zijn conclusie geeft hij eigenlijk al weg in zijn inleiding, waarin hij 'sGravesande citeert, die bij een interview in 1929 uit de mond van Du Perron optekende, dat hij het modernisme 'als een heilzame ziekte' beschouwde. Weliswaar beweegt Du Perron zich met Manuscrit trouvé dans une poche (mei 1922) al vroeg in modernistische richting, maar, zegt Van der Aa, dit is geen ondubbelzinnige liefdesverklaring aan de moderne literatuur. Het is veeleer 'een ironische benadering van het modernisme, doorspekt met schaamteloze parodieën op de Franse avant-gardisten van het eerste uur als Apollinaire, Cendrars en Cocteau'.

Ook in De Driehoek, het tijdschrift (met negen abonnees!) dat door Du Perrons financiële middelen mogelijk werd gemaakt, betoonde Du Perron zich geen radicaal modernist. De beknopte geschiedenis van dit blaadje, die Van der Aa schetst, is sowieso een verhelderend verhaal over de vergaande verschillen van mening die zich in dergelijke progressieve groepjes plachten voor te doen, in dit geval tussen avantgardisten in Vlaanderen als Du Perron, Michel Seuphor (Fernant Berckelaers), Jozef Peeters, Paul van Ostayen en Carel Willink, die toen ook nog revolutionair te werk ging.

De symptomen van Du Perrons 'heilzame ziekte' worden door Van der Aa zorgvuldig beschreven. Na de 'besmetting en incubatietijd' in Parijs - waar de ontmoeting met 'geroutineerde bohémiens', zoals Max Jacob, nogal oppervlakkig waren en 'van weinig of geen belang zijn geweest voor Du Perrons bekering tot de avant-gardekunst' - volgde de eerste fase, van Manuscrit trouvé dans une poche en Een voorbereiding. De acute fase - en de aardigste om te lezen vanwege de optredende spanningen - was die van De Driehoek. De derde en laatste was die waarin Du Perron zich ontdeed van zijn Perkens-vermomming en zichzelf werd, dat wil zeggen: zich distantieerde 'van extreme vormen van modernisme'.

Het waarom daarvan vraagt om een diepgaander studie dan deze bruikbare geschiedschrijving van Van der Aa kan geven. Dat is iets voor een biografie van Du Perron. Daarmee kan hij zijn plaats krijgen in de moderne Europese literatuur en kan tegelijkertijd de vraag beantwoord worden wat de invloed is geweest van Du Perron en Ter Braak op het merkwaardige verschijnsel dat Nederland in het interbellum zo 'halfzacht' reageerde op het internationale Modernisme.

Willem Kuipers

De Nieuwe Engelbewaarder, nr. 5. Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Fl. 22,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden