Eddy & de apostelen

Heel de sportzomer gidst Mart Smeets ons langs de klassiekste sportboeken. Nu de Tour de France België aandoet: het hyperenthousiasmerende De Tour in België (2013).

Zelden zo'n heerlijk, onversneden chauvinistisch, bijna naïef opgesteld, enthousiasmerend, vaderlandslievend boekwerk gelezen als dit. Heerlijk, hoe Geert De Vriese (1952) de kartelranden van het wielerbestaan ruw laat en schrijft met inkt in plaats van vitriool. Het merendeel van de door hem beschreven renners dat ooit koerste op Belgische wegen onder de vlag van de TdF-organisatie behoort tot de kaste van brave, eerzame burgers. Natuurlijk zit er soms ergens een steekje los, maar dat wordt gedoogd. Het is het wielrennen van de zuiderbuur, of, zoals een Vlaamse confrater wel eens tegen me zegt: 'Bij ons is wielrennen een geloof, bij jullie nog een sport.'


En zo moet je dit zomeravondvertellingenboek ook lezen. Het gaat om heroïek, om afzien en de hard fietsende mens mag toch best eens buiten de lijntjes kleuren? Dat zit in de sport opgesloten, zo weet de gemiddelde Belg. Accepteer het, bewonder de coureurs, ga met duizenden langs de kant van de weg staan, verbaas je en drink een pint. Bidden komt later.


In 1947 deed de Franse ronde voor het eerst het koninkrijk der Belgen aan. In Mons werd een spandoek hooggehouden met de tekst: 'Ici c'est toujours la France', een mooie, sfeerbepalende zin. De Tour passeerde vaak in Wallonië en werd altijd 'als een religie beleefd' in Vlaanderen. Dat is meer dan een nuance aan verschil. In de kopgroep van die eerste kilometers op Belgische wegen reden een Waal (Prosper Depredomme) en een Vlaming (Raymond Impanis). Ze werden verschalkt door de Fransman René Vietto.


Alle ritwinnaars, alle truidragers op Belgisch grondgebied worden beschreven, neen, bijna aanbeden. Eddy Merckx is gelijk de zonnegod, zijn discipelen krijgen allen hun plaatsje: Sercu, Planckaert, Bruyère, Bruyneel, Van Looy, Wouters, Boonen, Steegmans, Van Springel, Godefroot. Iedere coureur die een meter op kop heeft gereden in een etappe die door België leidde, wordt benoemd, afgestoft en in het zonnetje gezet.


Als in 1949 de etappe vanuit Sint-Pieters-Leeuw naar Boulogne-sur-Mer leidt, koerst de Belg Roger Lambrecht trots in het geel. Hij verliest die dag vele minuten en ook zijn trui, maar geen probleem, een onbekende landgenoot, Norbert Callens uit Wakken, is de nieuwe leider in de koers. Omdat de Franse vrachtwagen met daarin de doos met gele truien de eindstreep niet haalt, blijft Callens in zijn eigen ploegtrui staan. Totdat er een Belgische journalist wordt gevonden, die toevallig een gele trui draagt die dag. De journalist trekt zijn debardeur uit en Callens wordt alsnog gehuldigd in het geel. In 1994, ja het is waar, maakt de Tour-organisatie haar fout goed en dan nodigt men de bijna fossiele Callens uit in de Ronde waar hij, weer in Boulogne-sur-Mer, alsnog een echte gele trui aangetrokken krijgt.


Dit boek wemelt van dit soort aandoenlijke verhalen die vaak vertederen en soms schuren; te veel kan ook teveel worden.


Ja, de schrijver distantieert zich op beleefde wijze van al het schorriemorrie dat gedrogeerd en winnend door België trok; het is een schouderophaal die passeert in de vooravond. Wielrennen blijkt in De Tour in België inderdaad iets meer te zijn dan louter sport. Uit 1970: 'Gedragen door het enthousiasme van de dichte menigte steeg Merckx de hoogte op, de armen hoog opgestoken als een Romeinse triomfator.' En meer van dat over 360 bladzijden. Aandoenlijk eigenlijk.

De Tour in België, Geert De Vriese, Linkeroever Uitgevers, 24,95 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden