'Econoom weet niet alles, maar meer dan een politicus'

Ook briljante economen van vroeger zouden volgens schrijfster Sylvia Nasar geen gelijkluidend antwoord op de crisis van tegenwoordig hebben gegeven.

President Obama mag dan zijn begrip hebben uitgesproken voor de anti-Wall Streetdemonstraties in Amerika, de Duits-Amerikaanse schrijfster en econoom Sylvia Nasar (A beautiful mind) is weinig geporteerd van de protesten tegen de zogeheten '1 procent die deze natie en haar waarden heeft vernietigd met zijn hebzucht'.


'De retoriek van kwaadaardige Wall Streetbankiers versus de deugdzame boer uit het Midden-Westen', verzucht ze. 'Dat is het soort populisme dat een lange geschiedenis kent in Amerika en dat teruggaat tot de 19de eeuw. Het is exact dezelfde destructieve reactie als waarvan Keynes en Fisher zeiden: je moet deze problemen het hoofd bieden, want als mensen kwaad en bang zijn, gaan ze op zoek naar zondebokken en stellen ze geneesmiddelen voor die erger zijn dan de kwaal.


'Bovendien klopt de analyse niet dat de bankiers de crisis hebben veroorzaakt. Ik zat in een panel met de Democraat Paul Krugman. Gevraagd naar wie de crisis had veroorzaakt, noemde hij niet de bankiers. 'Kijk', zei hij, 'we hebben dertig geweldige jaren gehad zonder grote crises. Wat gebeurt er dan? Je laat de teugels vieren. Als de aandelenmarkten ieder jaar 20 procent omhooggaan, zet je even geen geld meer opzij voor een regenachtige dag en sla je wat makkelijker het welbekende advies in de wind om niet al je eieren in één mandje te doen. Dat is de oorzaak van de crisis. Het waren niet de bankiers, het was iedereen.'


Nasar (1947) vergaarde wereldfaam met haar biografie A beautiful mind (Een schitterend brein, 1998), over de schizofrene econoom en wiskundige John Nash. De verfilming, met Russell Crowe als Nash, won in 2001 de Oscar voor de beste film.


In haar vorige week verschenen boek De wil tot welvaart portretteert Nasar een aantal van de briljantste economen van de laatste twee eeuwen. De met een schrijfblokkade kampende Karl Marx (1818-1883), die zijn hele leven slechts één fabriek bezocht: een porseleinfabriek bij Karlsbad, waar hij in zijn laatste jaren kuurde. Of Beatrice Webb (1858-1943), inspiratiebron voor Churchill en grondlegger van de verzorgingsstaat en de denktank. Of Joseph Schumpeter (1883-1950), die zich als bankdirecteur over de Weense boulevards liet chauffeuren met op iedere knie een prostituee.


De schitterende breinen uit uw nieuwe boek kunnen ons geen advies meer geven. Maar stelt u zich een topconferentie van dode economen voor, met Marx, Marshall, Keynes, Hayek en anderen. Wat zouden ze zeggen over de crises van nu?

'We weten wat Marx zou zeggen, want hij was als een kapotte elpee. Hij zei altijd hetzelfde. Namelijk dat kapitalisme niet werkt. Toen Marx in Londen aankwam, was net de grootste economische bloei uit de geschiedenis begonnen: de eerste keer dat de reële lonen van de armste 10 procent van de bevolking begonnen te stijgen. Veel Engelse commentatoren zagen dat. Maar Marx had net zo goed op Madagaskar kunnen zijn. Hij nam niets in zich op, sprak met niemand.'


'Alfred Marshall (1842-1924) zou juist zeggen: ja, de vrije markten hebben een geschiedenis van financiële crises. Maar desondanks is in een periode van honderd jaar de levensstandaard vertienvoudigd. En dat na twee millennia zonder enige vooruitgang, waarin de gemiddelde mens even veel materieel comfort genoot als een schaap of koe nu.'


'Irving Fisher (1867-1947) en John Maynard Keynes (1883-1946) zouden zich op iets anders hebben gericht. Zij zagen acute verstoringen van de markt, zoals de Eerste Wereldoorlog, als een grote bedreiging voor de democratie en de vrije markt. Hun punt was dat de storingen te maken hadden met ontwrichting van de geldstromen. Daar was een simpele oplossing voor: het sturen van geldstromen door overheden. Fisher en Keynes zouden zeggen: we hebben nu 9 procent werkloosheid, maar dat is niet zo erg als honderd jaar geleden, toen er geen verzorgingsstaat was en 9 procent werkloosheid inhield dat er mensen doodgingen. Maar je moet er iets aan doen om te voorkomen dat de samenleving haar toevlucht neemt tot slangenolie en andere kwakzalverij.'


Schumpeter zei: een depressie is als een goede, koude douche.

'Ja, maar hij had het mis. Net als Friedrich Hayek (1899-1992). De analyse van Hayek en Schumpeter over de Grote Depressie was: dit zijn de excessen van de hoogconjuctuur.


'Ze vergeleken het met de nasleep van een drinkgelag. Hoe kom je van een kater af? Je slaapt je roes uit. Iedere interventie zou de depressie alleen maar verlengen. Terwijl Keynes en Fisher juist vóór interventies waren. Houd vast aan de goudstandaard, adviseerde Hayek, en breng de begroting in balans.'


'Maar Schumpeter en Hayek verloren het debat. Hun strategie werd in Amerika opgevolgd. Landen als Japan, Denemarken en Zweden lieten wel de goudstandaard los en kenden geen grote depressie, maar slechts een lastige recessie. Maar in Amerika, dat tot 1933 aan de goudstandaard vasthield, stortten de banken volledig in en kromp de geldtoevoer met een derde. En toen Amerika in 1933 wel de standaard losliet, volgde prompt herstel - om in 1936 opnieuw in te storten toen Roosevelt de belastingen verhoogde en het monetaire beleid werd aangescherpt.'


Ontbreekt het nu aan mensen van het kaliber Keynes of Schumpeter?

'Dat is het, denk ik, niet. Naar Keynes en Fisher werd na de Eerste Wereldoorlog aanvankelijk ook nauwelijks geluisterd. Economen kunnen van alles zeggen, maar politici moeten wel luisteren. Ik heb het gevoel dat er nu geen krachtige stem is in de politiek.


In Amerika hebben we de Democraten en Republikeinen die elkaar proberen te overtreffen in hun analyses over hoe verschrikkelijk de zaken ervoor staan. Ze voeden alleen maar angst, in plaats van vertrouwen uit te drukken door te zeggen: ja, er zijn moeilijke problemen, maar we hebben voor hetere vuren gestaan.


'Keynes zei: dit is als autopech. We staan langs de kant van de weg, maar dat betekent niet dat we nooit meer zullen rijden. Er is niemand die dat nu zegt.'


Van een historicus verwachten we niet dat hij een revolutie voorspelt, van een geoloog niet dat hij een aardbeving voorziet. Verwachten we te veel van de economen?

'Wat te denken van meteorologen? Stoppen we met kijken naar The Weather Channel omdat ze het maar bij 50 procent van de voorspellingen bij het juiste eind hebben? Nee, omdat enige kennis beter is dan geen kennis. Al zeker sinds de jaren veertig van de 19de eeuw zeggen mensen dat we aan onze technologische grenzen zitten, geen ideeën meer hebben en dat ons bancaire systeem failliet is.


'Iedere recessie hoor je: wat weten economen er nou van? Mensen mogen lachen om economen, maar ze zitten nu in ieder televisieprogramma. Waarom? Omdat ze misschien niet alle antwoorden hebben, maar wel de kennis hebben om het aantal mogelijke antwoorden terug te brengen tot een overtuigend pleidooi dat de crisis slechts tijdelijk is. Het betekent niet dat onze samenleving niet meer werkt.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden