Economische raad

Jeroen Smit (van het in boek- en serievorm bejubelde De Prooi) maakte een tv-reeks over de crisis. De oorzaak daarvan was vooral overmoed, leerde hij. Hoe voorkomt hij die zelf eigenlijk?

Onderzoeksjournalist Jeroen Smit (50) schreef De Prooi, het verhaal van de opkomst en ondergang van bankier Rijkman Groenink en zijn bank ABN Amro, en verkocht meer dan 250 duizend exemplaren. Plus de rechten voor een tv-serie en een toneelstuk. Daarnaast is hij hoogleraar journalistiek aan de universiteit van Groningen. En alsof er in zijn dagen niet slechts 24 uur zitten, presenteert hij vanaf deze week ook nog EZ over economische zaken. Hij neemt daar de plaats in van de ernstig zieke Hans Sibbel, ofwel Lebbis, die sinds de zomer met het programma bezig was, maar alles moest afzeggen vanwege een auto-immuunziekte.


In het vierdelige interviewprogramma van de VARA behandelt Smit de vraag of we iets van de economische crisis hebben geleerd. Een kleine waarschuwing vooraf: 'Het is met mij niet lachen gieren brullen.'


Hoe is het om Hans Sibbel te vervangen?

'Dat is niet leuk, de aanleiding is natuurlijk heel verdrietig. Ik ken Hans. Ik kwam hem nog tegen in dezelfde week dat de VARA mij vroeg of ik wilde komen praten over de presentatie van een televisieprogramma over economie. Maar toen ik Hans sprak kwam dat in mijn hoofd niet bij elkaar. Pas toen ik een afspraak had met de eindredacteur realiseerde ik me dat het om zijn programma ging. Toen moest ik wel even slikken.'


Heb je hem toen nog gebeld?

'We hebben contact gehad. Hans is blij dat het programma toch wordt uitgevoerd. En dat het gedaan wordt door iemand die hij kent, vindt hij prettig.'


Hoe gaat het met hem?

'Natuurlijk niet goed. Het is nogal wat zo'n auto-immuunziekte, dat is verschrikkelijk. Hij is nu begonnen met een groot gevecht, de uitkomst is ongewis. De hoop is op stabilisatie: dat het niet verergert. Het vraagt op dit moment in ieder geval al zijn aandacht.'


En nu moet jij dus een cabaretier vervangen. Sta je nu voor een draaidag voor de spiegel grapjes te oefenen?

'Ha nee, maak je geen zorgen. Dat heb ik bij de VARA ook meteen gezegd. Ik ben absoluut geen cabaretier. Daardoor wordt het een heel ander programma. Dat was voor iedereen eerst wel even wennen. Logisch. Een andere beperking is de zeer korte voorbereidingstijd. Een week later al moest ik zeven interviews doen, ook nog eens met mensen die al door Sibbel waren geïnterviewd. Dat is héél raar. Maar goed, in de kern is het programma hetzelfde gebleven, namelijk een zoektocht naar de vraag: hebben we nou iets geleerd van deze crisis? En zo ja, wat dan?'


Wat heb jij er persoonlijk van geleerd?

'Ik geloof - en dan praat ik Alan Greenspan na, de oude baas van de Amerikaanse centrale bank - dat we altijd crisis zullen hebben. Omdat mensen in tijden van voorspoed over het onstuitbare talent beschikken te geloven dat die voorspoed niet voorbij zal gaan. Hoe dom dat ook is, die overmoed zit in ons allemaal. Ook in mij ja.


'Wij zijn drie jaar geleden verhuisd, in een heel slechte tijd dus. Het kostte me grote moeite om te accepteren dat ons vorige huis veel minder waard was. Ik heb te lang vastgehouden aan de prijs die de buren, die hetzelfde huis in 2007 verkochten, ervoor hadden gekregen. Daardoor voelde het veel lagere bedrag dat wij voor ons huis konden krijgen echt als een verlies. Het kostte me twee jaar voordat ik de vraagprijs ging relateren aan het bedrag dat we er in 1997 voor hadden betaald. Toen bleek dus ineens dat we nog steeds ruimte hadden, véél ruimte. Ook ik dacht dat ik heel rationeel en verstandig was, maar er komt bij economie juist veel gevoel kijken. Dat komt ook in één van die afleveringen over economen voor: je geniet relatief minder van winst, dan dat je pijn hebt van verlies.'


Terwijl, als er iemand is die sinds de crisis als een tierelier gaat, dan ben jij het wel...

'Ja, ik heb natuurlijk enorm veel geluk gehad dat ik een boek heb geschreven over een bank in 2008, het jaar van de crisis. In de tijd dat iedereen bankiers als hoofdschuldigen van de crisis aanwezen en daar graag over wilden lezen. En vervolgens komt daar weer van alles uit voort.'


Dus nu is het wachten op jouw val, toch? Dat is althans het thema in je boek, dat mannen met succes vrijwel altijd ten val komen...

'Ja, dat is natuurlijk een mooie vraag... Mannen met succes raken geregeld de weg kwijt, ja. Maar je kunt wel voorkomen dat je in je eigen succes gaat geloven door te zorgen dat er mensen bij je in de buurt zijn die je regelmatig met beide benen naar de grond trekken. Mijn vrouw kan het woord boek al tijden niet meer horen, en dat mag ik weten ook. En een paar kleine kinderen; dat helpt ook. Net zoals vrienden die niet erg van je succes onder de indruk zijn. Zolang je die blijft opzoeken, wordt het wel weer gerelativeerd.


'Maar onvermijdelijk blaast je ego zich af en toe op. Televisie is in die zin ook karakterbedervend, hè. Aandacht, applaus, bevestiging, het is prettig. En iets wat prettig is, is verslavend en daar wil je méér van. Aan de andere kant zorgt de halve aanstelling als hoogleraar in Groningen sinds 2,5 jaar ook voor de nodige relativering.'


Wemelt het daar niet van de leuke studentenmeisjes die je adoreren?

'Ha nee. Het is meer: 'mijn vader vond het een goed boek.' Nee, het maakt je juist onzeker. Natuurlijk kan ik studenten iets leren over de basis, het belang van journalistiek. Maar ik word ook geconfronteerd met een generatie die online leeft, sociale media zitten in hun systeem. En ik ben van inkt en papier. Ik heb twee jaar over mijn oratie gedaan, ik moest helemaal uitzoeken: waar sta ik nou eigenlijk? Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in een boodschap waarin ik het einde van de papieren krant voorspel. Dat kan nog zes, zeven, acht jaar duren. Dat is vervelend, dat is niet leuk, want ik houd van kranten, zielsveel! Maar het is onontkoombaar. Het op grote schaal distribueren van dooie bomen is straks voorbij.'


Waarom weet je dat zo zeker?

'Nou ja, zoiets weet je natuurlijk nooit helemaal zeker.'


Waarom stel je dat dan met honderd procent zekerheid?

'Om te provoceren, krantenjournalisten wakker te schudden. Heel veel journalisten willen maar niet nadenken over hun journalistieke werk in een onlinecontext. Ik wil dat ze gaan nadenken over nieuwe maakmodellen, dat ze zich over hun belangrijke werk gaan ontfermen. Voor alle duidelijkheid: er zijn veel meer vragen dan antwoorden. Maar we moeten er nu wel mee aan de slag.


'Krantenjournalisten staan als het ware op een stoomtrein. Doen daar nu nog duidelijk en eerlijk werk: ze gooien kolen op het vuur, zorgen voor stoom. Maar iets verderop rijdt de elektrische trein, en het is onontkoombaar dat die de stoomtrein gaat vervangen omdat er een heleboel voordelen aan zitten. Het is efficiënter, goedkoper, duurzamer, milieuvriendelijker, al dat soort zaken. Dus als journalist moét je jezelf nu de vraag stellen: wat ga ik straks doen met een kolenschop op die elektrische trein?'


Is het niet vooral de keuze van de metafoor die ervoor zorgt dat je gelijk hebt?

'Dat is dan ook de provocatie, en ik neem het ruim met die vijf, zes à zeven jaar. Maar dat het hard gaat is duidelijk. De oplage van kranten daalt alleen maar. Van vier miljoen naar drie miljoen in tien jaar tijd. Vooral bij regionale kranten gaat het dramatisch slecht. Bij grote landelijke kranten zoals de Volkskrant, De Telegraaf en NRC Handelsblad kan het best wat langer duren voordat ze omvallen, maar uiteindelijk gaat het gebeuren.'


Is het trouwens niet één van de tekenen van hybris, hoogmoedswaanzin, dat je heel erg in waarheden oreert?

'Haha, ja, maar dat is dit niet. Mijn stelligheid zal ongetwijfeld voor een deel te maken hebben met zichtbaarheid, ijdelheid en applaus, maar het komt vooral omdat ik oprecht de noodklok wil luiden voor journalisten die alsmaar blijven roepen: zé moeten maar iets bedenken waardoor ik mijn belangrijke werk kan blijven doen. Ik ben te belangrijk om na te denken over hoe ik daar geld mee kan verdienen, ik ben de waakhond van de democratie. Dan denk ik: pas nou op! Straks valt de zaak om en hebben we geen betrouwbare onafhankelijke journalistiek meer.'


Wordt het ook niet een soort selffulfilling prophecy als je dit maar blijft roepen? Als de papieren krant je echt zo aan het hart gaat, zou je er ook pleitbezorger van kunnen worden, en bijvoorbeeld zeggen dat de krant je nog eens verrast met verhalen waar je eigenlijk niet naar op zoek was.

'Mijn waarschuwing komt juist uit die hartstocht voort. Ik lees elke dag drie kanten. En ik geloof dat de krantenjournalistiek de moeder van alle journalistiek is. Ik ben heel erg bang dat met het omvallen van het papier als drager straks ook de redacties die nu dat papier vullen om zullen vallen. Dat zou vreselijk zijn, we hebben goede journalistiek zo hard nodig. Goede betrouwbare informatie die de samenleving helpt zich beter te organiseren. Het is zo belangrijk dat iedere wethouder op z'n minst een keer per dag door een kritische journalist wordt gebeld.


'Ik geloof trouwens dat je online ook heel goed kan verrassen met verhalen waar de lezer niet naar op zoek was. Misschien wel beter dan op papier. Kranten proberen nu ook zo goed mogelijk verhalen te maken die bij hun lezers passen. Ze proberen hun lezers goed te bedienen. Dat doet Google in feite ook. Google weet dat het relevant moet zijn als hij ons met iets wil verrassen. Wie uit de luiers is, wil geen Pamper-reclame meer. En dus zet Google de kennis die hij over ons heeft zo goed mogelijk in. Als een advertentie precies past, kan dat belangrijk nieuws voor een lezer zijn.


'Ik denk dat kranten dit spel nog moeten leren spelen. Dat is een subtiel spel, als je lezers morgen geeft wat ze gisteren vroegen hollen ze weg. Door online het leesgedrag goed te analyseren, te begrijpen wat ze bezighoudt, kan je ze heel goed relevant blijven verrassen. Juist ook met verhalen waar ze niet om vragen. Dus ook online wordt je sleutelgat vergroot. Als ik naar De Correspondent ga, word ik regelmatig relevant verrast. Dat zijn bijna altijd verhalen waar ik niet om heb gevraagd.


Is De Correspondent niet juist een voorbeeld van een online initiatief dat door de onlinepredikers op voorhand enorm werd bejubeld, maar dat in de praktijk toch wat tegenvalt?

'Daarvoor is het nog te vroeg. Ze zijn nu drie maanden bezig. De kunst is natuurlijk wel om relevant te zijn. Alleen als je top of mind bent kun je verhalen maken die op dat moment spelen en waarin je dan ook met nieuws komt. Of met een nieuw inzicht. En af en toe heeft De Correspondent de neiging om over dingen te schrijven die heel bijzonder zijn, maar die op dat moment niet heel erg urgent zijn. Het moet wat mij betreft meer gaan over onderwerpen die spelen.'


Zoals Onno Hoes.

'Ja, Onno Hoes. Jeetje mina...'


Wat fascineert jou als hoogleraar journalistiek aan die affaire?

'Dat dit soort mannen, machtig en succesvol, denkt zich dingen te kunnen permitteren. Dat je zoiets doet in een hotel om de hoek in plaats van in New York of ergens anders ver weg. Het is natuurlijk niet strafbaar, maar het klopt niet. Als burgemeester sta je voor jouw stad, jij bent het boegbeeld. En als je dan een grens overgaat door in het openbaar te zoenen met iemand anders dan je partner, dan creëer je natuurlijk ongelooflijk veel gedoe. En als burgemeester kan dat dus niet. Maar kenmerkend voor succesvolle mensen is dat ze denken dat het wel kan. Ik geloof dat veel succesvolle mensen uiteindelijk in hun eigen waarheid gaan geloven. Dan houdt het luisteren naar anderen op. Dan ga je denken dat je naar de zon kan vliegen. Maar niemand kan naar de zon vliegen.'


Ook topbankier Rijkman Groenink dacht dat en kwam lelijk ten val. Interviewer Coen Verbraak sprak met hem over zijn gouden parachute en won daarmee de Sonja Barend Award. Wat vond je daarvan?

'Ik vind Coen Verbraak een fantastische interviewer, maar dit fragment bracht mij niet op het puntje van mijn stoel. Ik had het eigenlijk al een paar keer gezien. Bij Twan Huys in College Tour. En ook voor de commissie-De Wit. Mensen spreken er steeds schande van dat Rijkman Groenink 26 miljoen heeft gekregen voor de verkoop van die bank aan de verkeerde partij, maar zo liggen de feiten niet. Groenink wilde de bank aan het Britse Barclays verkopen niet aan het consortium van drie banken.


'Als hij zijn zin had gekregen had hij geen 26 miljoen maar aandelen Barclays gekregen, en die waren veel minder waard. Dat het grote publiek die 26 miljoen en de verkoop aan het consortium toch blijft combineren is zijn grote verdriet. Als je op die knop drukt, dan gebeurt steeds hetzelfde, dan gaat hij steigeren.


JEROEN SMIT

Na een studie bedrijfskunde begon Jeroen Smit (1963) als consultant in het bedrijfsleven. Ondanks een startsalaris van 4.000 gulden per maand, ging zijn hart er niet snel van kloppen. Dat deed het wel in de journalistiek. Hij werd in 1990 redacteur bij Het Financieele Dagblad, na vier jaar werd hij chef economie bij het AD en weer vier jaar later hoofdredacteur van FEM/De Week. Daarnaast presenteerde hij radio- en tv-programma's, waaronder Mediazaken (BNR Nieuwsradio) en Buitenhof (NPS). Als onderzoeksjournalist schreef hij Het drama Ahold (2004) en De Prooi (2008). Voor dat laatste boek won hij De Loep en de Machiavelliprijs. Sinds september 2011 is Smit hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden