Economen tasten in het duister

Moeten overheden bezuinigen, of juist investeren om hun economie weer aan de gang te krijgen?..

Door Pieter Klok

De Nederlandse politiek was vorige week opvallend eensgezind. Er moet worden bezuinigd en flink ook. Ineens circuleerde het getal van 35 miljard euro. Dat is gelijk aan de volledige onderwijsbegroting. Een jaar crisis en de overheid moet al met eenvijfde krimpen. Hoe kan dat?

Andere landen zijn nog niet zover. Het Duitse parlement heeft weliswaar besloten dat de staatsschuld na 2011 moet worden afgebouwd, maar gaat nog niet zo rigoureus te keer als het kabinet-Balkenende. De Britse premier Gordon Brown en het IMF roepen juist op voorlopig gas te blijven geven. Wat gaat de G20 hierover zeggen: zullen de leiders van de machtigste landen opnieuw uitspreken dat ze alles zullen doen om de economie te ondersteunen of zullen ze meer richten op de exitstrategie: hoe wordt de prijs van de crisis straks betaald?

Waarom loopt Nederland voorop bij het aankondigen van bezuinigingen?

Omdat het gat dat de crisis in de overheidsfinanciën heeft geslagen volgens de regering nu al enorm is. Dat komt vooral doordat de belastinginkomsten dit jaar fors dalen, nu de economie 5 procent krimpt. De overheidsuitgaven zullen waarschijnlijk doorgroeien. Om die groei bij te benen zouden de belastinginkomsten (en dus de economie) eigenlijk met 2 procent moeten groeien.

De economie groeit dus in 2009 7 procent te langzaam. Volgend jaar, als de economie naar verwachting op een nulgroei uitkomt, komt daar nog eens een gat van 2 procent bij.

De economie groeit in twee jaar al met al 9 procent te weinig om de groei van de overheidsuitgaven bij te benen. Dit gat moet op enig moment worden ingelopen, is de redenering. Dat gaat waarschijnlijk niet vanzelf, want de economie herstelt na een financiële crisis in het algemeen traag, heeft het Centraal Planbureau (CPB) berekend.

Hoe betrouwbaar zijn die berekeningen van het CPB?

Tot voor kort maakte het planbureau zijn berekeningen met het computermodel Saffier. Dat bleek in normale omstandigheden redelijke voorspellingen te doen. In de kredietcrisis is het echter door de mand gevallen. Het CPB heeft de gevolgen van de crisis aanvankelijk ernstig onderschat.

In De Grote Recessie, het boek dat de CPB-directeuren Teulings en Van Ewijk onlangs uitbrachten, proberen ze weer grip te krijgen op de economie. ‘Staan we dan nu met lege handen? Kunnen we niets zeggen over wat de gevolgen zullen zijn van de kredietcrisis voor de welvaart van ons land? Gelukkig toch wel. Kredietcrises komen namelijk veelvuldig voor.’ Vervolgens halen ze onderzoek aan waarin alle financiële crises van de afgelopen eeuwen op een rij zijn gezet. Wat was gemiddeld het effect?

Is dat verantwoord?

Niet helemaal, vindt Wouter den Haan, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en misschien wel de beste macro-econoom van Nederland. ‘Wat het CPB in wezen zegt is: er is een epidemie, laten we kijken hoeveel doden er in het verleden door epidemieën zijn gevallen in andere landen en in andere tijden. Maar ze zouden eerst moeten onderzoeken of het wel een epidemie is en zo ja wat voor een? Het maakt nogal verschil of het om de Mexicaanse griep of aids gaat.’

Den Haan laat ter illustratie plaatjes zien waaruit een veel rooskleuriger beeld naar voren komt. De economie gaat na de huidige dip straks sneller groeien dan gemiddeld, blijkt daaruit. Als de economie met meer dan 2 procent groeit, wordt het tekort vanzelf ingelopen. De belastinginkomsten groeien dan sneller dan de uitgaven. Ook de verhouding tussen de staatsschuld en het bruto nationaal product zal dalen. Zonder dat er schuld wordt afgelost, wordt het land zo toch financieel gezonder.

Veel economen, onder wie Nobelprijswinnaar Paul Krugman, geloven in dit extra sterke herstel. Ten bewijze tonen ze de steil opgaande lijnen na eerdere crises. Andere economen zijn sceptischer. Greg Mankiw bijvoorbeeld, de auteur van tal van Amerikaanse standaardwerken, heeft grote twijfels. Het is inderdaad zo dat de economie na een recessie sneller groeit dan voorheen, schrijft hij op zijn weblog, maar het probleem is dat je niet weet wanneer de recessie ten einde is. Het kan zijn dat de situatie eerst nog verslechtert.

Wie heeft gelijk?

Daarvoor moet je heel precies kijken naar hoe het nationaal inkomen in een land tot stand komt. Beschouw een land als een fabriek. De productie wordt dan door drie factoren bepaald: het aantal mensen dat er werkt, de arbeidsproductiviteit, en de beschikbaarheid van kapitaal.

Stel dat de vraag plotseling sterk vermindert: dan moet een deel van het personeel worden ontslagen. Dat doet even pijn, maar de werkloosheid is niet voor eeuwig. Na een tijd zal de vraag zich herstellen en dan stijgt de productie dubbel zo hard. Iedereen gaat immers weer aan het werk en de medewerkers zijn intussen ook nog eens productiever geworden.

Als de huidige neergang alleen wordt veroorzaakt doordat veel mensen tijdelijk op straat komen te staan, is er dus geen reden voor al te veel zorg. De geslaagde inhaalrace van Zweden na zijn crisis is een goed voorbeeld.

Wat veel erger is, is een daling van de arbeidsproductiviteit. Stel dat de werklozen terugkeren in functies waarin ze duidelijk minder productief zijn dan voorheen – de fabrieksarbeiders worden bijvoorbeeld weer primitieve landbouwers – dan loopt de economie blijvende schade op. Een daling van de arbeidsproductiviteit haal je niet snel weer in.

De grote vraag is dus: in hoeverre daalt onze productiviteit door deze crisis? Om daarop antwoord te kunnen geven, moet je secuur onderzoek doen, vindt Den Haan. Wat gebeurt met ict’ers die door de huidige crisis een baan verliezen? Krijgen ze een nieuwe functie waarin ze net zo productief zijn?

Hoe kan het dat economen zo sterk van mening verschillen?

Omdat hun kijk op de wereld grotendeels lijkt te worden bepaald door karakterologische eigenschappen.

De economenpopulatie kan grofweg in tweeën worden opgedeeld. Aan de ene kant staan de calvinisten, dat zijn economen die vanwege deze crisis direct willen bezuinigen. Ze vrezen dat de tekorten op termijn enorm zullen zijn en zijn als de dood voor inflatie. Dit type economen is in Nederland oververtegenwoordigd. CDA-econoom Lans Bovenberg en ex-CDA-minister Onno Ruding zijn belangrijke vertegenwoordigers.

Aan de andere kant staan economen die vinden dat je je niet bij de crisis moet neerleggen, de Keynesianen. Ze zijn, geïnspireerd door John Maynard Keynes, van mening dat je de werkelijkheid grotendeels naar je hand kunt zetten. Overheid en centrale banken moeten net zolang geld in de economie pompen tot alle productiecapaciteit weer is benut. De Amerikaan Paul Krugman is de prominentste vertegenwoordiger.

Krugman haalt te pas en te onpas het voorbeeld aan van de Washingtonse ouders die eind jaren zeventig bij elkaar oppasten. ze hadden een bonnensysteem bedacht. Elke ouder die oppaste op de kinderen van een ander kreeg daarvoor een bon. Dat ging maar kort goed, want wat bleek? Ouders hadden de neiging te hamsteren, uit angst dat ze straks, als ze een oppas nodig hadden, te weinig bonnen hadden. Het gevolg was dat iedereen wilde oppassen, maar niemand een oppas vroeg. Om dit probleem op te lossen besloten de ouders uiteindelijk om extra bonnen uit te geven.

Het moge duidelijk zijn hoe Krugman de huidige crisis wil bestrijden: centrale banken moeten meer geld drukken en overheden moeten meer geld uitgeven. We kunnen volgens hem zelf voorkomen dat de wereldwijde productiecapaciteit wordt aangetast en de gevolgen van deze crisis langdurig zullen zijn.

Bonnen bijdrukken is niet voor elke centrale bank even eenvoudig. De Amerikaanse Fed en de Bank of England mogen direct de overheidsschuld financieren door geld bij te drukken. De Europese Centrale Bank mag dat volgens de statuten niet. En zelfs al mocht het wel, dan zou er waarschijnlijk een eindeloos gevecht beginnen over hoeveel schuld van welk land moet worden overgenomen.

Economen hebben toch rekenmodellen waarmee ze kunnen bepalen hoe de economie zich ontwikkelt? Wat zeggen die?

Niet zo heel veel zinnigs. Elk model veronderstelt dat de economie na een schok, zoals een plotse daling van de vraag naar goederen, weer naar een evenwicht kruipt. Door die veronderstelling voorspelt elke computermodel een V-vormige recessie.

Er is geen economisch model ter wereld dat een W-vormige recessie kan voorspellen. Terwijl er toch veel economen zijn, onder wie minister van Financiën Wouter Bos, die serieus rekening houden met een nabrander, bijvoorbeeld als de financiële markten nog een keer hard onderuitgaan. Maar dat kan niemand goed voorspellen en in economische modellen komen ze eenvoudigweg niet voor.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden