Economen, laat God toch los

Economen zijn eigenlijk zeer gelovige mensen, betoogt literatuurwetenschapper Joseph Vogl. En dat ontneemt hun het zicht op de werkelijkheid.

De economie is 'de geloofsleer van onze tijd'. Dat schrijft de Duitse literatuurwetenschapper Joseph Vogl (1957) in zijn bestseller Das Gespenst des Kapitals, eind vorig jaar in Nederlandse vertaling verschenen. De economische wetenschap moet zijn religieuze veren afschudden, vindt Vogl.


Waarom is economie een geloofsleer?

'Allereerst om het geloof in evenwicht dat je terugziet in economische modellen. Het evenwichtsidee hebben economen overgenomen van de natuurkunde. Maar waar die laatste wetenschap allang weet dat evenwichts- toestanden in de natuur eerder uitzondering zijn dan regel, is de economie blijven hangen in de 19de eeuw. Bij het economische geloof in evenwicht hoort ook een vorm van wat je voorzienigheid zou kunnen noemen: de hoop dat met modellen de toekomst kan worden voorspeld.


'Een derde eigenaardigheid is wat ik in mijn boek de 'oikodicee' noem, naar analogie met de theodicee, waarmee christenen beargumenteerden dat God rechtvaardig was, ondanks het kwaad in de wereld. Zoals men vroeger geloofde dat God goed was, ondanks epidemieën en natuurrampen, zo beweren economen dat financiële markten toch in hoge mate rationeel zijn, ondanks crises, bubbels en beurspaniek.'


Politici zijn vaker marktvrezend dan godvrezend. Met als voordeel dat het laatste oordeel nu niet meer postuum, maar onmiddellijk na politieke beslissingen volgt, in de vorm van hogere of lagere rentes op staatsleningen.

'Ja, het is toch op zijn minst opmerkelijk hoe de markten als een soort orakel van Delphi worden begrepen. Ze vertellen ons wat de waarheid is en wat we moeten doen.'


Een geloofsleer suggereert dogmatiek. Maar tijdens de crisis waren economen het over de meest fundamentele vragen oneens: wel of niet bezuinigen, wel of niet de euro, wel of niet staatsingrijpen.

'Overal waar orthodoxie heerst, zijn ook afwijkende sekten. Sinds eind jaren zeventig is wereldwijd één positie dominant, de Chicago School, met Milton Friedman als bekendste exponent. Deze dominantie gaat door tot in de curricula van economische opleidingen aan de universiteit. Na 2008 hoor je meer en meer studenten roepen dat ze ook andere economische methoden willen leren, dat ze af willen van de obsessie met modellen.'


U bekritiseert economen dat ze de 7,1 miljard aardbewoners probeerden te reduceren tot de homo economicus, die rationeel calculerend zijn eigenbelang najaagt. Maar schetst u op uw beurt niet een te eenzijdig beeld van economen?

'Nee. Ik geloof dat ook achter de nieuwere pogingen tot empirisch economisch onderzoek, zoals gedragseconomie, nog steeds het idee steekt dat als men maar bepaalde data over het menselijk gedrag kan verkrijgen, dat het dan mogelijk is om de markt daarnaar te modelleren. En daarmee krijgt de markt een quasi-wetmatig karakter. Achter al deze economische pogingen steekt het rationele geloof dat er wetten bestaan waarnaar maatschappelijke processen functioneren, klaar om ontdekt te worden door economen.'


Economen die zoeken naar maatschappelijke wetten zijn als de alchemisten die de steen der wijzen hoopten te vinden?

'Economie is geloof ik een vorm van alchemie. Ik vind het in elk geval verrassend dat alleen de economische wetenschap staande wil houden dat ze de natuurwetten van het menselijke samenleven kan identificeren.'


Maar wat moeten economen dan doen? Niemand verwijt het politicologen dat ze het Krim-conflict niet hebben voorspeld. We dragen economen wel na dat ze de crisis niet hebben voorzien. Moeten economen dan louter beschrijven wat er is gebeurd, als een soort historici?

'Het bijzondere aan economische theorieën is dat ze aan de ene kant proberen maatschappelijke processen te vatten in modellen. Maar vervolgens proberen ze met deze modellen de werkelijkheid naar hun hand te zetten. Toen Adam Smith over de 'Onzichtbare hand' schreef, als metafoor voor de zelfregulerende werking van de markt, bestonden de markten die hij voor ogen had nog helemaal niet. Dat is een eigenaardige trek van een wetenschap: ze probeert de werkelijkheid te modelleren, om daarna de werkelijkheid te plooien naar haar eigen modellen. Ik denk dat economen moeten toegeven dat ze in de eerste plaats sociale wetenschappers zijn en geen exacte wetenschappers: ze beschrijven maatschappelijke processen. En ten tweede moeten ze toegeven dat alle theorieën over het functioneren van markten een soort hermeneutiek vormen, een weefsel van interpretaties. Zoals men over verschillende interpretaties kan discussiëren, zo moet het ook mogelijk zijn om over verschillende modellen te discussiëren, zonder dat er één definitieve interpretatie of oplossing is.


En een van die mogelijke interpretaties is dat markten helemaal niet evenwichtig en efficiënt zijn, maar dat de grote wispelturigheid en instabiliteit van markten juist als het normale functioneren van de economie moeten worden begrepen.'


U noemt in Het spook van het kapitaal het boek The passions and the interests van de econoom Albert Hirschman. Een van de paradoxen van de ideeëngeschiedenis is dat hebzucht de afgelopen jaren tot vervelens toe als verklaring voor de crisis is genoemd. Maar in de 17de en 18de eeuw werd hebzucht, zoals Hirschman beschrijft, als het unique sellingpoint van het kapitalisme gezien. Hebzucht kon de andere, schadelijker geachte driften in toom houden, was het idee.

'Het boek van Albert Hirschman is zeer interessant. Hirschman beschrijft daarin dat ons economische systeem vanaf de 17de eeuw is ontstaan vanuit een moraalfilosofische probleemstelling, namelijk: hoe kunnen samenlevingen zichzelf besturen en hoe kan daarmee gerechtigheid ontstaan. Hij beschrijft een stelsel van ideeën waarbinnen een theologische en een economische blik op de wereld samenvielen. De aarde functioneert als een soort uurwerk, net zoals in de tijd van Newton over de kosmos werd gedacht. Als iedereen zijn eigenbelang zou nastreven en zich zou concentreren op geld verdienen, dan zouden de menselijke driften elkaar in balans houden, ten voordele van de maatschappij.


'Met de wet van het eigenbelang dacht men de mechanica van de menselijke natuur te hebben ontdekt. Private ondeugden resulteerden in publieke weldaden, was de gedachte. Ook hier zie je weer dat geloof in evenwicht, met Smiths Onzichtbare hand als bekendste voorbeeld.'


Maar het magische geloof dat onze eigenbelangen als tandwieltjes in een maatschappelijk uurwerk grijpen, met een ideale samenleving als resultaat, is toch allang achterhaald?

'Ik denk dat het idee nog altijd bestaat en op zijn minst nog steeds het politieke handelen bepaalt. Kijk naar de hervormingen die na 2008 zijn doorgezet. Daarin staat het idee van de onafhankelijkheid en zelfregulerende werking van de markten nog altijd overeind, zelfs nadat die markten met vereende politieke kracht overeind zijn gehouden. Dat is een duidelijk voortleven van de moraalfilosofische hoop op evenwicht. Deze hoop heeft een toneel nodig en dat is de markt. Daar ontstaat prijsvorming: ik heb er belang bij om jou iets te verkopen, jij hebt er belang bij om iets van mij te kopen. Zelfs in de meest complexe economische theorieën zit nog altijd het idee dat het kapitalisme in essentie functioneert als een eenvoudige dorpsmarkt. Zo kan de evenwichtsfictie voortleven.'


U pleit voor een economie zonder God. Hoe moet die eruitzien?

'Een economie zonder God begint met het besef dat economische processen onlosmakelijk verbonden zijn met machtsprocessen. Economische verhoudingen zijn tegelijkertijd machtsverhoudingen, en deze machtsverhoudingen moeten voorwerp van analyse zijn. Ten tweede moet men onderkennen dat markten niet allemaal volgens dezelfde principes functioneren. Het begrip van de markt moet veelzijdiger worden.


Ten derde denk ik dat er nog veel meer aandacht moet komen voor de verhouding tussen staten en economie. De geschiedenis van het kapitalisme laat zien dat de interessantste en belangrijkste beslissingen ergens in het grijze gebied tussen staat en economie plaatsvinden. Het voortdurende spreken over een scheiding tussen markt en staat is dus onzinnig.


'We moeten terug naar een politieke economie. De politiek begrijpt niet dat ze voortdurend economische beslissingen neemt. En de economie wil niet inzien dat ze voortdurend politieke beslissingen neemt. Als de centrale banken morgen de rente veranderen, dan is dat een politieke beslissing pur sang, waarvan wij de gevolgen allemaal zullen voelen - in onze pensioenen, onze uitkeringen, op onze bankrekeningen.'


In Duitsland verscheen uw boek eind 2010, tijdens de donkerste dagen van de eurocrisis. De Nederlandse vertaling verschijnt nu de crisis ten einde lijkt. Is er iets veranderd?

'Nee, er is definitief niets veranderd. Dezelfde principes en dezelfde hoofdrolspelers als voor de crisis maken nog steeds de dienst uit. Men heeft dezelfde krachten versterkt die tot de crisis hebben geleid - de internationale grootbanken, de financiële markten.'


Maar economen zijn afgelopen jaren als een stoet flagellanten aan ons voorbijgetrokken, zichzelf kastijdend omdat ze de crisis niet hadden voorzien. Is het geen tijd voor een mooie religieuze traditie: vergeving?

'Nee, het heeft geen zin om berouw te tonen en om vergiffenis te vragen, het gaat erom dat economen de opdracht hebben om bloot te leggen welke belangen ze dienen. Natuurlijk is een groot deel van de Amerikaanse economen bang de toegang tot mondiale spelers als Goldman Sachs en JP Morgan te verliezen. Natuurlijk heeft een groot deel van de economiestudenten er belang bij om een baan op Wall Street of in de Londense City te krijgen, want daar is het meeste geld te verdienen.


'Het gaat hier niet simpelweg om de wetenschappelijke waarheid, maar om belangenverstrengeling. Daar zou de economische wetenschap meer over moeten discussiëren. Ik heb de indruk dat economen met hun boetvaardigheid tot op zekere hoogte de aandacht ervan willen afleiden dat de economie altijd al een zeer sterk door belangen geleide wetenschap is geweest.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden