Eco-gastronoom wil vertellen waar het eten vandaan komt

Dit weekend kwamen liefhebbers en producenten van slow food bijeen in Middelburg...

Ooit geweten dat chips ‘slow’ kunnen zijn? Hoeksche chips zijn het. Door drie boeren uit de Hoeksche Waard van zelf geteelde aardappelen gebakken in zuivere zonnebloemolie met als enige toevoeging peper en zeezout. ‘En ze zijn nog gezond ook’, zegt aardappelteler en chipsbakker Henk Scheele. ‘Ze bevatten minder vet dan light chips zelfs.’

Ambachtelijk, duurzaam geproduceerd en lekker. Dat hebben de Hoeksche chips gemeen met boerenkaas, biologische wijn, brood van Zeeuwse vlegel (milieuvriendelijke geteelde tarwe), naegelholt (gedroogd rundvlees), Oosterscheldekreeft, Waddenoesters, en het Chaams hoen, een zevenhonderd jaar oud kippenras dat door een stelletje enthousiastelingen in West-Brabant weer is teruggefokt.

Allemaal ‘slow’ producten, waarin slow staat voor ‘lekker, puur en eerlijk’, aldus Jan Wolf, voorzitter van Slow Food Nederland. Slow Food, een wereldwijde vereniging van bewuste lekkerbekken, ijvert al jaren voor het recht op genieten. Natuurlijk moet het lekker zijn. Maar het is meer dan dat, benadrukt Wolf. ‘We zijn geen vereniging van neo-smulpapen. Het gaat ons er ook om waar het eten vandaan komt.’ Wolf noemt zichzelf liever een eco-gastronoom, iemand die geniet met respect voor mens, dier en milieu.

Afgelopen weekend organiseerde Slow Food Nederland in de Abdij in Middelburg de eerste Terra Madre/Salone del Gusto, een schouw van ambachtelijke producten van eigen bodem. Kaas, brood, vis, kreeften, worsten, jams, sappen, bier, wijn, garnalen, honing, boerenboter, het stond allemaal uitgestald op het binnenplein van de abdij waar het vooral zondag, bij mooi weer, druk was.

Slow Food Nederland wil kleine boeren en ambachtelijke producenten ondersteunen in het behoud van culinair erfgoed. Niet met geld. ‘Dat hebben we zelf ook niet’, zegt Wolf, die voorzitter is van een vereniging van nog geen tweeduizend leden. Maar wel met publiciteit, proeverijen, en evenementen zoals de Terra Madre die in Italië elke twee jaar meer dan honderdduizend bezoekers trekt.

‘We willen de consument naar de boer, de bakker en de kaasmaker brengen’, zegt Wolf. ‘Het verhaal erachter laten zien.’ Laten zien bijvoorbeeld hoe moeilijk het voor kleine producenten is om het hoofd boven water te houden in een woud van hygiëneregels. ‘Die zijn vooral bedacht voor grote, industrieel werkende bedrijven. Die kunnen dat gemakkelijk betalen. Maar bij kleine producenten drukt het veel harder op de kosten.’

Laten zien ook dat goed eten meer kost omdat het arbeidsintensiever is. Zoals het geval is bij de Boeren Goudse Oplegkaas, een kaas die alleen gemaakt wordt van ‘rauwe’ (ongepasteuriseerde) zomermelk en minimaal 21 maanden moet rijpen. Er zijn nog maar twee boeren die hem zo kunnen maken, zegt Marjolein Kooistra van Slow Food. ‘De meeste boeren weten niet meer hoe het moet.’

Mede dankzij Slow Food is de originele Goudse terug op de markt. Kooistra stond er laatst nog mee op een beurs in Londen. ‘Ze sloegen ervan achterover. In het buitenland kennen ze onze Goudse alleen als slappe fabriekskaas.’

Tussen alle etenswaren ook een kraam van de gemeente Midden-Delfland, die zich vanaf deze zomer de eerste Slow City van Nederland mag noemen. Een Slow City voert een duurzaam en milieuvriendelijk beleid, zegt gemeenteambtenaar Heinz van Katwijk. ‘We doen zeg maar alles voor het goede leven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden