Eckhouts indianen zijn net staatshoofden

Nee, menslievend waren ze allerminst, de Hollandse helden van de 17de eeuw. 'Wanneer de negerin bij haar werk niet goed oplet, wordt zij onmiddellijk vastgebonden en zwaar afgeranseld', schreef ooggetuige Zacharias Wagener over de suikerplantages in Braziliwaar de Hollanders honderden slaven hielden....

Maar wat deed schilder Albert Eckhout? Hij portretteerde de slaven en indianen juist vol waardigheid. Neem Zwarte vrouw met mand en kind (1641). Op het schilderij is alles fijn en mooi: de vrouw glimlacht zelfs licht, toont trots haar mand met vruchten, en haar kindje staat er vol vertrouwen bij.

Vooral in vergelijking met de latere antropologische uitbeeldingen is Eckhouts benadering verbazend. Bij hem geen 19de-eeuwse morele superioriteit over 'wilde volkeren' of 20ste-eeuwse nostalgie naar 'natuurvolkeren'.

Was het compassie? Allerminst. Er is immers ook een voorschets van dit metersgrote doek bekend. Hier tekende hij de vrouw zonder moeite met een brandmerk op haar borst: de 'M', eigendom van Johan Maurits.

Met Eckhout is dus meer aan de hand. De keuze van het Mauritshuis voor deze relatief onbekende pionier is daarom sterk, en de locatie geeft nog eens een bizar tintje aan het werk. De museumcollectie omvat immers de Gouden Eeuw zoals men die graag wil zien: rustgevende landschapjes, lieflijke meisjes met parels en heldendom.

Eckhout zag de andere kant: de kolonidie de Hollandse rijkdom financierden. Maar ook was het Mauritshuis ooit het woonhuis van Johan Maurits, eigenaar van de slaaf, tevens graaf van Nassau, kleinzoon van de broer van Willem van Oranje, de man die in Nederlands-Brazilie scepter zwaaide. Eckhout was met hem meegegaan naar Brazilials onderdeel van een groepje kunstenaars en wetenschappers die het land moesten documenteren.

Toen Johan Maurits na het verjagen van de Portugezen uit Braziliriomfantelijk terugkeerde, had hij behalve vruchten ook elf Indianen meegenomen. Hij liet ze in het toekomstige museum dansen, voor de Haagse elite. Naakt. Eckhout had een jaar ervoor al een meterslang doek van dit ritueel moeten maken.

Van Eckhouts productie zijn nog vierentwintig schilderijen over, vooral stillevens van exotisch fruit en een reeks doeken die de bevolking portretteert. Het is echter een raadsel dat het Mauritshuis in haar zalen wruime uitleg geeft over de achtergronden van het geschilderde fruit, maar niet over die van de slaven en indianen. Het lijkt wel bewust, alsof alleen de keurige kant van het exotisme mag worden getoond.

Want met idealisering blijkt zeker niet alles gezegd over Eckhout. Het middelpunt van de tentoonstelling vormen acht portretten ten voeten uit, van maar liefst drie meter hoogte. De doeken zijn als puzzels, zo blijkt uit de catalogus. Subtiel geven ze informatie over de realiteit van de toenmalige Nederlands-Braziliaanse samenleving.

De doeken staan opgesteld volgens maatschappelijke hirchie. Niet de zwarte slaaf, maar de Tapuya-Indiaan stond onderaan. Diens levenswijze werd verafschuwd: ze leefden naakt, ze aten hun doden op om ze bij zich te houden. Bovenaan de hirchie stond de half christelijke mulat. De mulatten bleven echter gevangenen. Ooggetuige Wagener schreef: 'De Graaf van Nassau was van plan ze vrij te laten, maar toen hij hoorde van hun vreselijke, trouweloze gedrag heeft hij zich bedacht.'

Ondanks de realiteit van kannibalisme en gevangenschap is de afbeelding telkens weer opvallend waardig. Bij de Indianen verwijzen alleen een afgehakte hand en een voet in het mandje op haar rug naar het kannibalisme. De mulatten zien er Europees uit. Alleen op de achtergrond geven planten zijn gemengd bloed aan: zowel inheemse als Europese plantensoorten.

Eckhout paste de realiteit dus aan. Waarom? Ten eerste had het met het doel van zijn opdrachtgever Johan Maurits te maken. Als een volleerd verlicht despoot was Johan Maurits immers niet alleen gei¿nteresseerd in het land, maar wilde vooral geschenken meenemen voor relaties in Europa. En op zakengeschenken liever geen wreedheden.

Maar nog veel belangrijker is de traditie waarin Eckhout werkte. Of beter: het ontbreken van enige exotische traditie in de Europese schilderkunst. Hij werkte in dienst van de wetenschap, en die was nog niet zo ideologisch. En dus gebruikte hij de manier die hij kende: trots, staand, en met attributen om de status uit te leggen. Voor Eckhout was de manier van portretteren van staatshoofden daarom dezelfde als die voor slaven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden