Echte profs eten spaghetti

Het wielerpeloton, dat vandaag in België aan de traditionele klassiekercyclus begint, is met vijftien Nederlandse neoprofs ververst. Steven de Jongh, Godert de Leeuw en Aart Vierhouten worden met groot enthousiasme slaven van de weg....

WYBREN DE BOER; BART JUNGMANN

DE 22-JARIGE Steven de Jongh en de 25-jarige Aart Vierhouten hoefden niet lang na te denken toen hun een pen werd aangereikt en ze een profcontract voorgelegd kregen. 'Ik heb vijf jaar gehengeld naar een profcontract en nu ik de kans krijg, zet ik er alles voor opzij', zegt Vierhouten.

Het Nederlandse wielrennen waant zich op de weg terug. Het aantal gesponsorde ploegen stijgt dit seizoen met eenderde. Een verzekeringsmaatschappij bleef, een bankier kwam en een vakantiepark maakte de overstap van de amateurs naar de profs. Vijftien wieleramateurs deden dat ook, een ongekend aantal in de recente geschiedenis. Met z'n vijftienen, inclusief de teruggekeerde Nelissen, Luppes en Thebes, vormen ze bijna eenderde in het peloton van 53 vijftig betaalde fietsers.

'Het is mooi dat er zoveel neoprofs aan de slag kunnen, maar zelf was ik toch wel ergens terecht gekomen. Het ging de laatste twee jaar zo goed', zegt De Jongh. Zelfvertrouwen of zelfkennis? 'Allebei.'

De 28-jarige Godert de Leeuw had wel even bedenktijd nodig voor hij besloot met het bescheiden Foreldorado/Golff de stap naar de profs te wagen. Toen hij 26 jaar werd, had De Leeuw de hoop daarop al een beetje opgegeven. Een paar renners maakten in de jaren daarvoor van hobby werk.

'In het begin waren er jongens die echt beter waren. Later heb ik wel eens gedacht: ben ik nou zoveel minder? Ik ben daarna niet met fietsen gekapt, zoals de meeste anderen wel deden. Ik heb gewoon alle knoppen omgezet. Ik vond het leuk om door te gaan met te fietsen en ik had daarnaast inmiddels een goede baan.

'Nu krijg ik die kans bij de profs alsnog en ik wil het gewoon toch nog graag een keer proberen. Ik heb van mijn werkgever, die ook een van de sponsors is, onbetaald verlof gekregen. Anders had ik het niet gedaan, denk ik. Nu heb ik een seizoen de kans om de zaak op de rails te zetten. Ik moet het gevoel krijgen dat ik kan meedoen, anders houd ik ermee op. Ik ben geen tijdrijder en ook geen klimmer, maar ik kan me wel toeleggen op dagsuccessen.'

Dat bleek dit voorjaar in de derde etappe van de Ronde van Mallorca. De Leeuw wist dat er aan het slot een klimmetje in zat. 'Ik ben dus bewust voorin gaan rijden. Telekom wilde Aldag laten wegrijden. Ik ernaar toe en ik versla 'm in de sprint. Je zag ze allemaal kijken: wie is dat nou? Geweldig. Eerste etappekoers en dan meteen winnen. Dan loop je echt met je hoofd in de wolken.'

Een dag later lag Godert de Leeuw met zijn hoofd op de grond. Hij kreeg een kwakkie in de eindsprint en kon op het gladde wegdek zijn evenwicht niet bewaren. Met een gebroken sleutelbeen zit hij nu thuis in Ermelo en moet vandaag de openingsklassieker Omloop Het Volk aan zich voorbij laten gaan.

Steven de Jongh is dinsdag op verkenningstocht geweest tussen Gent en Lokeren. Het weer was mooi, het gewijzigde parkoers zwaar. 'Veel kasseienklimmetjes. Zoiets als de Ronde van Vlaanderen.' Hij rijdt de komende twee maanden de kleine klassiekers. De renner die geldt als een van de grote talenten wordt voorzichtig gebracht. 'Ik vind dat wel prettig, anders rijd je je kapot.'

Net als De Leeuw stapte De Jongh het peloton binnen als winnaar. In september kon hij als stagiair bij TVM aan de slag en debuteerde met een zege in de eerste etappe van de Ronde van Polen. Het weer was slecht, de koers snel beslist. Een grote groep bleef de hele dag vooruit, De Jongh won de eindsprint.

'De onbekendheid zal wel een rol hebben gespeeld. Ik stond er zelf niet eens bij stil dat het bijzonder was. Maar de collega's reageerden wel zo: eerste profkoers en dan meteen winnen. Het maakt je aanpassing wat gemakkelijker.'

Steven de Jongh was als tiener al voorbestemd om als prof bij TVM terecht te komen. Egbert Koersen, zijn ploegleider bij de amateurs, heeft een samenwerkingsverband met Cees Priem. Voor de grote talenten van Koersen maakt Priem graag een plaatsje vrij. De Jongh, die ook elders terecht had gekund, prijst zich er gelukkig mee. 'Ik heb geen seconde spijt gehad van mijn keuze voor Priem. Het is allemaal een beetje losjes. Dat bevalt me wel. Bij de Rabo is het toch een stukje sjieker.'

Aart Vierhouten denkt juist dat menig collega hem zal benijden om zijn plekje in de ploeg van Raas. 'Oh ja, ik denk dat er genoeg Nederlandse profrenners jaloers zijn op de jongens die bij de Rabo-ploeg zitten. Dit is een ploeg die qua organisatie gelijk is aan Italiaanse of Spaanse ploegen.

'Als Raas me niet had gewild en ik was bij een kleinere ploeg terecht gekomen, dan had ik gefietst met als doel volgend jaar wèl bij hem te kunnen rijden. Zo zullen veel Nederlandse jongens het komend seizoen op de fiets zitten, in de hoop bij Raas te mogen komen.'

Zijne Zeeuwse Heiligheid meldde zich om elf uur 's ochtends op 11 oktober bij de familie Vierhouten. 'Ik was aan het werk. Toen ik thuis kwam, zei mijn vrouw dat Raas gebeld had. Ik wist gelijk waar het over ging, maar je gelooft het niet. Je denkt dat ze een grap met je uithalen. Meteen Raas gebeld. Die zei: kom eens een keertje praten. Ik ben gelijk in de auto gestapt en ben naar hem toegescheurd. Daar heb je vijf jaar op gehoopt, dat laat je niet meer lopen. Je denkt: tekenen, voor-ie zich bedenkt.'

Raas heeft in Aart Vierhouten een enthousiast werknemer. 'Ze pakken alles professioneel aan. We hebben zelfs mediatraining gehad. Eerst denk je: moet dat nou? Nu zie ik het nut er wel van in. Wat je niet wilt zeggen, moet je ook niet zeggen.' Wat hij wel graag uitspreekt, is de naam van zijn sponsor. Zelden gaat een zin voorbij waarin het geliefde woord van vier letters ontbreekt.

'Rabo heeft het Nederlandse wielrennen gered, dat is gewoon een feit. Ze doen iets wat ongewoon is in het wielrennen. Welk bedrijf steekt zoveel geld in de opleiding van jeugd? Drie jaartjes een profploeg sponsoren, naamsbekendheid krijgen en weer wegwezen. Zo redeneren de meeste bedrijven. De Rabobank staat garant voor profs, amateurs en junioren. Dat is andere koek.'

GODERT DE LEEUW wil de bank ook best prijzen omdat ze haar belangen tot 2000 synchroon laat lopen met die van de wielerbond. 'Ze zijn er natuurlijk op een gunstig moment ingestapt, maar ze zijn wel heel positief bezig. Bovendien kan de Nederlandse wielersport best een impuls gebruiken. Maar wij zijn op onze manier ook positief bezig. We hebben misschien geen inspanningsfysioloog, maar verder ontbreekt het aan ons niets.'

Steven de Jongh wordt enigszins kregelig van de bewieroking. 'Rabo hangt een beetje de messias uit.' Hij beseft best hoe veelomvattend het plan is. 'Maar het is maar voor vijf jaar. Stel dat je er nu als junior terecht komt. Dan kun je na die twee jaar nog drie jaar in hun amateurploeg rijden. Misschien heb je daarna nog helemaal niets.'

De Jongh ergert zich eraan dat wordt gedaan alsof het nu een puinhoop is. 'Er gebeuren nu ook goede dingen bij de amateurs. Ik heb zelf bij Koga en AGU gereden. Dat was een goede leerschool. Wij werden ook wetenschappelijk begeleid. Zo bijzonder is het allemaal niet.'

Steven de Jongh begon zelf relatief laat met fietsen. 'Maar niet te laat voor mijn gevoel.' Hij was een schaatser die op zestienjarige leeftijd een blessure aan zijn knie kreeg en dank zij een fanatieke buurman de schoonheid van de wielersport ontdekte. 'Die zei: je moet criteriums gaan rijden.' De Jongh had zoveel aanleg dat hij al snel in de nationale selecties werd opgenomen en de kans kreeg internationaal aan de weg te timmeren.

'Ik heb de Ronde van Oostenrijk gereden en de Ronde van Rijnland-Palts. Dat is heel goed geweest. Ik denk zelfs dat het een voorwaarde is om te slagen. Daar krijg je meer inhoud van dan hier in Nederland rondjes te rijden.'

Godert de Leeuw was een hartstochtelijk voetballer, van 's morgens vroeg tot 's middags laat. 'Als ik dan tussen de middag thuis zat te eten, zag ik vaak een groep toerfietsers voorbij komen. Allemaal in dezelfde Raleigh-outfit. Dat leek me ook wel wat.'

Hij kreeg van zijn ouders een racefiets en had ook al zo'n fanatieke buurman die hem op het juiste spoor zette. 'Ik vond het zo leuk dat ik het voetbal eraan heb gegeven. Vanaf mijn zeventiende ben ik echt fanatiek gaan trainen.'

Het plezier heeft wel altijd voorop gestaan. 'Ik heb best wel een goede begeleiding gehad, maar de nadruk lag op de gezelligheid. Daardoor heb ik het ook zo lang kunnen volhouden. Misschien is het ook wel een voordeel dat ik nu pas prof ben geworden. De druk is er toch een beetje af.'

Net als De Jongh is Aart Vierhouten gehard in buitenlandse wedstrijden. Net als De Leeuw stapt hij vrij laat over naar de professionals. 'Dit was mijn laatste kans. Ik ben bijna 26 jaar. Volgend jaar zou ik vrijwel zeker geen aanbieding meer hebben gekregen. Ik had de moed nog niet opgegeven, maar je beseft elk jaar wel dat je kans kleiner wordt.'

Vierhouten ziet in de massale recrutering van amateurs ook een algemene erkenning. 'Post en Raas riepen altijd dat het Nederlandse amateurwielrennen niks voorstelde, terwijl dat klinkklare onzin is. Er zijn jongens afgehaakt die veel talent hadden, maar het niet meer op konden brengen. Nu is er weer hoop.

'Je merkt dat Raas is veranderd. Hij begrijpt nu dat de oude manier van trainen achterhaald is. Elke dag zes uur op de fietsen zitten stampen. Dat klinkt indrukwekkend, maar daarmee kom je er niet. Het is van belang hoe je traint, niet hoe lang.'

De Jongh is met een paar ploeggenoten naar Lanzarote geweest. Dat was op eigen initiatief. Priem laat zijn renners naar eigen goeddunken handelen. De Jongh is deze winter met schema's van trainer Arie Koops aan de slag geweest. 'Vroeger deed ik vooral duurtrainingen, nu meer duurinterval. Soms is niet trainen beter dan een paar uur duurtraining.'

Vierhouten: 'Bij de Rabo-ploeg trainen we nu op z'n Italiaans. Altijd met de hartslagmeter. Alle gegevens gaan in de computer en met die gegevens wordt dan weer een trainingsprogramma opgesteld. Ik merk de effecten al. In Mallorca kon ik met een lagere hartslag dan anders bergop rijden.

'Volgens mij is het een voordeel dat ik al 25 ben. Ik heb meer koersen in de benen dan een jonge renner en waarschijnlijk ben ik geestelijk volwassener. Als het even tegenzit, moet je mentaal sterk zijn. Daar komt het in deze wereld op aan.

'Knetemann zei een keer tegen me: na 220 kilometer houdt talent op en dan is er nog zestig kilometer te gaan. Daar denk ik regelmatig aan in de koers. Als we het bord 200 kilometer passeren, weet ik dat iedereen in het peloton zere benen heeft. Niet alleen ik.'

PROFESSIONALS fietsen harder dan amateurs, dat hebben ze alledrie inmiddels ervaren. Vierhouten: 'Veel amateurs onderschatten het niveau bij de profs. Als ze een paar keer bij de profs hebben meegefietst, zal een aantal weer met beide benen op de grond staan. Dan komen ze erachter dat ze er nog lang niet zijn.

'Ik probeer het wel eens uit te leggen, maar ik kan niet goed onder woorden hoe hard er bij de profs wordt gereden. Echt hard. Pas als je er zelf tussen zit, begrijp je dat. Je moet neoprofs daarom ook kans geven ervaring op te doen.'

De Leeuw: 'Er is geen precies draaiboek voor. Het kan ineens van veertig naar 55 gaan. Dan is het heel zwaar om tien plekken te winnen.' De Jongh: 'Maar het gaat er wel een stuk socialer aan toe. Ze wachten op elkaar bij een valpartij of als er een paar moeten plassen.'

Vierhouten: 'En het eten, hè. Elke dag spaghetti. Bij amateurs werd wel eens gezegd: nou nemen we een keer patat. Komt bij de profs niet voor. Eten is je brandstof, spaghetti dus. Als je geen spaghetti lust, kun je beter geen prof worden.'

Zowel Vierhouten als De Leeuw is zeer te spreken over de opvang door de ervaren collega's. De Leeuw: 'Ik had me erop voorbereid dat ze zouden zeggen: zoek het zelf maar uit. Maar dat is me tweehonderd procent meegevallen. In die maand bij de profs heb ik meer geleerd dan in de eerste drie jaar bij de amateurs. Je merkt niets van afgunst. Wij zijn ook maar een kleine ploeg natuurlijk. Iedereen beseft dat hij twee strepen harder moet rijden.'

Vierhouten: 'Er is totaal geen onderscheid tussen de grote jongens en de neo's. Breukink, Van Hooydonck en Van der Poel helpen je bij alles. Iedereen gelooft in betere tijden. De sfeer schijnt een stuk beter te zijn dan in de voorgaande jaren.'

Het leven is voor Aart Vierhouten alle dagen feest. 'In het begin ben je geïmponeerd door de grote namen. Laatst stond bij het vertrek ineens Jalabert voor me. Tjonge, sta ik naast Jalabert, denk je dan.' En vandaag rijdt hij Omloop Het Volk. 'Mijn eerste klassieker! Daar heb ik jaren naar uitgekeken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden