Echte leiders acteren hun authenticiteit

Ik heb me wel eens laten vertellen dat de gemiddelde vrouw’s morgens voor haar kledingkast steevast dezelfde afweging maakt: ‘Shall I be warm or shall I be sexy?’ Het verstand zegt het een, het publiek vraagt het ander....

In de Harvard Business Review – waar anders? – las ik laatst dat die tegenstelling helemaal niet bestaat. Als leider krijg je juist succes door de waarheid zo authentiek en tegelijkertijd zo leuk te brengen dat iedereen in het publiek er zin in krijgt je nog te geloven ook.

Dat althans stond in een artikel van een filmmaker, Peter Guber, die op dit moment Chief Executive Officer is van een Entertainment Group. En die er dus verstand van heeft, van de waarheid.

Het artikel heette The Four Truths of the Storyteller en gaf inderdaad vier manieren prijs waarop een verhaal waar moet zijn om goed te kunnen werken. Als je wilt dat je publiek je gelooft, moet je een verhaal vertellen dat waar is vanuit je eigen perspectief en vanuit dat van de luisteraars, een verhaal dat waar is in het licht van het moment en in het licht van je boodschap. Peter Guber had zelf Fidel Castro ooit mateloos geboeid met een vier uur durend verhaal over de haven van Havanna, dus vandaar.

Dit klinkt misschien allemaal kritischer dan het is bedoeld, want het was best een aardig artikel. De hoofdredacteur van de Harvard Business Review spoorde ons niet voor niets vurig aan het te gaan lezen. Er zit namelijk een grandioze paradox in de eisen die we aan leiders stellen, zei hij. Aan de ene kant willen we allemaal van harte dat leiders authentiek zijn, aan de andere kant verwachten we ook dat ze geweldige performers zijn.

Als kind, zei de hoofdredacteur, was hij al gefascineerd door een ansichtkaart met de tekst ‘Always be sincere, whether you mean it or not’ – wees altijd oprecht, of je het nu meent of niet.

En dat is precies wat echte leiders doen: ze acteren hun authenticiteit.

Mij deed die bewering meteen denken aan het ‘oprecht veinzen’ van schrijver Frans Kellendonk, die de paradox eerder ook al had ontdekt. Er zijn activiteiten die een zeker mate van veinzen vergen, zoals geloven en toneelspelen en leiding geven aan een bedrijf. In zulke gevallen helpt het niet om dicht bij jezelf te blijven, je zult een gooi moeten doen naar een emotie die boven jezelf uitstijgt en waarmee je jezelf of anderen overtuigt. Terwijl je op hetzelfde moment ook heel goed beseft dat je mikt op effect.

Waarschijnlijk, en hier wordt de kwestie interessant, zitten er toch ook grenzen aan het veinzen. Filmmaker Peter Guber schreef in de Harvard Business Review dat het vertellen van verhalen altijd gebaseerd is op de integriteit en de authenticiteit van de verteller. Die moet doen wat hij zegt. ‘His tongue, feet, and wallet must move in the same direction.’ Maar de verteller kan er natuurlijk volkomen naast zitten, en daarom lijkt het toch ook wel dubieus dat Gruber zo enthousiast schrijft over de menigte, ‘the throng’, die in een paar seconden van gedachten kan veranderen als de leider maar de juiste snaar raakt.

Met Jakob der Lügner (1969) schreef Jurek Becker een klassiek gebleken roman over het emotionele effect van verhalen. Zijn hoofdpersoon Jakob Heym vertelt in een joods getto aan zijn buren optimistische verhalen over de overwinning van de Russen op het Duitse leger, die er volgens hem aan zit te komen. Door allerlei misverstanden denken de buren namelijk dat Jakob een radio heeft, en omdat hij die mythe in stand wil houden en ook moet houden, blijft hij komen met verhalen over het naderende einde van de oorlog. Dat idee stemt de buren hoopvol. Totdat ze worden afgevoerd naar vernietigingskampen.

Jakob liegt erop los. Dat zou zelfs Peter Guber niet goed vinden, want het pleit niet voor Jakobs authenticiteit. Maar het geval roept natuurlijk wel de vraag op of je soms ook regelrecht tegen de menigte mag liegen als je vindt dat je daarmee hun emoties in de juiste richting stuurt. Wat is er op tegen om mensen hoop te geven, moed in te praten, perspectief te bieden?

En als je oprecht kunt veinzen, waarom dan niet ook oprecht liegen?

Iedere zakenman, iedere leraar en iedere columnist staat ’s morgens vroeg voor zijn kast met de vraag ‘shall I be warm or shall I be sexy?’

En iedere zakenman, iedere leraar en iedere columnist weet dat je met pure degelijkheid niets opschiet, omdat dan niemand naar je luistert. Pas als je een knoopje opendoet en de emoties van het publiek schaamteloos bespeelt, heb je een kleine kans dat er ook echt iemand naar je luistert.

Zojuist sloeg ik een roman open over ecologische economie. Op de achterflap wordt het boek aanbevolen als ‘een roman die uw denken zal veranderen’; een recensie beschrijft het als een zeldzame combinatie van commerciële lectuur en intellectuele analyse – ‘dat wil zeggen: seks en ideeën tegelijk’. De auteur, Thomas Legendre, heeft eerst economie gestudeerd, maar is al snel uitgeweken naar creative writing, en dat valt aan de roman te merken, want die is enorm creatief geschreven.

Eigenlijk had ik het al lang eens willen hebben over ecologische economie, maar ik vond het onderwerp steeds te degelijk.

En nu, met de roman Broei van Thomas Legendre voor me op tafel, durf ik u opnieuw niet lastig te vallen met passages over de phillipscurve, maar probeer uw aandacht te trekken met dit staaltje van creative writing: ‘Ze waren bloot. Keris sloeg haar benen om hem heen. Hij verborg zijn gezicht in haar verwarde haren. Toen het voorbij was, begon ze stil te snikken.’

Af en toe vraag ik me af of ik wel te vertrouwen ben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden