Echte kicks van een stel rebelse Beats

In een vitrine ligt een soort vergeelde Dode Zee-rol, het ruim veertig meter lang typoscript van Jack Kerouac's On the Road, hèt cult-boek van de jaren vijftig....

Van onze verslaggever

Paul Depondt

NEW YORK

Kerouac schreef, om niet telkens van papier te hoeven verwisselen, op een rol overtrekpapier. Het typoscript is miljoenen dollars waard. Sinds jaren voeren familieleden een bittere strijd om de nalatenschap van de schrijver. De 'king of the Beats', de hemelse clochard en drinker Kerouac die overleed in 1969, is een cult-figuur. Zijn bekende raincoat is onlangs voor 15 duizend dollar aan de acteur Johnny Depp verkocht. In San Francisco is een straat naar hem vernoemd, vlakbij Lawrence Ferlinghetti's beroemde City Lights Bookstore.

Steven Watson, bekend van zijn Strange Bedfellows over de Amerikaanse avantgarde, schreef een boek over de geschiedenis van de Beats, The Birth of the Beat Generation. Volgend jaar verschijnt het tweede en wellicht meest spectaculaire deel van Kerouac's Selected Letters. Sinds enige tijd werkt Francis Ford Coppola aan de verfilming van On the Road, waarvan hij in 1972 de rechten heeft gekocht. Vorig jaar verdrongen zich in New York tijdens een auditie bijna drieduizend jonge acteurs voor een rol in de film. Zijn de Verenigde Staten en wellicht ook Europa in de greep van een beatnik revival?

In Newyorkse winkels hangen T-shirts met daarop gedichten van Beat-dichter Gregory Corso. In groezelige bars lezen of zingen jonge dichters hun poëzie, zoals Beat-goeroe Allen Ginsberg dat doet met zijn vertederend-amechtige handharmoniumpje op zijn billen. City Lights Books heeft, naar eigen zeggen, nog nooit zoveel Beat-literatuur verkocht. Het is de 'biggest Beat-revival ever', met symposia, CD-sets, documentaires, leesavonden in kroegen en clubs.

De fototentoonstelling van Robert Frank, vriend van Kerouac, Ginsberg en Corso, was een internationaal succes. Veel van zijn foto's herinneren aan de onstuimige Beat-jaren. Het is allemaal big business. Ginsberg verkocht vorig jaar zijn persoonlijk archief voor een miljoen dollar aan de bibliotheek van de Stanford-universiteit. The beat goes on. Sinds enkele jaren is er een regelrechte neo-Beat-vague. In de zomer van 1994 verkocht het bekende winkelhuis Gap kaki-broeken met verwijzingen naar Ginsberg en Kerouac en lanceerde de Newyorkse Manhattan-boetiek Merry Go Round de hobo-stijl.

Het was geen naam, ook geen begrip, maar dynamiet. Tijdens een conversatie over de Lost Generation in 1948 tussen Kerouac en John Clellon Holmes, schrijver van het beroemde New York Times Magazine-artikel 'This Is the Beat Generation', zei Kerouac plots: 'Ah, this is nothing but a beat generation.' Tijdens het gesprek zochten ze nog andere epitheta, maar steeds opnieuw zei Kerouac: nee toch, het is beat, - 'not meaning to name the generation, but to unname it'.

Beat was een typisch Times Square-woord, hip-language ('Man, I'm beat', zonder geld, zwervend, uitgeput), argot, misschien betekent het ook 'verrukkelijk' (beatitude, beatific). In de jaren vijftig was de beat-generatie een rebelse bohème die goedkope chianti dronk, bongo drums speelde, marihuana rookte, van Charles Parker en Lenny Bruce hield, rondhing in koffieshops, en zich met woordjes als dig, cool of crazy! verstaanbaar maakte.

De Beats, geboren in de jaren van de depressie, in een land waar white en colored nog van elkaar waren gescheiden, leefden in een land van Koude Oorlog-retoriek waar een ware heksenjacht werd gevoerd op communisten of zogenaamde communisten. Het was de tijd van senator Joe McCarthy. Een groepje gelijkgestemde dichters en schrijvers, de 'unholy trinity' Ginsberg, Kerouac en William Burroughs, was geïnteresseerd in het echte leven, in kicks. Hun helden waren de 'waanzinnige' dichters en zieners, Blake, Rimbaud en Lautréamont, of de surrealisten Cocteau en Artaud. Hun personages, de mad people in Kerouac's On the Road, Ginsberg's Howl of in Naked Lunch van Burroughs, waren de 'archetypes' van de Beat-generatie.

De Beat-dichters en -kunstenaars van het Newyorkse Greenwich Village, van San Francisco's North

Beach of van de canyons van Los Angeles, hadden grote invloed op de Amerikaanse cultuur en kunstscene. De expositie in het Whitney Museum toont niet alleen ietwat sentimentele foto's van fraaie jonge knapen, de boys op het strand, druipend van viriliteit, of van smoezelige interieurs met vrijmoedige olieverfjes, maar ook manuscripten of pockets van Beat-schrijvers, en vooral ook schilderijen en beelden van kunstenaars die door de Beat-filosofie waren beïnvloed. Vele van die kunstenaars, Claes Oldenburg, Jim Dine, Robert Rauschenberg, Larry Rivers of Edward Kienholz, noemden zich geen Beats, maar onmiskenbaar maakt hun werk - het rebelse, de collage, de assemblage, de neo-dada - deel uit van een soort Beat-generatie. De filosofie (of de non-filosofie, als nu de Generatie Nix) was dubbel: mystiek en occult maar ook rebels, extase naast horror, meditatie en tegelijk ruig.

Ed White, een vriend van Kerouac, deed de schrijver het idee aan de hand om 'als een schilder' met woorden te 'schetsen', spontaan, alle remmen los. 'Schrijven ligt vijftig jaar achter op schilderen', zei Brion Gysin tegen Burroughs, 'omdat een schrijver geen greep heeft op zijn materiaal.' In het bekende Beat Hotel in Parijs scheurde Gysin kranteartikelen in stukken en lijmde deze vervolgens op goed geluk in een andere rangschikking weer in elkaar. Op de expositie zijn zulke collages te zien, die cut-up techniek van Gysin en Burroughs, de bekende fold-in methode die zoveel latere, neo-dadaïstische kunstenaars hebben nagevolgd.

Beat Culture and the New America 1950-65 toont de 'beat regeneration'. De door die generatie veroorzaakte, wellicht nu nog weinig hemeltergende, provocaties zijn soms potsierlijk. Waarom is Beat weer in? Er is blijkbaar een nostalgisch verlangen naar meer rumoer en engagement in de kunst.

In een land waar rechtse politici hun president zien als iemand van de tegencultuur, een 'archetype van de permissieve jaren zestig', speuren archeologen naar de authentieke kunst van toen en vooral ook naar een bijna verloren gegane woordenschat, de dode taal van de tegencultuur. Het is niet meer allemaal zo schokkend, dat wel, maar toch waren de spontane en rebellerende literatuur en de happenings van toen echte kicks, zoals Ginsberg ooit - misschien aanvankelijk eerder meesmuilend - zei over Kerouac's On the road: 'Great but crazy in a bad sort of way'.

Beat Culture and the New America: 1950-1965. T/m 4 febr. in het Whitney Museum of American Art in New York. Daarna in het Walker Art Center in Minneapolis (2 juni t/m 15 sept.) en in The Fine Arts Museums of San Francisco (5 okt. t/m 29 dec.).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden