Echte innovaties op internet moeten nog komen

Als massamedium bestaat internet tien jaar. In dat decennium is de browser voor een complete generatie pubers het venster op de wereld geworden....

Ouder dan 23 en nog altijd geen neusring of navelpiercing? Grote kans dat het er nooit meer van zal komen. Achter in de twintig en nog altijd geen sushi geprobeerd? Ga er maar van uit dat je nooit zult talen naar rauwe tonijn of in zeewier gerolde plakrijst met worteltjes. Je nieuwsgierigheid is verdwenen, je smaak ligt vast, je culturele voorkeur zal nauwelijks meer veranderen.

Wie niet voor zijn 35ste verslingerd is geraakt aan moderne muziek, zal de rest van zijn leven blijven luisteren naar oude hits. Zo gaan house en hiphop voorbij aan de veertigers van nu als ze in hun Volvo-stationcar meedeinen op de Babylon-dubbel-cd van Bob Marley.

Hoe komt het toch dat we, naarmate we ouder worden, minder geneigd zijn nieuwe dingen uit te proberen, vroeg de Amerikaanse neurobioloog Robert Sapolsky zich af in een pseudowetenschappelijk artikel voor The New Yorker.

Een neurologische verklaring had hij niet. Er is geen hersenkwab die onze passie voor piercings regelt. Jammer genoeg zocht Sapolsky niet naar een verband met tanend libido: men zegt dat vrouwen een paar jaar later dan mannen hun grootste seksuele drive hebben, en je zou best willen weten of dat ook geldt voor hun nieuwsgierigheid. Verklaart dit waarom punk vooral een subcultuur was van mannelijke adolescenten?

Sapolsky schreef zijn stuk in 1998. Kort nadien struikelde Michael Lewis over de neuroloog, schrijvend aan een boek over internet. In The future just happened, eerst gepubliceerd in The New York Times en toen voor de BBC bewerkt tot televisieserie, beschrijft de Amerikaanse journalist hoe 15-jarige kids - allemaal jongens - op internet de gevestigde orde te snel af zijn. Hoe de aandelenmarkt in de VS wordt gemanipuleerd door een wereldwijs joch, ene Jonathan Lebed, die er 800 duizend dollar aan overhoudt. Hoe een andere puber, Marcus Arnold, via het web juridische adviezen geeft en horden echte advocaten zijn hielen laat zien. En een derde joch, Daniel Sheldon, het als spil in het ruilnetwerk Gnutella opneemt tegen de muziekindustrie.

In de neusringleer van Sapolsky vond Lewis een verklaring voor het verbluffende gegeven dat pubers op internet de dienst uitmaken en twintigers er in een oogwenk miljoenen vergaren (denk aan de oprichters van Yahoo of Google). In een wereld waarin de technologie steeds sneller verandert, kunnen zij zich eenvoudiger staande houden dan eerdere generaties, die blijven steken in techniek van eergisteren.

Vandaar dat een irrationele hype als sms'en (waarom zou je lastige letters versturen als je ook kunt spreken?) niet is bedacht door productontwikkelaars in hun midlife-crisis, maar door scholieren.

'29 Is het nieuwe 39. We worden op steeds jongere leeftijd te oud', zei Lewis tegen het Amerikaanse internetmagazine Salon.

Deze week bestaat internet tien jaar als massamedium. Als netwerk voor techneuten is het veel ouder; hoe oud precies hangt af van wie je het vraagt, want het net kent vele vaders. Maar het brak door op een zaterdagochtend om negen voor half acht in Illinois. Op die 23ste januari 1993 postte Marc Andreesen, een toen 22-jarige student computerwetenschappen, 'by the power vested in me by nobody in particular', een eerste bètaversie van Mosaic, het computerprogramma dat hij samen met medestudent Eric Bina in een paar maanden tijd had geschreven.

Mosaic was niet de eerste grafische browser. Die staat op naam van Tim Berners-Lee, de Engelsman die in oktober 1990 het world wide web uitvond. Maar Mosaic was wel de eerste browser waarin plaatjes tussen de tekst door stonden. Het zag er lekker uit, was simpel te installeren, en sloeg bij het grote publiek in als een bom.

De rest is alweer bijna vergeten.

Andreesen, een boomlange student met een babyface, stond anderhalf jaar later met blote voeten op de cover van Time, als mede-oprichter van Netscape, het bedrijf dat van Mosaic een commerciële versie zou maken. Hij werd miljonair, net als de zeven studiegenoten die hij op sleeptouw nam, van Illinois naar Silicon Valley.

Jim Clark, de ondernemer die hem hielp met geld en contacten, werd meervoudig miljardair. Met de beursgang van Netscape in augustus 1995 begon ook de internethype op Wall Street. Elk goed idee, en menig beroerd idee trouwens ook, kon rekenen op een paar miljoen dollar van verbouwereerde risico-investeerders die hoopten binnen te lopen bij een uitverkoop aan nog onnozeler beleggers.

Opmerkelijk is dat Andreesen al over zijn hoogtepunt heen leek voordat het avontuur goed en wel begonnen was. Bij Netscape was hij als chef techniek vooral afwezig toen de browser-oorlog tegen Microsoft zich voltrok. Die oorlog werd glansrijk verloren. Netscape werd voor 4,2 miljard dollar overgenomen door America Online, de grootste internetaanbieder ter wereld, die op het hoogtepunt van de hype ook Time Warner opkocht, het uitgeversconglomeraat waartoe onder veel meer CNN, Time en een paar wat filmstudio's behoren.

Maar inmiddels wordt de browser Netscape nog maar door 3 procent van de internetters gebruikt (Microsoft heeft een marktaandeel van 93 procent), is de macht bij AOL Time Warner weer gewoon in handen van de oude media, en is Andreesen aan een nieuwe start-up begonnen.

Blijft de vraag wat de betekenis van zijn browser is. Het is - vooruit dan - een venster op de wereld, zoals ooit het filmdoek, de radio, of de tv. Het is een redelijk slim instrument voor het uitwisselen van informatie, zoals de enveloppe een soortgelijk, maar nogal dom ding is. Het is de meest ingrijpende innovatie op mediagebied sinds de kleurenbeeldbuis. Maar bovenal markeert de browser de ruwe, fundamentele overgang van het ene type medium naar het andere.

Tot aan die ochtend in Illinois bestond het systeem van massamedia immers uit telkens één zender (het tv-station, de persbaron) en talloze ontvangers. De zenders zijn nooit dezelfde als de ontvangers, er is geen gedeeld belang; de eersten hebben de macht, de laatste betalen de rekening. Dankzij de browser, die internet voor de massa ontsloot, is dat rollenpatroon doorbroken. Er zijn vrijwel evenveel zenders als ontvangers. Er is alleen maar een gedeeld belang, het netwerk houdt zichzelf in stand, het grijpt om zich heen als een virus.

De transitie van het omroepmodel naar netmedia is daarom het begin van het einde voor een tijdperk dat honderden jaren geleden begon. Vanaf de late middeleeuwen zijn de media een steeds grotere zelfstandige machtsfactor geweest, vanaf de eerste nieuwsbrief (1609), via de eerste kranten (de Opregte Haarlemse Courant van 1656) tot aan de moderne massamedia. Met gevoel voor overstatement kun je zeggen dat die macht nu begint af te brokkelen.

Tenzij dat internet een storm in een glas water was, natuurlijk.

Vanuit het perspectief van een modale televisietycoon of dagbladdrukker valt het tot nu toe reuze mee, met internet. Kijk naar de restauratie van de macht bij AOL Time Warner. Volg het getob bij een amusementsfabriek als Walt Disney, die met de website Go waarachtig wel geprobeerd heeft er iets van te maken, maar zonder eclatante successen. Zie hoe elke poging televisie opnieuw uit te vinden als interactieve televisie, strandt op die dwaze innerlijke tegenstelling: televisie vertikt het om interactief te zijn.

De betere vraag is daarom niet wat de browser nu betekent, tien jaar na Mosaic, maar wat hij over nog eens tien jaar zal hebben aangericht. Volgens een schrijver als Michael Lewis moeten de echte innovaties op internet nog komen. De huidige generatie mediamakers, van magnaat tot stukjesschrijver, is te verstard om het internet echt te doorgronden. Het is ook nogal veel gevraagd - alsof ze zichzelf ineens, hard op weg naar hun middelbare leeftijd, met hanenkam en tongpiercing moeten vertonen.

Vernieuwingen moeten komen van degenen die het razende tempo van de nieuwe media wel kunnen bijbenen, van de kids die niet beter weten, die met browsers zijn opgegroeid zoals hun ouders met leesportefeuille en langspeelplaat.

Als een joch van 15 als Jonathan Lebed nu Wall Street bij de neus kan nemen, waartoe zal hij dan in staat zijn als hij straks 25 is?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden