ECHTE DEMOCRATIE OP ZIJN THAIS

Zondag gaat Thailand naar de stembus. Op het eerste gezicht is de campagne een exotische en vooral oorverdovende aangelegenheid. Wie goed luistert, hoort door de slogans heen de bankbiljetten van de omkoperij knisperen....

BIJ DE Tha Phae Poort in het hart van Chiang Mai, na Bangkok de belangrijkste stad in Thailand, schalt de hele middag oorverdovend het fascistoïde-vrolijke partijlied van de Phalang Tham Partij, de 'Strijdkrachten van Deugdzaamheid'. Bomen, lantaarnpalen, muren, zelfs twee rondbanjerende olifanten zitten vol met verkiezingsposters van de politieke partijen.

Vreemd genoeg ogen de kandidaten niet sympathiek glimlachend, hartstochtelijk betogend of met opgeklopt seksappeal, maar kijken ze stuurs en zien er in hun potsierlijke toga's of uniformen beladen met insignes uit als satrapen. Het komt ouderwets over, en dat is de Thaise politiek ook. Niet voor niets worden politici er met dinosauriërs vergeleken.

's Avonds stroomt het plein vol en rond een uur of zeven is het zo ver: Thaksin Chinnawat verschijnt, de jonge, moderne en populaire ster van de Thaise politiek - tenminste dat was de leider van de Phalang Tham. Hij is sportief gekleed in een spijkerbroek en een wit nylon jack. Ook zijn betoog komt modern over, rustig, genuanceerd en niet het geëxalteerde geratel dat andere politici zo vermoeiend maakt.

Uiteraard brengt hij de economie ter sprake. Die groeide jarenlang spectaculair (8-11 procent), maar daar zit nu de klad in en daartegen moet snel worden opgetreden. Thaksin laat niet na te benadrukken dat hij een luk chiang mai is - zijn familie komt uit het noorden van Thailand. Als hij uitgesproken is geven de paar duizend aanwezigen hem een warm applaus en gaat iedereen bij het volkslied in de houding staan. Daarna geven de kandidaten elkaar een hand en steken solidair en triomfantelijk de armen in de lucht.

Thaksin trekt zijn spierwitte jack uit en werpt het alsof het zijn onbezoeldeld politiek maagdenvlies is naar het publiek. Een mooi afscheid, want Thaksin is het beu, het helemaal zat: de corruptie, het steeds grootschaliger omkopen van de kiezers, het totale gebrek aan moraal in de politiek. De situatie is hopeloos, vindt hij. Zelf stelt hij zich dan ook niet meer verkiesbaar. Toevallig valt zijn politieke retraite samen met de opiniepeilingen volgens welke zijn Phalang Tham zondag tot een splinterpartij wordt gereduceerd.

In 1992 leek het nog allemaal zo mooi. Thailand wilde echte democratie. Massaal ging men de straat op om generaal Suchinda Khraprayun, dictator in de knop, tot aftreden te dwingen. Toen de militairen een bloedbad onder de demonstranten aanrichtten, werd Suchinda letterlijk door de koning op het matje geroepen. En met de verkiezingen van september dat jaar leek de politieke situatie voor het eerst duidelijk, je had duivels en engelen.

De duivels waren de partijen die tot het laatst achter de generaal stonden, de engelen de partijen die zich tegen hem hadden gekeerd en politieke hervormingen wilden. En de Phalang Tham leek binnen deze polarisatie de engel onder de engelen. Groot was de euforie toen de engelen wonnen en een regering konden vormen.

Vier jaar later is duidelijk hoe naïef optimistisch deze kijk op de situatie was. Machtshongeriger dan ooit strijden de partijen nu om de 393 zetels. Niks geen engelen tegen de duivels. Alleen maar grenzeloos opportunisme. En als bekroning van de terugkeer naar de 'politiek als vanouds' de voorspelling dat de verkiezingen van zondag de smerigste sinds twintig jaar zijn.

Dat er in de Thaise partijpolitiek eigenlijk geen plaats is voor beginselen, laat staan een ideologie, wordt aardig geïllustreerd door de neergang van de Thaksins Phalang Tham Partij. Ze was acht jaar geleden opgericht door burgemeester Chamlong Srimuang van Bangkok, een boeddhistische puritein die geen alcohol dronk en principieel al geen jaren seks met zijn vrouw had.

Chamlong begon een kruistocht tegen corruptie en het electoraat van Bangkok vond dat prachtig. Bij de parlementsverkiezingen behaalden de in sobere boerenshirts gehulde kandidaten van de Phalang Tham, die geen cent in hun campagne mochten steken, er de meeste zetels. Maar buiten Bangkok had de partij nauwelijks aanhang. Na Chamlongs hongerstaking voor de democratie, die leidde tot demonstraties en Suchinda's val, groeide de Phalang Tham uit tot een middelgrote partij. Dat was leuk, maar een afkeer van corruptie was zo'n beetje het enige dat de partij als beginsel te bieden had. Bovendien werd het moeilijk dit waar te maken toen de partij ging meeregeren, temeer omdat ze door haar populariteit al vele opportunisten had aangetrokken.

Toen Chamlong het partijleiderschap overdroeg aan de veel pragmatischer zakenman Thaksin Chamlong, juichten velen dat toe. Thaksin werd de nieuwe ster in de Thaise politiek. Hij werd bewonderd om het feit dat hij een moderne man was, maar ook om zijn carrière: in tien jaar tijd was hij uitgegroeid tot een mediamagnaat en de op een na rijkste man van het land. Dat de partij steeds meer haar smetteloze karakter verloor, leek van weinig belang. De coalitie van de vier 'engelen' en een klein duiveltje hield drie jaar stand maar viel uiteindelijk in 1995 door een corruptieschandaal uiteen.

Thaksins partij wist dit zonder te veel kleerscheuren te overleven, maar meeregeren in de coalitie van premier Banhan Sinlapa-acha (juli 1995-september 1996) zou fataal worden. De corruptie en incompetentie die dit korte bewind aan de dag legde,kende zijn weerga niet. Banhan lukte het zelfs de al vele jaren stabiele en snel groeiende economie in een crisis te brengen. Voor de kiezers in Bangkok is het onbegrijpelijk dat Thaksin de partij zo lang in een vervuild nest heeft gehouden. Zondag zullen de meesten daarom op de Democraten stemmen die oppositie tegen Banhan gevoerd hadden.

Het blijft de echter vraag of de Democraten ook landelijk de verkiezingen zullen winnen, want het kiesgedrag in de hoofdstad verschilt hemelsbreed van dat in de rest van het land. Het gezegde 'Bangkok IS Thailand' geeft aardig weer hoe sterk bestuur, macht, handel, industrie en weelde in de hoofdstad geconcentreerd zijn - alsmede stedelingen, want Chiang Mai, de tweede stad, lijkt in vergelijking met Bangkok een dorp. Maar verreweg de meeste kiezers wonen nog altijd op het platteland en in Bangkok zijn maar 37 van de 393 zetels te halen.

Daarom worden de verkiezingen vooral in de provincie uitgevochten. Lokale zakenlieden spelen er bij de strijd om de zetels een steeds grotere rol. Vaak betreft het personen die schatrijk zijn geworden door illegale houtkap, smokkel en het runnen van gokhuizen, activiteiten die niet zelden de bescherming van de militairen genoten. Meestal zijn ze van Chinese komaf en de beruchtsten worden chao pho genoemd - een letterlijke vertaling van 'Godfather'. Kamnan Po, naar eigen zeggen 'half zakenman, half gangster', is zo'n godfather. Is hij een partijleider goedgezind, dan kan deze erop vertrouwen dat zijn kandidaten de meeste zetels in de provincie Chonburi behalen. In Khon Kaen, in het noordoosten, is de stem van godfather Sia Leng onontbeerlijk.

'Ik heb meer dan vijftig parlementariërs 'gemaakt', zei Sia Leng eens en dat moeten er nu nog veel meer zijn. Hoewel de invloed van de militairen in de politiek is afgenomen - het verzet tegen Suchinda bewees dat men geen militaire dictator meer duldt - blijft hij aanzienlijk, onder meer door de historische banden met de provinciale godfathers. Toen Sia Leng in 1990 werd neergeschoten, zat de opperbevelhebber van de strijdkrachten als eerste aan zijn ziekenhuisbed. Nu helpt Sia Leng de kandidaten van de Nieuwe Hoop Partij van generaal Chawalit Yongchaiyut, opperbevelhebber van het leger van 1985 tot 1990.

Om op het platteland zetels te behalen is behalve de steun van een godfather ook veel geld nodig. Het aanbieden van bankbiljetten van vijf gulden tot vijf tientjes aan potentiële kiezers, meestal gedurende de week voor de verkiezingen, is sinds tien jaar een standaardpraktijk geworden. Overheidscampagnes om de kiezers te bewegengeld aan te nemen maar gerust op een andere kandidaat te stemmen hebben weinig uitgehaald. Daarvoor zit de morele verplichting die iemand voelt jegens een 'weldoener' te sterk in de plattelandscultuur geworteld.

Alleen de assertieve stedelingen voelen die verplichting niet en in steden heeft het daarom nauwelijks zin met geld te smijten. Bovendien loopt het omkopen van kiezers in de sociale structuur van de stad meer in de gaten. Het verklaart grotendeels waarom de 'smetteloze' Phalang Cham overwegend daar zetels wist te veroveren.

Voor de verkiezingen van juli 1995 hadden de kandidaten in totaal naar schatting 17 miljard baht (ruim een miljard gulden) uitgegeven, het meeste als giften aan kiezers, en waarschijnlijk zal dat nu minstens 20 miljard baht zijn. Vergeleken met 1995 is de prijs van een stem vaak hoger geworden. 'Als ik geen geld uitdeel, zal ik niet winnen', geven veel kandidaten anoniem graag toe. Een enkele keer lijkt er iemand door de mand te vallen. Erg verdacht was bijvoorbeeld de man die vorige week bij een bank twaalf miljoen baht in kleine coupures opnam, te meer daar hij de neef van een kandidaat was. Maar ook hiertegen kan moeilijk iets worden ondernomen. Bij de verkiezingen van 1995 werd in een hotelkamer zelfs een koffer met geld temidden van ander verkiezingsmateriaal gevonden. Ondertussen werd de kandidaat gekozen en in het kabinet van Banhan bracht hij het zelfs tot staatssecretaris van financiën.

Behalve een cash flow op het platteland brengen verkiezingen ook de vertienvoudiging van de omzet van kogelvrije vesten teweeg. Veel canvassers (stemmenwervers) voelen zich prettiger in zo'n ding. Tot nu toe zijn er vijf doodgeschoten. Het hardst wordt er in de Isau, het achtergebleven noordoosten, gestreden, want daar zijn ook de meeste zetels (137) te halen. Het ziet er naar uit dat de Nieuwe Hoop Partij van Chawalit er het meeste geld zal dumpen om er zo'n zeventig zetels te veroveren. Maar Luang Pho Khun, Thailands populairste monnik, heeft zich ook in de verkiezingsstrijd geworpen door een andere partij te steunen.

De monnik is het levende bewijs dat het boeddhisme al net als de politiek door geld gecorrumpeerd is. Zijn tempel is een bedevaartsoord voor duizenden die hem vragen over hun landeigendomspapieren lopen om de waarde van hun grond te doen stijgen. Duizenden anderen bieden hem geld aan om hun karma te verbeteren. Afbeeldingen van de monnik met stapels bankbiljetten in zijn handen zijn in Thailand al net zo populair als portretten van de koning. Nu lopen de kandidaten van de politieke partijen het tempelterrein plat om gezegend te worden.

De meeste partijen hebben wel programma's - dat van één partij is zelfs vrijwel letterlijk gekopieerd van een andere partij - maar er wordt wel erg gemakzuchtig mee omgesprongen. Neem de politieke carrière van Athit Urairat, een respectabele doctor in de politieke wetenschappen: secretaris-generaal van de Nationale Democratie Partij en de Gemeenschap Actie Partij, voorzitter van de Solidariteit Partij, gedeputeerd leider van de Samakkhi Tham Partij en tenslotte leider van de door hem opgerichte Seritham Partij. En nu is dr. Athit verkiesbaar onder het vaandel van de Democraten, zijn zesde partij.

Wat blijft de urbane kiezer wie de democratie lief is aan keuzen over nu ook de Phalang Tham door de mand is gevallen? Eigenlijk maar één: de Democratische Partij van Chuan Likphai, Thailands oudste en best georganiseerde partij. Deze Democratische Partij is de enige die het predikaat politieke partij in onze betekenis van het woord verdient. Maar al te kieskeurig moet men niet zijn. Zakenvrouw Chieo uit Chiang Mai drukt zich als volgt uit. 'Onder de Democraten zitten ook de domste figuren. En stemmen kopen doen hun kandidaten ook wel. Corruptie is hun ook niet vreemd, dat bleek duidelijk tijdens de coalitie van de engelen. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om principes en om het ontwikkelen van democratie. Zelfs als de Democraten hier een hond verkiesbaar stellen, zal ik er nog op stemmen.'

Veel ontwikkelde mensen denken er ongeveer net zo over. Maar een probleem is dat het kiesdistrict zich tot ver in het platteland uitstrekt en daar zijn het vooral bankbiljetten die de kiezer motiveren De Nieuwe Hoop Partij heeft er de beste kansen.

Een uur na de rally is het plein al weer de speelplaats van kirrende, paraderende travestieten en lijmsnuivende teenagers en wandel ik nog eens langs het bonte geweld van verkiezingsaffiches. De grootste posters zijn van de Nieuwe Hoop Partij. Een van de kandidaten is Suraphan Chinnawat, een door de wol geverfd politicus en een oom van Thaksin. Een suikeroom mag je wel zeggen, want Thaksins business imperium was ondenkbaar geweest als Suraphan, toen minister van Communicatie, hem geen lucratieve contracten van de overheid had bezorgd. Smetteloos was de kroonprins van de Strijdkrachten der Deugdzaamheid al helemaal niet. En onder de liefhebbers van de Thaise politiek doen ook nog wel andere verhalen over hem de ronde. Maar daarover kan men zonder kogelvest in het openbaar beter zwijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden